Alles mag
1978-09-08
Niets is verboden - Jaargang 22
- nummer 33
Toen ik als student naar Amsterdam ging, vroeg ik aan mijn vader, wat mij verboden was te doen. Ik kreeg daarop het voor mij verrassend antwoord: je mag alles. Niets is je verboden. Maar ... je moet 's avonds bij het naar bed gaan God er voor kunnen danken.
Ik vond dat maar een moeilijk antwoord. Wist ik nu waar ik aan toe was? Veel liever had ik een lijstje van verboden zaken meegekregen. Dan was het direct duidelijk voor me, wat wel en wat niet geoorloofd was.
Toch was ik later wel blij met dat antwoord. Ik leerde zelf verantwoordelijkheid te dragen al durf ik niet te zeggen, dat ik God voor alles kon danken, wat ik deed.
Gebod op gebod
Dat verlangen naar duidelijke verbodsbepalingen zullen we allemaal wel eens hebben. Het zou toch veel gemakkelijker zijn, wanneer God ons precies had voorgeschreven wat we wel en niet mogen doen.
Dan hebben de orthodoxe joden het veel eenvoudiger.
Strenge voorschriften schrijven hen precies de gedragslijn voor. Het is gebod op gebod en regel op regel. Maar Jezus sprak dan ook van mensen, die vermoeid en belast waren door al die regels en geboden.
Hoever die bepalingen wel gaan wil ik illustreren met een vraag, waar de Talmoed zich mee bezig houdt, nl. of je op de sabbat een luis of een vlo mag doden.
Het antwoord is interessant. Een luis mag je wel en een vlo mag je niet doden.
Het doden van een luis kost nl. geen arbeid, maar het doden van een vlo wel.
Op een vlo moet je jacht maken en dat is verboden.
Daar is nog een tweede, nog wonderlijker argument.
De vlo is door God geschapen, maar de luis is uit vuiligheid ontsproten.
Deze muggenzifterij is nog onjuist ook, want een luis ontstaat helemaal niet uit vuiligheid.
Geen slaven, maar kinderen
Al die regels mogen overdreven zijn, maar zou een aantal wetsvoorschriften toch niet erg gemakkelijk voor ons zijn?
Wat zitten we nu te worstelen met tal van vragen als: gebruik van de pil, zwangerschapsverstoring, euthanasie, homofilie, de reageerbuis baby. Ik noem nu maar een paar willekeurige vraagstukken, waar we tegenwoordig druk over discussiëren en waarover ook in eigen kring geen overeenstemming is. Maar zo zijn er veel vragen.
Eigenlijk moest je een computer hebben, waar je je vraag in kon stoppen en waar dan het Goddelijk antwoord feilloos uit te voorschijn kwam.
Deze wens naar wetticisme is eigenlijk een vraag om als slaven behandeld te worden. In feite willen we weer terug naar het diensthuis, waar God ons uitgeleid heeft.
Maar God behandelt ons niet als slaven.
Onze adeldom
God geeft ons de vrijheid. Hij zegt tot ons: alles is ter uwer beschikking gesteld, maar gij zijt van Christus en Christus is van God.
Dus mogen we alles?
Ja, met onze liefde tot God als basis mogen wij in eigen verantwoordelijkheid beslissen. God wil ons nl.
helemaal. Ons hele hart, onze hele ziel en al onze krachten.
God wil geen marionetten, die bewegen als aan een trouwt je getrokken wordt.
Hij wil ook geen slaven, die uit vrees voor straf "domweg" de meester gehoorzamen.
Hij wil kinderen, die door liefde tot Hem gedreven zelf beslissen. Alles staat ter onzer beschikking, omdat Christus over ons beschikt. Dat is een veel radikaler gehoorzaamheid, dan het blindelings opvolgen van dwingende voorschriften.
Zelf moeten we telkens weer de weg vinden naar het doel dat God ons geeft in Zijn liefdesgebod.
Dat is de adeldom van de kinderen Gods.
En deze adeldom verplicht.