Naar aanleiding van het Informatieboekje-1978

1978-09-08
  • Jaargang 22
  • nummer 33
Het kerkelijk handboekje voor 1978 is verschenen. Het is twee maal zo dik als het vorige, maar dat komt niet doordat wijzelf in aantal of activiteiten verdubbeld zouden zijn.
Dat is allemaal wel ongeveer gelijk gebleven. Het ligt gewoon aan het soort papier dat gebruikt is. Als ik eerlijk ben, vind ik het vorige papier beter, maar het zal ook wel duurder zijn.
Onder redactie van ds G. Janssen ziet alles er tot in de puntjes verzorgd uit. Onder het hoofdje 'Stichtingen en Organisaties' mis ik trouwens tot dusver, ook in vorige jaarboekjes, de Raad van Toezicht en Advies (voor de) Theologische Studiebegeleiding. Het is wel te begrijpen hoe dat komt. Voorin staat de lijst van theologische studenten en daarbij worden al enkele adressen van de begeleiders vermeld, zodat daarmee dat hoofdstuk afgedaan lijkt. Maar de genoemde raad blijft zo achterin onvermeld, terwijl daar wel de Stichting 'Nederlands Gereformeerd Seminarie' te vinden is. Dat kan verwarrend werken.
In het zorgvuldige jaaroverzicht dat alle aspecten van ons kerkelijk leven bij langs gaat, komt ook ons blad 'Opbouw' ter sprake, onder het hoofdje 'bezinning'. Ds Janssen citeert br. M. Lok, die in het nr. van 15 april 1977 aan de redactie schreef: "Wie zijn oor te luisteren legt in onze gemeenten bespeurt een groeiend gevoel van onbehagen."
"De broeders en zusters herkennen zich niet in de problematieken die door u worden aangesneden."
Nu heeft de redactie daar destijds al op geantwoord, maar als je dit bezwaar opnieuw onder ogen krijgt, kan het niet anders of het zelfonderzoek komt weer op gang.
Is het waar wat br. Lok toen schreef?

In 't algemeen heb ik altijd wel groot respect voor mensen die hun oor te luisteren kunnen leggen in onze gemeenten. Hoe doe je dat?
Meestal spreek je met mensen, met wie je 't zelf al eens bent, maar zij vormen nog niet de gemeenten, afgezien nog van het feit dat je contacten ook getalsmatig beperkt zijn.
Toch kun je het argument vaak horen: het kerkvolk wil dit niet én dat wel. Misschien is het 't verstandigst om maar gewoon te letten op 't aantal bedankjes en nieuwe abonnees om te weten te komen hoe het kerkvolk op ons blad reageert. Dan blijkt dat er niet al te veel schommelingen zijn. Te weinig in ieder geval om er conclusies uit te trekken.
Natuurlijk doe ik hiermee het bezwaar niet af. In feite interesseer ik me niet zo voor het aantal van de abonnees. En zou het achteruit vliegen door de manier waarop er in ons blad geschreven wordt, dan zou ik althans dat niet een voldoende argument vinden om 't anders te gaan doen. Over die vraag namelijk beslissen geen getallen, maar zakelijke argumenten.
Ds Janssen - die ik dank voor de zakelijke benadering van deze kwestie - schrijft: "Het zal duidelijk zijn dat er in de kerk altijd weer zaken zijn, die een broederlijk gesprek noodzakelijk maken. Dat gesprek daarover in 'Opbouw' mogelijk is, stemt tot dankbaarheid. In zoverre voert de redactie een te loven beleid. Men kan echter ook teveel nadruk leggen op het gesprek en teveel in discussie brengen, waardoor zou kunnen vergeten worden dat de kerk niet leeft van vragen, maar van zekerheden."
Teveel nadruk op het gesprek en teveel in discussie - dat is waarschuwend bedoeld. Is de waarschuwing terecht? Wat ik graag zou willen weten is waartegen het bezwaar nu eigenlijk gaat. Gaat 't tegen een teveel aan onderwerpen die besproken worden. Dat zou je kunnen denken als je br. Lok ook hoort vragen of er steeds nieuwe kwesties bij moeten komen. Toch geloof ik niet dat 't daar tegen gaat. Ik vind ook niet dat 'Opbouw' zich van andere bladen onderscheidt door een brede horizon die zoveel zaken voor de aandacht stelt. Graag zou ik de medewerking van veel meer mensen willen hebben om over meer onderwerpen dan tot dusver te schrijven. Ik denk dat 't gaat over de manier waarop verschillende kwesties behandeld worden.
Dat argumentaties vóór en tegen gelijkelijk behandeld worden, gelijke kansen krijgen, en er dus wel eens dingen onbeslist worden gelaten.

En dat vind ik nu juist zo nodig en daarom ook zo fijn in ons blad.
Natuurlijk, wanneer je de indruk zou krijgen dat er problemen gemaakt worden, wie zou zich daar niet met afschuw van afkeren?
Maar het inzicht dat er dingen zijn waarover je verschillend kunt denken, waarover je met elkaar indringend van gedachten kunt wisselen en die dan toch nog niet tot een oplossing gebracht zijn, daar moeten we zuinig op zijn en dat moet aangekweekt worden. Want dat inzicht is onder ons te weinig aanwezig.
Ds Janssen schrijft dat de kerk niet van vragen, maar van zekerheden leeft. Hij heeft gelijk. Maar Opbouw is ook geen levensmiddel van de kerk. Het heeft ook niet de taak en het gezag van de prediking, (al heb ik zelf door het publiceren één en andermaal van een preek in deze kolommen die indruk wel eens gewekt). Nee juist een blad heeft tot taak om die dingen waarover geen klaarheid of eenstemmigheid bestaat te signaleren en in alle openheid te bespreken, daarbij paden in te slaan die onder ons nog niet betreden zijn en zo de lezers met bepaalde onzekerheden voorlopig te leren leven, ze tegelijk aansporend en toerustend om hun gedachten daarover te laten gaan.
Een blad heeft in die zin haast de functie van een contra-gewicht tegenover de prediking. Het grenst de zekerheden tegen de onzekerheden af. Dat we mogen leven met zekerheden, is Gods grote genade over ons. Toch is het tegelijk ook een kunst. In die zin namelijk dat 't moeilijk is om toe te geven dat niet álles in het leven met zekerheid is uit te maken. Je denkt zo gauw dat de onzekerheden door de zekerheden verzwolgen worden en het is pijnlijk te merken dat dat niet gebeurt.
En een blad kan de nuttige functie hebben dat 't ons allemaal en ook de prediking daaraan herinnert. We weten allemaal hoe het gezag van de prediking kan inboeten, wanneer de prediker en passant allerlei onderwerpen bij de kop pakt die hij vervolgens in een handomdraai afdoet.
Mensen kunnen onder zo'n prediking in een heftige opwinding van ergernis geraken en dat naarmate ze van de aangesneden onderwerpen meer verstand hebben.
Een blad kan dan de nuttige rol vervullen alle lezers er aan te herinneren dat prediking en discussie niet hetzelfde zijn. Wel samenhangen, natuurlijk, maar niet samenvallen.
Ach, ik weet ook wel, dat 't allemaal niet zo gemakkelijk uit elkaar te houden is, als ik 't nu voorstel. Als maar het besef aanwezig is dat ook voor christenen die leven bij de zekerheden van Gods Woord, toch niet álles zeker is.
Heus, dat besef zal het gezag van wat wèl zeker is niet afbreken maar veeleer bevestigen.

De kerk leeft niet van vragen, ik weet het. Maar ze leeft ook niet bij het inslikken of het oppervlakkig .
afdoen van vragen. En dat is in het verleden te vaak gebeurd. Toen ik redacteur werd heb ik me voorgenomen voor mijn deel wat te gaan doen aan de achterstand op dit punt. Ik dacht dat de sfeer er onder ons naar was. Maar als ik me niet vergis is dat op 't ogenblik snel aan het veranderen. Daarbij denk ik aan niemand in 't bijzonder. Ik heb twee namen genoemd in dit artikel, maar ik wil niet dat ze hiermee in verband worden gebracht.
Wat ik bedoel zit in de lucht.
Ik proef onder ons een vrees voor het oordeel van de binnenverbanders, waardoor de openingen van de vrije discussie die er in het begin waren, dicht slibben. Terwijl wij met onze discussies - daarvan ben ik vast overtuigd - onze binnenverbandse broeders en zusters (en trouwens ook anderen) helpen. Dat blijkt nu niet, maar dat zal blijken.
Als ik zie hoe loodzwaar er onder hen gediscussiëerd wordt over zoiets futiels als het actieve stemrecht voor de zusters, dan denk ik: wat gaan we nog beleven als de reactie daarop loskomt? Nee, ik suggereer niet dat wij dan mooi kunnen fungeren als opvang-kerken, want dat soort eendenkooi-politiek verfoei ik. Maar ik bedoel dat ze mogelijk iets van ons kunnen gebruiken, als ze hun leiding geestelijk moeten bijstellen. Uiteindelijk zullen wij hun vertrouwen herwinnen. Niet, als we hen met een kwaad geweten op enige afstand volgen in hun schijnzekerheden, maar als we gewetensvol het talent ontwikkelen dat ons is toevertrouwd: een zekere feeling vanuit een hartelijke binding aan Jezus Christus en zijn evangelie, voor wat hoofd- en bijzaken zijn, voor wat zeker en voor wat onzeker is, voor wat bediscussiëerbaar is en wat buiten discussie staat. Noodzakelijk hiervoor is dat wij onze plaats en taak als buitenverbandse kerken zien en krachtig beamen, inclusief de schaduwzijde daarvan, dat we als gemeenten afzonderlijk niet in alles één lijn trekken. Dat lijkt onze zwakheid en in bepaald opzicht is het dat ook. Ik ga echt niet demagogisch brallen dat 't juist onze kracht is. Maar die verscheidenheid doet wel recht aan de werkelijkheid van het leven en aan de beperktheid van ons inzicht, meer dan een kunstmatige, opgelegde eenvormigheid.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief