OM HET U AAN TE ZEGGEN (2 )
1978-08-25
Terwijl enerzijds onze regering in het buitenland ons tot verzet en sabotage aanspoorde, werden anderzijds - door geraffineerde spionage, perverse provocatie en onwezenlijke wreedheid - de meeste goede elementen opgespoord en afgeroomd. Hun lijden moedigde de achterblijvers weliswaar aan tot voorzichtige vastberadenheid, maar óntmoedigde ook vele goedwillenden. Het Nazi-regime was professioneel in de misdaad; onze verzetsmensen waren goedwillende amateurs.- Jaargang 22
- nummer 31
Toen de schrijver Floris B. Bakels van zijn bed gelicht werd had hij een bescheiden maar eervolle staat van dienst. Hij had zijn plaatselijke confrater weerhouden van het tekenen van de geëiste verklaring. Hij had een aantal vaderlandslievende brieven in allerlei bussen gedeponeerd. Hij had zijn lidmaatschap van de Nederlandse Unie opgezegd en van zijn verantwoording een afschrift behouden. Hij had een brief aan koningin Wilhelmina naar Engeland weten te smokkelen, die doel trof en voor radio Oranje geciteerd is. Hij was in het bezit van een aantal pamfletten en meer. Bij de arrestatie werd gezegd: meneer is misschien vanavond weer thuis, toiletartikelen waren niet nodig. Maar een uur later werd zijn pijp uit zijn mond gemept en begreep hij, dat het wat langer kon duren.
Dat heeft dan ruim drie jaren geduurd. Drie eindeloze jaren van beestachtige behandeling, dwangarbeid, stokslagen, honger, koude, angst en ontmenselijking. Na de gevangenissen van Scheveningen en Utrecht naar Natzweiler, een kamp ten westen van Straatsburg in de Vogezen, met de opdracht in de nacht en nevel te verdwijnen. Tienduizenden zijn aan zijn rechterhand gevallen, tot hem is het kwaad van de dood niet gekomen; hij was in de schuilplaats van de Almachtige.
Bakels was voor deze beproevingen allerminst gebouwd. Hij heeft als jongen aan asthma en bronchitis geleden, was lang en mager, geen athletische of gespierde figuur. Zijn opvoeding had plaats gevonden in een beschermd, beschaafd milieu, dat geen enkele harding tegen ruwheden had gegeven. Wat zijn religieuze opvoeding betreft - die had hij gemist.
Zijn vader was een buiterkerkelijke christen, de bijbel werd thuis niet gelezen.
De schrijver kreeg van zijn ouders alleen een dosis naastenliefde en rechtsbesef, ook vaderlandsliefde, mee.
Maar hij kreeg wat hij behoefde, dag voor dag. Toen hij na zijn arrestatie op transport ging en in de vroege morgen langs zijn dorp Pijnacker reed, kreeg hij een eerste en ongedachte bemoediging. Hij zag "boven de verre kerktoren een brede zilveren straal licht. Er is ook een schaal, een wijde lichtende schaal, waarin ik ben, een hand die onder mij komt en mij optilt boven het leven uit, waarin alleen stilte en licht zijn. En ik verneem: vrees niet. Ik ben het".
Deze ervaring, het zien van vertroostende symbolen, het horen van bemoedigende woorden, het vinden van de juiste bijbelplaatsen en het gevoelen van vertroostende krachten, vindt u in dit boek herhaaldelijk.
Tijdens zijn verdrukking leerde hij pas de bijbel, de God van de bijbel, en Jezus Christus zijn Heiland, kennen. Om welke reden hij Gode de eer geeft van zijn overleven: bovenal dank ik God, Die mij gespaard heeft.
Ik bleef geloven dat het Zijn opdracht is geweest dit getuigenis te schrijven".
Het eerste mentale houvast voor de schrijver is geweest, dat hij zijn ervaringen wist vast te leggen in een dagboek: drieduizend papiertjes. Dat ging met levensgevaar - maar niet-schrijven was in elk geval dodelijk. Bakels is iemand, die de nare ervaringen kon analiseren, vastleggen en "van zich af schrijven". Door ze te ordenen was hij ze min of meer kwijt. Bovendien gaf het schrijven hem de mogelijkheid ook fijne herinneringen, van vroeger, op te halen, ze te herbeleven, er anderen mee te troosten en ze als tegenwicht tegen de zware ellende te gebruiken. Ten derde was schrijven dikwijls zijn methode om bij zinnen te blijven, om te blijven denken bij een door voedselgebrek vertraagd denkvermogen of bij een door ellende verdoofd brein. Dr L. de Jong, die een voorwoord meegaf, meent dat het zich-uiten, in woord, beeld of geschrift, een vorm van verwerken biedt.
De schrijver had een tweede talent, dat hem er door hielp. Hij ervoer sommige van de allerergste dingen als buiten hem omgaande. Sommige scenes waren zo schokkend, dat ze langs hem heen gingen als niet bij hem behorend, als een misverstand. Hij "pantserde" zich onbewust tegen die schokken, welke normaal dodelijk hadden moeten zijn. Het concentratiekamp-syndroom, dat vele overlevenden een snelle psychische en lichamelijke afbraak kan bezorgen zelfs nog jaren na het overleven van de gevangenschap, is naar zijn vermoeden het gevolg van, dat ze te veel ervaren hebben, te ver over de grens zijn geweest, en dat hun beschermingsmechanisme (bewustzijn verliezen, sterven) niet tijdig heeft gewerkt.
De schrijver heeft overigens een zeer begaafde pen. Zijn overzichtelijkheid, zijn trefzekere weergave, zijn voorname en beheerste zinsbouw, zijn sobere zegging, zijn volkomen openhartigheid in geloof en twijfel - deze dingen garanderen een betrouwbaar en boeiend, een schokkend en vertroostend boek. Zelfs de uitvoering is zo, dat we geen schrijf- of zetfout hebben aangetroffen. *)
Maar afgedacht van menteliteit en techniek is het, zoals Bakels zegt, Gods genade geweest, die hem gespaard heeft om ons iets door te geven. De Heere heett zich aan Bakels leren kennen, door Woord en daad. Keer op keer kwam de schrijver aan een bijbeltje of een nieuw testamentje, dingen waarop de doodstraf stond, Keer op keer maakte de Geest hem indachtig aan Gods beloften. En de proef op de som is dit: dat hij ondanks de meedogenloze hardheid van zijn vijanden, voor hen bad, hun demonische bezetenheid herkende en met hen meeleed. Bakels heeft zijn vijanden liefgekregen.
Hij bad voor hen, die hem geweld aandeden.
In zijn laatste brief voor de executie schreef een vriend aan Bakels: "de ergste zonde van de Duitsers is dat zij ons hebben leren haten". Zelf zegt hij: "Aan het stand houden van hun geloof kunnen mensen alles doen; door hun gebeden. Een biddend mens is trouwens onoverwinnelijk. Wie door de Duitsers gegrepen, vernederd, geslagen, mishandeld, bedreigd werden, kwamen bij honderden, duizenden tot geloof. Er zijn ontelbare dagboeken, brieven, afscheidsbrieven en andere getuigenissen die daarvan blijk geven".
"Juist in het rijk van de Satan was de kans op Goddelijke openbaring het grootst. Alle voorwaarden daartoe waren in perfectie vervuld. Ik schrijf het neer na aarzeling, met een vraagteken: zijn die voorwaarden misschien in perfectie vervuld teneinde de Goddelijke openbaring een nieuwe en wel zeer grote kans te geven? Is, misschien, onze gevangenschap dan geen satanische maar juist een Goddelijke onderneming geweest?" Hij voegt er aan toe: "ik zou zeggen het was beide tegelijk. En de lezer moet mij, en nu, niet vragen hoe dat kan. En ook niet straks aan een ander. Het is namelijk niet te begrijpen voor een mens".
Elders schrijft Bakels: " ... bij de gevangenen werd de opperste onzekerheid geschapen, met opzet. Men dacht hen zo murw te krijgen. Maar in werkelijkheid was juist die onzekerheid een uiterst krachtige stimulans tot innerlijke kracht door geloof. Als alles en iedereen je ontvallen zijn. grijp je vanzelf naar de enige oer-zekerheid: Gods Aanwezigheid". "Als je beladen met een schuldgevoel, in de opperste onzekerheid verkerend, geslagen, vertrapt, vernederd, uitgescholden, gemarteld, uitgehongerd en dag en nacht met de dood bedreigd wordt ... ligt het voor de hand, dat je sterk aangesproken wordt door de woorden van troost, belofte en eeuwige zaligheid hierna, annex een zekere lichte verachting van het aardse leven, waarvan het in de
Bijbel wemelt".
Op nog een andere plaats: "Zoals het licht van de vuurtoren bij zonnig weer op zee slechts als een vonkje te zien is maar 's nachts verblindende bundels uitstraalt, tientallen mijlen ver zichtbaar, zo was ook de Almachtige, in het gewone leven een vonk, in het concentratiekamp op fenomenale wijze tegenwoordig - en dat is de eigenlijke boodschap die ik te brengen heb".
"Eens heeft een mof mij ronduit gezegd dat de Bijbel de gevangenen zuviel Widerstandskraft gibt".
In de Utrechtse gevangenis, waar het "proces" gevoerd werd, kregen de gevangenen enige vrijheden. Bakels vertelt ervan: "Als wij gerookt hadden werd er gebeden, samen, hardop. Een algemeen gebed, passend voor onze situatie. Dan het Onze Vader. Dan het Wees gegroet Maria, vol van genade ... Dit gebed werd voorgezegd door een katholiek, onveranderlijk met vele zachte g's. Wij protestanten zegden ook dit gebed hardop mee. Vaak, tenslotte, de apostolische geloofsbelijdenis".
"Dan werd het stil in de gevangenis. Het werd stil vooral bij hen die daar lagen in hun kooi, veroordeeld tot de doodstraf door de kogel omdat hun geweten hun had voorgeschreven iets tegen de bezetters te ondernemen."
"Dan kon zich een zeer grote radeloosheid meester maken van deze of gene. En dan moest er zachtjes worden getroost - zachtjes, want hier en daar werd al gesnurkt. De enige troost bestond uit bepaalde woorden die Jezus Christus heeft gezegd. Hij heeft Mij gezonden om gevangenen vrijlating te prediken. Weest niet bevreesd voor hen die wel het lichaam kunnen doden maar de ziel niet kunnen doden. Die troost was volkomen afdoende. En tenslotte gingen wij dan in gedachten eerst, onze dromen daarna, buiten de gevangenismuren. buiten álle muren, vrij als vogels, helemaal vrijgemaakt door de God Die bij de gevangenen is".
(wordt vervolgd)
*) Op één blunder na, die ... de Gereformeerde Kerken onderh. art. 31 DKO betreft - in 1942 (!) Ik zeg dat zonder vrolijkheid. Want wat geschreven is over de christelijke verdeeldheid is verschrikkelijk. Onbegrijpelijk. dat iemand ondanks deze kerkelijke strijd tot het christendom kan komen. Dat is alleen Gods kracht.