Over Amnesty International en nog iets
1978-09-01
In de afgelopen tijd is er in ons blad tot twee maal toe geschreven over de organisatie Amnesty International, die opkomt voor de rechten van politieke gevangenen en gemartelden.- Jaargang 22
- nummer 32
Het eerste artikel viel deze organisatie aan, het tweede reageerde daarop verdedigend. (Zie de nrs. van 9-6 en 11-8). We willen als redactie niet de indruk wekken in dit verschil standpuntloze toeschouwer te zijn. Vandaar dit artikel.
Hoewel de schrijver van het eerste artikel, de heer J. G. van der Land, meer feitenmateriaal op tafel legt dan degenen die hem te woord staan in het tweede artikel, kan ik me toch het best verplaatsen in het standpunt van de laatsten. Ik moet dan trouwens wel direct de vinger leggen bij een zin uit hun verweer die ik nogal zwak vind: "Het is hier niet de plaats om op de beschuldigingen van de heer Van der Land gedetaiIIeerd in te gaan." De schrijvers hiervan hadden toch genoeg mankracht (17 ondertekenaars) bijeen om dat wèl te doen. Het zou hun artikel sterker gemaakt hebben dan het nu is, gesteld dat het mogelijk zou zijn alle aantijgingen van de eerste schrijver te weerleggen.
In ieder geval: de kolommen van Opbouw staan voor dergelijke bewijsvoeringen open, daar mag geen misverstand over bestaan. Wij hebben niet op beperking aangedrongen.
Waaruit bestaat nu mijn herkenning en waardering voor de verdedigers van AI? Ik deel hun gevoel van machteloosheid, dat over ons komt bij het horen en verwerken van zoveel informatie over willekeurig geweld in deze wereld. En wat is er inderdaad vaak een ontstellend gebrek aan ingetogenheid bij de dienaars van het overheidsgezag. Ik heb wel eens geschreven dat het dragen van wapens en het hebben en uitoefenen van macht een zaak van ambt is (een handelen namens anderen en ten behoeve van anderen), maar er' zijt{ tegenwoordig veel overheden en overheidsdienaars die dat ambtelijke missen en zich verstrakken in de verdediging van zichzelf en van hun systemen.
Dat zo'n mentaliteit met geweldsmiddelen is toegerust is onaanvaardbaar.
Daar komt ook niets goeds van. Het respectabele verdwijnt zo sterk in onze dagen.
Zeer terecht dus dat er een organisatie is die door informatie de waarzaamheid te dezer zake bevordert en ook actief er iets tegen onderneemt. Deze organisatie is niet christelijk, dat is waar, ze is neutraal. Maar kun je dat niet ook anders bekijken dan de heer Van der Land doet? Is het niet verheugend, dat ook niet-christenen hierover verontrust zijn? Misschien is dat wel een restant van de invloed van het evangelie, want geloof me, zonder evangelie zou er nooit een Universele Verklaring van de rechten van de mens gekomen zijn. Het humanisme is zonder het evangelie onverklaarbaar en onbestaanbaar.
Trouwens, is het ooit tegen het Rode Kruis als bezwaar ingebracht, dat 't op een humanistische leest is geschoeid? Ja maar, het Rode Kruis is a-politiek Dat is waar. Het is, zoals de verdedigers ook terecht zeggen, voor AI. ongelofelijk veel moeilijker om z'n politieke onafhankelijkheid te handhaven. Het zal door de één voor rood, door de ander voor rechts en door een derde voor kolonialistisch worden gehouden.
En niet zelden terecht. Maar is dat een reden om af te haken öf om critisch-sympathiek (de term is van Schilder) mee te blijven doen?
Ik denk wel eens, als er zich eens wat meer christenen in begaven,.
niet om zo'n organisatie te christianiseren, maar om met een gave, integere inzet aan de doelstelling te werken, zou daar ook niet een goede invloed van uit kunnen gaan?
Nu is het vaak zo dat de stoelen van dergelijke organisaties door woelige elementen bezet worden, omdat er geen anderen zijn. Maar let eens op, die woelige elementen zijp niet zelden doortrekkers, passanten, die van het een naar het ander hollen. Vergeet niet, dat christenen vanuit het evangelie de langste adem. krijgen om in stilheid en gerustheid, zonder veel tam-tam, het eigenlijke werk te doen. Ik zeg: de langste adem krijgen; ik geef de eer daarvan aan het evangelie en vraag me tegelijk af of christenen zich dat wel voldoende bewust zijn en zich die langste adem wel laten schenken. Maar soms zie je dat toch, in een schoolbestuur bijvoorbeeld, dat voor een tijd geplaagd wordt door een geest van de meest dolle vernieuwingen. En als dan de bui over is, zie je een paar mensen die de storm doorstaan hebben, laconiek verder gaan met het gewone werk. Zijn we wel laconiek genoeg?
Wat is trouwens het alternatief als we AI. afwijzen? Zijn er andere organisaties?
Wat mij betreft zijn er erg veel en komen er steeds meer.
En als er daar tussen zijn, die zich alleen met gevangen genomen christenen bemoeien, het is mij best.
Hoe meer bewustmaking, hoe beter.
Maar het lijkt mij niet juist wanneer christenen tegen elkaar gaan zeggen: Je mag alleen meewerken in een organisatie met een christelijk uitgangspunt en doelstelling.
Dat hebben we toch in de onderwijswereld ook nooit gezegd? Je mag alleen maar je krachten geven aan het christelijk onderwijs? Hoeveel christenen zijn in het neutrale onderwijs niet tot zegen geweest of zijn dat nog! En dat echt niet doordat ze hun post als een evangelisatiepost benutten. Maar door zuivere, integere inzet in overeenstemming met uitgangspunt en doelstelling van de instelling voor onderwijs waarin zij zich begaven: in de wereld en toch niet van de wereld.
Ik denk wel eens dat christenen in zulke posities op hun best zijn. Hun wordt de gelegenheid bespaard om onderling ruzie te maken. Maar met deze opmerking zal ik wel doordraven.
Ik kan niet vergeten dat ik de naam van de heer Van der Land nog een keer ben tegen gekomen in een van de laatste nummers van Opbouw.
Ik doel nu op het persbericht dat om, meldde dat er in Groningen een nieuwe reformatorische studentenvereniging in voorbereiding is.
Tot de ondertekenaars van dit bericht behoorde ook hij.
In bepaald opzicht hebben we hier met hetzelfde te doen. Ook in dit bericht namelijk staat het gevolgde, overbekende procedé in alle gewenste duidelijkheid vóór ons: een chronique scandaleuse wordt gepresenteerd en in vervolg daarop: "Gezien de hierboven beschreven situatie heeft het bestuur van ... besloten het initiatief te nemen tot oprichting .. , van een nieuwe vereniging". Laat ik er meteen bij zeggen dat ook ik schrik van de uitingen die dan ten bewijze van de afval naar voren worden gebracht.
Het is zonder meer ergerlijk en bedroevend.
Maar het rechtvaardigt het stichten van een nieuwe vereniging niet.
Want die nieuwe vereniging mag nog zo'n mooie grondslag kiezen, de feitelijke grondslag ervan bestaat uit het aanwijzen van de fouten van de verlaten vereniging. Dat blijkt bijv. hier uit, dat na de oprichting van zo'n nieuwe vereniging de oude geen enkel goed meer kan doen. Doet ze wel goed, dan moet dat Of verzwegen àf verdraaid worden tot iets kwaads. Iets goeds zou nl. de positie van de nieuwe vereniging verzwakken. En dus, in plaats dat de organisatie in dienst van de waarheid staat, komt de waarheid in dienst van de organisatie te staan. Een hartstocht voor eigen gelijk gaat alles beheersen.
We zien dit toch ook in het kerkelijke?
Ons is altijd voorgehouden dat de hervormde kerk een dubbel overgehaalde valse kerk was. Dat was in 1834 en in 1886 duidelijk genoeg bewezen. Stomme verbazing en verwarring dus toen uit deze verdorde moederschoot zoiets springlevends als het Getuigenis te voorschijn kwam. Kerken die behekst worden door hun eigen kerkelijke gelijk kunnen daar niet mee uit de voeten en falen in het geven van signalen van herkenning. Het is dezelfde waarheid waarvoor men warm loopt, maar een organisatorisch belang maakt dat dat niet uit de verf komt. Een rechtstreeks gevolg van het te zwart afschilderen van de verlaten kerkelijke organisatie.
Wij buitenverbanders maken hetzelfde mee van de zijde van de binnenverbanders. Onze zondenlijst wordt daar van dag tot dag bijgehouden en als er bij ons iets goeds is, zijn we daardoor nog des te gevaarlijker, zoals iemand uit hun kring mij eens verzekerde. Zij hebben onze fouten nodig en daarom verblijden zij zich niet in de waarheid die door Gods genade toch ook bij ons is (zie 1 Cor. 13: 6).
In de afgelopen tijd stond er in het Ned. Dagblad, (een krant die ik respecteer en graag lees zo vaak het over echt belangrijke dingen gaat, zoals politiek, litteratuur, levensbeschouwing) een bericht dat de heer W. Smouter ergens was voorgegaan in een hervormde kerkdienst.
"De heer S. is lid van de Theologische Studie Begeleidingscommissie", stond er bij. Dit is toch strontzielig als je 't van zulke berichten moet hebben om je eigen zaakje te verstevigen? Het voorbeeld staat helaas niet alleen.
Welnu, ik ben van mening dat we uit zulke dingen moeten leren. Wil men een bestaande organisatie verlaten uit bezwaar tegen bepaalde uitingen of tegen de gevolgde koers, laat men het dan bescheiden doen, zoals Jozef die Maria heimelijk wilde verlaten, "alzoo hij rechtvaardig was en haar niet wilde openbaarlijk te schande maken" (Matth. 1 : 19).
Laat men tevreden zijn met het recht tot verlating en laat men niet te gretig· een plicht tot verlating construeren, zodat ieder die denkt te moeten blijven zich wel een slechtaard moet voelen en voor een 'halve' wordt aangezien. Het sterke van de studenten-beweging Ichthus vind ik, dat ze de fouten van andere verenigingen niet nodig heeft en toch bloeit. Maar een organisatie die haar kracht zoekt in het sterk veroordelen van anderen, moet niet vreemd opkijken als er vroeg of laat zo gesproken en geschreven wordt als nu volgens het genoemde persbericht in het blad Cocktail is gebeurd.
Want ik vermoed een verband tussen het al te veroordelend verlaten of zich afscheiden enerzijds - dat overbekende hoewel niet algemene procedé, weet u wel? - èn het feit anderzijds dat in zulke nieuw ontstane organisaties zich later niet zelden ronduit ergerlijke dingen voordoen, die spotten met de feilen en falen die eerst anderen zijn aangewreven. Wie wind zaait zal storm oogsten.