De schare die niemand tellen kan

2012-10-26
  • Jaargang 56
  • nummer 21
Enkele maanden geleden kwam het bericht: tante S. is overleden.
Ze was niet de eerste in de rij van ooms en tantes. Vaak had ik niet de gelegenheid om de begrafenis te bezoeken. Deze keer was ik ervan overtuigd dat ik moest gaan. Want bij tante S. moest ik denken aan een voorval van zo’n 55 jaar geleden.
Ik was toen een jaar of acht. Mijn moeder was druk in de weer. De warme maaltijd moest heel speciaal worden: witlof met ham en kaas.
Want tante S., mijn moeders zus, en haar man zouden op bezoek komen.
Ik weet niet zoveel meer van het bezoek, maar wel dat de witlof met ham en kaas waar moeder zo haar best op had gedaan, volledig overschaduwd werd door kerkelijk geweld. Beide gezinnen hadden zich vrijgemaakt, maar oom en tante hadden het er moeilijk mee, vooral door de situatie in de gemeente waartoe ze behoorden. Vader en moeder hadden daar geen begrip voor. ‘Jij sliep in 1944 met De Reformatie onder je kussen en nu doe je dit,’ sprak vader. Er vielen nog meer harde woorden. Het gesprek duurde en duurde maar – vader belerend, oom neerbuigend, de zussen huilend.
Vele jaren later hebben oom en tante zich aangesloten bij de NGK. Vader en moeder bleven met overtuiging vrijgemaakt. Het contact bleef, zij het op een lager pitje. Ik mocht wel bij oom en tante logeren, maar niet op zondag, want oom en tante gingen naar de verkeerde kerk.

GKv of NGK? Tante S. en ik mogen beiden behoren tot de ‘SDNTK’ (schare die niemand tellen kan). Dat is in een soms verstikkend kerkelijk klimaat een adembenemend vooruitzicht.

Henk Baas is lid van de GKv van Roden (Drenthe) en was tot april 2011 gedeputeerde voor de ChristenUnie in Drenthe.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief