"Uit het verband gerukt"

1978-09-22
  • Jaargang 22
  • nummer 35
Wij hebben in de afgelopen tijd kennis kunnen nemen van vrij ernstige verwijten, die tegen de studentenvereniging Hendrik de Cock zijn ingebracht.
Ik wil het ditmaal niet hebben over de conclusie die daaruit getrokken werd - initiatieven tot oprichting van een nieuwe vereniging - want daar heb ik al iets over gezegd. Nee, het gaat me nu om het zakelijk tegen H.d.C. ingebrachte, de aanhalingen die te berde gebracht zijn uit het publiciteits-orgaan van de vereniging. Het lust mij niet, ze te herhalen. Ze maken verdrietig en geven ergernis, omdat ze zeer duidelijk afrekenen met het ons overgeleverde geloof.
Maar nu schrijft de vereniging H.d.C. in haar verweer: "De Voco heeft in haar persbericht enkele artikelen in Cocktail geciteerd. Bij het lezen van de gehele artikelen blijken de citaten die door de Voco zijn vermeld geen juiste indruk te geven van de lijn van het hele betoog.
Het spijt ons dat de Voco geen samenvatting heeft gegeven van vele andere artikelen." (zie Opbouw van 8 sept. jl.) Wat het laatste betreft, deze spijt kunnen wij wel delen. Inderdaad geloven ook wij dat de informatie in bedoeld persbericht eenzijdig is geweest. Maar dat de gegeven citaten geen juiste indruk geven zouden van de artikelen in hun geheel waaruit ze genomen zijn, dat met andere woorden deze citaten uit het verband zouden zijn geruktnee, dat geloven we niet. Wij zouden het verband wel eens willen zien, dat deze verschrikkelijke uitspraken wèl acceptabel maakt. Dit zeggen we na lezing van de gehele artikelen.

Psychologisch bedoeld

We stuiten hier op iets dat algemener voorkomt. Dat iemand dus aanhalingen doet uit geschreven stukken, daar critiek op levert en dan te horen krijgt dat hij uitspraken uit hun verband rukt. Wat bedoelt men daar precies mee?
Natuurlijk, we zijn 't er allemaal over eens, dat dat kàn: iemands woorden uit hun verband rukken.
Als ik een boek bespreek en ik geef weer wat de schrijver zegt en bedoelt, terwijl ik duidelijk maak dat dit niet mijn mening is, dan is het een duidelijk geval van 'uit 't verband rukken' als een ander komt en het door mij aangehaalde weergeeft als door mij gezegd en door mij bedoeld.
Maar zoiets bedoelt men niet. Met 'verband' bedoelt men niet het geschrevene dat om de gewraakte uitspraken heen staat. Het 'verband' waar uit gerukt wordt, is iets veel breders. Het is, als ik het tenminste goed aanvoel, psychologisch bedoeld.
Om een uitspraak van iemand te beoordelen, moet je niet alleen het stuk lezen waarin die uitspraak gedaan werd, maar moet je ook weten, wat voor bui de schrijver had, met wat voor been hij uit bed gestapt was en waartegen hij zich op dat moment emotioneel afzette.
Het geschrevene maakt immers deel uit van een brede interaktie, een wijd verband van tussenmenselijk ageren en reageren. En dat is het verband waarin uitspraken staan en wie niet let op dat verband in het beoordelen van die uitspraken, die maakt grove fouten, doet de auteur van die uitspraken onrecht en rukt zijn woorden uit hun verband.

Job

Hier zou ik toch wel iets tegen in willen brengen. Zeker weet ook ik, dat iemand kan spreken in de bitterheid van zijn gemoed en zoveel heb ik nog wel van het pastoraat begrepen dat je dat in rekening moet brengen bij het beoordelen van wat gezegd is. Welwillendheid wordt dan gevraagd. Daarop doet ook bijvoorbeeld Job een beroep bij zijn vrienden: "Is het uw bedoeling woorden te laken? Worden de uitingen van een wanhopige als wind geacht?" (Job 6 : 26). Het is met opzet dat ik hier een aanhaling doe uit het boek Job, want juist Job wordt nog wel eens ten tonele gevoerd als getuige van de waarheid, dat iemands woorden beoordeeld moeten worden vanuit de gemoedsgesteldheid waarin ze gesproken zijn. Hoeveel heeft Job niet "mogen" zeggen! Hij is voor velen vandaag het grote voorbeeld van verregaande vrijmoedigheid tegenover God.
Toch moeten we niet vergeten dat Job in dezen een zware strijd met zichzelf gestreden heeft, zodat de voorstelling dat hij zich zomaar liet gaan zeker fout is. "Och, of mijn bede in vervulling ging en God mijn hoop verwezenlijkte, dat het Gode beliefde mij te verbrijzelen, dat Hij zijn hand uitstrekte en mij afsneed! Dat zou nog vertroosting voor mij zijn, ja, ik zou van vreugde opspringen bij het leed dat Hij niet spaart, omdat ik (alsdan) de woorden van de Heilige niet heb verloochend," (6: 8-10). Hier wenst Job weggenomen te worden voordat hij met zijn spreken werkelijk te ver zou zijn gegaan. Trouwens, hij liep ook meer storm tegen het godsbeeld van de vrienden dan tegen de Almachtige zelf. En voor zover hij Hem daarmee toch geraakt heeft, heeft hij herroepen en boete gedaan in stof en as (42 : 6).

Jeremia

Een ander voorbeeld van iemand met grote vrijmoedigheid tegenover de Here is de profeet Jeremia. Toch blijkt bij hem óók dat aan deze vrijmoedigheid grenzen gesteld zijn.
Duidelijk gaat de profeet over de schreef als hij op een keer tot de Here zegt: "Gij zijt mij waarlijk als en uitdrogende beek, water waarop geen staat valt te maken," (Jer. 15 : 18). Dat neemt God niet. "Daarom, zo zegt de Here: indien gij terugkeert, zal Ik u doen terug keren (zoveel als: als je dit terugneemt, zal Ik jou weer terug nemen); dan zuIt gij vóór Mij staan (= dan zul je in mijn dienst kunnen blijven); en indien gij uitspreekt wat waarde heeft, zonder vermetele taal, zuIt gij als mijn mond zijn ('Gods mond zijn' is een omschrijving van de profetische taak)", (vs. 19). Jeremia wordt gedwongen bepaalde uitspraken die vermetel zijn, terug te nemen.
Terwijl de omstandigheden er echt wel naar waren, dat hij zich in verontwaardiging en teleurstelling liet gaan. Maar blijkbaar is dit 'verband' geen voldoende excuus voor het duidelijk foute van zijn woorden.

Woorden als van God

Eerlijk gezegd ben ik er erg blij mee, dat de Schrift een duidelijke grens stelt aan het begrip dat wij soms geneigd zijn op te brengen voor aanvechtbare dingen die over de Here God en het geloof in Hem gezegd worden. Deze grens is heilzaam en behoedt ons voor de verdrinkingsdood in de psychologie.
Want een psychologische benadering van iemands woorden heeft haar recht, maar het is een beperkt recht. Woorden immers verwijzen in de eerste plaats naar een objectieve werkelijkheid buiten ons en pas daarna ook naar een subjectieve werkelijkheid in ons. Daarom moet er in ons woord-gebruik een streven liggen naar algemene geldigheid en moeten wij proberen zo te spreken dat onze woorden los verkrijgbaar zijn en dan toch nog inhoud hebben. En dat geldt zeker voor het geschreven woord, dat in bewustheid en opzettelijkheid uitsteekt boven het gesproken woord.
De apostel zegt: "spreekt iemand, laten het woorden zijn als van God"
(1 Petr. 4: 11). Gods woorden hebben als kenmerk dat ze een algehele betrouwbaarheid in zich hebben.
Hij zegt niet nu eens dit en dan weer dat, al naar dat zijn stemming is. Dat wordt ons ten voorbeeld gesteld.

Het kan echt niet

Daarom, als er lasterlijke dingen van het evangelie worden gezegd, dan kan ik geen 'verband' verzinnen waardoor dit lasterlijke aanvaardbaar zou worden. Als wij erover oordelen, zullen we ons ervan moeten distanciëren in plaats van het goed te praten. Hetgeen ik dan ook onomwonden doe in het geval van de gewraakte passages in het verenigingsorgaan van H.d.C. Dit kan echt niet. Juist de Kerk heeft in het woordgebruik iets hoog te houden. Dat moet elk kerklid hoog zitten. En als 't ons zelf overkomt dat wij met woorden duidelijk over de schreef gaan, laten we er dan niet tegen op zien om met Asaf te zeggen:

"Toen mijn hart verbitterd was, en ik in mijn nieren geprikkeld werd, toen was ik een grote dwaas en zonder verstand, toen was ik een redeloos dier bij U."

Wie zulke dingen op tijd zegt, die ga je vertrouwen, ook als hij bij een volgende gelegenheid weer eens zijn mond open doet. Ik voer het pleit voor de algemene geldigheid van onze woorden. Als ze alleen maar psychisch geladen zijn, krijgen wij onder het mom van gesprek steeds meer alleen-spraken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief