Heimwee naar wat had kunnen zijn

2012-10-13
  • Jaargang 56
  • nummer 20
Iemand zei eens: ‘Ik had niet verwacht dat God de hoeveelheid tegenslag die een mens kan verdragen zo oneerlijk zou verdelen.’ Die uitspraak komt boven als Leen en Corrie van Dijk uit Kampen over hun leven vertellen. En tegelijk: ik had ook niet verwacht dat een mens in zo veel verdriet om gebroken dromen zo oprecht dankbaar en blij kon blijven.
Leen: ‘In Gods liefde en bevestiging voel ik mij de gelukkigste mens van deze wereld.

Leen, nu bijna zestig, maakte een zware start in zijn leven. Op de basisschool werd hij niet gekend. Onder het stigma ‘druk en onhandelbaar’ kreeg hij niet de kans om zijn gaven te ontdekken.
Opgroeiend in een gereformeerd gezin onder de rook van Rotterdam nam hij kennis van het geloof, zonder dat God voor hem dichtbij kwam.
‘Zeker, ik zong Scheepke onder Jezus’ hoede uit volle borst mee, maar persoonlijk had ik weinig met Hem’, vertelt Leen.
Conform het standenpatroon van zijn milieu ging Leen naar de lts. ‘Het was alsof ik het paradijs binnenkwam’, zegt hij, want nu werd hij gestimuleerd zijn talenten te ontwikkelen. Zijn droom om edelsmid te worden kon vanwege de te dure opleiding niet vervuld worden.
Daarvoor in de plaats ging hij als vijftienjarige aan de slag om het ambacht van timmerman te ontwikkelen.
Zijn eerste grote baas was de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij.
Maar door rugklachten ten gevolge van het syndroom van Scheuerman moest hij al snel zijn werk als scheepstimmerman inruilen voor het oersaaie werk van ‘tijdschrijver’.
In deze periode raakte Leen in de knoop met zichzelf. Communicatief vaardig als hij was, was hij benoemd tot voorzitter van de jeugdvereniging, maar God was voor hem op grotere afstand dan ooit te voren.
In deze tijd van gespletenheid, waarin Leen ging experimenteren met drugs, kwamen twee mensen in zijn leven die hem op een ander spoor hielpen. In de eerste plaats Corrie, die hem in zijn worsteling een luisterend oor gaf. ‘Zij was mijn redding’, zegt Leen. Vervolgens werd hij onder het gehoor van evangelist Lucas Goeree ook diep getroffen door de boodschap van Gods liefde voor hem hoogst persoonlijk. ‘Sindsdien ploegde er een positieve en helende kracht door mijn leven.’

Ademhalen
Vanwege zijn rugkwaal werd Leen op 20-jarige leeftijd arbeidsongeschikt verklaard. Anders dan daarvoor speelde het geloof nu echter een beslissende rol voor Leen in het zoeken van zijn weg. Leen en Corrie deelden dit samen, want net als Leen was ook Corrie in deze tijd diep geraakt door de boodschap van Gods liefde.
Haar jeugddroom was om de zending in te gaan. En zo ervoeren de twee deze arbeidsongeschiktheid niet als een tegenslag, maar als een deur van God naar een leven in dienst van zijn Evangelie. Leen schreef zich in aan de bijbelschool van ‘In de Ruimte’ te Soest.
Ook hier ontpopte Leen zich als een bovengemiddelde student. Met zijn kritische geest, die tegenstrijdigheden in het gegeven onderwijs blootlegde, maakte hij het zijn docenten vaak lastig. Daarbij bleef hij gereformeerd in zijn aanpak, en ook dat schuurde soms flink in deze evangelische omgeving.
Toch overheerst bij hem de dankbaarheid voor deze tijd. ‘Wat ik daar heb geleerd, doet mij nog altijd ademhalen.’ In 1976 rondde Leen zijn opleiding af en traden hij en Corrie in het huwelijk, vol verwachting uitkijkend naar de plek die God hun nu zou geven.
Die plek kwam er toen Leen parttime pastoraal werker kon worden bij Youth for Christ in Kampen. Hij was bovendien weer goedgekeurd en ging in de resterende tijd aan de slag als timmerman.
Leen en Corrie ervoeren Gods hand in hun leven en gaven zich meer dan 100 procent. Helaas bleek de druk op het gezin, dat nu ook met kinderen gezegend werd, te hoog. Corry kon het psychisch niet bolwerken en met de kennis van nu had in die periode de diagnose ‘postnatale depressie’ vastgesteld moeten worden. Na twee jaar legde Leen omwille van zijn gezin zijn taak bij Youth for Christ neer en werd fulltime timmerman.

Sores
Hun geloof ging door een diepe crisis.
Wat betekende Gods leiding in hun leven? Leen was zijn geloof in God niet kwijt, maar tegelijk concludeerde hij: ‘De God voor wie ik gewerkt heb, bestaat niet.’ Corrie vult aan dat zij in die tijd last hadden van dat godsbeeld waarin je als mens slechts een onnutte slaaf bent. Alles wat je goed doet, valt enkel aan God toe te rekenen, terwijl alles waarin je faalt slechts aan jezelf te wijten is. In je verlangen veel te mogen doen voor God loop je zo het risico daarin de waarde van je leven te zoeken.
Ondanks de verwarring en diepe teleurstelling bleef Leen God zoeken.
De schatten die hij mocht vinden in de tijd van de bijbelschool hielpen hem geestelijk te blijven ademen.
Want, zo citeert Leen Stanley Jones: ‘Wie overdag water heeft geput kan ook ‘s nachts de bron nog vinden.’ Tegen alles in groeide zo opnieuw het verlangen naar wat God zou geven.
Dat begon ermee dat Leen op een troebele manier ontslagen werd, waarna zij als gezin voor drie maanden een schuilplaats vonden in een evangelische zorgboerderij. Daar ontvingen ze de pastorale liefde en zorg die ze zo dringend nodig hadden.
De troostrijke boodschap die zij daar in woorden en liefdevolle zorg ontvingen, kwam hier op neer: ‘God wil bij je zijn in het gewone en ook in de prut. Je dient Hem ook door je met je sores aan Hem over te geven. God is blij met je. Punt.’ Leen vond opnieuw werk als timmerman.
En dat deed hem goed. ‘Ook al weet je dat God je niet waardeert om wat je presteert, toch is het essentieel om met zelfverdiend geld je gezin te kunnen onderhouden. Betaald werk is niet zaligmakend, en toch is werken voor je geld belangrijker dan je denkt.
Dat is ook een stuk van mijzelf dat blijft en mij ertoe aanzet het te blijven zoeken en proberen.’ Leen van Dijk, de man van de doorstart. Telkens weer.

Bitter
Maar er volgde een nieuwe klap, die doordreunt tot op de dag van vandaag.
Leen viel van de steiger en liep ernstig rugletsel op. Het was toen 1985, Leen was 32 jaar oud. Opnieuw werd hij afgekeurd.
Leen en Corry wilden ook deze ramp zien als een opening naar het nieuwe dat God hen zou geven. Een collega had Leen in de tijd dat ze nog samenwerkten praktisch elke dag begroet met de boodschap: ‘Ben je hier nu nog? Ga toch studeren!’ Werd hem door dit ongeluk nu deze kans geboden?
Leen schreef zich in voor een studie als psychologisch assistent. Weer werd echter een droom de bodem ingeslagen: de pijn, de operaties, het getob en de energie die dit vrat, maakten dat Leen zijn studie moest opgeven.
Hij belandde in een situatie waarin hij energie had voor slechts één uur per dag. Als vader van een gezin met drie opgroeiende jongens... Ze moesten zien rond te komen van een uitkering en het geld dat Corrie met haar parttime kantoorbaan verdiende. Corrie: ‘We konden net de eindjes aan elkaar knopen. Maar een mens wil er ook wel eens een strikje aan vlechten. Als dat niet eens meer kan, wordt het wel erg zwaar.’ Door de rouwverwerking om al die vervlogen perspectieven, de pijn, de beperkingen van elke dag en de financiële zorgen dreigde de moedeloosheid toe te slaan. Een bittere vraag drong zich op: ‘Wij wilden zo graag iets voor God en zijn Rijk betekenen.
God, kon U ons dan echt niet gebruiken?’ Leen vertelt van de valkuil dat je ingepakt raakt in je zorgen, je pijn, je zelfmedelijden en het gevoel niet meer nodig te zijn.

Toen ik Leen leerde kennen, zat hij op een dieptepunt, steeds meer opgesloten in de zich vernauwende cirkel van pijn en je afgeschreven voelen.
Toen Leen in zijn isolement dreigde te verdrinken, hebben we hem als gemeente ziekenzalving aangeboden, wat door Leen dankbaar aangegrepen werd. De kern van deze zalving was de smeekbede of de Here Leen onder de schaduw van de dood vandaan wilde halen en zijn talenten wilde vrijmaken voor zijn Koninkrijk en zijn gemeente.
Dat gebed werd wonderlijk verhoord.
Daags na deze samenkomst was Leen een ander mens. De rug was niet genezen, maar het was of God de pijn had afgeschermd en Hij Leen zo in staat stelde om dingen te doen die al jaren niet meer mogelijk waren. Hij werd om te beginnen weer gewoon mobiel. Maar het belangrijkste was dat de Heer hem letterlijk had aangeraakt met zijn liefde en bevestiging.
Leen: ‘Daarin voel ik mij de gelukkigste mens van deze wereld.’ Leen heeft daarna heel veel mogen betekenen, onder meer voor de jongerendiensten in Kampen. Ook heeft Leen geprobeerd om met het maken van beelden en sieraden de samenleving iets nuttigs en waardevols te bieden en daarmee geld te verdienen.
Helaas kwam ook hier maatschappelijk gezien de innig gehoopte doorbraak niet. De beperkingen bleven.
En dat blijft pijn doen.

Ziekenwagon
Als bijna-zestigers moeten Leen en Corrie de balans van hun werkzame leven opmaken. Anders dan dat het tot nu toe is gegaan, zal het niet worden.
Corrie: ‘Ik kan daar heel sip van worden. We wilden ons zo graag inzetten en we geloofden vast in Gods plan met ons leven. Wat is daarvan terechtgekomen? Tegelijk: als mij vroeger was gezegd dat ik later voor mijn zieke man zou moeten zorgen, had ik uitgeroepen dat nooit te kunnen!’ ‘En misschien was ik wel een harde christen geworden, als mij alles voor de wind was gegaan’, zegt Leen. Vanuit zijn vrede in God blijft Leen vechten tegen het gevoel overbodig te zijn en kan hij zich boos maken over een samenleving die werk steeds meer op zijn financiële betekenis afrekent.
‘Het is zo belangrijk dat we elkaar arbeid gunnen. Zouden christelijke ondernemers hierin niet een verschil moeten maken?’ In gesprek met Leen en Corrie raak ik onder de indruk van de stroom van tegenslagen in hun leven. Maar wat mij het meeste raakt, is dat ik in hun leven de woorden van Paulus over de schat in aarden vaten zo overtuigend waar zie worden. Zij komen niet in de krant met succesverhalen, maar wie hen ontmoet, ervaart hoe Gods genade in onze zwakheid mag gaan stralen.
Waar Christus aanwezig is, blijkt uitgerekend de ziekenwagon de restauratiewagen te zijn, waar nieuwe moed en krachten gedeeld worden. Ik hoop dat nog velen deze bron van leven en troost bij Leen en Corrie mogen ontdekken en gebruiken!
Leen: ‘Ons leven is met Christus geborgen in God. Dat geeft vrede, want ons leven is veilig. Maar tegelijk blijft ook telkens de vraag weer opspelen: waar is ons leven dan? Eens zullen we het zien.’

De heimwee naar wat had kunnen zijn, wordt gewekt door het vaderhuis, waar het feest op ons wacht.

Ds. Ton Vos is predikant van de NGK Assen en lid van de redactie van Opbouw.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief