MACHT VAN DEMONEN

1978-07-28
  • Jaargang 22
  • nummer 28

(Soemba-Borneo 138) Jarenlang is het Evangelie op Soemba gepredikt. De vruchten ervan zijn er, zichtbaar in het leven van velen.
Maar van een rijke, overvloedige oogst is geen sprake. Hoe zou dat komen?
Als je met zo'n vraag rondloopt, bemerk je al gauw dat je niet met één antwoord klaar komt. Er zijn vele mogelijkheden. De echte kenners van het Soembanese leven kunnen daarover beslist veel meer zeggen, dan wij, die enkel leven van informatie "uit de tweede hand".

De blijde boodschap van verlossing, die er is in onze Heer Jezus Christus valt op Soemba voor een groot deel op steenachtige plaatsen. De Soembanees heeft nl. zijn eigen goden, zijn eigen religie. Van eeuwen her leeft hij daarmee en hij hoort erover van zijn ouders en grootouders. In alles rondom hem, ook in hemzelf zijn krachten aanwezig, waarmee hij rekening moet houden. Voor een deel zijn dit geesten van voorouders - de marapoe - die bij tijd en wijle uit het dodenland komen en in het dagelijkse leven meespelen. Willen ze je goed doen, dan krijg je een voorspoedige oogst of het gaat je in je familieleven goed. Je beesten worden niet geroofd en je krijgt op de markt een goede prijs voor wat je daar verkopen wilt.
Maar als die geesten kwaad in de zin hebben, berg je dan maar. Dan lukt de bouw van een huis je niet, ofwel je vrouw sterft plotseling. En ga dan maar niet op reis naar een andere kampong, want er kan je van alles en nog wat overkomen.
En dan hebben we het nog niet eens gehad over die verre voorouders, die op Soemba aankwamen, het eiland voor zich inrichtten en als een soort halfgoden hun krachten deden gel den en nog steeds van dat soort invloeden kunnen uitoefenen.
Maar hoe kan je nu weten, wat je staat te wachten? Hoe kom je er achter, of je - zogezegd - de wind mee of tegen zult hebben? Moet je in onzekerheid leven? Want als je niet weet, wat te doen, dan komt er een grote verlamming over het samenleven.
Dan is er geen energie om iets aan te vatten. Waarom zou je je vandaag inspannen als je mogelijk morgen de marapoe tégen je krijgt?
Nu leeft niet ieder elke dag met zulke vragen. Maar in het samenleven van de families en binnen de kampongs steken ze toch gedurig de kop op. En ze worden levendig gehouden.
Oudtijds, toen Soemba nog een voor buitenstaanders gesloten samenleving had, was de leiding van de stammen, gesteund door oude, wijze mannen, het apparaat dat de dienst uitmaakte. Die ouden van dagen stelden als een soort priesters leefregels vast voor zaaien en oogsten, voor trouwen en voor roofexpedities. En de conflicten tussen de stammen waren vele. Angst lag over die hele samenleving: angst voor de marapoe, angst ook voor elkaar. Op bezit werd geen acht geslagen, op mensenlevens evenmin. De adat, de vastgestelde leefregels, dááraan moest ieder onderworpen zijn. Vandaar de grote betekenis van pijl, boog en speer. Want het was wèl zo, dat naarmate je je eigen kracht beter kon ontwikkelen, de marapoe je ook beter gezind was!
En verder: telkens maar weer offers, grote en kleinere om die geestenwereld tevreden te stellen. In het verleden zelfs tot aan mensenoffers toe.
En vandaag komen die ook nog naar voren, zij het niet door dóden van mensen; wèl worden ze opgeofferd, bijv. in het uithuwelijken van meisjes, die dan ná een of twee jaar "opgeborgen"
zijn in het huis van haar "bezitters" en daar geen enkele uitweg meer hebben.
Die tyrannie van de marapoe, van de adat, woekert als onkruid voort op de akker van Soemba, En het zaad van het evangelie gaat - zo lijkt het - daaraan ten onder.
Deze korte schets geeft aan, wat ons in de Schriften tegenkomt als de macht van de wereldgeesten (Col. 2 : 20). God heeft de mensheid, die van Hem afwijkt, dááraan overgegeven (Rom. 1).
Maar tegelijk doet Hij Zijn evangelie, de blijde boodschap van verlossing en bevrijding uitgaan. De macht van de demonen, van de wereld-
geesten wil Hij door de kracht van Zijn Heilige Geest breken, stuk maken. Hij is daarmee bezig, de eeuwen door. Oók op Soemba. Hij is bezig. Gelukkig, want bij Hem is macht. En onze steun aan de Soembanese broederschap zij dáárop gericht, dat we Hem aanhoudend vragen: toon Uw macht, verstoor de werken van Satan, van de demonen en doe Uw rijk komen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief