Een reactie
1976-05-07
Onderstaande bijdrage is van de hand van br W. F. Coumou. De bijdrage zoal denkelijk voor een deel, in het nummer van volgende week worden voortgezet.- Jaargang 20
- nummer 19
Wat de aanleiding was, vertelde hij mij in een begeleidend briefje.
U mag even meelezen:
"Hierbij de "schrijfsels" .... Het is misschien goed er even bij te oertellen hoe ik daar zo toe gekomen ben.
Het waren voornamelijk twee impulsen, die me aan het werk gezet hebben. De ene kwam voort uit de reactie van drs H. de Jong op een brochure van de C. Vonk ...
Het ging over de charismatische beweging.
De andere kwam uit een kerkeraadsverslag (van Eindhoven, P.) waar iets gezegd wordt over "onze houding ten opzichte van allerlei subjectivistische individualistische en veelal charismatische stromingen".
Hoewel in dat kerkeraadsverslag niet precies wordt aangegeven, waar hier in Eindhoven de schoen wringt (als er tenminste een schoen wringt), het hoeft Je natuurlijk niet te verbazen dat de "verlegenheid", waar drs De Jong het ook al over had, ook van tijd tot tijd eens bij kerkeraden aan de oppervlakte komt. Dat gebeurt soms ook bij ouders van opgroeiende kinderen.
Iedere keer als je dat merkt, denk je: er moest toch eens over dóórgepraat worden. Ik begrijp ook dat drs De Jong graag door zou willen praten, maar ik vrees dat er niets van komt. En een uurtje praten op de kerkeraad levert bijna nooit zoveel op, dat het zoden aan de dijk zet.
Deze overwegingen brachten me er toe, te proberen eens wat op papier te zetten. Het zou voor mij al heel wat waard zijn, als het er toe bijdroeg de zaken niet nog moeilijk,er, maar een beetje gemakkelijker te maken."
Met deze introductie van br Coumou zelf, vraag ik graag uw aandacht voor de nu volgende bijdrage( n).
E. R. Postma
1. Werkelijkheid en Menselijk Leven
Als we van onszelf uit over de werkelijkheid spreken, dan doen we dat op basis van onze waarneming, onze uitspraken kunnen juist of onjuist zijn; ze staan open voor discussie en voor nader onderzoek. Als we b.v.
van een bepaald volk zeggen dat het vrijheidslievend of gastvrij is, dan moet zo n bewering berusten op waarnemingen, waarmee zo'n bewering kan worden gestaafd.
In de bijbel wordt van God uit op een andere manier over de werkelijkheid gesproken. Dat is b.v. het geval als we in de thora van Mozes op verschillende. plaatsen lezen, dat het volk Israël een "heilig" volk is.
Zo n verklaring berust met op iets dat vooraf is waargenomen. Het is geen conclusie, de voortvloeit uit onweerlegbare feiten.
Voor zover daar voor ons een probleem in zou kunnen zitten hebben we dat probleem een beetje verdoezeld door de stelling dat in zo'n uitspraak, als. "heilig volk", het woord "heilig" ook helemaal niet op een kwalificatie, slaat, zoals dat het geval is wanneer in de roomse kerk iemand "heilig verklaard" wordt. In de bijbel betekent heilig" zoiets als “apart gezet". Daarmee heeft God dan natuurlijk een bepaalde bedoeling, Op zichzelf is deze stelling een stap in de goede richting, maar het komt me voor dat Je op die manier toch het gevaar loopt van de mens te veel een object te maken.
AIs iemand een aantal gelijke voorwerpen heeft, dan kan hij er één apart zetten met de bedoeling om er iets moois van te maken. Wordt dat een mislukking, dan is daarbij nooit sprake van enige "schuld" aan de kant van dat voorwerp. In de hele handeling is het voorwerp passief.
Maar als God in de mens de werkelijkheid openbaart, dan behandelt Hij de mensen met als dingen, maar als mensen, die in hun menselijkheid worden aangesproken. Ze worden er actief bij betrokken. God wil met de mensen in die werkelijkheid verder gaan. Het wordt een kwestie van sámen verder. Daárin is die werkelijkheid "werkelijk". Zo werkelijk, dat het een kwestie van leven of dood is geworden zodra God met de mens over de werkelijkheid gesproken heeft. De mens wordt t.a.v. die werkelijkheid-van-God verantwoordelijk, d.w.z. God vraagt om een antwoord. Léven betekent dan: binnentreden in de werkelijkheid, waar god over gesproken heeft. Jezelf, met al je verstand, je wil en je kracht richten op die werkelijkheid en je daden daaraan normeren. Wie dat niet doet, treedt niet binnen, laat zich niet binnenleiden en vindt dan met het leven, maar de dood.
Het is dus een kwestie van zelfovergave in bondgenootschap met God.
Leven met God kan niet anders betekenen, dan met Hem en door Hem leven in de werkelijkheid waar Hij met ons over spreekt. We moeten daarbij verdragen dat we in ons korte leven en met onze menselijke beperktheid die werkelijkheid met kunnen doorzien. De waarneembare werkelijkheid is er (nog) niet mee in overeenstemming. Daar heeft God eeuwen van mensengeschiedenis voor nodig. Niet omdat Hij het niet vlugger zou kunnen, maar omdat wij mensen niet zo vlug méé kunnen komen. Het is voor ons wel moeilijk dat onze "ervaring" niet klopt met wat God over de werkelijkheid zegt, maar zelf dáár zit nog een stuk van Gods barmhartigheid in. Hij jaagt ons met op, maar Hij neemt ons bij de hand. Maar we moeten wel met Hem verder willen - langs de weg waarlangs Hij ons leidt, Wie met verder wil, valt ook uit. Als God het met verhoedt, vindt ook zo iemand het leven niet. Hetzelfde gebeurt met de mens, die een andere weg wil gaan, dan de weg, die God aanwijst, Als we ons van deze dingen geen rekenschap geven, dan worden we altijd heen en weer geworpen in een onoplosbaar dilemma. Of we willen ons vastbijten in het "zijnde", waar we vertrouwd mee zijn en waar we ons veilig in voelen, of we wanen met alle geweld de werkelijkheid "ervaren". Als het "oude en vertrouwde" ons geen zekerheid meer biedt, dan gaan we op zoek naar de ervaring, die buiten Gods plan en buiten Gods tempo ligt. We willen dan de wereld, zoals ze hier en nu is, niet meer aanvaarden. We gaan op zoek naar een andere wereld" en een "andere werkelijkheid", waarin we de "Godservaring" hopen te vinden.
Maar Jezus heeft gezegd, dat God deze wereld liefheeft. Hij aanvaardt haar iedere dag en leidt haar naar Zijn toekomst. Onze opdracht is geen andere dan in die liefde met Hem mee te gaan naar die toekomst.
Maart '76. Coumou