In memoriam en verloren zoon

1978-10-20
  • Jaargang 22
  • nummer 39
WILLEM heeft tenslotte toch nog de voorpagina van de krant gehaald.
U herinnert zich hem wellicht niet meer. Een hele tijd geleden schreef ik iets over hem: een jongen van 17 jaar die ik ontmoette en die me z'n levensverhaal vertelde. Een jongen - ik noemde hem Kees maar hij heette eigenlijk Willem - uit de vrijgemaakte kerken, of hij "binnen" of "buiten" was wist hij niet en wie zal hem dat kwalijk nemen? Hij stak een stick op en daardoor begon het gesprek eigenlijk. Ik gaf zijn verhaal in eigen woorden door en wil er nu iets uit overnemen:

"Wat ik precies gebruik?
Och, van alles: L.S.D., cocaïne, och waarom zou ik het allemaal noemen, U zult het toch wel weten.
U wilt weten, hoe lang ik al drugs gebruik. Och, dat is drie jaar geleden al begonnen (Iet er even op, de jongen is nu 17!). M'n ouders wisten er toen niets van en ik ging zondags mee naar de kerk.
'k Vond het soms wel mooi, maar op een gegeven moment wilde ik niet meer. In die tijd kwamen ze er ook achter dat ik drugs gebruikte.
Ze waren vreselijk kwaad.
M'n vader heeft me geslagen, ze hebben me opgesloten. 'k Ben toen weggelopen. Bijna 1 jaar later hebben ze me gevonden.
'k Ben toen een paar maanden thuis geweest. Toen ben ik weer weggegaan. Ze hebben er zich bij neergelegd, denk ik.

Oud zal ik niet worden, misschien haal ik de 25. Dan ben ik dood ...
Dood ... M'n moeder zei vroeger altijd: "als je dood gaat, ga je naar de hemel". Nu, daar reken ik dan maar op. 't Lijkt me wel leuk, dan ben ik van een boel rottigheid af.
U denkt, dat ik niet naar de hemel ga?
0, U bedoelt: als ik zo doorga kom ik er niet. Ja maar, die verloren zoon dan uit de gelijkenis.
Die haalde ook een boel smerigheid uit, maar toen hij terugging naar zijn vader, stond die op hem te wachten. Of niet soms?

Die vader van die verloren zoon, stond toch maar te wachten.
Of niet soms? Zou die ook op mij wachten? Als ik echt anders zou willen, weer zou gaan bidden ... , vroeger kon ik erg goed bidden, vooral als we kerkje speelden."

WILLEM is gestorven, hij heeft de 25 jaar niet gehaald. Hij werd 19 jaar oud en hij stierf in een tramstel van lijn 24 in de Van Woustraat te Amsterdam aan een overdosis heroïne.
Na dat gesprek zag ik hem nooit meer, ik was hem eigenlijk al vergeten.
En toen stond opeens zijn naam in de krant met de achternaam voluit er bij. Meestal staan er maar een paar letters in dergelijke berichten.
Deze keer niet. Niet "W.W.", maar "Willem W ... ".
Daar schrik je dan van, het geeft je een leeg gevoel.
0, ik weet wel dat zulke jongens bijna niet te helpen zijn, maar komt dat ook niet voor een deel door onze burgerlijke braafheid?
Ik wil ter herinnering aan Willem èn als een aanklacht aan ónze onmenselijke laksheid overnemen een gedicht van Mevr. E. IJskes-Kooger (Uit: "Als glas in de zon"):

Opdat zij uw goede werken mogen zien

Ik heb vergaderd
Jij hebt vergaderd
Hij heeft vergaderd
Wij hebben vergaderd
Zij hebben vergaderd
't Heeft allemaal nogal wat tijd genomen
En we zijn nog niet tot elkaar gekomen.

Ik heb gesproken
Jij hebt gesproken
Hij heeft gesproken
Wij hebben gesproken
Zij hebben gesproken
't Gaf allemaal niet veel,
't liep uit op vitten
Terwijl er toch veel tijd in was gaan zitten.

En in de tijd dat A nog aldoor praatte
En B daarop het woord nog even vroeg
Ging er een oude broeder door de straten
En praatte met een meisje in de kroeg.
En op 't moment dat de vergaad'ring sloot
Hielp hij een mens, hielp hij een mens in nood.

MET Willem hoeven we niet meer te praten. Hij is inmiddels begraven en het zal misschien wel niet erg druk zijn geweest op het kerkhof: geen sprekers met woorden van lof.
Ik weet het niet, maar ik denk dat maar.
En straks gaat ook het graf van Willem weer open.
Dan zal God Zijn oordeel over Willem uitspreken. Wij hoeven dat niet te doen.
Misschien kijkt God dan langs Willem heen mij wel aan of U of een ander? Misschien moeten we dan wel antwoord geven op een pijnlijke vraag: Waarom hebben jullie Willem niet te eten gegeven, hebben jullie hem niet gekleed, hebben jullie hem niet gehuisvest, hebben jullie hem in de gevangenis niet opgezocht (Matth. 25)?
En wat zullen we dan antwoorden?
Dat we het zo druk hadden met vergaderen?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief