KETTERS

1978-08-11
  • Jaargang 22
  • nummer 29
Ketters - wat zijn dat eigenlijk? Zijn het heidenen? Barbaren? Goddelozen?
Verleiders? Mensen met een molensteen aan de hals?

Ja, dat alles kunnen ze zijn; maar ze hoeven het helemaal niet te zijn. Op dat punt staan ze eigenlijk gelijk met alle christenen: beide kunnen erg gemene dingen doen, erg gevaarlijke meningen verkondigen, anderen op een verkeerde weg brengen. Het feit dat iemand christen is maakt hem niet zondeloos. Het feit dat iemand een ketterij verkoopt maakt hem niet verdoemelijk. Wie erg gemene dingen doet of erg gevaarlijke meningen verkondigt doet dat waarschijnlijk meer "naar zijn oude mens" dan uit het geloof; maar misschien is hij te goeder trouw.

Een ketter - zegt Van Dale - is iemand die, als lid van een religieuze gemeenschap, gevoelens voorstaat en eventueel leert, die afwijken van de als rechtzinnig erkende leer van die gemeenschap. Als voorbeeld noemt hij: Arianen, Nestorianen en Calvinisten zijn ketters. Volgens de Roomse Kerk is iedere protestant een ketter. (Tussen haakjes: in de kunst en in de wetenschap is ieder, die van algemeen gehuldigde begrippen afwijkt, een ketter.)

Dat afwijken van algemeen erkende normen. Daar is al wat bloed voor gevloeid. Wij kennen het woord ketterbeul. Dat is de wrede vervolger van ketters. Dat kan ook zijn de scherprechter, die lijfstraffen voltrekt aan mensen, die wegens ketterij zijn veroordeeld.

Wij kennen ook het woord kettergericht. Een kettergericht is de geloofsrechtbank, de inquisitie, die gericht houdt over ketters. Herinnert u zich het woord autodafé, de voltrekking van vonnissen over Spaanse en Portugese ketters? Weet u, om maar iets te noemen, dat de Spaanse psalmberijming uit de zestiende eeuw slechts één druk beleefde, die praktisch niet meer te vinden is? Dat kwam van de autodafé's. Weet u dat Canin van Dordrecht ter dood gebracht is, vanwege het drukken van de oudste Nederlandse gereformeerden-bijbel? Dat kwam van het kettergericht. Weet u nog dat Dirk Ariënszoon Vos, de dichter van het "oproerig rondeel" "Slaet op de trommele", vanwege dit geuzenlied op de brandstapel terechtgesteld is? Hij week af van de algemeen als rechtzinnig erkende leer. Hebt u Muus Jacobse's ontroerende boekje "Het Offer des Heren" wel eens gelezen: met gedichten over het dodelijk lijden van zijn voorouders om Christus' wil? Weet u nog meer gevallen van mensen, die om hun afwijkende leer zijn vervolgd, gegeseld (hetzij met de zweep of met woorden), dan wel terechtgesteld? Herinnert u zich niet iemand, die eerst anderen wegens ketterij heeft gevangen genomen en gegeseld - maar die later zelf, om dezelfde ketterij, drie maal gegeseld is, een maal gestenigd, drie maal schipbreuk heeft geleden, een dag en een nacht "in de diepte" heeft doorgebracht, diverse malen gevangen heeft gezeten, dagelijks onder spanning en bedreiging leefde en alle ontberingen heeft ondergaan, die een mens kan overleven?

Ja, nu weet u dat alles weer. En nu ziet u, dat een ketter niet altijd des doods schuldig hoeft te zijn: alleen vanwege het feit dat hij afwijkt van de algemeen als rechtzinnig erkende leer van zijn gemeenschap. En misschien voelt u ook al, dat het niet aangaat iemand onder druk te zetten, wanneer hij van algemeen gehuldigde begrippen afwijkt. Hij kan het namelijk mis hebben - en dan jammer. Hij kan het ook goed hebben - en dan kunt u beter luisteren.

Wij nemen gemakkelijk het woord "ketterij" in de mond. Daarmee is dan naam gegeven aan de verdenking, dat de algemeen als rechtzinnig gehuldigde leer op de tocht staat. Ketterij is geacht een der gevaarlijkste dingen te zijn, die een definitief geworden denkwereld kunnen aantasten. In een gemeenschap waarin de gedachten nog voorlopig zijn, waarin nog bijgestuurd, gecorrigeerd, verbeterd mag worden, zou het woord ketterij onbestaanbaar zijn. Maar in een gemeenschap, die zich aan een voltooid deelwoord heeft vastgeklonken, moet elke poging tot discussie over vaststaande en aanvaarde dingen de kop worden ingedrukt. Vroeger ging dat met banden en pijnbank. Vandaag met de machten van déze eeuw, bijvoorbeeld de macht van de sterkste, de meerderheid.

Een geachte lezer van ons blad schreef, dat hij zich stootte aan een zin in een van mijn vorige artikelen: dat een gereformeerd theoloog een halve eeuw geleden overboord was gespoeld vanwege een loslippige uitspraak op de kansel. Hij is van mening, dat die theoloog genoeg gelegenheid heeft gehad om zich te bezinnen en te verklaren, zodat ik hiermee iets suggereerde dat correctie behoeft.

Die theoloog, u hebt het al begrepen, was dr J. G. Geelkerken van Amsterdam.
Hij heeft gedurende een bijzondere generale synode de gelegenheid gehad, zijn loslippige volzin terug te nemen of te verklaren. Hij heeft echter niet, als Galileo Galilei, zijn vege huid gered door zijn volzin terug te nemen onder aanbieding van verontschuldigingen. Hij heeft getracht zich nader te verklaren. Men heeft elkaar echter niet gevonden. Ofwel hij was niet in staat (denkt u ook aan de pressie) zijn gedachtencomplex aannemelijk te maken. Ofwel de anderen waren niet in staat hem nader te verstaan. Het werd een kerkscheuring, een roodzwarte bladzijde in de kerkelijke kronieken. Men heeft zich van hem ontdaan, buiten de wil van zijn kerkeraad (die per saldo het hoogste aardse gezag over hem had).

Is hiermee gesuggereerd, dat dr Geelkerken geen ketterij leerde? Of dat de bewuste generale synode onrecht heeft gedaan? Geen van beide, want het ging over geen van beide. Het ging hierom: dat we ons beter kunnen openstellen voor wat God de Heere ons nader leert - dan ons vast te bijten op wat de meerderheid eenmaal als vaststaand en orthodox heeft gestempeld.

Het ging hierom: dat we niet slechts gereformeerd zullen zijn - maar dagelijks ons reformeren. Het "semper reformata" is vaak erbij ingeschoten, wanneer we de kans kregen om te groeien. Het voorbeeld van Galilei is bekend genoeg. En duidelijk genoeg. Wilt u een ander voorbeeld?

De persoon van wijlen dr Albert Schweitzer is onder ons verguisd als een modern humanistisch theoloog en filosoof, omdat hij zijn naastenliefde slechts metterdaad kon bewijzen, door zich te offeren in het klimaat van Lambarene. Was hij hiermee echter verwerpelijk? Vandaag zien we zijn levensbesteding wat duidelijker: tal van onze eigen jongeren gaan zich nu inzetten voor de verdrukte en onderontwikkelde mensheid. De "vrijzinnige, humanistische" Schweitzer maakte school. Trouwens, we zien dat hij meer deed. Hij heeft door zijn aanwijzingen van de eschatologische grondslagen van het nieuwe testament een omwenteling in de uitlegging daarvan teweeggebracht, erkent ook dr H. Ridderbos in Kok's Chr. Enc. Dat wij vandaag de evangelieën en de brieven van Paulus veel beter verstaan dan onze grootouders is het werk van Schweitzer. Hij begreep dat de zin van ons christenzijn is: offeren, lijden; en niet: heersen, het beter weten. Dat maakte hem bemind bij God en mensen.

Trouwens - er is van ketters meer te zeggen. Het woord ketter betekent van huis uit waarschijnlijk: zuiveraar. Iemand, die een raam open zet, tijdens een muffe kerkdienst. Iemand die een kwinkslag geeft op een huichelachtig moment. Een die zich tegen dodelijke verstikking van een gemeenschapsgeest verzet. Iemand die een noodkreet geeft, omdat hij ziet dat een gezelschap met een goed treinkaartje in de verkeerde trein is gestapt. Nu, zouden we zulke mensen, waarschijnlijk tesamen vormend een stuk geweten van onze gemeenschap, overboord willen spoelen? Hun dwalingen, ja.
Maar henzelf?

De Schrift wijst ons een uitnemender weg, om ketters te behandelen.
Denk aan de farizeeër Gamaliël, dezelfde die aan Saulus, later Paulus geheten, onderwijs gaf. Gamaliël zei: niet zo voortvarend, mensen. Als die nieuwe leer uit God is mag je er niet tegen optreden. En als die uit de mensen is bloedt hij vanzelf dood.

Dat zei Gamaliël in de tijd, dat Saulus een welbehagen had aan de "terechtstelling" van Stefanus. De meester in zijn wijsheid gist, de leerling in zijn waan beslist, moogt u denken.

Ja, Saulus was het spoor bijster - al moet u hem er maar niet te hard om vallen, want wie zijn we zelf eigenlijk? Later, toen hij door lijden gelouterd was, wist hij wel beter. Toen schreef hij onder de naam Paulus: als iemand op een punt anders denkt dan de "volmaakten" - God zal hem daarin wel zijn licht geven. Maar doorgaan op de ingeslagen weg.

En aan de gemeente van Saloniki scheef hij (15 : 21): dooft de Geest niet uit, veracht de profetieën niet, maar toetst alles en behoudt het goede.

Zo hebben we dus geen poging gedaan de zaak-Geelkerken op te rakelen of in revisie te brengen. Wat gebeurt is is gebeurd. Maar we hebben opnieuw getracht duidelijk te maken, dat Calvijn's ecclesia reformata gekoppeld zit aan het semper reformanda: dat we niet alleen gereformeerd mogen zijn - maar vooral: aan de doorgaande reformatie aandeel moeten nemen. Doen we dat laatste niet, of niet meer, dan moogt u dat verleden deelwoord wel houden.

De Schrift vraagt ons niet, alles wat ongewoon klinkt bij voorbaat te verwerpen.
De Schrift vraagt van ons wel, alles wat ongewoon klinkt te toetsen aan het Woord.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief