Die Nacht ist vorgedrungen
1978-10-06
De nacht is haast ten einde, - Jaargang 22
- nummer 37
de morgen niet meer ver.
Bezing nu met verblijden
de heldre morgenster.
Wie schreide in het duister
begroet zijn klare schijn
als hij met al zijn luister
straalt over angst en pijn.
Zo is ons God verschenen
in onze lange nacht.
Hij die de englen dienen,
die eeuwen is verwacht,
is als een kind gekomen
en heeft der wereld schuld
nu zelf op zich genomen
en draagt ze met geduld.
Hoevele zwarte nachten
van bitterheid en pijn
en smartelijk verwachten
ons deel nog zullen zijn
op deze donkre aarde,
toch staat in stille pracht
de ster van Gods genade
aan 't einde van de nacht.
God lijkt wel diep verborgen
in onze duisternis
maar schenkt ons toch een morgen
die vol van luister is.
Hij komt ons toch te stade
ook in het strengst gericht,
Zijn oordeel is genade,
zijn duisternis is licht.
Dit lied uit het Liedboek (no. 130) ging ik lezen na lezing van een artikel van Drs G. Manenschijn in Trouw.
Hij schrijft hierin iets over de dichter van dit lied, Jochen Klepper, een duitser die getrouwd was met een joodse vrouwen in 1942 met zijn gezin de dood werd ingedreven.
Klepper was een man die geworsteld moet hebben met Gods hand in de gebeurtenissen van zijn dagen: " ... God lijkt wel diep verborgen in onze duisternis ... " en "hoevele zwarte nachten... ons deel nog zullen zijn ... "
Maar ondanks al het sombere om hem heen bleef Klepper geloven in wat beters. Hij wierp zich niet op als wereldverbeteraar, maar bleef wel zingen van Gods genade en de morgen vol van luister. Hij geloofde wél in wat beters.
Deze Klepper heeft - aldus Manenschijn - een dagboek geschreven, waarin hij b.v. het nationaal-socialisme afwijst, het aanpassingsvermogen van de kerk hekelt, vertelt hoe hij hunkert naar een écht levende gemeente.
En zo verzucht hij tenslotte: "Twee dingen houden mij nog in leven: Hanni (zijn vrouw - v.W.) en de verkapte, geheime, nergens op gebaseerde hoop een goddelijk werktuig te zijn en niet "slechts" een verlost mens".
Niet "slechts" een verlost mens.
Ook een goddelijk werktuig.
Dat laatste houdt in: meewerken aan en héénwerken naar de morgen vol van luister.
Dát is ten diepste werken voor wereldverbetering.
Klepper hoopte zó nog iets te kunnen doen, ofschoon die hoop ijdel leek.
Velen spreken vandaag over wereldverbetering en er valt ook heel wat te verbeteren. Maar verbetering zal er slechts kunnen komen als we er allen van overtuigd zijn goddelijke werktuigen te mogen zijn.
Wereldverbetering als zélfverlossing is gedoemd te mislukken.
Wereldverbetering als vrucht van het geloof een goddelijk werktuig te zijn kán ook hier op aarde wellicht nog vruchten geven.
Maar de zwarte nachten zullen vóór Jezus' wederkomst niet verdwijnen.
Die zullen pas definitief verdwijnen als Gods duisternis licht wordt.