Geen contact tussen de kerken binnen en buiten verband (3)

1978-09-15
  • Jaargang 22
  • nummer 34
Gods genade in de Vrijmaking

In deze artikelen zijn we op zoek naar een antwoord op de vraag waarom een appèl op de broeders binnen verband met een verwijzing naar alles wat we in Christus samen hebben, niet overkomt.
In het voorafgaande heb ik geschreven over vragen die opkomen bij iemand van reformatorisch belijden, wanneer er gesproken wordt over Gods genade in de Vrijmaking.
Er is mij gevraagd of ik niet bezig ben de zaak te overdrijven, want er is toch veel goeds geweest op de weg van de vrijmaking.
Niemand zal ontkennen dat er een zegen is geweest over de vrijgemaakte kerken, toen na een moeitevolle strijd tegen de machtsaanmatiging van generale synoden, zich een nieuw samenvergaderen rond de schriften voltrok, waarin we elkaar blij hebben aanvaard en de vruchten ontvingen van een nadere bezinning rond de bijbelse waarheden van verbond, kerk en kerkregering.
Er was in die eerste jaren iets van een “bruidstijd" ..
Wil iemand deze zegen een stuk genade noemen, die we ondanks onze zonden en ellendigheden, bij alle kerkelijke strijd, hebben ontvangen, het is mij goed.
We mogen nog steeds dankbaar zijn voor wat we in de weg van de vrijmaking als gemeenten hebben ontvangen.
Het heeft de Here behaagd ons op deze wijze deel te geven aan het éne heil in Jezus Christus voor al de zijnen, we hebben dit heil mogen vieren bij woord en sacrament en zo is de vrijmaking voor het geestelijk leven van veel van onze lezers van grote betekenis geweest.
Hetzelfde geldt - en dat mag ook wel eens gezegd worden - voor wat we als kerken buiten het verband samen beleven.
Wie had, toen het geweld toesloeg en er overal in het land publieke en soms geheime vergaderingen werden belegd om de gemeente weg te roepen achter de z.g. ontrouwe ambtsbediening, kunnen denken dat er nog een ontkoming zou zijn.
Het zag er uit alsof we allen onder de voet werden gelopen.
Het kwam als een verrassing en een vertroosting van de God, die leeft, dat er zovelen opnieuw kozen tegen machtsaanmatigingen, tegen schorsingen en buiten-verbandzettingen, zodat de samenvergadering in de gemeenten kon doorgaan, al kwamen we op een heel smalle weg terecht.
Ook nu was er een nieuw aanvaarden van elkaar in de gemeenschap met Christus, rond zijn woord, een beleven van het heil, vrijgekomen van de spanning en druk, die het kerkelijk leven de laatste jaren voor de breuk zo moeilijk maakte.
Zo mogen we spreken van een zegen over onze kerken, die verstrooid werden, zo u wil, over Gods genade ondanks onze zonden.
Er is bij alle zorg, reden tot dankbaarheid en geen reden om negatief over de kerken te gaan spreken.
Waarom dan toch bezwaren tegen de term: vrijmakingsgenade.

Al betrekkelijk kort na de jaren van strijd en uitleiding burgerde de term "goed-vrijgemaakt" in.
Het woord vrijgemaakt kreeg daarbij een andere inhoud dan het oorspronkelijk had: zich vrijmaken van besluiten van meerdere vergaderingen, zonder daarmee het kerkverband te verbreken.
Goed vrijgemaakt was de man, de vrouw, die beleed dat de kerken, toen nog postaal aangeduid als onderhoudende art. 31 K.O. de ware kerken . vormden in ons vaderland.
Uit dit belijden vloeide voort dat de vrijmaking ook gestalte moest krijgen in organisaties van politieke en sociale aard en in het onderwijs.
Wie dit alles aanhing was goed vrijgemaakt.
Er is met het hanteren van deze maatstaf veel geestelijke schade aangericht in de kerken.
Mensen die de Here in oprechtheid zochten, trouw waren in het kerkelijk meeleven, hun kinderen voorgingen in de dienst van God, liepen het risico als randkerkelijken te worden beschouwd, wanneer ze niet geporteerd waren voor de doorgaande reformatie.
Daarom heb ik argwaan gekregen bij het woord vrijmakingsgenade.
Wanneer de Here zijn genade onder zijn volk vermenigvuldigt, heeft het de dure roeping anderen daarmee te dienen.
Maar wat kregen we te zien: de vrijgemaakte organisaties blijven gesloten voor mensen, die ernst maken met de dienst van God, maar niet behoren tot de "ware" kerk.
Dit doet vragen wat die genade toch is.
In welke verhouding staat deze genade tot Gods ontferming in het kruis van Jezus Christus onze Heer.
We weten als gereformeerde mensen dat het rondom het volkomen offer van onze Heiland nauw luistert.
Uit dit offer vloeit ons alle heil toe.
Ik wil de broeders en zusters binnen verband geen Judaïsme toedichten, alsof daar geleerd zou worden dat Christus' offerande niet volkomen is tot zaligheid en er nog iets bij moet komen.
Daarom stel ik op dit punt mijn vragen.
Waarom het appèl op dit enig offer afgewezen?

Om tot wat meer duidelijkheid te komen ben ik gaan zoeken naar publicaties, waarin de verhouling tussen Christus' werk ter verzoening aan het kruis en zijn werk in de reformatie of vrijmaking van de kerk aan de orde is gesteld.
Is het boek van J. Kamphuis, Verkenningen I kwam ik de uitdrukking tegen "de reformatorische arbeid van onze hoogste Profeet en Leraar", pag. 81. Genoemde auteur maakt het zijn lezers niet gemakkelijk, omdat hij zich in zijn publicaties tegen zoveel mensen gelijk keert.
In het gedeelte dat mijn aandacht trok verweert Prof. Kamphuis zich tegen beweringen uit Hervormde kringen dat de Doleantie van 1886 is mislukt.
Kort geleden is dit, een beetje te overtuigend, betoogd door ir. J. van der Graaf, secretaris van de Geref. Bond in de Ned. Herv. Kerk. Deze bewering zit prof. K. erg hoog, want zo schrijft hij van het één komt het ander en eindelijk gaat men "zelfs de reformatorische arbeid van onze hoogste Profeet en Leraar een mislukking noemen."
Vervolgens wordt Prof. Dr H. N. Ridderbos in zijn kraag gepakt, want die heeft in de Korte Verklaring op Mattheüs ergens geschreven dat Christus' worsteling om het Israël van zijn dagen te behouden is mislukt; dit zou geen serieuze exegese zijn, maar inlegkunde.
Voor de zaak die ons bezig houdt is nu van belang dat Prof. K. in een noot omschrijft wat hij onder de reformatorische arbeid van Jezus Christus verstaat:

"Wij trachten in deze term inzonderheid uitdrukking te geven aan de dubbele werkelijkheid, dat de Zoon Gods van het begin der wereld Zich een gemeente vergadert (H.C. Z. 21), zodat de gemeente, die Christus zich door Zijn bloed zou kopen, ook in de z.g. "volheid des tijds" reeds aanwezig was èn dat Christus deze gemeente zowel heeft overgeleid van de oud-testamentische naar de nieuw-testamentische bedeling als ook haar heeft bevrijd uit het diensthuis van menselijke inzettingen, waardoor reeds vóór Zijn komst Gods volk van de weg Gods afgedrongen werd. Iedere latere "reformatie" der kerk moet, wil zij zich legitimeren kunnen, geheel terugvallen op en leven uit dit werk van Christus."

Hier wordt dus onderscheiden: Christus, die zich een gemeente koopt door zijn bloed - Golgotha - en Christus die de gemeente uit het diensthuis leidt - reformatie, vrijmaking -.
Gelukkig voegt de schrijver het volgende er aan toe: Een eenvoudige gelijkstelling of zelfs vergelijking tussen Zijn optreden en dat van lateren in de kerk-geschiedenis, is dus altijd ongeoorloofd. Maar een scheiding evenzeer.
De verhouding is ook voor deze zaak duidelijk omschreven in de beide antwoorden van H.C. Z. 12".
Het werk van mensen. als Luther, Calvijn e.a. in de geschiedenis van de kerk mag niet gelijkgesteld worden met het werk van de grote Reformator Jezus Christus, zelfs niet daarmee vergeleken worden.
Maar het blijft een hoogst gevaarlijke onderscheiding: Jezus die ons kocht - Jezus die ons vrijmaakt.
Bepaald verontrustend is het om op pag. 83 van het genoemde werk de volgende parafrase van Petrus' belijdenis in Matth. 16 te lezen:

"Petrus zegt eigenlijk dit: Uw werk, Meester, is waarachtige reformatie en daarom geloven wij: het is nooit een mislukking. Gij, Meester, Gij zijt waarachtig Reformator, hoogste Reformator en Vrijmaker en daarom geloven we, dat Gij in der eeuwigheid geen Mislukking zult zijn of uw werk een mislukking".

Het betoog is duidelijk: de reformate van de kerk in de Doleantie en in de Vrijmaking kunnen niet mislukken omdat Jezus Christus alle reformatie heeft volbracht.
De kerk leeft in de "dubbele werkelijkheid" dat Christus a. het offer voor de zonden heeft gebracht, b. alle reformatie heeft volbracht, zo is Hij dan onze volkomen zaligmaker.
Het onderscheid dat Prof. Kamphuis maakt: verlossing-vrijmaking kan ons helpen bij de vraag die ons bezig hield, waarom een appèl op Jezus Christus, die onze Vrede is, bij de broeders binnen verband nauwelijks overkomt.
In het vorige artikel heb ik er op gewezen dat in de maatschappij-critische theologie de boodschap van Jezus de Bevrijder, het evangelie van Jezus de Heiland van zondaren uit het aandachts-centrum dringt.
De genade van vergeving en eeuwig leven is "gewoon" geworden, nu krijgt het evangelie eindelijk handen en voeten in de hulp aan de armen, de bevrijding van de verdrukten en hoe het verhaal verder luidt.
Wanneer je een preek of betoog uit deze kring hoort, sta je verbaasd over al het maatschappij-critische dat uit de bijbel opgediept wordt.

Hetzelfde risico lopen mensen die gaan spreken over Jezus Christus de Reformator of Vrijmaker.
Wanneer de kerk de grote werken van God in de refomatie op de voorgrond stelt komt het kruis van Christus op de achtergrond.
De weerslag van dit alles wordt teruggevonden in de prediking.

Er zulen lezers van ons blad zijn, die zich indertijd hebben verbaasd over het grote aantal teksten in de bijbel dat op vrijmaking en reformatie bleek te slaan.
Het kan daarom duidelijk zijn, waarom een appèl op wat we uit genade in Christus samen hebben, als kerken binnen en buiten verband, niets uitwerkt.
De gemeenschap die er is in de Heiland die voor ons stierf, zal men naar ik verwacht en hoop niet ontkennen.

Maar er is meer!
Christus' weg ter verlossing is gelijk de weg van reformatie.
Wie Christus wil volgen moet zich binden aan Zijn verlossings- en vrijmakingsweg, want op die weg gaat onze Heiland voor.

Een appèl op Jezus Christus die voor ons stierf, mag de broeders niet halt doen houden of doen omzien op de weg die Jezus Christus, Heiland en Reformator gaat met zijn kerk in onze landen.

Intussen houd ik het met de apostel Paulus op Jezus Christus en die gekruist!
De zaak van de kerkvergadering rond de prediking van het heil in deze Christus wordt er dan niet eenvoudiger op, maar we blijven bij de echt reformatorische boodschap van een verlossing uit louter genade in Gods ontfermend welbehagen.

In een volgend artikel hoop ik deze reeks te besluiten; we zullen dan nagaan of wat we aan de hand van de preek van ds J. Francke en een artikel van Prof. J. Kamphuis op het spoor kwamen, terug te vinden is in de brief, die de synode van Hoogeveen in mei 1969 zond aan de kerken in Noord-Holland, die in hun afgevaardigden werden buitengesloten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief