Een antwoord aan de heer J. G. van der Land (1)

1978-09-15
  • Jaargang 22
  • nummer 34
Ons blad bood in het nr. van 9 juli j.l. ruimte aan dhr. J. G. van der Land, die in een breed artikel Amnesty International scherp aanviel.
Daar is door anderen op geantwoord en ook de redactie heeft er zich mee bezig gehouden (de nrs.
van 11 augustus en 1 september van de lopende jaargang). Wat nog ontbrak was een poging tot zakelijke weerlegging van de door dhr.
v. d. Land geuite beschuldigingen.
Wij zijn blij een zodanig schrijven van Amnesty International zelf te hebben ontvangen. Wij geven het hier onverkort weer. De lezer oordele zelf.

De redactie


In "Opbouw" werd onlangs een artikel afgedrukt (pag. 182/193) van de Heer J. G. van der Land met als opschrift "De geest en achtergronden van Amnesty International".
Jammer genoeg bevatte het artikel zoveel onjuistheden, dat er een zeer onjuist beeld van Amnesty International (A.I.) ontstond. Als bestuur van A.I.-Nederland menen wij dit beeld te moeten corrigeren.
In verband met de beschikbare ruimte zullen wij ons daarbij beperken tot de belangrijkste punten in het betoog van de Heer van der Land (v.d.L.).

1. v.d.L. geeft onder de kop "Onsstaan en doel van Amnesty International" een beknopte, doch juiste weergave van de feiten.

'Links'
2. Onder de kop "A.I. koerst naar links" wordt de vraag gesteld of A.I. voldoende onderscheid maakt tussen martelingen en rechtmatige straffen en handelend optreden door de overheid. Daarbij wordt als voorbeeld aangehaald de foto van een nederlandse marechaussee in de brochure "Martelen, niet te geloven".
Deze brochure werd in september 1974 door A.I. in samenwerking met de Raad van Kerken in Nederland uitgegeven.
Er is o.i. geen reden om te veronderstellen dat de omschrijving, die A.I. in verband met martelingen hanteert: "het systematisch en doelbewust toebrengen van lichamelijk enlof geestelijk leed met het doel inlichtingen in te winnen, te intimideren of bekentenissen af te dwingen', misbruikt wordt.
Het ongelukkige incident met de foto van de marechaussee was gesloten na de uitgave van het persbericht door A.I. en de Raad van Kerken. De nadrukkelijke verklaring, dat "het geenszins de bedoeling was om in enig opzicht de Koninklijke Marechaussee met martelen in verband te brengen" is voldoende duidelijk. De betrokken overheidsdienaren vonden dat kennelijk ook, gezien de reaktie van de Marechaussee Vereniging, die stelde dat "het geschonden vertrouwen volledig is hersteld." Deze vereniging voegde daaraan toe het werk van Amnesty International volledig te onderschrijven.
Ter informatie zij gezegd, dat er momenteel een werkgroep bestaat, waarin de Koninklijke Marechaussee en andere onderdelen van de krijgsmacht met Amnesty International gezamenlijk studeren op en spreken over -de onderdelen in het werk van de krijgsmacht, die betrekking hebben op A.I.'s werkterrein.
Tijdens de afwikkeling van het incident rond de foto en daarna hebben zeer achtenswaardige leden van de Christelijke Gereformeerde kerken, zoals oud-synodepraeses ds K. Boersma, commissaris der koningin in Zeeland dr C. Boertien en de Apeldoornse hoogleraar prof. dr J. P. Versteeg desgevraagd te kennen gegeven geen reden te zien hun ondersteuning aan de door A.I. gevoerde anti-martelingsaktie in te trekken. Ook het Christelijk Gereformeerd deputaatschap voor de hulpverlening in binnen- en buitenland zag geen reden de steun op te zeggen.

3. Het is onjuist, dat A.I.-Nederland "via een officiële vertegenwoordiging samen met de Bond voor Dienstplichtigen meedeed aan een demonstratie ten gunste van de dienstweigeraar Kees Velekoop."
Er bestaat geen samenwerking met deze bond. Bovendien is er de internationale afspraak, dat een A.I.- afdeling zich niet inzet voor gevangenen in eigen land. Vellekoop is volgens internationaal vastliggende normen door het Internationale Secretariaat in Londen beoordeeld en behandeld.
Het is onjuist te suggereren, dat de Nederlandse afdeling dit via het Internationale Secretariaat zou kunnen "regelen".
Dat is gezien de interne organisatie niet mogelijk. Aangezien de adoptie van Vellekoop zich voltrok volgens reeds jaren vastliggende internationale beleidslijnen, is het onjuist hieruit "verlinksing" van de Nederlandse afdeling af te leiden.

4. Het gedeelte over het in 1974 gehouden Zuidelijk Afrika Congres is reeds meer dan eens weerlegd.
A.I. was slechts aanwezig met een informatiestand en was op geen enkele wijze betrokken bij de organisatie ervan. Aanwezigheid van een informatiestand of een spreker van A.I. mag niet uitgelegd worden als instemming van A.I. met een congres, e.d. Dit is een door A.I. landelijk consequent gevolgde beleidslijn.
A.I. is bereid op die plaatsen te spreken en informatie te geven, waar dit kan zonder dat er beperkingen opgelegd worden aan de te verstrekken informatie. Hierbij dient ook zoveel mogelijk tot uiting te komen op welke wijze A.I. bij een probleem betrokken is. A.I. neemt geen verantwoordelijkheid op zich met betrekking tot andere organisaties en hun uitingen, ook al worden die gedaan op een bijeenkomst waarbij ook A.I. aanwezig is.
Ook om praktische redenen kan men A.I. niet verwijten, dat zij niet op allerlei uitlatingen van groepen of personen op het gebied van Amnesty's werkterrein reageert. De voorbereidingen van overwogen reakties kosten in het algemeen zoveel tijd en energie, dat veelvuldig reageren op dit soort uitlatingen het andere, belangrijkere werk zou belemmeren.

Oost/West
5. Terwijl de onpartijdigheid van A.I. ook inzake Oost/West verhoudingen één van haar belangrijkste krachten is, wordt A.I. - door "links" en "rechts"! - juist op dat punt veelvuldig aangevallen. Geen enkele regering vindt het plezierig om door A.I. bekritiseerd te worden en de gebruikelijke reaktie is dan ook om A.I. te identificeren met een politieke tegenstander.
v. d. L.'s bewering, dat A.I. van niet-communistische landen wèl en van communistische landen niet een beoordeling van het politieke stelsel maakt, berust op een misverstand.
A.I. maakt nooit een beoordeling van de politieke verhoudingen in een land. Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken, dat v. d. L. maar zeer beperkt geïnformeerd is over de aktiviteiten van A.I. ten bate van gevangenen in communistisch geregeerde landen.
Dat "A.I. inderdaad ook akties gevoerd heeft ten gunste van gevangenen in communistische landen", zoals het artikel stelt, is wel heel erg zacht uitgedrukt.
De aktiviteiten van A.I. m.b.t. landen waar communistische partijen aan de macht zijn, zijn vele. Een groot percentage van geadopteerde gevangenen bevindt zich in die landen.
Akties en publikaties in het meer recente verleden hadden betrekking op o.a. de U.S.S.R., Tsjechoslowakije, Oost-Duitsland, Polen, . Noord-Korea, Zuid-Jemen, China en verschillende afrikaanse landen. Bovendien geeft A.I. een ondergronds blad uit, nl. De Kroniek van de Lopende Gebeurtenissen.
Deze Kroniek komt uit Russische dissidentenkringen en geeft informatie over vervolgingen van politieke en religieuze "dissidenten" in de U.S.S.R.

6. In tegenstelling tot wat v. d. L. beweert, geeft A.I. geen beoordeling van politieke stelsels. A.I. heeft ook geen voorkeuren op dit punt.
A.I. probeert slechts een aantal internationaal geformuleerde en overeengekomen beschermde regels werkelijkheid te laten worden voor mensen. Ongeacht het politieke systeem in het land waar zij wonen.
A.I. eist bovendien van haar leden dit te doen ongeacht de eigen visie op de politieke of godsdienstige overtuiging van de mensen, waarvoor men aktief is.

7. De persconferentie van Solzjenitsyn, waarop deze de aktviteiten van A.I. als eenzijdig en onbetrouwbaar zou hebben afgeschilderd, is ons onbekend. Het lijkt echter uiterst merkwaardig dat een man, waarvoor A.I. jarenlang opgekomen is en wiens 'vrijheid' wellicht voor een deel aan de aktiviteiten van A.I. te danken is, A.I. zou verwijten opzettelijk te weinig aan de mensenrechten in de U.S.S.R. te doen. We zeggen met name opzettelijk, want het is duidelijk dat A.I.
niet genoeg aandacht aan de situatie in de Sovjet-Une besteedt. Maar dat geldt voor vrijwel ieder land waar de mensenrechten geschonden worden. Dat heeft namelijk te maken met enerzijds toch altijd te weinig of te late informatie, anderzijds nog altijd te weinig geld, tijd en mensen die bereid zijn zich in te zetten.

Uit het voorafgaande moge duidelijk geworden zijn, dat A.I. geenszins tevreden is indien "de Sovjets hun gevangenen verbergen". Indien Solzjenitsyn zulks beweerd heeft, is hij onvoldoende op de hoogte, hetgeen ieder, die daarvoor de moeite neemt zelf kan kontroleren.

(wordt vorvolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief