Stichting Redt een Kind
1978-09-15
Wij zijn kortgeleden teruggekeerd van een rondreis langs de kindertehuizen in Kenia. Om de achtergrond van de kinderen beter te kunnen begrijpen hebben wij toen ook enkele families opgezocht, die een kind in een kindertehuis hadden geplaatst.- Jaargang 22
- nummer 34
Hun armoede maakte een diepe indruk op ons.
Vlakbij het kindertehuis in Ogada woonde een moeder van een van de daar opgenomen meisjes. Haar huis was een klein hutje en ze had nog acht kinderen thuis. De vader was vier jaar geleden gestorven. Het jongste kind was ca. 2 jaar. Het verhaal dat wij als verklaring kregen deed denken aan hetgeen in de Bijbel staat beschreven in Matth. 22, Marcus 12 en Lucas 20: de Sadduceeën komen naar de Here Jezus toe en zeiden: "Meester, Mozes heeft ons voorgeschreven, indien iemands broeder getrouwd is en kinderloos sterft, dat dan zijn broeder de vrouw nemen moet en voor zijn broeder nakomelingschap verwekken." U kent deze geschiedenis.
In de Bijbel gaat het om een vrouw de kinderloos achter blijft. In Kenia gebeurt dit ook als er wel kinderen zijn als de man sterft. En de vrouw moet zich laten welgevallen dat de broer van haar man kinderen bij haar verwekt, maar er dan verder niet naar om kijkt. Deze vrouw leefde in grote armoede. Er zouden zeker meer kinderen uit dat gezin geholpen moeten worden, maar er was geen .
plaats meer in het kindertehuis.
In de buurt van het kindertehuis in Litein woonden een oude grootmoeder en grootvader van een van de meisjes uit het tehuis. Wij gingen daarheen, samen met dit meisje. Ze was vijf jaar, maar nog niet groter dan een kind van drie in Nederland.
Toch was ze al flink bijgekomen in het kindertehuis. De moeder van het meisje is een prostitué, de vader was onbekend. De moeder was weggelopen, men wist niet waar ze was. Ze had vijf kinderen achtergelaten bij de grootouders. Deze woonden op een klein stukje land met twee hutjes er op. Eén voor de familie en één voor de geiten. Toen wij daar kwamen was er nog één van de kinderen thuis, een jongen van zeven jaar. De andere kinderen werkten ergens en kwamen pas 's avonds weer thuis. Deze jongen van zeven jaar was zwaar ondervoed.
Wij vroegen de grootouders of wij hem mochten meenemen en terwijl wij daarover praatten stond de jongen er bij en hoorde alles. Hij bibberde van angst. Maar toen we hem mee namen liep hij gedwee mee aan de hand van zijn zusje. Een half uur na aankomst in het kindertehuis voelde hij zich daar al thuis. Hij had lekker gegeten, schone kleren aangekregen en hij was druk aan het spelen met de andere kinderen.
Wij hebben nog verschillende andere arme gezinnen opgezocht. Zij woonden in hutjes op het platteland of in krotten in de sloppenwijken. Wij zagen schrijnende armoede; de mensen kregen meestal niet meer dan een maaltijd per dag en dat nog niet eens altijd.
Het is dan ook geen wonder, dat je gelukkige en dankbare kinderen aantreft in de kindertehuizen. Wij waren blij met wat wij daar zagen. Er waren wel enkele kinderen die nog niet over hun ondervoeding heen waren, maar zij waren ook nog maar kortgeleden opgenomen.
Men heeft in Kenia nog een lange wachtlijst met kinderen, die geholpen moeten worden. Maar eerst hebben wij hulp nodig voor de kinderen die zijn opgenomen, maar die nog niet financieel zijn geadopteerd. Kinderen uit Kenia, maar ook uit India. Vooral uit dit laatstgenoemde land bereikten ons de gegevens van vele kinderen, die kortgeleden in een kindertehuis kwamen en die niet geweigerd konden worden.
We noemen een paar voorbeelden: Jambulingam is vijf jaar oud. Zijn vader vermoordde zijn eigen zoon, een oudere broer van Jambulingam.
De moeder stierf hierdoor van schrik.
Nadat zijn vader naar de gevangenis was gebracht bleef dit kind onverzorgd achter.
Vijayalakshmi is een meisje van negen jaar. Ze werd opgenomen samen met twee broertjes, één van vier en één van tien jaar. De ouders waren vluchtelingen uit Sri Lanka. In het kamp waar ze werden heengestuurd werden beide ouders ziek en zij stierven.
Er was een oom, die vroeg of ze in het kindertehuis konden worden opgenomen. Hij zelf was te arm om te kunnen helpen.
Murugan's ouders woonden in een sloppenwijk in Madras. Zij hadden lepra en zij moesten bedelen voor hun levensonderhoud. Zij zijn nu opgenomen in een ziekenhuis en hun beide kinderen zijn naar Bethel gegaan.
Wij hebben op het moment dat wij dit schrijven ca. 400 kinderen, die op "adoptie" wachten. Indien u ons niet helpt lopen wij vast.
U hebt ons echter nog nooit in de steek gelaten en daarom hopen wij ook nu weer op uw hulp. Voor f 55,-
per maand kunt u een kind "adopteren'.
Inlichtingen hierover krijgt u bij ons secretariaat.
"Gij kent de genade van onze Here Jezus Christus, dat Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede rijk zou worden. .. Laat dan ook, uit het oogpunt van billijkheid uw overvloed voor het ogenblik hun gebrek ten goede komen." Dit schreef Paulus aan de Corinthiërs. Wij nemen dit graag over.
Stichting Redt Een Kind Secretariaat: Dr Guépinlaan 23, 4032 NH Ommeren (Betuwe). Tel. 03443-2079 of b.g.g. 0449-1659. Postgiro: 1599333 t.n.v. Stichting Redt Een Kind te Zwolle. Bankrekening: Raiffeisenbank te Zwolle. rek. nr. 37.73.32.860.
Kledingadres: Hortensiastr. 79, Zwolle. Tel. 05200-
13884.