Geen contact tussen de landelijke vergadering in Wezep en de generale synode van Groningen-Zuid (2)

1978-09-01
  • Jaargang 22
  • nummer 32
Hoe komt het dat er in de kerken binnen verband veel zorgen zijn over onze kerken, maar alle contact wordt vermeden? Het is, zoals we zagen, een vreemde zaak.
De vergelijking dringt zich op met artsen, gebogen over het bed van een patiënt, die vol van zorg en droefheid constateren, dat de levensgeesten vrijwel geweken zijn en die vervolgens overgaan tot de orde van de dag.
De zieken hebben de medicijnmeesters niet nodig ...
Bij herhaling is er op gewezen dat er veel meer is dat de kerken binnenen buiten verband verenigt, dan wat ze verdeelt.
Er is een geloofsverbondenheid in Christus, in de aanvaarding van het Woord van God, in het belijden op grond van dat Woord en er is nog een band van het samen doorleven van al wat zich voordeed in de jaren van de vrijmaking.
Er is nog veel dat we samen hebben, waarin we elkaar verstaan.
Hoe krijgen we dan toch zo'n soort "ijzeren-gordijn" toestand.
Het is een verdrietige zaak, want vrijgemaakte mensen spreken graag en dikwijls over de kerk en over de prediking en aangezien de laatste scheur dwars door veel gezinnen en families loopt, hoor je steeds de klacht dat er over de kerk, die ons zo nauw aan het hart ligt en over de prediking niet meer gesproken wordt.
De kerken binnen verband komen op deze wijze steeds meer in het isolement.
Het kan een tijd lang worden opgevangen door eigen scholen en organisaties, maar men vervreemdt zich steeds meer van anderen, die toch ook geloven in Gods genade in Christus en die van de strijd in de vrijgemaakte kerken nauwelijks iets begrijpen.
Terwille van de goede zaak, gaan we nog eens op zoek naar oorzaken van deze kortsluiting en zo God het geeft naar openingen.
De vraag in geding is: Hoe komt het dat het appèl op al wat we gemeenschappelijk hebben in Christus bij de kerken binnen verband niet overkomt.
Die vraag is niet nieuw.
Eén van de afgevaardigden van Noord-Holland naar de synode van Hoogeveen sprak in de discussie tot de broeders aldaar: Onze credentie-brief is Jezus Christus en die gekruist.
Dit appèl op wat christ-gelovigen het naast aan het hart ligt mocht niet baten: zij moesten daarbuiten staan.
Wie aan de apostel Paulus de actuele vraag zou stellen: Welke Christus predikt u, zou het antwoord krijgen: de Christus van het kruis.
In heel zijn prediking klinkt de boodschap van Christus volmaakt offer aan het kruis door: "Want ik had niet besloten iets onder u te weten dan Jezus Christus en die gekruisigd." 1 Kor. 2 : 2.
Waarover mensen van gereformeerd belijden ook kunnen verschillen: het kruis is de plaats waar de kinderen van God elkaar ontmoeten en herkennen.
Onze belijdenis spreekt op dit punt klare taal, Zondag 25, vr. 67: "Zijn dan beide het Woord en de sacramenten daarhenen gericht of daartoe verordend dat zij ons geloof op de offerande van Jezus Christus aan het kruis volbracht als op de enige grond onzer zaligheid wijzen?
Ja, want de Heilige Geest leert ons in het evangelie en verzekert ons door de sacramenten, dat onze volkomen zaligheid in de enige offerande van Christus staat, die voor ons aan het kruis geschied is.
De aandacht van het gelovig hart wordt dus gericht op Hem die voor ons stierf, die alles volbracht, Zijn eigendom zijn wij.
Wordt die boodschap van het kruis van Christus, van Gods loutere genade uit het centrum in de prediking en in het geestelijk leven verdrongen en komen andere "waarheden" op de voorgrond dan dreigt er gevaar.
Duidelijk zien we dat in onze dagen, wanneer het evangelie wordt verwrongen tot een boodschap van Jezus Messias de bevrijder, met alle variaties daarin.
Jezus de bevrijder verdringt dan Jezus de Heiland van zondaren, dat stadium is men voorbij, die genade is vanzelfsprekend geworden.
Welke gevolgen dit heeft voor de prediking en het geestelijk leven is overduidelijk.
Het evangelie van Gods vrije genade kan ook van ultra-orthodoxe zijde verdrogen worden.
A. A. van Ruler heeft daar destijds op gewezen in een verhandeling over leringen in ultra-gereformeerde kringen.
Dichter bij huis kunnen we in een onder ons bekende open brief lezen: "we achten het zich laten beheersen door beschouwingen over de vrijmaking religieus zeer gevaarlijk".
De zaak waar het om gaat is in deze woorden niet bepaald gelukkig uitgedrukt.
Men wilde wijzen op de schade voor het geestelijk en kerkelijk leven, wanneer dit beheerst wordt door beschouwingen over de vrijmaking.
Is er met deze waarschuwing tegen windmolens gevochten?
In verband met deze vraag, die ons bezig houdt, waarom een appèl op de gemeenschap in Christus niets uitricht bij veel broeders binnen verband wil ik wijzen op twee publicaties, die ons verder kunnen helpen om de beweegredenen van de broeders te verstaan.
In de prekenserie Waarheid en Recht verscheen op 19 maart 1955 een preek van ds Joh. Francke te Hoogeveen.
Ds J. F. is niet de eerste de beste in de kerken binnen verband; hij was de man, die op de synode van Amersfoort de vertrouwelijke instructie van de particuliere synode van Drente indienden en vervolgens voorstelde een afgevaardigde van Noord-Holland, die de Open Brief had ondertekend uit de vergadering weg te sturen.
Het betreft een preek over Psalm 126, in het thema samengevat als: "Het gebed van de vrijgemaakte kerk om de volmaking van de vrijmaking".
In een duidelijke betoogtrant noemt ds F. de verlossing van Israël uit ballingschap de vrijmaking, waarvan in de psalm gesproken wordt, ook de verlossing uit. Egypte wordt een vrijmaking genoemd, vervolgens de reformatie uit de zestiende eeuw, de Afscheiding, Doleantie en vanzelf komt de vrijmaking van 1945 onder dit gezichtspunt naar voren.
Het is allemaal vrijmaking, het woord komt meer dan honderd maal in de preek voor.
De psalm (126) kan bij elke waarachtige reformatie der kerk gezongen worden. "Want de uitleiding en vrijmaking van de kerk gaan door, elke dag, en elke week en elke maand en elk jaar en elke eeuw. Omdat de
Heere voortgaat met Zijn volk op de weg naar het eeuwig zalig leven. En omdat Hij op die weg in feite niet anders doet dan Zijn kerk vrijmaken van de zonde, van de zonde der onderdrukking en van de zonde der gebondenheid.
De ganse historie der kerk is niet anders dan de geschiedenis van Gods vrijmakende daden"."
Het zijn voor de oudere lezers onder ons bekende klanken.
Het gaat in de psalm om de lof voor Gods grote daden in de vrijmaking.
Er wordt in de preek gesproken over vrijmakingsblijdschap en vrijmakingsvreugde.
Nu weet ds F. ook van moeite en verdriet in de vrijmaking "al was het alleen maar dit, dat zo velen die ons lief waren en zijn, achterbleven in het diensthuis" .
Maar dit verdriet heeft de diepe en intense vreugde van de vrijmaking niet kunnen wegnemen.
Alleen wie de grote daden van God ziet in de vrijmaking komt tot de blijdschap, in tegenstelling tot hen die ontkennen dat de vrijmaking een grote daad van God, de laatsten gingen dan ook heen.
Bij alle reserves die je hebt, wanneer de vrijmaking zo centraal wordt gesteld in een prediking, is met wat goede wil dit alles nog wel binnen het raam van schrift en belijdenis te wringen.
In wat in de preek gezegd wordt over de Here, die Zijn volk verlost en uitleidt kunnen we denken wat in de catechismus beleden wordt van de Zoon van God, die de gemeente tot het eeuwige leven uitverkoren van het begin van de wereld tot het eind, dus in de geschiedenis, vergadert, beschermt en onderhoudt.
Die vergadering vindt plaats door de prediking van Gods daden ter verlossing, als zondaren tot geloof en bekering komen.
Duidelijk is intussen geworden dat de vreugde over het werk van de vrijmaking het verdriet over hen die achterbleven overwint.
Bedenkelijk wordt het waneer ds F: gaat spreken over “vrijmakingsgenade".
Ik laat hem eerst maar weer aan het woord: "De vrijmaking is een genade Gods door Christus. Doch de genade moet gevolgd worden door nieuwe genade, wil de vrijmakingsgenade effectief werkingsvol en vruchtbaar zijn ... Juist de genade der vrijmaking opent de gemeente de ogen voor de noodzakelijkheid der doorgaande bekering ... "
In het vervolg wordt duidelijk dat de nieuwe genade bestaat in nieuwe vrijmaking van school, van de staatkunde enz.
Ook de uitdrukking: de genade van de vrijmaking is bekend geworden.
Maar dat neemt niet weg dat wanneer dit woord valt, bij een gereformeerd mens een rood lampje gaat branden.
Wat is die vrijmakingsgenade?
Hoe staat die genade in relatie tot Gods genadig handelen in Christus.
Is Gods genade in Christus' offerande niet genoeg, moet daar nog iets bij?
Hier zijn heel wat vragen te stellen.
Want, en hier raken we het spoor dacht ik toch wel bijster: in deze preek wordt voortdurend over vrijmaking gesproken, daaraan wordt verbonden de vreugde en de genade, maar van Christus' offerande lees ik niets, zijn Naam komt in de preek nauwelijks voor.
Duidelijk kan nu worden welke geestelijke schade dreigt, wanneer Christus' offerande uit het centrum van de prediking wordt verdrongen.
Wat is geestelijke wasdom in de genade van Christus.
Wat zijn de vruchten van geloof en genade.
Daarover laat de Schrift ons niet in het onzekere.
Wie zich gewonnen heeft gegeven aan de boodschap dat wij met God verzoend zijn, toen wij nog vijanden waren; wie zijn verlorenheid heeft leren kennen bij Christus, die voor ons stierf. Wie het woord genade heeft leren spellen, weet dat zijn leven staat in het teken van de ootmoed, van de nederigheid, van de zachtmoedigheid.
De vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing lezen we in Galaten 5.
Wie zijn verlorenheid kent, wie veel vergeven is, zal billijk zijn tegenover anderen en altijd bereid tot vergeving en verzoening.
Maar wanneer in prediking en opbouw van het kerkelijk leven het accent komt te liggen op een genade in de vrijmaking; als de vrucht van de Geest zou zijn dat een mens goed vrijgemaakt is, met al wat daaraan verbonden kan worden in de strijd om de reformatie van het leven, dan dreigen er gevaren van vervorming van het geestelijk en kerkelijk leven.
Nu ga ik niet beweren dat de prediking in de kerken binnen verband zich uitsluitend richt op de genade van de vrijmaking en dat daar niet gevonden wordt de prediking van Jezus Christus en die gekruisigd. Gode zij dank is dit niet zo en wordt ook daar het evangelie in zijn centrale boodschap gebracht.
Maar even waar is dat er veel geestelijke schade is aangericht bij het onderscheid wel of niet goed vrijgemaakt; hierop kom ik aan het slot van deze artikelen terug.
Een volgend keer iets over een publikatie van Prof. J. Kamphuis.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief