Kernenergie en beleid (2 - slot)

1978-09-08
  • Jaargang 22
  • nummer 33
In een vorig artikel hebben we gezien, dat de moderne techniek demonische trekken begint te vertonen die een bedreiging voor het leven vormen.
Het ligt voor de hand dat de politiek zich in versterkte mate met deze ontwikkeling van de techniek gaat bezighouden. De intrinsieke en mogelijke gevaren eisen vergaande wettelijke maatregelen.
Voor het verschijnsel van de moderne techniek als geheel, maar in het bijzonder voor de kernenergie geldt, dat zij gepaard gaat met een versterking van de politieke macht. Dat is bovendien erg nodig om mogelijk sabotage en terreur vanwege de grote gevaren te voorkomen. Vanwege de hoge kosten van de nodige samenwerking bij de ontwikkeling van geavanceerde technieken krijgt de overheid in de ontwikkeling van de moderne techniek steeds meer een beslissende stem.

Wanneer men niet voldoende op zijn hoede is, gaat de weg van de democratie via de toenemende invloed op en bescherming van de moderne technische ontwikkeling over de weg naar de politieke dictatuur. Dat men zich bij levering van verrijkt uranium aan Brazilië niet alleen vanwege de mogelijke uitbreiding van kernwapens, maar ook vanwege de versterking van de daar reeds bestaande dictatuur zorgen maakt, ligt voor de hand.
Een politieke dictatuur komt door de bouw van kerncentrales en door de daarmee gepaard gaande politieke controle vaster in het zadel te zitten.
Het voorgaande betekent dat de moderne techniek niet alleen negatieve gevolgen heeft, maar dat ook de ermee gepaard gaande politieke ontwikkeling gemakkelijk - misschien moeten we wel zeggen: bijna noodzakelijk - de dictatuur in zich bergt. Ook deze politieke ontwikkeling roept weer verzet op. Als dat verzet uit dezelfde geestelijke wortel voortkomt, kan daardoor het revolutionair potentieel in de maatschappij toenemen.
Een alarmerende conclusie dringt zich op: wanneer de technische ontwikkeling meer onder invloed komt te staan van onchristelijke of zelfs antichristelijke motieven, wordt het monsterachtige van die technische ontwikkeling versterkt. Bovendien ligt in de politiek dan de weg open naar een technocratische dictatuur met een concentratie van macht die wereldomspannende afmetingen kan krijgen. Deze technocratische dictatuur is naar haar wezen nihilistisch van aard; het is het nihilisme dat elke mogelijke technische ontwikkeling zal willen bevorderen en dat alle nadelige gevolgen en gevaren daarvan met sterke hand zal willen beheersen.
Daarbij zal de vrijheid van de mens het moeten ontgelden. De massa zal zich dat met de belofte van groeiende materiële welvaart laten welgevallen, maa~ zij die op een revolutionaire wijze de vrijheid willen garanderen, zullen met schromen eventueel met de verschrikkelijkste technieken de technocraten omver te werpen. Zij roepen het nihilisme van de revolutionaire wanorde op.
Indien deze twee uiterste vormen van het nihilisme toenemen - en dat gebeurt indien er geen religieuze ommekeer komt - dan wordt de welvaartsstaat van binnenuit en van buitenaf steeds sterker bedreigd. De spanning in de cultuur zal onder invloed van geseculariseerde motieven in omvang en intensiteit toenemen. En binnen dat krachtenveld zal de ontwikkeling van kernenergie de spanning alleen maar vergroten.

Uitzicht

Gelukkig zijn er in onze cultuur nog wel tegenkrachten aanwezig, die de spanningsvolle ontwikkeling in evenwicht zullen proberen te houden.
Daartoe dient bijvoorbeeld ook de invloed van christenen in de sectoren van wetenschap, techniek, politiek en economie. Vanzelfsprekend zal men zelfs moeten proberen de demonische spanning in de cultuur te laten afnemen.
Maar is die uitweg er dan?
Die is er alleen, als we wetenschap en techniek als zodanig niet voor de schuldigen houden. De bron van de geschetste ontsporingen zullen wij moeten zoeken bij de mens. Voor een perspectief met zin is een andere geestesgesteldheid nodig. Daarbij zal ingezien moeten worden dat de mens niet de maat van alle dingen mag zijn, maar dat hij zich in zijn cultuurwerk gedragen en geleid moet weten door God, die hem het leven en de mondigheid als een geschenk in verantwoordelijkheid opdraagt. In wetenschap en techniek mag de mens zich niet laten leiden door motieven die uit hemzelf voortkomen en op hemzelf gericht zijn, maar moet hij zich laten leiden door motieven die hem zijn toebedeeld en die van hemzelf afwijzen; hij behoort in wetenschap en techniek het Koninkrijk van God te zoeken.
Maar valt een dergelijke geestelijke bekering te verwachten? Wanneer wij letten op de feiten, moeten wij het tegendeel constateren. Ook al hebben feiten niet het laatste woord, toch zullen wij er terdege rekening mee hebben te houden. Het kan geen kwaad dat christenen maar eens hardop tegen elkaar zeggen, dat onze cultuur op weg is volstrekt anti-christelijk, dat is wetteloos te worden. In zo'n cultuur kunnen gevaarlijke technieken
niet alleen tot fysiek en politiek geweld worden, maar kan het zijn dat de Invloed van christelijke motieven bijna volledig wordt uitgesloten.
Toch is daarmee niet alles gezegd. Zelfs de meest nihilistische ontwikkeling is alleen mogelijk als een parasiet op de schepping waarvan de zin het Koninkrijk van God is. Afvallige cultuurmotieven en een ontspoorde cultuur rusten niet in zichzelf, zij hebben niet het laatste woord. Bovendien is, zo zagen we al eerder, een van God vervreemde cultuur een innerlijk gespleten cultuur. De innerlijke gespletenheid is in zoverre positief te waarderen, dat er altijd aanknopingspunten zullen blijven voor het ontwikkelen van zinvolle initiatieven. Het demonische is immers niet absoluut.

Daarom ook kunnen we in onze cultuur met recht dankbaar zijn voor het vele goede dat er nog te ontvangen valt. De macht van de zonde en het kwaad wordt nooit totaal. Daarom is er ook geen plaats - hoe zorgwekkend de ontwikkeling van de cultuur ook kan worden - voor fatalisme, evenmin als voor een optimisme. De zonde en het kwaad kunnen zulke onmetelijke vormen aannemen, dat het ene gericht het andere schijnt te volgen. Te midden van apocalyptische tonelen blijft het mogelijk dat christenen samen met anderen - juist vanwege de nood! - maatregelen kunnen voorstellen die mogelijk een verlichting van dreigingen kunnen betekenen.

Wat kunnen we doen?

Uit het voorgaande bleek dat onze cultuur zeer dynamisch en labiel is.
Maatregelen die de dynamiek afremmen, ruimte voor bezinning geven en een meer stabiele ontwikkeling inleiden, zouden moeten worden toegejuicht.
Allereerst moet er een wijs en voorzichtig omgaan met de natuur komen ..
Versobering, een halt toeroepen aan de materialistische consumptiementaliteit, pleiten voor meer rust voor mens en natuur en aandacht voor een normatieve ontwikkeling van de moderne techniek in samenhang met wetenschap, economie en politiek, dit alles moet positief worden gewaardeerd en verdient onze steun. Ten aanzien van het energievraagstuk betekent dit nadruk leggen op energiebesparing. Bij die besparing zal vooral ook de groeiende belasting van natuur en milieu moeten worden verminderd.
Vanuit het bijbels gezichtspunt, dat niet alleen de mens, maar de hele schepping periodieke tijden van rust nodig heeft om te recreëren, zullen concrete maatregelen bevorderd moeten worden om gedurende bepaalde tijd het autoverkeer aan banden te leggen. Met de nodige uitzonderingen is een autoloze zondag nog altijd daartoe het meest aangewezen.
Naast besparing van energie zullen initiatieven om alternatieve energiebronnen te ontwikkelen krachtig moeten worden bevorderd. Dat kan zonne-energie zijn, maar ook windenergie en energie ontleend aan de warmte van het binnenste van de aarde. Deze energie maakt de cultuur minder afhankelijk van één bepaald soort energie en daarom ook meer stabiel.
De vraag blijft over wat er met de kernenergie moet gebeuren. In onze visie daarop gaan wij ervan uit dat wij onafhankelijk van de ontwikkeling van kernenergie toch al de beschikking hebben over kernwapens. Vermeerdering daarvan voorkomen is vooral een eis van politieke gerechtigheid die via internationale verdragen moet worden nagestreefd.
Onder die voorwaarde kan het aantal kernreactoren o.i. beperkt uitgebreid worden, zij het met de grootste voorzichtigheid. Beperkte ontwikkeling van kernenergie heeft namelijk twee belangrijke voordelen.

(1) De verbranding van fossiele brandstoffen betekent eigenlijk een verkwisting van grondstoffen, die een betere bestemming moeten hebben.
Daarvoor moeten ze dan ook bewaard blijven, zoals voor het maken van kunststoffen en kunstmest, voor allerlei elektronische technieken, voor geneesmiddelen, enz. Ook zal bij terugdringen van het gebruik van olie en gas het gehalte aan koolzuur in de atmosfeer niet meer zo snel stijgen.
(Het is overigens de vraag of we In dat proces al niet op een onomkeerbare weg zitten; berekeningen wijzen op verhoging van de gemiddelde temperaturen op aarde, waardoor vele ijsmassa's zullen smelten en vele onvoorziene risico's zich gaan voordoen.)

(2) Een beperkte ontwikkeling van kernenergie verkleint de kans op een herhaling van nijpende energietekorten. In elk geval kan dan enigszins het hoofd worden geboden aan opkomende conflicten, waardoor minder snel wanhoopssituaties ontstaan waarin men ondoordacht naar kernwapens grijpt om de conflicten op te lossen. Bekend is de uitspraak van Kissinger dat de Verenigde Staten in het olieconflict indien de nood aan de man zou komen, niet zouden terugdeinzen voor het gebruik van kernwapens.
Een enorme waarschuwing! Misschien zal een ontwikkeling van kernenergie - hoe paradoxaal dat ook mag klinken - in zekere zin het ondoordacht gebruik van kernwapens in conflictsituaties kunnen voorkomen.
Vele andere suggesties zijn te doen. Wij moeten geen uniforme, maar een pluriforme samenleving nastreven. Grootschaligheid moet een tegenwicht krijgen in kleinschaligheid en in alle mogelijke tussenvormen. De groeiende centralisatie moet gepaard gaan met een toeneming van decentralisatie in allerlei opzichten.

De belangrijkste voorwaarde blijft echter, dat de mens zijn verantwoordelijkheid jegens de Schepper wil dragen in het ontwikkelen van een genormeerde wetenschap en techniek. Vanwege de macht van de zonde en het kwaad zullen bovendien die ontwikkelingen een eerste prioriteit moeten krijgen, die een meer stabiele samenleving kunnen bevorderen en minder risico's in ruimte en tijd met zich meebrengen. Wat dat betreft blijft kernenergie een groot probleem!

"Wil de mens weer deel krijgen aan de zin van de techniek, dan zal hij afstand moeten doen van de jacht op de toekomst gedreven door de technische prestatie- en perfektiedwang, de machtsdrift en de onverzadigbare konsumptielust. Hij zal de strijd tegen de overbodigheid moeten aanbinden."

Prof. dr. ir. E. Schuurman

(Overgenomen uit "Beweging 78", mei 1978, uitgave van de Vereniging voor Calvinistische wijsbegeerte

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief