DE HEILIGE GEEST ALS HELPER EN TROOSTER
1978-08-25
De Geest spreekt niet uit zichzelf- Jaargang 22
- nummer 31
Opmerkelijk, dat Jezus van de komende en nu gekomen Geest gezegd heeft: Hij zal niet uit zichzélf spreken.
Wat van de Heer Jezus geldt, dat geldt ook van de Geest.
De verkondiging van het Evangelie, de prediking van het nabij gekomen Koninkrijk der hemelen, anders gezegd: de leer die Jezus bracht is ook niet een leer uit Zichzelf geweest.
De Heer Jezus is - als ik het zo eens zeggen mag - uit de school van God. Als Zoon van God was hij Gods leerling bij uitnemendheid: de enige Godgeleerde, dat is de-van-God-geleerde. Hij behoefde geen theologie te studeren. U kent de reactie van hen, die naar zijn prediking luisterden en opmerkten: Snáp je dat? Hoe bestáát het: zó geleerd en toch helemaal niet bij onze rabbi's op school geweest?
Jezus antwoordde toen zijn verbaasde toehoorders met de woorden: Mijn leer is niet van Mij, maar van Hem die Mij gezonden heeft.
Van valse profeten wordt in de bijbel gezegd, dat zij 'uit hun eigen hart' profeteerden. Zij zochten daarin hun éigen eer. Zij verhieven zich op hun eigen inzicht. Maar een ware profeet is een door God gezondene en geeft de woorden van God door.
Zo heeft Jezus als de grote profeet de leer van God betuigd.
Johannes zegt in zijn Evangelie: 'Niemand heeft ooit God gezien; de Eniggeborene van de Vader, die heeft Hem ons verklaard'.
Daarom heeft Christus ook zo scherp de Joden veroordeeld, die Hem zochten te doden, omdat Hij de waarheid sprak. 'Gij wilt Mij doden, een mens die u de waarheid gezegd heeft, welke ik van God geleerd heb. Dat heeft Abraham niet gedaan'.
Ik doe en spreek niet uit mijzelf! - zei Jezus. Ik doe de werken Gods. Ik spreek gelijk de Vader mij geleerd heeft.
Nu, zó zei de Heer Jezus óók van de Trooster, die ná Hem komen zou: 'Hij zal niet uit zichzelf spreken'. Maar al wat Hij als Geest van de Vader, dat is ook als Geest van Christus, gehoord heeft, dát zal Hij spreken.
Niemand kan ons iets van God en van zijn werken in schepping en herschepping vertellen, tenzij de Geest het hem heeft geopenbaard en voorgezegd. In dat opzicht kan men niet van een natuurlijke Godskennis spreken. De Geest zal altijd weer ons verduisterd verstand en ons verdorven hart moeten verlichten en vernieuwen, zullen we met kennis van zaken kunnen zeggen, wie de Here God is en hoe Hij van ons gediend wil wezen.
Want de Geest - zegt Paulus - onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods. En hij stelt de vraag: 'Wie toch onder de mensen weet wat in de mens is, dan de géést van de mens die in hem is? Zo weet ook niemand, wat in Gód is, dan de Géést van God'.
Daarom zijn ons door de Geest zulke heerlijke dingen geopenbaard.
Heel de van Gods Geest doorademde Schrift, al de door de heilige Geest geïnspireerde boeken van het Oude en Nieuwe Testament, het ganse rijke Evangelie van Genesis af tot Openbaring toe, is het getuigenis van de heilige Geest, het volle Woord van God, dat dient om te onderrichten in de waarheid en dwalingen te weerleggen, om de zeden te verbeteren en de mensen op te voeden tot een rechtschapen leven, zodat de man Gods voor zijn taak berekend is en toegerust voor elk goed werk.
Al kunnen wij van dat wondere schriftgeworden Woord van God, van dat mysterie van het geïnspireerd zijn der apostelen en profeten geen theoretische en allen bevredigende verklaring geven, dezelfde Geest die de bijbelschrijvers bij het teboekstellen van de heilige schriften heeft bezield en gedreven, geeft getuigenis in onze harten, dat deze geschriften van God zijn.
Wat geen oog van ons heeft gezien en wat geen oor van ons heeft gehoord en wat wij uit en van onszelf onmogelijk kunnen weten, ook niet volgens wetenschappelijke methoden kunnen onderzoeken, dát heeft God ons geopenbaard door de Geest.
En dat wil Hij ons nog stééds openbaren onder de bediening van de Geest, zo dikwijls Hij ons de Schriften opent.
Niet door mystieke ervaringen buiten Christus en buiten het Woord van God om, los van of naast en boven de Schrift, zogenaamd door onmiddelijke ingeving, maar door gelovig en aandachtig naar de bijbel te luisteren.
Ons hart open stellen in kinderlijk geloof!