ZELFLIEFDE (2)

1978-08-18
  • Jaargang 22
  • nummer 30
In dit artikel wilde ik nadenken over zelfliefde en wat men vandaag noemt: persoonlijke groei. Dit laatste woord heb ik ontleend aan een boekje van drs Jan Livense, dat de duidelijk sprekende titel draagt: "Je rijpt je rot" en dat de ondertitel heeft: ervaringen met trainingen in persoonlijke groei.
Het is een woord dat je 5 jaar geleden nergens zou tegenkomen, maar wat vandaag 'in' is. Op scholen en universiteiten, maar vooral aan de akademies van allerlei soort die ons land sinds enige tijd kent is het nadenken en gesprek hierover in volle gang.
Zo las ik in mijn vakantietijd het levensverhaal van Anja Meulenbelt "De schaamte voorbij". In mijn haast om klaar te komen met de voorbereidingen voor de vakantie graaide ik dit boek mee van de toonbank van de boekhandel. Het lag daar aangeprezen als "éénmalige goedkope herdruk" en omdat ik als ik eenmaal ga zoeken naar een boek uren bezig ben, hakte ik de knoop snel door: iets wat éénmalig is, èn goedkoop en bovendien 'voorbij de schaamte' mag aan mijn neus niet voorbijgaan. Daar lag ik dan in mijn stoel in Zuid-Frankrijk opgescheept met Anja Meulenbelt.
Ik moet zeggen dat zij de gave heeft om met een opvallende eerlijkheid èn duidelijkheid te schrijven: het boek deed mij denken aan de romans van Simone de Beauvoir, de bekende franse schrijfster. Aan de andere kant haalt het toch niet dàt niveau omdat de openheid en eerlijkheid te vaak doorslaat naar platvloersheid en banaliteit. Wat dit laatste betreft behoort dit boek tot de kategorie "Ik, Jan Cremer".
Waarom wil ik toch over dit boek schrijven? Niet om het aan te bevelen, maar om de geest te signaleren die dit boek ademt. Met dit soort boeken worden de leerlingen van alle soorten akademies vandaag overspoeld.
De kern van dit boek raakt het ondel werp van dit artikel: zelfliefde en persoonlijke groei.
Het begint met een citaat uit "Alice in wonderland", dat ik hier in zijn geheel weergeef: "Toen voelde Alice iets heel vreemds en zij dacht er een tijdje over na voor zij wist wat het was.
Ze begon groter te worden en zij wilde eerst opstaan en de zaal uitlopen, maar toen besloot zij om te blijven waar ze was zolang ze plaats genoeg had. "Ik wou, dat je niet zo duwde", zei de Zevenslaper, die naast haar zat, "ik kan amper ademhalen" .
"Ik kan er niets aan doen", zei Alice heel deemoedig, "ik groei".
"Je hebt geen recht om hier te groeien", zei de Zevenslaper.
"Praat geen onzin", zei Alice nu heel wat flinker, "je weet heel best dat jij ook groeit". "Ja, maar ik groei in een redelijk tempo", zei de Zevenslaper "en niet op zo'n belachelijke manier". .
Alice groeit plotseling. Het overkomt haar. Ze brengt haar buurman Zevenslaper daardoor wel in verlegenheid die haar het recht om zó te groeien ontzegt.
Het levensverhaal van de schrijfster sluit hier geheel bij aan. In onbewuste staat, als kind nog, is zij in een gedwongen huwelijk gemanoevreerd, waar zij als 18-jarige + een kind moet zorgen voor een man, die alleen sex wil. Ze gaat eronder door en de bittere ervaringen in dit na korte tijd gebroken huwelijk zetten bij haar een bewustwordingsproces op gang, een bevrijdingsbeweging in het klein, die zij zelf aanduidt als "mijn eigen groei" (blz. 70). Dat groei-proces is te vergelijken met een golf waarin zij terecht gekomen is. Ze leert zich in de loop van dit proces alleen richten op wat zij zèlf fijn vindt. Alles wat zij van huis uit geleerd heeft over hoe een vrouw moet zijn, wat er niet allemaal hoort te gebeuren, hoe je je in en buiten het huwelijk behoort te gedragen, wat voor werk je moet doen - of als vrouw niet kan doen, de idee zelfs, dàt een mens moet werken, àlle zgn. conditioneringen waarmee een kind wordt "afgericht" op onze maatschappij zweert zij af. Zij zal zich voortaan geheel richten op wat zij zelf als goed aanvoelt, wat uit haar eigen innerlijk opwelt, wat voor háár fijn is. Zelfliefde ten top gevoerd.
Zo heet het in dit boek echter niet. Het heet: persoonlijke groei.
Wij staan hier bij de ineenstorting van alle burgerlijke waarden: het gezin is niet langer de beschermde kleinste cel van de samenleving: alle gevestigde normen voor omgang tussen man en vrouw zijn verdwenen: vrouwen gaan met vrouwen of met mannen al naar gelang ze zich voelen: er wordt geëxperimenteerd met nieuwe samenlevingsvormen enz.
Ik vind dat goed te begrijpen als ik lees dat Anja Meulenbelt thuis altijd met "verburgerlijkte" normen is opgegroeid. Je doet de dingen zo omdat het zó hoort - omdat anders de buren boos worden - en: wat zal de familie ervan zeggen - of: alleen als je je zo gedraagt: stropdas om, fijne kantoorbaan, lieve man met 3 kinderen ben je in de samenleving geaccepteerd etc. Als dit de sfeer wordt waarin normen worden overgedragen en levenskunst wordt geleerd is het ziek en wordt het door een fel levende intelligente vrouw als de schrijfster is overboord gegooid.
Alleen de vraag is: wat houdt zij over? Wat wordt nu de waarde waarnaar zij zich richt?
Dit boek laat zien hoe haar als enige waarde overblijft: de vrijheid om mij te gedragen naar mijn eigen gevoel!
Nergens wordt de uitspraak van A. Camus zó bewaarheid als in dit boek: "Tot nu toe leidde de mens de waarde van zijn mens-zijn af van de Schepper. Maar sinds het moment waarop hij de breuk met Hem vierde, vindt hij zich zelf overgeleverd aan het vliedende moment, de voorbij-ijlende dagen en een verspilling van gevoelsindrukken.".
Het blijkt nml. helemaal niet uit te komen dat een vrouw die zich naar haar eigen persoonlijke gevoel gedraagt gelukkig wordt: integendeel: het leidt van de ene gebroken relatie naar de andere. Dit boek is het trieste verslag van een mens die steeds weer probeert om echte relaties aan te knopen met medemensen, maar die steeds weer alléén en verloren achterblijft. Omdat persoonlijke groei haar hoofddoel en uiteindelijke maatstaf is geworden.
Die persoonlijke groei is een soort romantisch idee dat er ergens toch een zinvol persoon uit mij moet groeien, als ik mij eerlijk en konsekwent alleen maar richt naar mijn eigen innerlijke gevoel.
In dat romantisch ideaal geloof ik niet. Vrijheid is geen vrijheid als het bestaat uit struktuurloosheid.
Structuurloosheid leidt tot stuurloosheid.
Stuurloosheid doet het schip van ons 'leven op de rotsen kapot lopen.
Persoonlijke groei kan er alleen dan zijn wanneer mijn leven beantwoordt aan de structuur en de bestemming die het gekregen heeft.
De ervaringen die Anja Meulenbelt heeft opgedaan in haar leven - en alle pijn die daarbij meekwam - zouden bij haar ook de gedachte kunnen doen rijzen of zij niet ergens iets over het hoofd heeft gezien, of zij niet ergens de boot heeft gemist - of zij niet op een of andere wijze de belangrijkste waarheid van ons mens-zijn over het hoofd zag.
Die waarheid is deze dat wij ons leven pas vinden als wij het verliezen (Matth. 1: 25). Zelfliefde en persoonlijke groei versterken ons in onze neiging ons leven vast te houden en te realiseren. Zelfovergave aan Hem die ons liefheeft dwars door alles heen, leidt tot echte levensontplooiing.
De vraag waarvoor dit boek ons stelt is: hoe zullen wij ooit weer opnieuw aan mensen als Anja Meulenbelt de structuren die God aan ons mens-zijn gaf kunnen voorhouden zonder uitgescholden te worden voor "verburgerlijkt" of "wettisch"
of "conservatief" etc.?
Misschien door te laten zien in woord en daad dat deze strukturen ons in ons mens-zijn niet knechten of verminken, maar juist bevrijden.
Echte groei is pas mogelijk, als wij zoals Paulus zegt in Efeze 4 : 15 ons houden aan de Waarheid en als wij ons richten op die Ene, die mens was zoals God het wilde.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief