JEREMIA

1978-08-25
  • Jaargang 22
  • nummer 31
Geen hoop

Diezelfde harde boodschap moet Jeremia in hoofdstuk 34 aan Zedekia doorgeven. Dat is kort nadat het gezantschap van hoofdstuk 21 bij Zedekia is geweest. Maar inmiddels is de situatie al weer verslechterd. Van heel Juda zijn er nog maar drie steden overgebleven: Lachis, Azeka en Jeruzalem. En het beleg om die steden is nu stevig aangetrokken.
Dan moet Jeremia opnieuw tot Zedekia zeggen: reken niet op een verlossend ingrijpen van Jahweh. Hij levert Jeruzalem over in de handen van Nebukadnezar. Zelf zult ge gevangen genomen worden en in ballingschap naar Babel gevoerd worden.
Daar zult ge sterven en met een zeker eerbetoon begraven worden.
Dat is alles wat de HERE nog tot Zedekia te zeggen heeft.
Hij geeft hem geen sprankje hoop.
Van verlossing is geen sprake. En er valt geen woord van waardering voor het feit dat Zedekia bij Jahweh kwam aankloppen.
Is dat niet vreemd? Is dat niet in strijd met wat de bijbel ons van God laat zien? Daar wordt Hij toch getekend als een genadig God, die onmiddellijk klaar staat voor iedereen die bij Hem om hulp komt?
Dat is een belangrijke vraag. Bij de beantwoording ervan moeten we ons scherp realiseren, dat de bijbel niet het ongenuanceerde beeld van God tekent, dat veel mensen erop na houden.
Voor hen is God goed tot in het absurde toe. Voor hen is Hij iemand die nooit echt kwaad kan worden en die niet anders kan dan verlossen.
Nu is God inderdaad een God die helpt en verlost en zonden vergeeft.
Hij doet niets liever. Maar wanneer men Hem alleen maar nodig heeft om uit de puree te komen zonder in Hemzelf geïnteresseerd te zijn, zegt Hij op een gegeven ogenblik: nu is het mooi geweest; nu is het afgelopen.

Kwade herders

Die hardnekkige weigering was er ook bij Zedekia. Daar spreekt het begin van hoofdstuk 23 ook over. Het gaat daar over herders die de schapen van Jahweh verderven en verstrooien.
Herders is een aanduiding die in de bijbel voor koningen gebruikt wordt en voor vorsten en prinsen en regenten, kortom: voor politieke leiders.
De herders die Israël na de dood van Josia gekend had, hadden de schapen verdorven en verstrooid. Ze hadden hun schrik en angst aangejaagd en hen aan hun lot overgelaten. Ook Zedekia hoorde thuis in die reeks van kwade herders.
Dat was juist daarom zo erg, omdat het niet Zedekia's schapen waren, maar de schapen van Jahweh. Niet de herders waren de eigenaars, maar de HERE. De herders waren niet de bazen, maar de zetbazen. In plaats van Jahweh's aanwijzingen op te volgen, bedreven ze onrecht, vergoten ze onschuldig bloed en oefenden ze onderdrukking en geweld uit (Jer. 22 : 17). Want ze waren alleen maar geïnteresseerd in zichzelf en in hun eigenbelang.
Hier stuiten we weer op die onrechtvaardigheid, die de samenleving opbreekt en het leven verwoest. Niet alleen ten aanzien van Nebukadnezar had Zedekia zijn naam (gerechtigheid is Jahweh) niet waar gemaakt, maar ook ten aanzien van zijn eigen onderdanen niet. Daarom komt het oordeel (vs. 2).
Maar dat oordeel betekent niet het einde van Gods beloften. Die verdwijnen niet geruisloos onder de tafel.
Jeremia heeft al die jaren onafgebroken het oordeel aangekondigd.
Maar als het oordeel bezig is te komen, stelt hij Gods beloften aan de orde. Juist als bij de mensen begint door te dringen dat het oordeel waaraan ze nooit wilden geloven, toch werkelijkheid is, gaat Jeremia in opdracht van Jahweh zeggen: denk niet dat God zijn beloften vergeet en aan de kant gooit.

De rechtvaardige Spruit

Luister, zegt Jahweh. Ik zal de rest van mijn schapen verzamelen uit alle landen waarheen Ik ze verdreven heb.
Ik zal hun herders geven die hen echt weiden en die hun niet meer de stuipen op het lijf jagen en angstig naar alle kanten doen uiteen stuiven (vss. 3, 4).
Let wel, er staat: de REST van mijn schapen. Dat wil zeggen dat het oordeel van Jahweh wel degelijk realiteit is. Wie zou denken, dat je het oordeel van de HERE niet zo ernstig hoeft te nemen, omdat Hij ondanks aJIes zijn beloften en zijn genadewerk toch voltooit, houdt er een vreemde redenering op na. Wie een aanval van galstenen of nierstenen heeft, denkt ook niet: ik kan de pijn rustig verwaarlozen, want die verdwijnt over een poosje toch weer. Dat de pijn wel weer overgaat, maakt die nu niet minder reëel. En dat God zijn beloften niet laat vallen, maakt zijn oordeel niet minder ernstig.
Hoe ernstig dat oordeel is, blijkt wel uit het feit, dat de HERE de REST van zijn schapen zal verzamelen. Anders gezegd: een groot deel van de schapen zal in dat oordeel ondergaan.
De rest van het volk, wat er nog van dat volk is overgebleven, zal worden verzameld. Zo reëel en vreeswekkend is het oordeel van Jahweh.
Maar zo oneindig is ook zijn genade en trouw aan zijn beloften. Hij gaat weer levensherstel geven. En dan komen ook de dagen (vss. 5, 6) dat er weer iemand op de troon van David zal zitten, een rechtvaardige Spruit.
Hij is rechtvaardig. Anders gezegd: Hij beantwoordt aan de verbondscode.
In Hem wordt het beeld van Ps. 72 waar. Hij zal recht en gerechtigheid doen in het land. Onder zijn bewind is het afgelopen met onderdrukking en geweld en met het vergieten van onschuldig bloed. Hij zal dan ook terecht de naam dragen: Jahweh is onze gerechtigheid.
Daarin ligt een zinspeling op de naam van Zedekia. In Zedekia's geval was die naam een loze kreet. Maar met de komende Spruit, met Christus, ligt het anders. Hij is de ware Zedekia.
Zedekia beantwoordde niet aan de normen die de HERE voor het koningschap gesteld had. Christus doet dat wel. Hij is meer dan Zedekia.
Hij jaagt de schapen niet de stuipen op het lijf. Bij Hem zijn ze geborgen, veilig, beschermd. Bij Hem is een ongeschonden samenleving gewaarborgd en kan het leven zich ontplooien. En Hij zal ook Israël veilig doen wonen (vs. 6). Hij zal hen verzamelen uit alle landen waarheen ze verdreven waren en ze zullen op hun eigen grond wonen (vs. 8). Israël heeft nog een toekomst.
Dat is een toekomst waarin ook wij mogen delen. Want wij zijn weliswaar niet van de stal Israël. Maar wij hebben wel de stem van de rechtvaardige Herder gehoord en mogen tot zijn éne kudde behoren (Joh. 10 : 16).

JEREMIA 34 : 8·22 en 37 : 1·10

Benard

De situatie in Jeruzalem is benard.
Rondom de stad ligt het massale leger van de Babyloniërs. Geen sterveling kan de stad meer in of uit. Nebukadnezar bevindt zich niet persoonlijk voor de muren van de stad. Hij verblijft in Ribla, ten Noorden van Libanon, waar hij zijn hoofdkwartier gevestigd heeft. Het leger dat Jeruzalem belegert, wordt aangevoerd door een aantal van zijn hoge officieren.
Regelmatig vallen er babylonische pijlen binnen de muren van de stad. Een deel ervan bestaat uit brandende pijlen, zodat de bevolking voortdurend op haar hoede moet zijn voor branden.
Buiten de muren zijn de Babyloniërs in de weer met allerlei belegeringswerktuigen, zoals zware houten stormrammen, waarmee ze de poorten en de zwakke plekken in de muur proberen stuk te beuken. Vanaf de stadsmuur worden brandende takkebossen en brandend stro en kokende olie omlaag gegooid om de pogingen van de Babyloniërs te voorkomen.
Jeruzalem verkeert in de wurgende greep van het babylonische leger. Hoe lang zal de stad het kunnen uithouden?
Dat is de angstige vraag die velen bezighoudt. Men heeft de hoop nog niet opgegeven. Men verwacht de toegezegde hulp van Egypte. Het komt er nu op aan het uit te zingen, totdat het Egyptische leger komt opdagen.
Toch leeft er bij velen bezorgdheid.
Zal Egypte nog op tijd komen? Of zal die hulp te laat komen en zal het verkeerd aflopen? Die vragen kunnen hun af en toe de keel dichtknijpen.
Tenslotte hebben ze jaren achtereen de prediking van Jeremia gehoord. Hij heeft telkens weer de komst van de Babyloniërs en de ondergang en verwoesting van de stad aangekondigd. Weliswaar geloven ze dat laatste niet. Alleen al volgens hun godsdienstige gedachtenpatroon is dat onbestaanbaar. Maar toch, als ze 's nachts in het donker op wacht staan op de stadsmuur en als onbekende geluiden aan de voet van de muur en in de legerplaats van de Babyloniërs hun zenuwen op de proef stellen, bekruipen angst en vrees hun hart. Zouden we het kunnen klaren? Of toch niet?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief