Gemeenschap met Christus is gemeenschap met elkaar
2012-10-26
Horen bij Jezus Christus en horen bij de kerk: vanuit het Nieuwe Testament bezien zijn beide onlosmakelijk met elkaar verbonden. Kijk maar naar de beelden die het Nieuwe Testament gebruikt om onze eenheid met Christus te beschrijven. Veel van deze beelden gaan niet alleen over Jezus Christus, maar ook over de kerk. - Jaargang 56
- nummer 21
Paulus gebruikt bijvoorbeeld het beeld van het lichaam van Christus (Rom. 12; 1 Kor. 12). Hier is het lichaam als geheel het lichaam van Christus. In Kolossenzen en in Efeziërs combineert Paulus de lichaamsmetafoor met het beeld van een hoofd. Nu is Christus het hoofd, de gelovigen samen zijn het lichaam. Verder gebruikt Paulus het beeld van een gebouw en een tempel. Christus is nu het fundament, de meest belangrijke steen, of degene ‘in wie’ het gebouw bestaat (Ef. 2:21). Ook gebruikt Paulus het beeld van het huwelijk, waarbij Christus de bruidegom is en de gemeente de bruid (Ef. 5). Voor deze beelden geldt allemaal: ze gaan over Christus en over de gemeenschap van gelovigen samen.
Ook Johannes gebruikt beelden voor onze gemeenschap met Christus. Ook hiervan heeft een aantal betrekking op de kerk. Wanneer Jezus de goede Herder is, zijn wij met elkaar een kudde schapen. Het beeld van de wijnstok gaat uit van één wijnstok met veel takken die samen de gemeenschap van Jezus’ leerlingen vormen.
Herstel van gemeenschap
Wie als gelovige in de gemeenschap met Christus komt te staan, ontdekt daar: ik ben niet alleen. Wie in de gemeenschap met Christus staat, staat ook in de gemeenschap die Christus sticht. Gemeenschap met Christus en gemeenschap met zijn leerlingen blijken onlosmakelijk met elkaar verbonden te zijn. Oftewel: de gemeenschap van de kerk is onderdeel van het evangelie. Wat dat wil zeggen, ben ik mee dankzij Eberhard Jüngels boek over de rechtvaardiging gaan zien (Das Evangelium von der Rechtfertigung). Hij laat zien wat zonde doet: zonde maakt relaties kapot. Zonde maakt eenzaam. Maar God is een God die gemeenschap sticht en relaties herstelt. God is een God van liefde en gastvrijheid, die erop uit is om ons te laten delen in zijn gemeenschap. Daarom zijn liefde voor God en liefde voor onze naaste zo onlosmakelijk met elkaar verbonden – kijk in de twee grote geboden, maar evengoed in 1 Johannes 4. Het evangelie van Jezus Christus gaat over herstel van gemeenschap: met God en daarom ook met elkaar.
Evangelie
Als de kerk zelf integraal deel uitmaakt van het evangelie, is de kerk ook zelf verkondiging van het evangelie. Wanneer de liefdevolle gemeenschap van de gelovigen onderling goed functioneert, wordt in die eenheid de grootheid van Gods liefde zichtbaar. Dat is Jezus’ gebed voor zijn kerk. Als Gods grootheid zichtbaar wordt in zijn volgelingen, dan zal dat anderen er weer van overtuigen dat Jezus hun redding is (Joh.
17:21-24). Ik herken dit van E&R-weken: de liefde en gemeenschap die gasten proefden bij een team, op een terras, in een gemeente, zette aan het denken.
Omgekeerd betekent verdeeldheid onder christenen dan echter een verduistering van het evangelie en van Gods grootheid.
Als christenen ruzie maken, is niet meer Gods goedheid te zien en verliest de kerk haar overtuigingskracht. We zien hoe onze verdeelde westerse kerk haar kracht verloren heeft, en hoe Europa seculariseert.
We weten maar al te goed dat de kerk in onze praktijk een gemengd gebeuren is. Er zijn momenten dat de grootheid van God oplicht, maar ook momenten dat menselijke zonde en kleinheid Gods grootheid verduisteren. Er zijn momenten dat we de kerk als evangelie ervaren, maar ook momenten dat de kerk een last is waaraan we lijden.
Nieuwe schepping
Daarom is het maar goed dat het Paulus in 2 Korintiërs 5 om de kerk gaat. Hij schrijft (2 Kor. 5:17): ‘Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.’ Dit lijkt een uitspraak over een individuele christen. Maar het gaat in 2 Korintiërs 5 juist over de wederzijdse aanvaarding binnen de gemeente. Paulus verlangt ernaar dat de verzoening met God ook doorwerkt in de verzoening tussen hem en de gemeente in Korinte.
Waarom zegt hij in vers 16: ‘Daarom beoordelen we vanaf nu niemand meer volgens de maatstaven van deze wereld’? Het gaat er dan maar niet om dat losse individuen anders naar zichzelf gaan kijken. Het gaat erom dat ik in de kerk anders aan ga kijken tegen mijn broer of zus in Christus. Ik moet leren die ander niet te zien als irritante lastpost, maar als nieuwe schepping in Christus. Ik moet leren te letten niet op wat er mis gaat en wat ontbreekt, maar op hoe die ander in verbondenheid met Christus bij de nieuwe schepping hoort.
Ik moet leren te letten op hoe in die ander het nieuwe leven groeit en verder kan groeien.
Hier is het evangelie opnieuw een bron van gemeenschap tussen mensen, een bron die gemeenschap herstelt en onze menselijke breuken en conflicten kan overbruggen. Verzoening en vergeving kunnen ook intermenselijk, zelfs in de kerk, het laatste woord hebben, wanneer we maar ophouden elkaar te beoordelen volgens de maatstaven van deze wereld.
Dat wil zeggen: de kerk komt alleen in beeld wanneer we ‘in Christus kijken’. Daarom maakt de kerk ook deel uit van de geloofsbelijdenis. Wij geloven de kerk, en dat is maar gelukkig ook. Wat heeft het kwaad van de zonde niet kapot gemaakt in het lichaam van Christus? Wat een leugen, traagheid, ongeloof, verdeeldheid, karikaturen, scheuringen, conflicten, noem maar op.
Sacramenten
Gelukkig leren wij kijken volgens de maatstaven van Christus.
Dat leren we ook in die twee sacramenten die we van de Heer gekregen hebben: doop en avondmaal. Vergelijk ze eens met een interactief rollenspel waarin je meegenomen wordt, om anders te gaan kijken. Daar komt zelfs het begin van het instituut van de kerk in beeld.
Wie gedoopt wordt, wordt ingelijfd in Christus en in zijn lichaam. Een gedoopte wordt een lichaamsdeel van het lichaam van Christus. Daarom heet je ook ‘lid’. ‘Kerklid’ zijn is een aspect van de lichaamsmetafoor: lichaamsdeel van Christus zijn. Wie in Christus ingelijfd wordt, wordt ook lid van een concrete plaatselijke gemeenschap. Dat is niet van elkaar los te maken. Waar ‘leden’ zijn, daar begint een instituut.
Ook het avondmaal maakt de kerk zichtbaar. Paulus speelt in 1 Korintiërs 10 en 11 met het beeld van het lichaam. Zo maakt hij duidelijk: wij zijn het lichaam van Christus omdat we het lichaam van Christus eten. In het vieren van het avondmaal wordt de gemeenschap van Christus tastbare werkelijkheid.
Hier wordt het mogelijk het hart van het evangelie op aarde te ervaren: in de gemeenschap met Christus hebben we gemeenschap met elkaar, aan Jezus’ gastvrije tafel.
Deze viering vraagt erom dat mensen aangewezen worden om namens Christus de instellingswoorden te spreken – zoals ook mensen aangewezen moeten worden om namens Christus in de bijeenkomst van de gemeente die woorden uit te spreken: ik doop je in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Waar deze machtiging plaatsvindt, daar begint een instituut.
Ook hier roept het kwaad van de institutionele verstarring en gebrokenheid diepe vragen op. Vragen die ten diepste alleen opgelost worden wanneer de Heer terugkomt om ons te verlossen van Gods oordeel en alles nieuw te maken – ‘dan zal er één kudde zijn, met één herder.’
Hans Burger is postdoc onderzoeker aan de Theologische Universiteit in Kampen en lid van de GKv van Franeker-Sexbierum.