Ik draag mezelf niet, ik word gedragen
2012-10-26
Wij gelóven de kerk als Christus’ lichaam op aarde, en zíen een gebouw, een groep mensen, een instituut. De binding daaraan wordt in onze tijd door allerlei oorzaken steeds losser en vluchtiger.- Jaargang 56
- nummer 21
Vier redacteurs van Opbouw en De Reformatie beschrijven in dit artikel hun motivatie om de gezamenlijke Special dit jaar te wijden aan het thema: de kerk.
Ik was twaalf jaar toen de kerk begon te scheuren. En het hield pas op toen ik vierentwintig was.
Nu ik vijfenzestig ben, zie ik het opnieuw gebeuren. Gemeenten gaan stuk, broers en zussen in de Heer vertrekken. Het lichaam van Christus scheurt nog steeds. Soms maakt het me boos, vaak ook verdrietig: om wat kinderen van God elkaar aandoen en om hun onvermogen om de eenheid te bewaren die de Geest heeft gegeven.
En ik leg de hand op de mond, nu het ook in onze kerken gebeurt.
De kerk: dat zijn voor mij geen stenen, maar mensen die God en elkaar ontmoeten. Ik heb gekerkt in een café, naaiatelier, gymzaal, boksschool, schoolaula en ook een tijdje in een kerkgebouw. Maar overal was God - en zijn Woord en zijn mensen.
Dat heeft me gestempeld. We gáán niet naar de kerk, we zíjn de kerk.
De kerk: dat zijn voor mij mensen, maar daar bovenuit Jezus Christus. Het is de plek waar ik Jezus vond, toen op een zondagmiddag in 1965 de dominee zei: ‘Wie hier in de kerk zijn hart nog niet aan Jezus heeft gegeven, moet dat vandaag nog doen’. Het is ook de plek waar Jezus me is blijven aanspreken: in de GKv en in de NGK, in kerkdienst, kring en groeigroep.
De kerk: vaak ben ik er blij mee, maar soms valt het er zo ongelooflijk tegen. Ik zie er mensen thuiskomen, zich omkeren en heling vinden in de ontmoeting met andere mensen en vooral met Jezus. Ik zie er ook mensen afknappen op regels die nauwer binden dan de Heer van de kerk of juist stukgaan, doordat heilzame afspraken en beschermende regels worden geschonden.
De kerk is het lichaam van Christus. Hij is er de baas, het draait er om Hem, om zijn Vader en om zijn Geest. Hij is er, ook als ik dingen denk of doe die van geen kanten deugen. Hij is er, ook als ik door mijn eigen zekerheden heen zak. Hij is er, ook als mijn kinderen andere wegen gaan. Hij aanvaardt me, confronteert me en troost me: in Woord en brood en wijn en lied en beeld. Hij komt naar me toe in zijn mensen, die me bemoedigen en vermanen, troosten en opscherpen. Ik draag mezelf niet, ik word gedragen - maar wat ben ik dat vaak kwijt.
De kerk is kerk onder het kruis. Waar ik samen met al die anderen ben vrijgesproken en we elkaar aankijken met ogen die genade hebben gezien. We zijn Grace Church - maar wat zijn we daar soms mijlenver vandaan.
In de kerk klinkt het Woord: mijn kracht wordt in zwákheid vervuld. Maar wat is het vaak een plek waar we doen alsof. We zingen over onze zonden en wonden, maar over wat er bij ons zwak of stuk is, hoeft niemand iets te horen. ‘Nee hoor, alles gaat goed.’ Maar de kerk is a hospital for sinners, not a museum for saints. En dus moeten de maskers af. Op de New Wine conferentie zongen we: In your Kingdom broken lives are made new. Maar dan moet ik wel eerst erkennen dat mijn life broken is - en wat gebeurt dat nog weinig.
De kerk: een plek om te rouwen en te dansen, te klagen en te omhelzen, te janken en te juichen, te vallen en weer op te staan. Geholpen door anderen en door Jezus. Die kerk geloof ik, bij die kerk hoor ik en naar die kerk ben ik tegelijk levenslang op zoek. Net als veel anderen, merk ik om me heen. Ik hoop dat deze special mij en hen helpt om bij die kerk te blijven horen en naar die kerk te blijven zoeken.
Ad de Boer is lid van de NGK van Voorthuizen/Barneveld en redacteur van Opbouw.