l'Eglise, c'est moi
1976-06-18
In zijn boekje "In de greep van het reusachtige" schrijft Dr. C. Rijnsdorp een hoofdstuk onder bovenstaande titel, waarin hij er op wijst, dat er in het leven van de christenen vaak een accentverlegging plaats vindt "van Hem, de Eerste en de Laatste, naar wat des Heren ... is." Voor velen is, vaak onbedoeld, de kerk belangrijker dan de Heer van die kerk Het lis de moeite waard enkele regels te citeren: "De belijdeniskerken. onder de indruk van de macht der zonde, ook na ontvangen genade, zoals men in mijn jonge jaren zei, zochten het minder in de heiligheid der gemeenteleden dan in de zuivere belijdenis en haar handhaving.- Jaargang 20
- nummer 25
De kerk bestaat uit onzuivere christenen, maar zij kan een zuivere belijdenis hebben, die de leer van de bijbel geordend samenvat en het kerkelijk leven reguleert.
Wanneer die confessie dan nog uitspreekt, dat zij te allen tijde onderworpen is aan de Schrift, is de zaak toch vond, zou men zeggen.
De Confessio Belgica is met martelaarsbloed bezegeld; tezamen met die kostelijke, wekelijks uitgelegde en geprezen catechismus en de althans bij name bekende Dordtse Leerregels vormt zij de Drie Formulieren van Enigheid. Is hiermee niet iets veilig gesteld? Het jongste belijdenisgeschrift is meer dan driehonderd jaar oud;
Alles heeft een pâte van eerbiedwaardigheid gekregen; de Drie Formulieren vormen het trait d’union van onderscheidene, zich gereformeerd noemende kerken, dus…
Jawel, maar deze formulieren van enigheid hebben de onenigheid niet verhinderd.
Hier stoppen we even. Om na te denken.
Want inderdaad: enigheid en onenigheid liggen blijkbaar niet zo ver van elkaar.
Rijnsdorp vervolgt:
“Een gemeenschappelijke belijdenis kan niet voorkomen dat men zich vastbijt in zijn eigen gereformeerde denominatie, alleen bij de eigen nestgeur leven kan, alleen de eigen accenten als legitiem erkent, alleen de eigen sleutelwoorden gehanteerd wil zien. De klimaatsverschillen blijken hardnekkiger dan de officiële, gemeenschappelijke belijdenis…”
In dit verband zegt Rijnsdorp dan, dat er een accentverlegging plaatsvindt. Van Christus naar de kerk.
En van de kerk naar “ik”. l’Eglise, c’est moi. De kerk, dat ben ik.
En zo hebben veel christenen vaak alleen voor zich zelf gestreden. Terwijl ze zich zelf en anderen wijsmaakten, dat het hen ging om de “enigheid”.
God wil mensen gebruiken bij Zijn werk.
Maar mensen maken daar steeds weer misbruik van.
God wil echte enigheid.
Maar mensen komen vaak niet verder dan onenigheid.
Mensen denken dat ze Gods kerk bewaren moeten.
Maar in de ogen van God zijn we – en nu citeer ik Rijnsdorp weer -
“allereerst gelijkhebbers, vadervereerders, aanbidders van rode lettertjes, stomme en dubbele e’s; groepsfanatici, gewichtigdoeners, gemakzuchtigen, bangerds, ijdeltuiten, formelisten, en daarna zijn wij dit nog eens en nog eens.”
Zullen we weer even wachten en er over denken, of e ons zelf al gevonden en herkend hebben onder deze verzameling?
Of menen we, dat wij anders zijn?
“Wij komen ook niet verder dan dit en gaan met onze vrome kerktwisten, als God het niet verhoedt, onder het alziend oog van de televisie, en het hoongelach (of de verveelde geeuw) van miljoenen kijkers te gronde. “
Me dunkt, we moeten de les eens leren.
Onze kinderen zullen er ons dankbaar voor zijn.
De formulieren van enigheid zeggen hen niet zo veel. Is het wonder?
Maar ze willen wèl geloven en belijden en getuigen.
In enigheid.
Niet in onenigheid.
Onze jongens en meisjes willen het zien aan de ouderen.
Een preek met kritiek op de verzoeningsleer van Dr Wielenga zegt hen niet zo veel.
Maar ze vinden wel fijn, als ze in de gemeente mensen ontmoeten, die verzoend zijn en vanuit die verzoening leven. Daarmee is niet gezegd dat die preek niet goed is.
Maar léven uit de verlossing is méér.
Als dát leven onder de christenen meer werkelijkheid wordt, zal de onenigheid ook wel minder worden.
En de enigheid groeien!
Zo maar.
Als een wortel uit een dorre aarde.