OPEN BRIEF
1978-09-29
Jullie bent mijn open brieven, zei Paulus tegen zijn leerlingen te Corinthe, daar jullie toont brieven van Christus te zijn. En daarover sprak vandaag onze predikant. Jullie bent beschreven, zei hij tegen ons, niet met inkt maar met Gods Geest. En als jullie die boodschap goed hebt opgenomen, dan leest het hele dorp aan jullie het evangelie van Gods goedheid.- Jaargang 22
- nummer 36
Ja, dat zei dominé MacVean, onze minister. Geen geheimtaal, zei hij, geen vaktermen - maar verstaanbaar voor iedereen. Want open is wat voor ieder zichtbaar en herkenbaar is. En een brief is kort, is een beknopte mededeling, een boodschap zonder veel uitleg.
Onze Schotse predikant is klein maar dapper. Zo op maandagmorgen, in zijn oudste jasje en zonder kunstgebit, is hij nietig. Net als Paulus. Maar als hij in functie is - hij draagt nog een ouderwetse toga - dan is hij ondanks zijn zeventig jaren moedig als een jonge leeuw. Dan durft hij alles te zeggen. Dan móet hij alles zeggen. En dan stalt hij ongedachte schatten uit het Woord voor ons uit. Ook net als Paulus.
Hij wist te vertellen van een jongeman, aan wie gevraagd werd: wat vandaag de beste vertaling van het nieuwe testament was? De jongen antwoordde: mijn moeder, die was de beste vertaling, voor ieder begrijpelijk.
Hij gaf nog een voorbeeld, onze predikant. Hij had iemand meegemaakt die altijd ijverig voor de kerk had gewerkt, levenslang ambtsdrager was geweest, in veel taken had gediend. Maar de man, die naast hem in de fabriek had gewerkt, bleek achteraf nooit te hebben geweten dat hij naast een christen had gewerkt. De ambtsdrager was alzo geen leesbare brief geweest.
Ja, onze dominé gaf een ander verhaaltje. Want een Schotse preeek zit vaak vol met kleine illustratieve stories. Hij had in zijn eerste gemeente, als jong broekie, een beroemd man moeten begraven. Een groot man zogezegd.
Een enorme begrafenis, veel mensen van aanzien in de rouwdienst - maar hij had niet geweten, wat hij naar eerlijkheid moest zeggen: want de overledene had zich aan het christendom weinig gelegen laten liggen.
Hij zei nóg iets dat u weten wilt. Hij zei: Confucius heeft geschriften nagelaten, Mohammed ook, Karl Marx ook - maar van Jezus lezen we niet dat Hij ook maar één brief heeft geschreven. Nu ja, eenmaal schreef Hij iets in het zand, maar we weten niet eens wat en het was al verwaaid of verregend voor het gelezen werd. Maar Jezus zond twaalf apostelen uit: open brieven met Zijn leesbare boodschappen. Zij waren Zijn boodschappenjongens.
Zijn geschriften. Apostels en Epistels. En zij hebben ons, hun leerlingen, als brieven opgesteld; beschreven met Gods Geest.
Men zegt wel eens, zei ds MacVean, dat Jezus zo veel zorg aan de lichamen der mensen, hun leven, hun gezondheid, wijdde - en zo weinig aan de zielen der mensen deed. Dat is maar schijn, zei hij. Jezus zag de volledige mens als een eenheid van lichaam en ziel. Een brief, zo zei hij, moet niet woorden alleen bevatten - maar vooral daden. Jezus gaf altijd daden.
Zijn Woord was Daad. Wij christenen moeten met daden onze boodschap verstaanbaar maken. Niet over de ziel babbelen, geen geheimtaal gebruiken - maar voor het heil van onze medemens werken.
En zeg nu niet te gauw, beste lezer, lieve lezeres: dat lijkt wel een gereformeerde preek. Alsof een preek pas naar de Schrift is, wanneer hij het stempel gereformeerd verdient. Onze predikant preekt niet gereformeerd, is veeleer door John Knox gevormd, maar verstaat vooral de Bijbel goed en dat is niet óns monopolie. Daarom is het voor mensen, die gereformeerd gepokt en gemazeld zijn, zulk een gezonde uitbouw om een levensperiode mee te maken, als welke ons beschoren is. We varen daar wel bij.
We waren vanmorgen met nog geen veertig christenen bijeen. En daar waren diverse gasten bij, holidaymakers zogezegd. Een van de gasten, een statig heer, zat met zijn ega voor in de kerk. Hij was vroeg aanwezig, las voor de dienst uit het Boek, hield de Bijbel in de hand tijdens de preek, zong alle gezangen voortreffelijk mee en ... knielde bij het gebed.
Zo was ook hij een leesbare brief: een hoogkerkelijk man, lid van de Anglicaanse kerk, meelevend en vooraanstaand. Later viel op dat onder zijn paarse trui een omgekeerd boordje verscholen ging: hij was dus wat men noemt een geestelijke. En - och ja, dat had u kunnen weten, maar daar was u niet op verdacht - de paarse kleur van zijn trui gaf aan, dat hij een bisschop is. Jawel, een Anglicaanse bisschop in ons nederig kerkje.
Onder het gehoor van onze kleine ds MacVean. Vandaar dat die zich aan het begin een paar maal vergiste ...
Maar intussen - we liepen achteraf de dienst nog eens door met de ogen en oren van een bisschop uit een der grootste steden in het Zuidenheeft deze Hoogwaardigste Heer een onvervalste Bijbelse preek mee gekregen - zonder veel liturgisch gescharrel. Laten we hopen dat hij er in stilte Amen op gezegd heeft. Niet dat we er aan twijfelen - maar hoge kerkelijke functies zijn zelden een waarborg voor practiserende christenen geweest.
We hebben eens zulk een Hoogwaardige gekend - lang geleden. Het was in de tijd, dat we wel eens ondoordacht en meedogenloos konden schrijven.
We hadden die Hoogwaardige publiek met de pen aangevallen, omdat hij er onzes inziens publiek ergerlijk naast geweest was. De man schreef ons een boze brief. Ging niet op onze argumenten in, maar beklaagde zich over onze toon. En dat tegenover iemand, die in de dienst des Heeren een ... veteraan was! schreef hij. Dat woord veteraan kwam er pas uit nadat hij een ander woord had doorgestreept. En een doorgestreept woord - dat weet u toch uit ervaring? - vraagt meer aandacht dan het vervangend woord. We hebben er dus op gestudeerd, met lamp en loep, totdat bleek dat de man zich aanvankelijk oudgediende had genoemd.
Denk eens na. Een oudgediende is een soldaat die uitgediend is, die niet langer hoeft te dienen, voor wie de dienst afgelopen is. Maar een veteraan is een oudere soldaat, die naar keus kan blijven dienen dan wel zijn ontslag nemen. Proeft u het verschil? Het verschil van een gekloofd haar, zou wijlen dr J. Ridderbos zeggen. De Hoogwaardige man bedoelde blijkbaar, dat hij zijn "brief" nu vaak genoeg voorgelezen had; dat het verder aan de lezer lag om te begrijpen of niet te begrijpen. En misschien had hij van zijn standpunt gelijk. Maar wij hebben van zijn open brief begrepen, dat je hoge mensen niet mag aanblaffen als ze kwetsbaar zijn.
Na de kerkdienst zaten we aan de koffie na te babbelen over de preek van de open brief. Wat de een woordelijk verstaan heeft weet de ander soms op zijn Bijbelse plaats te zetten. Zo kun je elkaar aanvullen en vooruithelpen.
En toen we samen de preek in het Nederlands gereconstrueerd hadden ging de bel.
Binnen kwam ... onze vriend Callum, in Schotse kilt gekleed, stralend als gewoonlijk en in zijn hand een Chinese schotel met twee opgemaakte vogels: grouse! Een delicatesse uit de jacht. Panklaar, gevuld met alle bijbehorende zaken, opgebonden met lintjes, versierd met een takje bloeiende heide, en met het beste recept dat zijn vrouw kende.
De grouse - dat weet u? - is een jachtvogel, paars van kleur, in grootte zo tussen patrijs en korhaan, familie van deze, alsook van de kwartel of kwakkel of wachtel; een hoenderachtige vogel, die speciaal in het Britse eilandenrijk veel voorkomt en die van 12 augustus af door alle staatslieden en belangrijke mensen wordt bejaagd. Men zegt wel eens dat dit land van 12 augustus af elk jaar enkele weken onbestuurbaar en weerloos is. Als je in de heide een klucht grouse opstoot gaan ze knorrend de lucht in, vliegen met ratelende vleugelslag en enorme vaart weg en vallen spoedig weer ergens in. Er is een Engels werkwoord grouse, dat knorren betekent. Maar wie een grouse op zijn bordje krijgt vergeet te knorrenof het moest van louter vleselijk genoegen zijn.
En Callum - ja waarom ook niet even aandacht aan hém besteed? Zijn naam komt van Colomba, de eerste apostel van dit gewest. Callum is een voorbeeldige Schot: vriendelijk, gastvrij, dankbaar, trots op zijn voorgeslacht, betrouwbaar in zijn werk en een beroepsjager en -visser. Hij heeft ons al eens op de zalm genodigd. Hij heeft ons al een reebok te schieten aangeboden. Hij heeft ons al eens op de hertenjacht genodigd.
En bood ons een korhaan voor afschot aan. Maar even vrijmoedig weet hij ook onze hulp in te roepen om een paar geschoten herten mijlen ver uit de bergen te halen, of om ons aanhangwagentje te lenen.
Zo is een goede Schot: klaar staan voor vrienden en hun hulp inroepen zonder te blozen. Dat is trouwens aan hem te zien. Want behalve open ogen en een zwarte snor draagt hij de tartan van de MacFarlane's, wier papieren tot de 13de eeuw teruggaan. Zodat zijn wollen plooirok in hoofdzaak steenrood is, met strepen van groen en blokjes van blauw. De symbolische plant van deze clan is de ook in Nederland bekende cranberry.
Callum draagt vrijwel altijd de kilt; vaak een versleten exemplaar van zijn voorvaderen, soms de mooie zondagse. Boven zijn steenrode rok heeft hij een versteld maar nog altijd nauwsluitend vest. Aan zijn ellebogen draagt hij leren slijtlappen. Om zijn middel hangt een riem met de herentas of sporran, die mede dient om opwaaien van de rok te voorkomen. Hij heeft blote, stevige knieën. Daaronder ruige wollen kousen. Zijn voeten gaan in lage schoenen, met sierlijk gekruiste enkelbanden.
Als hij koffie met ons drinkt babbelt hij over alle goede menselijke zaken, zal nooit iets onaardigs over een afwezige zeggen, verheugt zich met ons over onze internationale vriendschap en spreekt onbevangen over onze Heiland. Callum is lid van de Katholieke kerk, een minderheidsgroep in dit land. Hij voedt zijn kinderen voortreffelijk op, komt trouw naar de mis, heeft een madonna tot vrouw gekozen welke hij eert en bemint. en is in zaken eerlijk tot de bodem.
Ook hij, Callum, is een leesbare brief. Hij kan luisteren, hij kan spreken, hij is open en hij is een man van daden. Ook hij is beschreven door Gods Geest en hij wil dat weten.