DIENEN
1978-09-15
Vandaag iets over de rotary international. Wat is dat nu weer? Dat is een wereldomspannende beweging van zakenlieden en beroepsmannen, die elkaar en 'hun omgeving willen leren kennen en van dienst zijn. En daarmee is nog lang alles niet gezegd.- Jaargang 22
- nummer 34
Een advocaat, Paul Harris te Chicago, bemerkte de eenzaamheid en het egoïsme in een grote stad: ieder voor zich en God voor ons allen. Hij wist een aantal personen uit verschillende beroepen bijeen te brengen (en te houden), die van elkaars werk kennis namen, die elkander van dienst waren en voor elkaar klaar stonden.
Zo bemerkten ze dat ze, met een schat aan uitgewisselde en samengebundelde kennis, in hun omgeving waardevolle diensten konden verlenen. Hetgeen hun nooit armer, eerder rijker maakte. Enkele van die diensten waren: het bestrijden van zakelijke steekpenningen en van ambtelijke corruptie.
Vandaag is de rotary een wereldbeweging geworden, die streeft naar goede maatschappelijke verhoudingen, eerlijkheid in zaken, eerbied voor elk Goddelijk beroep (dat van theoloog niet minder dan dat van straatveger), zorg voor de misdeelden, inzet van vakmensen voor problemen van algemene aard en tenslotte: onderlinge vriendschap natuurlijk. De rotarian is herkenbaar aan een klein tandwieltje op zijn revers: symbool van het minimale onderdeeltje dat elk lid in de totaliteit van het menselijk raderwerk mag zijn. In een plaatselijke of regionale club kan van elk beroep ten hoogst één vertegenwoordiger voorkomen. Lidmaatschap komt alleen op uitnodiging tot stand, waarbij de bereidheid om te dienen voornaam is.
In de praktijk is het aantal leden ongeveer een duizendste van het aantal omringende mensen. U zou dus kunnen zeggen dat een rotarian een man uit duizend is - maar hij zelf laat dat wel uit zijn mond.
Wat doet de rotary dan eigenlijk? Dat werk gaat, als alle goed werk, gewoonlijk in bescheiden stilzwijgen; het is dat u er naar vraagt - anders kwam u er nog niet achter.
Als u een spastisch kind zou hebben is het mogelijk, dat het met een groep andere kinderen een week in een zomerkamp genodigd of gewoon een dag mee uitgenomen wordt. Als u oud en behoeftig bent is het mogelijk dat een instituut voor onderlinge hulp en regelmatige zorg op anonieme wijze ontstaat.
Regelmatig worden kinderen internationaal voor enige weken uitgewisseld; worden "katholieke" en "protestantse" kinderen uit Ierland met elkaar in contact gebracht in een vriendelijke omgeving. Als er een vissersoorlog tussen Schotten en IJslanders is ontbrand kan zulk een oorlog geruisloos uit de krantenkolommen verdwijnen; misschien hebben twee rotarians in IJsland en Schotland samen wel een oplossing gevonden. Als een algemeen bekend en geacht man zich komt te misgaan en via de strafrechter zijn maatschappelijke positie zou komen te verliezen (iets waarbij niet alleen zijn gezin, zijn naam en zijn bestaansmogelijkheden gemoeid zijn - maar waarbij ook zijn klanten, zijn patiënten of zijn werknemers of relaties zeer gedupeerd kunnen worden) dan is het mogelijk dat zulk een zaak geruisloos geregeld wordt. Waarmee een struikelblok is opgeruimd.
Zo kunnen in het klein en in het groot allerlei dingen worden afgehandeld, die zonder integere ingreep op hun beloop zouden zijn gelaten, dan wel via harde maatregelen gekraakt, respectievelijk de versukkeling zouden zijn ingeraakt. Dat dit alles zonder publiciteit geschiedt hangt samen met de aard van elk onbaatzuchtig dienen. In zoverre gelijkt het op de vruchten van het christendom, waarvan de Heiland' zei dat we ze maar niet moeten uitbazuinen. En - zoals christenen vanwege hun bescheiden samenkomsten vroeger van kinderoffers en andere gruwelijke dingen werden beticht - zo is ook dikwijls de rotary-beweging verdacht gemaakt.
De tijd leert meestal wel wat waar is.
Het is een goed gebruik in de rotary international, dat de voor een jaar benoemde nieuwe president een bezielende boodschap uitgeeft bij het aanvaarden van zijn functie. Vanaf 1 juli van dit jaar is dat de heer Clem Renouf, lid van de rotary-club van Nambour, Australië. We geven u zijn boodschap eens onverkort door, o.m u even te laten proeven van de sfeer.
"Beste rotarians, de onmiddellijke toekomst van de wereld is in onze handen ... in handen van mensen, die belangstellend zijn, mensen die dienen, mensen die hun handen uitsteken naar andere mensen. Rotarians zijn zulke mensen, mannen met handen die uitgestrekt zijn om te dienen, bereid om te geven, om de levens van anderen te verrijken.
Als pioniers op deze weg zijn de rotarians bijna 75 jaar bezield geweest door de geest van het dienen. Wat hun rotarians maakt is niet hun lidmaatschap van een club - maar hun daden. De practische rotarian komt de menselijke noden tegemoet, vertrouwend op zijn bekwaamheid om de toekomst te helpen vormen.
Dienst boven eigenbelang - dat is geen gewoon begrip.
In een wereld die te kort schiet in medelijden, vriendschap en begrip is het dienen een ongewone zaak - die toch onze tijd en ons talent waard is, die onze toewijding verdient. Laten wij onszelf geven.
In het begonnen jaar vertrouw ik dat mijn gebed het uwe zal zijn; een gebed, door Helen KeIler aangeduid in de woorden: 'Het is ons nodig te bidden, niet om taken die bij onze kracht passenmaar om kracht die bij onze taken past; om voort te gaan met een grote bewogenheid, die eeuwig aan de deur van ons hart blijft kloppen'."
Hier schrikt de gereformeerde lezer, die niet aan Fil. 2 : 12 denkt. Ik weet uw conclusie: hier spreekt het humanisme, hier zwijgt het christendom.
Jawel. Humanisme zonder christendom bedoelt u? Maar juist uit de aard van de rotary: open staan voor elk beroep, voor elke overtuiging, belangstellend zijn naar ieders functie, bereidheid tot helpen aan wie geen helper heeft - volgt, dat ook de priester, ook de predikant, zijn mond mag (en moet) open doen binnen zijn kring. Men vráágt om zijn boodschap. De invloed van het christendom is onmisbaar voor het functioneren van een rotary-gezelschap. Laten we concreet zijn: zelfs in onze kleine minuscule groep van vrijgemaakte, buiten elk kerkverband gestoten kerkjes weet ik tenminste één predikant die, tot zijn verhuizing naar elders, lid was van een rotary-club. En van harte, meen ik. Ik ken verscheidene ouderlingen uit onze kerken, die lid zijn van deze of een soortgelijke service-club. En van harte, naar ik meen. De conclusie van dat humanisme-zonder-christendom komt alleen uit de koker van een christendom-zonder humanisme.
Kan dan ook moeilijk gehandhaafd worden, meen ik. Integendeel. Dan valt er uit andere vaatjes te tappen.
Wat kan de kerk, wat kunnen de zeer gereformeerde kerken, wat kunnen wij christenen tesamen eigenlijk nog uitrichten tegen de corruptie, tegen de maatschappelijke gruwelen, tegen de sexuele vernieling van ons volk, tegen het algemene -egoïsme, tegen de verstikkende vervuiling, tegen de moordzucht, tegen de bandeloosheid, tegen al die brutale zonden, waaraan onze cultuur toch duidelijk zichtbaar ondergaat?
Nog wat. Wat is er terecht gekomen van dat zoutende zout, waarvan de Heiland sprak? Wat is er gelezen van al onze leesbare brieven? Welk licht is van onze kandelaars uitgegaan om hen die in duisternis leven te verlichten?
Het Leger des Heils gaat tenminste de Zeedijk en de Walletjes op - maar wij zaten liever duizend jaar aan de dorpel van Gods huis dan een uur te verkeren onder de heilssoldaten. En dan. Aan het heilsleger is de gereformeerde critiek allerminst bespaard - laten we eerlijk wezen. Schoten in de rug konden ze krijgen - van mensen, die over dezelfde genadige God zingen als zij.
Wat is er gebeurd met onze predikanten, ouderlingen, burgemeesters, die van hoge voetstukken zijn gevallen toen ze plotseling ook maar zondige mensen bleken te zijn? Hebben wij ze opgevangen, gezalfd, vermaand, getroost en van nieuwe kansen voorzien? Of werden ze vertrapt, werd hun, naam met een of twee neergetrokken mondhoeken uitgesproken? En laat nu niemand zeggen, dat hij geen voorbeeld in zijn omgeving heeft meegemaakt.
Dat is natuurlijk weer erg generaliserend gezegd. Gelukkig zijn er zelfs onder ons werkers, die anoniem en met inzet van hun totale geloof de voeten van verloren zondaars wassen; hun namen op de Walletjes riskeren en hun ribben meteen; die evenals Christus belang. stellen in het grondsop van onze mensheid, nochtans naar Gods beeld geschapen. Maar ook van de ratorians zijn wel uitzonderingen te noemen. Uitzonderingen bevestigen slechts de regel.
En daarom zou ik wel eens een lans willen breken voor een christendom, waarin menselijkheid, als u wilt enige humaniteit, is gevoegd. Een christendom waarin de verloren medemens uit onze straat, ook de verloren medemens in 's bozen tent, betrokken wordt. Want wie zijn wij helemaal, wanneer wij Gods genade voor ons benauwde groepje zouden monopoliseren?
En de heidenen hiervan uitsluiten? Niets meer dan de brutale Joden, tegen wie de Heiland getoornd heeft: jullie denkt klaar te zijn als zonen van Abraham - maar Mijn Vader kan uit deze straatstenen wel zonen van Abraham maken. Begrijpt u? Een straatsteen blijft een straatsteen, ook al heet hij naar Abraham. En een zondaar blijft een zondaar, ook al heet hij gereformeerd.
Natuurlijk is de verbreiding van het Evangelie ons allen eerst op het hart gebonden. Daartoe zijn wij vertrouwd gemaakt met Gods genade: opdat wij die genade aan anderen zouden doorgeven.
Want daartoe werd eenmaal Gods bondsvolk volk-der-belofte gemaakt: opdat het de heidenen tot de God van Israël zou trekken. Maar toen de Israëlieten vergaten te dienen, toen ze zich verhieven boven de gojim - verloren ze hun functie, hun opdracht, Gods beloften. En zo wij. Als wij Gods genade behandelen als een vertrouwelijke aangelegenheid voor onze ziel, alleen voor ingewijden en om een of andere duistere reden niet voor buitenstaanders bedoeld - wel, dan wordt ons dat vandaag of morgen vermoedelijk voor goed afgeleerd.
Zou het niet kostelijk zijn wanneer wij, die wekelijks in Gods beloften onderwezen worden, eens wat meer aan deze wereld gingen dóen? Niet met gewijde kanselboodschappen en herderlijke brieven en zo - maar metterdaad? leder in zijn eigen vak, op de eigen plaats, met de hem toevertrouwde talenten en mogelijkheden? Ja meer dan dat: biddende dat hij voor de voor hem liggende taken de nodige mogelijkheden, krachten en talenten mag ontvangen?
Gedraagt u verstandig jegens buitenstaanders, schreef Paulus aan de mensen in Colosse. Verstandig = niet praten, niet profeteren, niet schreeuwen en zo - maar aanhoren, verstaan, begrijpen. Mag ik u een plaatje bij dit praatje geven? In de spreekkamer, die ik in de gunst van onze goede God jaren lang mocht gebruiken, zijn vele gesprekken gevoerd, die schijnbaar niets met geldzaken te maken hadden. Maar wanneer iemand zijn testament, zijn nalatenschap aan wereldlijk bezit, ter sprake bracht ... was dit "een gunstige gelegenheid" om te vragen: u gaat op reis begrijp ik? Waar gaat het heen? En in een sfeer van "innemendheid" (om weer met Paulus te spreken) kan elke boodschap worden overgebracht, mits, "met een vleugje zout". De cliënt kreeg zo het advies dat hij vroeg en verwachtte; maar kreeg meer dan dat. En ik weet van vele, vele anderen die op de wijze als ik in het klein deed ook in het groot werken. Zodat zij "iedereen het juiste antwoord weten te geven", om met Paulus te eindigen. Dienen is geen humanisme. In de grond is dienen niet anders dan bedienen, uitdelen van Gods veelvoudige genadegaven.