Het Woord werd vlees *)
1976-05-07
Het is een opmerkelijk feit dat het verhaal van de geboorte van Jezus, zoals de Evangeliën dat geven, zo zakelijk en sober is.- Jaargang 20
- nummer 19
We horen daarin dat die geboorte plaats vond tijdens de regering van keizer Augustinus. Dat wil zeggen: in de dagen waarin het romeins imperium heel de "oekumene", heel de bewoonde wereld van die tijd, omvatte. Dat rijk beleefde toen een periode van grote bloei. Het had vrede - de "pax romana" - op aarde gebracht.
En de keizer ervan had een zo grote macht dat hij in staat was al zijn onderdanen te laten registreren, Die registratie geschiedde om de autoriteiten inzicht te verschaffen in de bezitsverhoudingen van de overwonnen volken met het oog op de belastingheffing.
Deze registratie betekende tegelijk ook de volledige onderwerping van die volken, dus ook van het Joodse, aan de vergoddelijkte imperator van Rome. Ze was er ook oorzaak van dat fanatieke Joden, de zeloten, een meedogenloze guerilla-oorlog begonnen te ontketenen tegen de romeinse overweldigers.
De wijze waarop deze registratie werd uitgevoerd noodzaakte de Joden naar hun "vaderstad" te gaan. Dat wil zeggen: naar de plaats waaruit hun geslacht stamde en waarin hun familiebezit was gelegen. En zo trok ook een zekere Jozef, een "bouwvakker" die destijds in Nazareth woonde, naar Bethlehem. Hij behoorde namelijk tot het, toen geheel in verval geraakte, geslacht van koning David dat uit die stad afkomstig was.
Jozef nam op die tocht Maria, zijn verloofde, die een kind verwachtte, mee. Toen zij na een lange vermoeiende tocht op de plaats van bestemming aankwamen waren daar, blijkbaar met het oog op de registratie - zoveel mensen naar toe gekomen, dat Jozef nergens een goed onderdak kon bemachtigen. En daarom installeerde hij zich ten slotte met Maria in een stàl. Die was zonder twijfel leeg. Want het vee bevond zich onder de hoede van de herders in het open veld. Het was dus toen vermoedelijk lente of romer. In die stal bivakkerend brak het moment aan waarin Maria haar kind ter wereld bracht.
Naar de gewoonte van die dagen wikkelde zij haar kindje in doeken en, bij gebrek aan beter, legde zij het in een kribbe, een voederbalk voor het vee.
De geboorte van de zoon van Maria was, afgezien van de plek waar ze plaats vond, volkomen normaal. Geen ants zou er iets bizonders aan hebben ontdekt. Om het hoofd van het pasgeboren kind schitterde geen stralenkrans. En het werd op precies dezelfde wijze gevoed en verzorgd als alle andere pasgeboren kinderen. Als er destijds een "Nieuwsblad van Bethlehem" zou hebben bestaan zou daarin van deze geboorte niets anders zijn vermeld dan een kort berichtje onder de "Burgerlijke Stand".
Maar zoals God ons in zijn Woord openbaart was voor en in de geboorte van het kind in de kribbe véél meer aan de hand dan wat mensen konden constateren. Er geschiedden daarbij namelijk ondoorgrondelijkè, ja, verbijsterende dingen: Dingen die in de bijbel' worden aangeduid als een "verborgenheid der godzaligheid."
Het kind Jezus is namelijk noch totaal anders ter wereld gekomen dan alle andere kinderen. Alle kinderen die ooit het levenslicht aanschouwden en in de toekomst nog zullen geboren worden, danken hun ontstaan aan de coöperatie-in-liefde van en man en een vrouw. Zonder de actualisering van zo'n liefde-gemeenschap kan een mens eenvoudig niet ter wereld komen. Maar bij het tot leven komen van de mens Jezus wordt deze "normale'''' gang van zaken doorbroken! Bij zijn komst in onze wereld wordt namelijk de man buiten spel gezet. En daardoor ook de vrouw! Want als bij de samenwerking van twee mensen de éne op non-activiteit wordt gesteld geschiedt dat "automatisch" ook met de andere! Het kind Jezus dankt zijn ontstaan niet aan mensen, maar aan een wonder, een uniek wonder, het grootste wonder uit de wereldgeschiedenis.
Het werd namelijk in het "aanzijn", in het "leven"
geroepen door de Heilige Geest.
Zó had de engel het tot Maria gezegd: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen, daarom zal ook het Heilige dat zo in u verwekt wordt Zoon van God worden genoemd. Daarna werd dat ook nog met alle klem aan Jozef bevestigd toen hem in een droom werd aangezegd zijn zwangere verloofde zonder schroom tot zich te nemen, omdat wat in haar was verwekt uit de Heilige Geest was. En zoals het aan Maria en Jozef was verzekerd z6 is het ook geschied. Jezus werd in de schoot van de maagd Maria ontvangen van de Heilige Geest en daarna uit haar geboren. Als gevolg van deze wonderlijke geboorte is Jezus niet te verklaren uit zijn voorgeslacht. Hij is niet "een zekere Jezus", niet zo maar een mens, één uit velen. Neen, Hij is een nieuwe schepping. Een nieuwe mens. De laatste Adam!
Maar hiermee is nog niet alles gezegd van wat de Schrift ons omtrent de ontvangenis en geboorte van Jezus meedeelt. Daarbij was namelijk ook en vooral de eeuwige Zoon van God op unieke wijze betrokken en actief. Want Hij is het die door de ontvangenis en geboorte van Jezus ons vlees en bloed, onze menselijkheid, onze "menselijke natuur" aannam. Gods eigen Zoon werd door en in de Zoon van Maria waarachtig mens, ons in alles gelijk. Ja zeker, Jezus is en blijft waarachtig mens, tot in eeuwigheid! Maar Hij is en blijft tegelijk ook waarachtig God.
Johannes de Doper verzekerde dat toen hij zei: Ik heb gezien en getuigd dat deze de Zoon van God is. En Jezus verkondigde van Zichzelf dat God in Hem zijn eniggeboren Zoon gegeven had om de wereld te behouden. En als Petrus later de belijdenis aflegt: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God, reageert Jezus daarop met de woorden: Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemelen is.
Maar ook wanneer men ervan spreekt dat Gods Zoon door de ontvangenis en geboorte van Jezus waarachtig mens werd heeft men daarmee toch nog niet genoeg gezegd: De Schrift zegt namelijk niet alleen dat Gods Zoon in Jezus waarachtig mens werd.
Neen, ze getuigt er ook van, en dat met bizondere nadruk, dat de Zoon van God, het eeuwige Woord, dat bij God was en ook zelf God was in Jezus vlees is geworden.
Het Woord is vlees geworden, schrijft Johannes. En Paulus verkondigt dat God zijn Zoon in de wereld gezonden heeft in de gedaante van zondig vlees.
Dat woord vlees heeft in dit verband een sombere, onheilspellende klank. Want het duidt de mens aan in zijn zwakheid, geschondenheid, zijn onderworpen-zijn aan alle nood en misère die sinds de zondeval de mensheid teistert. Vlees-zijn betekent: overgegeven-zijn aan alle vormen van ellende, lijden, dood. In de uitspraak dat God geopenbaard werd in het vlees klinkt zo een schrille wanklank.
Wat die uitspraak inhoudt formuleerde Jesaja eenmaal zo: Hij was zonder luister of gestalte, zonder de gratie die mensen behaagt, Hij was veracht en door de mensen verstoten; een man van smarten; bezocht met lijden; beschouwd als een melaatse, geslagen, vernederd door God.
Over de kribbe valt de zwarte schaduw van het kruis. De geboorte van Jezus was zijn eerste stap op de weg naar Golgotha.
Dat Jezus zo ontvangen werd van de Heilige Geest en geboren uit de maagd Maria is voor zijn positie ten opzichte van zijn Vader en zijn arbeid in de wereld van beslissende betekenis.
We weten het uit de Heilige Schrift: door de val en de ongehoorzaamheid van onze eerste voorouders in het paradijs is de mensheid, zijn wij allen, gekomen onder het gericht, de vloek van God. Adam was het hoofd van het menselijk geslacht. En zo ook het hoofd van het verbond waarin God met de mensheid wilde leven.
Alle mensen waren "in Adam begrepen".
Wat Adam deed - de zonde - deden ook zij. Wat Adam kreeg - de straf - kregen ook zij waar Adam ten gevolge van de zonde kwam - onder het gericht, de vloek van God kwamen ook zij. Paulus zegt het zo: Door de zonde van één mens is de zonde de wereld binnengedrongen.
Door de ongehoorzaamheid van één mens zijn allen tot zondaars geworden. Door de daad van overtreding is het voor alle mensen tot veroordeling gekomen.
Dit geldt van alle mensen die van Adam afstammen. De procreatie, de voortplanting, van de mensen wit en sinds Adam vormt om zo te zeggen het kader waarin de zonde en de schuld van Adam naar alle mensen toekomt en het gericht van God hen treft.
Door zijn wonderlijke ontvangenis en geboorte staat Jezus evenwel buiten dit kader Alle mensen zijn uit de mensheid opgekomen. Jezus daarentegen is van boven af, uit de hemel in de mensheid ingekomen.
En zo staat Jezus buiten de ordening waarin de zonde, de schuld, het gericht Gods en de sombere gevolgen daarvan op de mensheid neerkomen en haar teisteren. Neen, Hij doorbreekt die ordening niet - Hij staat er buiten.
Maar, zoals we hoorden, Gods Zoon is niet alleen maar mens geworden - Hij werd vlees. D.w.z. Hij ging ten volle in ons erbarmelijke leven in. Hij heeft zich zo één met ons gemaakt dát Hij onze zonde, onze schuld op zich nam en zich zo ook boog onder het gericht van God. Het gaat in de vleeswording van het Woord, de ontvangenis en de geboorte van Jezus, om het weg-nemen, het weg-zijn van het gericht van God dat in de weg van de pro-creatie over allen komt die van Adam afstammen.
Maar Jezus komt niet zó ter wereld om voor goed van onder dat gericht weg te blijven! Neen, Hij is zo in de wereld gekomen om volkomen vrijwillig onze zonde, onze schuld, het gericht dat ons treffen moet, van ons over te nemen en voor ons te dragen tot in de diepten van de dood, Die zonde, schuld en vloek komen niet op Hem neer als een noodzakelijke en onafwendbare lawine! Neen, in een volkomen vrijwillige daad gaat Hij die plaats vervangend, als een Hem vreemde zonde, vreemde schuld en vreemde vloek voor ons dragen en wegdragen om ons er zo radikaal en definitief van te bevrijden.
.Ms we van dit alles iets hebben gezien, kunnen we er ook iets van verstaan dat bij de geboorte van Jezus een bode van God naar de aarde komt en de herders toeroept: Zie, ik verkondig u, ik draag naar u toe, grote blijdschap die heel het volk ten deel zal vallen, Want voor u is heden geboren de Heiland, namelijk Christus, de Heer. En we kunnen er dan ook iets van verstaan, dat daarna de deuren van de hemel wagenwijd open zwaaien en een engelenkoor boven Efratha's velden zingen gaat: "Glorie voor God in de hemel en vrede op aarde voor de mensen van het welbehagen."
Want met de vleeswording des Woords, met de ontvangenis en geboorte van Jezus begon het wereldomvattend verlossingswerk van de Christus. En die vleeswording is tegelijk ook de garantie dat dat door het pasgeboren Kind volkomen zal worden volbracht.
*) Deze en de drie volgende bijbelstudies werden uitgesproken in een radio-uitzending van de E.O.