Appels en peren

2012-10-13
  • Jaargang 56
  • nummer 20
‘Weet u, als ik zou kunnen kiezen zou ik liever blind zijn dan doof’, zegt de vrouw tegenover mij. ‘Het lijkt me zo erg, je wordt zo afh ankelijk van andere mensen.’ Ik zucht inwendig. Waar komt dat toch vandaan, elke keer weer die vergelijking tussen doofh eid en blindheid? Want behalve dat het beide zintuiglijke beperkingen zijn, hebben doofh eid en blindheid weinig met elkaar gemeen.

Blinde mensen, ik zie ze weleens op het station, meestal met, soms zonder begeleider.
Ook ik gruwel bij het idee dat ik niet meer zomaar in mijn auto kan stappen en kan gaan en staan waar ik wil. Niet meer zomaar kunnen lezen, geen kleuren meer zien, nooit meer genieten van de snoetjes van de kinderen. Als ik kon kiezen, zou ik niet blind willen zijn.

Dove mensen zie ik ook, dagelijks. Th uis in mijn gezin, op mijn werk en als ik in de spiegel kijk. Net als blinde mensen hadden ook wij niks te kiezen. Inderdaad, geen begeleiders op het station, gewoon in je auto stappen, gaan en staan waar je wilt. Tot het moment dat iedereen begint te lachen om een grap die je niet hoorde. Tot het moment dat je op je werk belangrijke informatie mist en het contact met je collega’s zich beperkt tot een minimum. Tot het moment dat je in de kerk niet kan meedoen, omdat er voor jou een vreemde taal wordt gesproken, die alles letterlijk en fi guurlijk onverstaanbaar voor jou maakt. Dan kom je wel op eigen kracht in de kerk, dat wel. Maar Gods woord blijft gesloten en het contact blijft beperkt tot het doorgeven van het pepermuntje en de collectezak.
Het is zoals Immanuel Kant zei: ‘Blindheid scheidt een mens van de dingen, doofh eid scheidt een mens van de mensen.’ Doofh eid is niet alleen een kwestie van niet kunnen horen, het raakt de communicatie en het contact met je medemens. Het is niet goed dat de mens alleen is, lezen we in Genesis. En dat is een waarheid die juist daar zichtbaar wordt waar eenzaamheid is, in welke vorm dan ook.
Doven weten als geen ander wat het is om je alleen te voelen staan, in een wereld waar de taal jouw taal niet is en de cultuur niet jouw cultuur. Daarom zoeken ze elkaar op.
Want waar gebarentaal de voertaal is, voel jij je niet meer beperkt. Dan verdwijnt de eenzaamheid, dan heb je weer contact.

Blind zijn of doof zijn: het is echt een keuze tussen appels en peren. En je weet pas waar je voor kiest als je er eentje eet. Een appel kun je wegleggen of omruilen. Maar een beperking is niet inwisselbaar.
De vrouw kijkt mij aan en wacht. Ik zoek in mijn hart naar geduld, ik zoek naar een antwoord. Iets scherper dan ik had gewild, antwoord ik haar: ‘Het is misschien maar goed dat we niks te kiezen hebben.’ Even is het stil. ‘Ja’, zegt ze. En de stilte die volgt, is oorverdovend.

Elselie de Jong is dovenpastor van de NGK binnen het Interkerkelijk Dovenpastoraat en lid van de NGK Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief