Hongerend en dorstend naar gerechtigheid

2012-10-13
  • Jaargang 56
  • nummer 20
Woensdag 19 september stierf dominee Paul Kurpershoek ten gevolge van een hartstilstand die hij de zondagnacht daarvoor kreeg. Woensdag 26 september werd hij begraven in Groningen. Een in memoriam van een toegewijde predikant, een man met hart voor kwetsbare mensen en honger naar gerechtigheid.

Het heengaan van Paul kwam geheel onverwachts. De dag voor de hartstilstand had hij nog, topfit als hij was, 150 kilometer voor het goede doel gefietst. Het was hem meegevallen, zo twitterde hij.
Voor zijn vrouw Wilma, zijn (schoon)kinderen, ouders, overige familie en vrienden is Pauls overlijden een grote schok en een onbegrijpelijk verlies. En ook in de gemeente die hij diende, de Tehuisgemeente in Groningen, en in onze kerken laat hij een grote lege plaats achter.

Onderzoeksjournalist
Zelf mocht ik Paul leren kennen in 1981, toen hij aan de studie theologie in Apeldoorn begon. Ik werd zijn mentor, al had Paul die helemaal niet nodig. Hij kwam uit het gezin van een kleine zelfstandige en was het zelf ook. Het was het begin van een contact dat uitgroeide tot een vriendschapsband tussen onze beide gezinnen, die in de loop van de jaren alleen maar sterker werd.
Toen Paul theologie begon te studeren had hij de pabo al achter de rug en gaf hij les op het voortgezet onderwijs. Maar het predikantschap trok en met het vooropgezette doel om predikant te worden pakte hij heel gedisciplineerd en efficiënt de talenstudie en de studie theologie aan.
Eén van de mensen die hem hiertoe inspireerde, was ds. Wim Rietkerk.
Die was in Pauls jonge jaren predikant in Barendrecht en zijn bediening had een blijvende invloed op hem. Die werkte ook hierin door dat Paul heel sterk op de wereld buiten de kerk betrokken bleef. Toen hij nog student was, deed hij al journalistieke klussen voor de EO en dat is hij altijd blijven doen. Het werk voor de EO bood compensatie om het werk van predikant met overtuiging te kunnen blijven doen. ‘Ik denk dat ik het niet had kunnen volhouden als ik fulltime predikant zou zijn geweest’, zei hij nog niet zo lang geleden.
Het werk voor de EO bracht Paul ook heel veel. Hij kon zich als onderzoeksjournalist volop bezighouden met thema’s die zijn hart hadden: migranten, vluchtelingen, milieu, dierenwelzijn en nog veel meer.
Want hart voor kwetsbare mensen en voor deze kwetsbare schepping had Paul. Hij hongerde en dorstte naar gerechtigheid en gaf daaraan, zolang ik hem ken, samen met Wilma heel concreet vorm.
Je kunt gerust zeggen dat Paul een links hart had, maar zonder enige fiducie in de maakbaarheid van de samenleving. Hij mocht heel graag hardlopen en fietsen, maar was geen luchtfietser.
In de afscheidsdienst werden enkele zinnen uit een preek van Paul aangehaald: ‘Wij kunnen onszelf niet verlossen, wij kunnen deze wereld niet verlossen, wij moeten heel veel overlaten, alleen God kan ons verlossen.’ Dit besef weerhield Paul er niet van om gedreven te zijn, maar voorkwam dat hij verbeten werd.
Daarvoor hield hij ook te veel van het goede van Gods schepping: een biertje, een lange wandeling door het ruige Noorwegen of Schotland – liefst alleen met Wilma –, muziek, samen met de kids naar Feyenoord kijken...

Dienaar
Paul was dus het tegendeel van een predikant die helemaal opgaat in kerk en theologie. Over het instituut kerk kon hij zelfs uitgesproken sceptisch zijn. Daarin werkten ook de negatieve ervaringen door die hij tijdens de zeventiger jaren had opgedaan in het vrijgemaakte voortgezet onderwijs. Dat verhinderde hem niet een zeer toegewijde predikant te zijn, die met liefde drie gemeenten mocht dienen: Assen (1986-1994), Heemstede-Haarlem (1995-2002) en Groningen (2002-2012). In de loop van de tijd kwam hij als predikant zelfs steeds meer tot bloei.
Het beeld dat ik van zijn tijd in Assen heb, is dat Paul zich daarin vooral ontplooide als dienaar van het Woord. Met grote liefde en zorg bereidde hij de woordbediening en de diensten voor. Zelf heb ik hem in die tijd herhaaldelijk horen preken en steeds weer trof me Pauls gave om heel raak neer te zetten waar het in de tekst om te doen was en wat dat voor ons betekenen kon.
Tegelijk was de tijd in Assen niet altijd makkelijk. Paul kwam, gereserveerd en enigszins hoekig als hij van nature was, niet direct over als het type ‘invoelende dominee’. De vraag hoe invulling te geven aan het pastorale werk hield Paul – en anders Wilma wel – duchtig bezig.
Hun Assense ervaringen namen Paul en Wilma mee naar Heemstede-Haarlem. Daar ontwikkelde Paul zich verder als dienaar van het Woord, maar legde hij ook nieuwe accenten. De vormgeving van de eredienst kwam steeds nadrukkelijker in beeld. Paul zag de eredienst als een ontmoeting tussen God en zijn gemeente en in die ontmoeting mocht hij de gemeente meenemen.
Vormen van symboliek en kunst deden hun intrede in de dienst en Paul initieerde de samenkomsten in de Stille Week, samenkomsten die Haarlem-breed nog steeds gehouden worden.
Visie ontwikkelde Paul ook voor de catechese: hoe kunnen jeugdclubs en catechese elkaar verrijken en versterken? Hij schreef een heel doordachte en bruikbare basiscatechese voor 10- tot 12-jarigen, die nog steeds op internet te vinden is. En op initiatief van Paul kwam het concept van een leiderschapstrio (voorganger, pastor, jeugdwerker) tot stand, dat tot op vandaag in Heemstede functioneert.

Weer nieuwe ontwikkelingen deden zich in Groningen voor.
Eén van de mooiste was dat Paul steeds meer pastor kon zijn. Zijn gemeente wist hem te vinden. Paul genoot van dat vertrouwen en beschaamde het niet. Ook de kunst en de vraag hoe die te benutten in de eredienst bleef Paul bezighouden.
Daarin speelde mee dat Wilma een opleiding ging volgen op Minerva, de kunstacademie. Paul steunde haar hierin volop en plukte er zelf ook de vruchten van.
Een laatste ontwikkeling die ik hier wil noemen is de interkerkelijke samenwerking die in Groningen tot stand kwam en die Paul van harte stimuleerde. Een even mooie als verrassende vrucht daarvan was het initiatief om samen met de Martinikerk het missionair-diaconale werk in Groningen vorm te geven.

Voorzitter
In het landelijke verband van onze kerken was Paul met name op regionaal niveau heel betrokken. In de regio Noord-Nederland heeft hij de afgelopen jaren vele overuren gemaakt.
Hij leed eronder dat tot twee keer toe een predikant vastliep in de eigen gemeente.
Met het landelijke verband had Paul minder, tot hij in 2007 gevraagd werd om voorzitter te worden van de Commissie Toekomstig Predikantsprofiel.
Hoe geef je het predikantschap invulling in kerken die onder invloed staan van een sterk veranderende samenleving? Hier kwamen enkele thema’s bij elkaar die Paul buitengewoon boeiden: kerk, samenleving en predikantschap.
Samen met de andere commissieleden leverde hij vervolgens een zowel visionair als bruikbaar rapport, dat nog lang zijn invloed in onze kerken zal laten gelden.
Een bijzondere ontwikkeling was ook dat Paul gaandeweg wat warmere gevoelens voor de vrijgemaakte kerken kreeg. Die werden het afgelopen jaar zelfs danig versterkt door de PEP-cursus die hij met buitengewoon veel plezier in Kampen volgde. Paul raakte er steeds meer van overtuigd dat onze kerken er goed aan zouden doen met de vrijgemaakte kerken samen te gaan. Niet om zo een nieuw bolwerk te vormen – laat staan dat institutionele eenheid doel in zichzelf zou zijn – maar omdat onze kerken in zijn ogen te klein werden om nog op een verantwoorde manier zelfstandig voort te bestaan.

Rotterdammer
Nog één ding wil ik noemen. Dat doe ik met de nodige schroom, maar toch, ik denk dat het doorwerkte in de wijze waarop hij predikant was. Paul was een van nature heel nuchter persoon, die een broertje dood had aan zweverigheid, laat staan overgeestelijkheid. Dat is altijd zo gebleven. Toch maakte zijn geloofsbeleving in de loop van de jaren een duidelijk merkbare ontwikkeling door. Leven bij de bron kreeg steeds meer betekenis voor hem en zijn spiritualiteit werd daardoor dieper, inniger en warmer. Hij sprak opener over de persoonlijke omgang met God en zijn eigen geloof.
Naar mijn beleving werd Paul daardoor nog mooier, nog doorzichtiger, ook naar onze Heer en Heiland.

Toen we Paul voor het laatst spraken, vertelde hij dat hij een nieuwe keuken in zijn huis wilde plaatsen. Hij hoefde vooralsnog niet uit Groningen weg. ‘Maar als Rotterdam hem zou beroepen…’ Paul was Rotterdammer in hart en nieren. Hij had er werkelijk verdriet van dat het oude stadscentrum tijdens de Tweede Wereldoorlog was verwoest.
Voor Rotterdam had hij in de toekomst graag nog iets willen betekenen. Zo ver is het niet gekomen.
Voor Paul ligt nu een andere, alles hier op aarde overtreffende toekomst in het verschiet.
Wij vinden hoop en houvast bij het woord van onze Heiland: ‘Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.’ Wij missen Paul en zien temeer uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.

Lieve Wilma en kinderen, mag steeds het gebed verhoord worden dat jullie zongen tijdens het waken:

Als alles duister is,
ontsteek dan een lichtend vuur
dat nooit meer dooft.

Drs. Jan Mudde is predikant van de Wilhelminakerk in Haarlem.

Beide benen op de grond.
Eén in de kerk, het andere in de wereld.

Benen lopen, een marathon, op weg naar Gods toekomst.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief