Kunstmatige inseminatie bij de mens
1976-06-11
Een kindje maken?- Jaargang 20
- nummer 24
In Genesis 4 lezen we, dat Adam gemeenschap had met zijn vrouw, zij werd zwanger en baarde Kaïn.
In de oude vertaling staat, dat Adam en zijn vrouw bekende, een uitdrukking, die alleen bij mensen gebruikt wordt. Hierdoor wordt aangegeven, dat de geslachtsgemeenschap bij de mens, in tegenstelling tot het dier een bewuste daad is.
Als Eva haar eerste zoon gebaard heeft, zegt zij, dat zij met behulp van de Here een kind gekregen heeft.
Eva erkende een kind gekregen te hebben. In deze tijd weten veel mensen het beter. Zij nemen een kind. Zij maken een kind.
Met instemming las ik, dat de fractievoorzitter van D.66, Jan Terlouw, over deze uitdrukking zeer verontwaardigd is.
Hij merkte op: "we nemen een kind, ik haat die uitdrukking tot het diepst van mijn ziel, Wat een hovaardij. Onze mogelijkheid is zo klein, zo afhankelijk van buiten de macht liggende factoren. Er valt niets te nemen."
Inderdaad de term "een kind nemen" wijst op grote zelfoverschatting.
Evenals Eva weten wij, dat het kinderen krijgen niet buiten God omgaat.
Ons huwelijksformulier zegt terecht: "hun kinderen, zo het U behaagt hun die te geven."
Wij mogen onze kinderen uit Gods hand ontvangen, Maar is dat nog wel helemaal waar? We hebben nu toch de kunstmatige inseminatie? Wij maken toch zelf kinderen?
De kunstmatige inseminatie, in het vervolg afgekort als KI is een van de vraagstukken, die momenteel
zeer actueel is. Het is opvallend; dat in. deze tijd zo veel gediscussieerd wordt over vraagstukken, die het leven of de dood raken. We zitten met het vraagstuk van de abortus provocatus, het doden van ongeboren kinderen.
We hebben het probleem van de euthanasie, het doen eindigen van levens, die wij niet meer zinvol achten.
Als derde probleem komt de KI naar voren, het met kunstmatige middelen verwekken van kinderen.
De techniek schijnt ons onverwachte mogelijkheden te geven op het terrein van dood en leven en wij weten niet goed hoe wij er mee moeten opereren.
Wat is kunstzinnige inseminatie?
Bij KI. van de mens wordt de mogelijkheid gegeven de ontmoeting tussen de vrouwelijke eicellen en mannelijk zaad op kunstmatige wijze te vergemakkelijken. Door middel van een medische ingreep wordt het mannelijk zaad in of bij de baarmoeder gebracht.
Men spreekt ook wel van kunstmatige bevruchting, maar deze term is niet juist. De behandeling garandeert geen bevruchting, maar vergemakkelijkt deze. Daarom is ook vaak een herhaalde behandeling nodig om tot succes te voeren.
Bij KI onderscheiden we twee soorten en wel de homologe en de heterologe.
Men spreekt van homologe KI wanneer binnen het huwelijk kunstmatige hulp wordt verfeend bij het inbrengen van sperma (mannelijk zaad). Dus wanneer het sperma van de echtgenoot gebruikt wordt. In het vervolg zal deze behandeling worden aangeduid als KIE.
Bij heterologe wordt het sperma gebruikt van een derde, een donor.
Deze laatste zal in het vervolg als KID worden aangeduid.
KI heeft tot doel hulp te bieden aan kinderloze echtparen, die zo gaarne een kind willen hebben. Adoptie van kinderen is vaak niet mogelijk, omdat het aanbod ver achterblijft bij de vraag.
Ongeveer 10% van de huwelijken blijft ongewild kinderloos.
Door KI kan men nu in veel gevallen bevorderen, dat toch een kind geboren zal worden.
Op deze wijze kan men de nood, die in veel kinderloze huwelijken ontstaat, lenigen.
Geschiedenis van de K.I.
Men is geneigd te denken, dat KI van de laatste tijd is. Evenmin als euthanasie en abortus provocatus is KI iets van de laatste decennia.
Bij dieren is de toepassing van KI al zeer oud. In de 14e eeuw schijnen de Arabieren het al bij paarden te hebben toegepast. Er werd sperma van edele dieren van vijanden gestolen om een beter ras te krijgen.
In 1790 vindt de KI bij de mens voor het eerst toepassing.
De engelse medicus Hunter verrichtte toen nl. een KIE, met het sperma dus van de echtgenoot.
In 1866 wordt de eerste succesvolle KI bij een mens uit Amerika gemeld.
Na in de vorige eeuw in meerdere landen niet zonder succes te zijn toegepast, hoort men een tijdlang weinig meer van KI bij mensen, totdat deze in de laatste tijd weer sterk begint toe te nemen.
Na 1941 trad een bloeiperiode in. Vooral in Amerika heeft de KI een grote omvang gekregen. In 1951 schatte men het aantal hierdoor verwenkte baby's al op 250.000. Er zijn spermabanken, waar men tegen betaling sperma voor K.I. kan krijgen.
Men streeft ernaar de donor, die altijd geheim blijft streng te selecteren. Zo wordt bv. vaak gezocht naar een biologische vader, die dezelfde lichaamsbouw heeft als de wettelijke.
Erfelijke belasting en bloedgroep worden vooraf onderzocht, Ja zelfs de kerk wordt niet vergeten. Bij voorkeur wordt een donor gezocht, die tot hetzelfde kerkgenootschap behoort, als de wettelijke vader! Of men daarbij ook het verschil tussen de vele gereformeerde kerken in het oog houdt is mij niet bekend.
Men vraagt zich af, waar deze ontwikkeling in de toekomst zal heenvoeren. In communistische landen is al gesteld, dat natuurlijke voortplanting maar materiaalverspilling is.
In de Ver. Staten werd al in 1945 een voorstel gedaan om te komen tot een super-ras van "reageerbuisbaby's".
In de utopistische roman "Brave New World"
(1932) begint Huxley zijn verhaal met een rondgang door de broed en conditiecentrale, waar de kinderen gefabriceerd worden. De bevruchting van de eicellen en de groei geschiedt kunstmatig.
Dat verhaal van Huxley moge nu nog overdreven schijnen, zo erg ver staat het toch niet meer af van de werkelijkheid. De K.I. is metterdaad een stap op Wiegnaar de kunstmatige fabricage van de mens, We zijn op weg om kinderen te maken.
Homologe K.I.
Over het algemeen is er weinig bezwaar tegen de KJ. Wanneer sperma van de echtgenoot gebruikt wordt kan er niet van huwelijksontrouw worden gesproken, terwijl ook de vader de verantwoordelijkheid tegenover zijn kind beleven kan.
KI is in dat geval niet anders dan medische hulp om datgene wat door physieke oorzaken tussen man en vrouw niet mogelijk is, te herstellen.
In rooms-katholieke kring heeft men echter ook tegen de K.I.E. bezwaren. Reeds in 1897 antwoordde Paus Leo XIII op de vraag of een kunstmatige bevruchting van een vrouw kan worden aangewend, dat dit ongeoorloofd was.
In later tijd is van r.k. zijde gesteld, dat alleen assistentie na de normale geslachtsdaad geoorloofd is, maar elk overig kunstmatig ingrijpen moet strijdig met de natuurlijke ordeder voortplanting worden genoemd.
Inseminatie, die buiten de normale weg gaat, wordt onnatuurlijk, immoreel en zondig genoemd.
Ds O. C. J. Breen, die ook bezwaar heeft tegen KIE zit eigenlijk op hetzelfde spoor.
Zijn bezwaar is, dat het kinderen verwekken geïsoleerd wordt van de normale cohabitatie, die juist als uiting en bezegeling' van de liefde nimmer "op een afstand" door middel van een derde factor kan plaats vinden. Wel wordt, aldus Breen, de trouw niet geschonden, maar de schakel tussen het trouw zijn in de Iiefdebeoefening en het kind, nI. de lichamelijke gemeenschap wordt geëlimineerd c.q. kunstmatig gesubstitueerd.
Wat ds Breen hier met gebruik van veel vreemde woorden stelt ligt in de lijn van de bezwaren, die men in rooms-katholieke kring heeft.
Het principiële bezwaar, dat tegenstanders van, K.I.E. hebben, is, dat deze onnatuurlijk is. Onnatuurlijk in die zin, dat het afwijkt van de gewone natuurlijke gang van zaken.
Dat is juist, maar is dat een principieel bezwaar?
Is de natuur hierin voor ons normatief? Kunnen wij uit de natuur een zedelijke norm aflezen? Dat lijkt me geen bijbelse gedachte.
De natuur geeft ons in zedelijke zin geen eisen of verboden. In Genesis lezen wij, dat de mens de aarde heeft te onderwerpen en heeft te heersen over de natuur. Al betekent dat natuurlijk ook weer niet, dat wij de natuur mogen uitbuiten.
Overigens heeft ds Breen naar mijn opvatting zich te weinig rekenschap gegeven van de structuur en de zin, van de sexualiteit. Er is geen sprake van een elimineren van de lichamelijke gemeenschap bij KI. Deze blijft precies zo functioneren.
Aan de andere kant moet ook bij K.I.E. wel enige voorzichtigheid worden betracht, Wanneer bv, man en vrouw geen geslachtsgemeenschap met elkaar willen hebben, maar toch een kind wilden hebben, zijn zij niet in de positie, dat zij de verantwoordelijkheid voor een kind op zich mogen nemen. In deze gevallen is K.I. een onjuiste weg.
Het zal ook gewenst zijn, dat men eerst de kinderloosheid, voor veile gehuwden een zwaren beproeving, innerlijk verwerkt heeft, voordat men zijn toevlucht neemt tot KI.
Tenslote lijkt me K.I.E. toegepast na de dood van de man, wat theoretisch mogelijk is, af te wijzen.
De synode van de Ned. Hervormde Kerk over K.I.D.
Terwijl de K.I.E. vr.ij algemeen aanvaard wordt, worden tegen K.I.D. veel bezwaren ingebracht.
In 1957 deed de generale synode van de Hervormde Kerk een duidelijke uitspraak over KI.
De 6 conclusies van het door de synode aanvaarde rapport laat ik hieronder volgen:
1. In het algemeen is binnen het huwelijk kunstmatige inseminatie met sperma van de echtgenoot niet ongeoorloofd.
2. De kunstmatige inseminatie met sperma van een derde moet veroordeeld worden als in strijd met het wezen van het huwelijk naar Gods wil.
3. Deze vorm van inseminatie moet veroordeeld worden, omdat de gehoorzaamheid tegenover God en de verantwoordelijkheid, die de ene mens tegenover een andere draagt, onmogelijk tot haar recht kunnen komen.
4. Deze vorm van inseminatie moet veroordeeld worden, omdat de verhouding van de gehuwden tot elkander en van de "ouders" tot het kind verstoord wordt.
5. Deze vorm van inseminatie moet veroordeeld worden omdat zij betekent een gehoorzaamheid aan God van de kant van degene, die zijn zaad laat gebruiken.
6. Het is gewenst, dat onderzocht wordt of deze vorm van inseminatie door de wet dient te worden verboden, dan wel anderszins maatregelen moeten worden genomen, opdat het waarachtige menszijn worde beschermd en het zedelijk besef worde gevormd.
Een duidelijke afwijzing dus van KI. Dat was echter in 1957. Sindsdien zijn de opvattingen nogal gewijzigd. Van de commissieleden, die aan dit rapport hebben meegewerkt is bekend, dat in elk geval een tweetal, dr Dupruis en ds Kaptein zijn "om"gegaan.
De generale synode van de Geref. Kerken van Haarlem
De synode van de Geref. Kerken, die onlangs vergaderde had het er veel moeilijker mee.
Het uitgebreide rapport, dat aan de synode werd aangeboden eindigt met twee aanbevelingen:
1. De vraag, of ter bestrijding van ongewenste kinderloosheid binnen een huwelijk al dan niet kunstmatige inseminatie donor kan worden toegepast ter beantwoording over te laten aan de gewetens van de desbetreffende gehuwden zelf.
2. Bij alle betrokkenen, echtparen, artsen en donors aan te dringen op een gewetensvoile toepassing van deze methode, waarbij het belang van het kind dat langs deze weg geboren wordt, centraal dient te staan.
Een lid van het deputaatschap, haar naam zij met ere vermeld, de vrijgem. geref. mevrouw G. Diemer-Lindeboom, heeft haar handtekening niet onder het rapport gezet. Overigens, het alleen moeten staan is ook het lot van haar zuster geweest bij de commissie, die in 1965 rapport uitbracht vaan de ministers van Justitie, Sociale Zaken en Volksgezondheid over "Kunstmatige inseminatie bij de mens". Mevr. mr Ir F. T. Diemer-Lindeboom diende daarbij een minderheidsnota in.
De synodale commissie, die de behandeling van dit rapport voor de synode moest voorbereiden kwam met een meerderheids en een minderheidsrapport.
Het meerderheidsrapport stelde voor het studierapport te beschouwen als een eerste oriëntatie ten dienste van de meningsvorming onder christenen, en het als zodanig aan de kerken en andere direct betrokkenen aan te bieden.
Het minderheidsrapport stelde, dat de toepassing van KID principieel en praktisch met veel vragen en onzekerheden is omringd.
Men stelde daarom voor, nog geen uitspraak te doen over het al dan niet toelaatbaar zijn.
Meerderheid en minderheid kwamen tenslotte tot overeenstemming.
Men wilde al het naar voren gebrachte materiaal in handen van de oommissie geven voor het maken van een praatpapier, dat aan de synode zal worden voorgelegd, Dit voorstel, dat betekent dat die synode geen uitspraak doet, werd aanvaard. Een tegenvoorstel van ds J. A. Boer om uit te spreken, dat de KID bij het licht van de Heilige Schrift een niet ongeoorloofd middel is om het leed van het kinderloos huwelijk te lenigen werd met grote meerderheid verworpen.
Beoordeling van K.I.D.
Bij een beoordeling van KID is de verleiding groot uitvoerig in te gaan op allerlei neveneffekten, De vraag b.v. of de moeder zidh niet aangetrokken zal voelen door de onbekende donor. De gevolgen voor het kind, wanneer het ontdekt via KID te zijn verwekt.
Het gevaar van een huwelijk tussen halfbroer en half-zuster Het risico, dat de verhouding tussen kind en "vader" slecht is. Het gevaar, dat de vrouw zich verheven voelt boven haar man, die niet de biologische vader is, met als gevolg spanning in de huwelijksverhouding.
Zo zijn er meer risico's te noemen. In hoever deze reëel zijn, is moeilijk te beoordelen.
Wanneer een gynaecoloog uit eigen ervaring vertelt slechts sporadisch gevallen van, ernstige huwelijksmoeilijkheden te hebben meegemaakt, zegt dat weinig. Dat is dan de ervaring van één persoon, en dan nog van iemand, die er zelf als inseminaris bij betrokken is.
Slechts een uitvoerig onderzoek door onpartijdige derden zou misschien iets over de gevolgen kunnen zeggen. Misschien, want het blijft nog de vraag, of de betrokken echtparen een betrouwbaar antwoord zullen geven.
Bij een beoordeling van de KID lijkt het ook beter zich te bepalen tot de principiële hoofdvragen:
1. Is KID te rijmen met de monogame huwelijksverhouding?
2. - Is KID te rijmen met de verantwoordelijkheid, die de vader heeft tegenover zijn kind.
3. Doet KID niet te kort aan het recht van een kind om op te groeien in levensgemeenschap met eigen vader en moeder
Is K.I.D. echtbreuk?
In het voorstel van ds Boer wordt terecht gesteld, dat de H. Schrift ons leert dat het huwelijk door God monogaam bedoeld is (Matth. 19 : 4-6). Dat huwelijk is volgens Ef. 5 de afspiegeling van de verhouding van Christus tot Zijn gemeente. Deze verhouding is exclusief en verdraagt geen indringing van een vreemde.
Wanneer ik een verslag over de synode lees, dat volgens prof. Rothuizen het monogame huwelijk een cultuurwinst is en de opvatting daarover als zou er verder geen ruimte zijn ontmythologiseerd moet worden, dan is het duidelijk, dat Rothuizen op het punt van het monogame huwelijk al op een ander spoor terecht is gekomen. Op dat standpunt is het ook begrijpelijk, dat men de beslissing over KID maar aan het geweten van de betrokkene wil overlaten.
Ik meen, dat de Schrift over het monogame als het door God gewilde huwelijk duidelijk genoeg is.
Maar breekt KID nu deze huwelijksgemeenschap?
In strikt juridische zin kan bij KID niet van overspel gesproken worden. Bij overspel wordt gedacht aan volledige vleselijke gemeenschap.
De physieke gemeenschap ontbreekt hier juist geheel.
Ook wanneer we letten op de eigenlijke betekenis van het woord overspel, moet de vraag of KID overspel is, ontkennend worden beantwoord.
Het woord overspel bestaat uit "over" in de zin van meer dan behoorlijk en "spelen" in de zin van vleselijke gemeenschap hebben.
Het valt niet te ontkennen, dat bij KID dat spelelement ontbreekt.
Toch meen ik, dat hier in ethische zin wel sprake is van echtbreuk, omdat hier de totaliteit van de exclusieve huwelijksgemeenschap wordt geschonden. In lichamelijke zin vindt er nl. indirecte gemeenschap plaats, De algehele blijvende levensgemeenschap tussen man en vrouw wordt verbroken. Voortplanting is niet het eigenlijke doel van het huwelijk, maar het huwelijk als tweeëenheid van man en vrouw is toch wel bestemd uit te groeien tot de drieêenheid van vader, moeder en kind (Brillenburg Wirth), Al wordt uiteraard in de Schrift niet over KID gesproken, deze gaat toch wel in tegen de diepste beginselen van wat de Bijbel over het huwelijk zegt. 1 Kor. 7 zegt, dat in het huwelijk man en vrouw zo tot één vlees geworden zijn, dat bij, beide over zelfbeschikking over hun eigen lichaam geen sprake meer is. Hierop maakt de KID een ontoelaatbare inbreuk Evenmin als de man het recht heeft zijn vrouw buitenechtelijk huwelijksverkeer toe te staan, zo min heeft hij het recht het lidhaam van zijn vrouw af te staan tot bevruchting in een weg, die Indruist tegen de aard van het door God verordende huwelijk Het huwelijk is een levensgemeenschap van twee mensen, die als hun huwelijk met een kind wordt gezegend, in hun nageslacht de gestalte van hun saamverbondenheid magen vinden. Een kind- is nimmer los te denken uit de huwelijksverbondenheid.
Terecht stelde mevr. Diemer-Lindeboom, dat het kind van een andere man dan eigen echtgenoot in dat huwelijk ·een "Fremdkörper" is.
De integrale eenheid van het huwelijk krijgt een breuk, zodat hier sprake is van echtbreuk sui generis die niet is te vergelijken met de bekende vormen van echtbreuk. De conclusie moet zijn, dat KID een moderne vorm van echtbreuk is, die de exclusiviteit van het huwelijk aantast.
De verantwoordelijkheid van de vader
Ook de verantwoordelijkheid van de vader lijdt bij KID schipbreuk.
Men kan dat niet afdoen met het argument, dat de biologische vader heeft plaats gemaakt voor de liefdevolle verzorging van de man, die vader genoemd wordt.
Die biologische vader zou niet zo belangrijk zijn.
Een merkwaardige misvatting.
Hoe belangrijk die biologische vader is, blijkt alleen al uit het feit, dat hij strikt anoniem moet blijven. Door de donor geheim te houden erkent men al de grote betekenis van de ontmoeting van het kind met zijn biologische vader.
Een dergelijke onderwaardering van de lichamelijke afstamming lijkt me meer heidens dan bijbels.
Belangrijker nog is de verbondsrelatie, die de Schrift ons leert.
Terecht wees mevr. Bremmer erop, dat in een studie van gelovigen voor de gemeente niet nagelaten mag worden er de aandacht op te vestigen, dat God Zijn belofte geeft aan de gelovigen en hun zaad.
Hoe groot is de verantwoordelijkheid van een christen, als hij zaad afstaat voor het verwekken van kinderen, die in ongelovige gezinnen zullen moeten opgroeien.
De vader naar het vlees heeft geen enkele relatie meer met zijn kind en toch is hij voor God verantwoordelijk voor de opvoeding van zijn kind.
Ik kan niet begrijpen, hoe men K.I.D. te rijmen acht met de beloften en eisen, die het verbond van God geeft.
De positie van het kind
En dan de positie van het kind.
Men ga hier niet vergelijken met adoptie. Bij adoptie staat het belang van het kind voorop.
Deze komt slechts tot stand, indien zij in het kennelijk belang van het reeds bestaande en door zijn eigen ouders geoonlijk niet gewenste kind is. Het belang van de adoptiefouders komt pas op de tweede plaats. Bovendien stelt men hij" adoptie de eis, dat het kind over zijn afstamming wordt ingelicht. Bij K.I.D. blijft deze inlichting om voor de hand liggende reden achterwege Bij de K.I.D. staat het belang van het kind juist niet voorop.
De aanbeveling in het rapport van de geref. synode, dat bij toepassing K.I.D. het belang van het kind centraal dient te staan is rijkelijk naïef. Aan het kind wordt zijn vader, die ook voor God voor hem verantwoordelijk is, onthouden.
Ten aanzien van zijn werkelijke afstamming wordt hij bedrogen.
Tegenover het kind wordt onrecht gepleegd.
Slotbeschouwing Door ds Boer was voorgesteld, dat de synode zou uitspreken, dat de K.I.D. bij het licht der Schrift een niet geoorloofd middel is om het leed van het kinderloos huwelijk te lenigen.
Het valt te betreuren, dat de synode deze uitspraak niet heeft gedaan.
In feite heeft men nu voor de K.I.D. het licht op groen gezet.
Dat betekent een verdere aftakeling van het monogame huwelijk Feitelijk heeft men daarmee de kinderloze huwelijken ook niet geholpen, Veel vrouwen lijden helaas nog door het feit, dat vrouwen zonder kinderen en ongehuwde vrouwen ondergewaardeerd worden. Alsof de vrouw door niet moeder te worden haar natuurlijke bestemming zou hebben gemist. Het zou een zegen zijn, wanneer we van deze dwaze gedachte verlost zouden worden. Hier is nl. sprake van een discriminatie, die niet naar de Schrift is. Man en vrouw moeten kinderloosheid op christelijke wijze leren te verwerken en aanvaarden. Dat betekent niet, dat ze God niet vurig mogen bidden om kinderen te krijgen, Wanneer de Here echter laat zien, dat hun huwelijk kinderloos zal blijven, moeten ze niet proberen God te dwingen.
We moeten God niet proberen te helpen op de manier van Abraham.
We moeten God niet trachten een kind af te dwingen, zoals Rachel deed.
We moeten niet proberen via K.I.D. zelf een kindje te maken.
Onze eisende liefde moet worden veranderd in een niet eisende.
Door deze innerlijke vernieuwing van de geest worden man en vrouw pas echt geholpen.
Dat kan zich alleen voltrekken door de liefde, die Christus in onze harten wil uitstorten.