Wat geloof je van de kerk?

2012-10-26
  • Jaargang 56
  • nummer 21
Vraag een gereformeerd kind wat de kerk is en je krijgt een helder antwoord: een gebouw met een toren waar je op zondag naartoe gaat om te zingen en te bidden en waar een dominee preekt. Als je aan zijn ouders vraagt wat de kerk is, zal het antwoord een stuk aarzelender komen. De kerk, is dat niet de verzameling van gelovigen van alle plaatsen, tijden en kerken? Is de kerk niet daar waar gelovige mensen samenzijn? Weer een generatie verder kun je dit antwoord tegenkomen: de kerk is de gemeenschap waarin ik geboren werd, opgroeide en wil sterven, de kerk is mijn thuis.

Wat is de kerk? We legden de vraag op tafel in een ontmoeting van vier betrokken kerkgangers van verschillende generaties uit verschillende gemeenten van een van de kleine gereformeerde kerken. Vooraf lazen zij het artikel van Hans Schaeffer dat in deze Special aan dit interview vooraf gaat: Kerk anno nu (zie pag. 32-33).

Hoe betrokken de gespreksdeelnemers zijn bij het thema kerk blijkt al uit het feit dat ze er een flink eind rijden voor over hebben om in de Zwolse woonkamer van Dien de Haan over de kerk te praten. Het is dan ook niet moeilijk ter zake te komen.
Nog voor de fotograaf zijn plaatjes geschoten heeft, zitten we tot over onze oren in het onderwerp met de vraag: wat betekent de kerk voor jou? Wat zou je missen als je jouw gemeente niet had?
‘Mijn gemeente betekent heel veel voor mij,’ zegt Dick direct. ‘Zij is een vaste basis waardoor ik mede mijn geestelijk leven kan vormgeven. De gemeente is er om samen met broeders en zusters dingen te doen, om te delen. Ik denk dat dat Jezus’ bedoeling met de kerk is.’ Peter: ‘Wij begeven ons buiten de gebaande wegen door naar verschillende kerken te gaan. Ik vind het heel beperkend om maar naar één gemeente te gaan, de kerk is veel groter.’ ‘Epic Life is vooral de plek waar we gemeenschap ervaren met andere christenen,’ vult Wilke aan. ‘Wat daar gebeurt, betreft mijn hele leven en mijn hele week. De vertrouwelijkheid waarmee we er elkaar bij Gods troon brengen – zo vanzelfsprekend en easy, het lijntje naar God is heel kort!’ Dien: ‘Doe je dat met mensen die je zelf hebt uitgezocht? Voor mij is dit het verschil tussen kerk en christelijke vriendengroep: vrienden zoek je uit, maar in de kerk ben je aan elkaar gegeven.’ ‘Epic Life is ontstaan uit een gezamenlijk verlangen van een groepje vrienden en kennissen – dat is wel comfortabel, ja,’ erkent Wilke, ‘maar we worden er zó door gezegend! Ons doel is onze levens te delen en God te ontmoeten, niet om kerkje te spelen.
We willen laagdrempelig en uitnodigend zijn, er zijn voor mensen. We zijn ervan overtuigd dat God iets zal gaan doen met Epic Life. Er komen nog niet veel nieuwe mensen, maar we zijn ook niet actief aan het werven. Misschien moeten we eerst terug naar de basics: wortelen in God.’ ‘Laagdrempelig is misschien niet het goede woord voor Epic Life,’ nuanceert Peter. ‘Het is meer dat we vaste vormen weglaten. We willen vrij zijn van het keurslijf dat veel kerken opdringen door een orde van dienst, formulieren en regels. Dat biedt te weinig ruimte om dingen anders in te vullen. Er wordt veel opgehangen aan regeltjes en tradities, terwijl ik me afvraag of die niet de vrijheid belemmeren die God geeft. In ieder geval staan ze mij in de weg om bij God te komen.’

Zijn de gevestigde kerken vastgeroest?
Peter: ‘Het zou goed zijn als er meer vrijheid kan worden ervaren. Dat het blijde nieuws van het evangelie vrijheid geeft, is onderbelicht. Als dat verandert, wordt de rest geneuzel in de marge.’ Dick: ‘Een geïnstitutionaliseerde kerk hoeft helemaal niet vastgeroest te zijn.
Vormen hebben hun waarde. Het kan én én zijn: én vormen én vrijheid. Binnen het gemeenteleven zou er wel veel meer vormenrijkheid kunnen zijn. Men denkt soms te veel vanuit structuren.
Er is angst om dingen op een andere manier aan te pakken, angst voor het onbekende. In mijn gemeente is trouwens best veel mogelijk.’ ‘Soms moet je als kerkenraad gewoon dingen doen zonder te vragen.’ vindt Dien. ‘En als het fout was, zeg je later sorry.’ Peter: ‘Er is inderdaad angst om fouten te maken. En als er fouten gemaakt worden, wordt er keihard op gereageerd.
Er is daardoor veel dichtgetimmerd en afgebakend.’ Dick: ‘Ik zie anders in veel vrijgemaakte kerken een enorm open houding de laatste jaren.’ ‘Ja,’ reageert Dien, ‘volgens mij denk ik positiever over de vrijgemaakte kerk dan Wilke en Peter.’

Kunnen jullie zonder gêne je buren of collega’s meenemen naar je kerk?
Dick: ‘Dat hangt van die mensen af en van de band die ik met hen heb.’ ‘Mijn ervaring is dat we vaak te veel voor de ander denken,’ zegt Peter. ‘Ik ken veel gêne om mensen naar de gereformeerde kerk mee te nemen, maar heb meegemaakt dat mensen het er fantastisch vonden.’ Dien: ‘In ieder mens is een vacuüm dat alleen door God zelf gevuld kan worden. Als de kerk met al haar lek en gebrek daarvoor een plek kan zijn, is dat alleen maar mooi.’ Wilke: ‘Ik proef bij veel kerken een soort arrogantie: zoals het hier gaat, is hoe het moet. Ze denken dat zij het hebben en vinden dat anderen daar moeten komen. Zelf moet ik bij Epic Life veel heilige huisjes afbreken. Volgens mij is uiteindelijk iedereen bezig met dezelfde vragen van het leven.
Daarom wil ik eerst relaties aangaan met mensen, en dan heb ik best wat te vertellen, al weet ik niet het antwoord op alle vragen. Die arrogantie wil ik loslaten.’

Als je de kerk zou moeten definiëren, welke woorden mogen dan niet ontbreken?
Dien, stellig: ‘Verkondiging. Die is voor mij wezenlijk in de kerk. Dat je je samen afvraagt: wat betekent dit of dat Bijbelgedeelte voor ons vandaag? In mijn gemeente organiseren we sinds een aantal jaar ontmoetingsdiensten, gericht op mensen van buiten de kerk.
Ik mocht daarin regelmatig voorgaan en heb gemerkt dat ook jongeren best willen luisteren. Zij willen een bóódschap, geen populair verhaaltje of een studeerkamerpraatje. En dan vraag ik mij af: hoe geef je verkondiging vorm in een huisgemeente?’
Wilke: ‘Ik ben het met je eens dat de verkondiging wezenlijk is. Dat was ook onze conclusie nadat we ons eerste jaar geëvalueerd hadden: we willen verdieping. Tot nu toe bereiden we om de beurt iets voor vanuit de Bijbel.
Dat kan qua vorm van alles zijn: een filmfragment, een overdenking, bibliodrama of iets voor de kinderen. Hoe we de verkondiging in de toekomst gaan vormgeven, weten we nog niet. Ik vind het ook niet zo belangrijk.’

Dick: ‘De kerk omschrijven aan de hand van bepaalde kenmerken, is mij veel te theoretisch. Ik spreek liever van de gemeenschap waar mensen samenkomen rond verkondiging en sacramenten. De kerk is het lichaam van Christus, met leden die elkaar nodig hebben. Wat Wilke zegt over de vertrouwelijkheid in haar huisgemeente, dat ervaar ik in mijn gemeente en op de Bijbelkring.
Die Bijbelkring is geen kerk op zich, maar een deel van de kerk.’

Dien: ‘De kerk is niet een organisatie, maar een organisme, een levend lichaam. In dat lichaam moet je wel rekening houden met alle ledematen.
Vaak blijkt dat als het erop aankomt in een mensenleven, regeltjes geen rol spelen.’ ‘Ik ben misschien naïef,’ reageert Peter, ‘maar zou het niet fantastisch zijn als mensen al jong op het wezenlijke gericht zijn, en niet pas tegen de tijd dat ze bijna doodgaan?’ Dien: ‘Jazeker, daarom benadruk ik steeds het Woord. Als dat centraal staat, kom je vanzelf bij het wezen van de kerk.’ Wilke: ‘Wezenlijk in de kerk is voor mij relatie. Maar het Woord staat bij ons ook centraal: we doen altijd de Bijbel open.’ ‘Niet elke gemeente hoeft hetzelfde te zijn,’ zegt Dien. ‘Jeruzalem zag er heel anders uit dan Antiochië, ze hadden ieder hun eigenheid. De Geest geeft vrijheid. Hij laat je ook in de tijd dingen inzien, waardoor standpunten kunnen veranderen. Denk aan thema’s als slavernij, homofilie en vrouw in het ambt. Als de Geest je leidt, let je niet op regels, maar op wat God werkelijk van je vraagt.’

Peter: ‘Ik begrijp niet waarom je een geïnstitutionaliseerde kerk zou willen hebben. Waar het om gaat, is dat kinderen van God te herkennen zijn aan de vruchten van de Geest voor mensen die God niet kennen. Schaeffer verbindt in zijn artikel het woord ‘heilig’ aan het woord ‘tucht’, maar heilig zijn heeft niets te maken met tucht, enkel met vruchten van de Geest. Vormen in de kerk zijn prima hoor, maar ik heb behoefte aan andere vormen dan die van de gevestigde kerken.’

Volgens godsdienstsociologen kenmerkt de hedendaagse gelovige zich door een bricolagegeloof: je stelt je eigen geloof samen uit verschillende opvattingen en tradities. Herken je dat?
Wilke: ‘Ik merk aan mijzelf en generatiegenoten dat dat zo is.’ ‘Dat vind ik dan een probleem,’ reageert Dick.
‘Geloven wordt dan te veel consumeren.
Leidend moet zijn: wat wil God dat we doen?’ Peter: ‘Dat is een punt: wat wil Jezus dat we doen? Ik vraag me af of Jezus wil dat we ons inzetten voor de traditionele kerk. Volgens mij wil Hij dat we zijn liefde kenbaar maken.
Het maakt niet zo veel uit hoe je dat doet. Geloof moet de basis zijn.’ ‘En de basisvorm is de gemeente,’ zegt Dick.
‘Maar die gemeente moet niet gesloten zijn,’ reageert Peter. ‘Kerken houden de deur vaak dicht voor andersdenkenden.
In de ene gemeente worden mensen bijvoorbeeld uitgesloten omdat ze tegen de kinderdoop zijn terwijl in de andere gemeente hetzelfde gebeurt met mensen die er juist vóór zijn.’ ‘Hoe relevant ben je in de samenleving,’ vult Wilke aan, ‘daar gaat het om.’ ‘Dick: ‘Sociaal bezig zijn is goed, als het maar geen sociaal evangelie wordt. Kern is de relatie met God.’ ‘Ik geloof dat als je laat zien in je leven wat Jezus voor je heeft gedaan, mensen merken dat je een relatie hebt met God,’ zegt Peter. ‘Laat ze maar komen, al komen ze alleen maar voor de rabarbertaart; de Geest vindt wel een ingang!’ Wilke: ‘Ik zou al die mensen willen zeggen: geloof me, dít is het goede leven! Is Epic Life nog kerk als er honderd mensen enkel voor de taart en de gezelligheid komen? Die vraag interesseert me niks.’ Peter: ‘De kerk, dat zijn alle gelovigen bij elkaar.
Dat je een groep mensen vormt die je vaker treft en waarmee je de diepte in gaat, oké, maar de kerk – dat zijn alle kinderen van God. De kerk is niet een instituut, een gebouw… en toch ook weer wel. Ik vind niet dat avondmaal vieren onontbeerlijk is in een kerk.
“Doe dat tot mijn gedachtenis” – dat kan op meer manieren. Het gaat erom de grote daden van God te gedenken, wat Jezus voor je heeft gedaan.’ Dien: ‘Dat God tot zijn doel komt, daar gaat het om. Daarin heeft de kerk ergens een functie. Laten we het geloof maar gewoon in de praktijk brengen.
Met heilige onverschilligheid.’

Joke Bosch is journalist en publicist en lid van de Protestantse Gemeente Amersfoort (wijkgemeente Adventkerk).

De deelnemers

Dien de Haan – 78 jaar, was decennialang de ‘moeder’ van de Elisabethbode, schreef onder het pseudoniem Annie Verdelman en hield lezingen voor vrouwengroepen. Onlangs verscheen van haar hand het Bijbels dagboek Lees maar, er staat meer dan er staat. Dien is actief lid van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Zwolle. Om te weten waarmee jongeren zich bezighouden, is ze actief op Facebook en Twitter. ‘Ik wil graag nog eens e-mailpastoraat gaan doen, maar heb nog geen tijd gevonden eraan te beginnen.’

Dick Stellingwerf – 55 jaar, burgemeester van de gemeente Lemsterland, getrouwd en vader van vijf kinderen. Op zondag rijden Dick en zijn vrouw naar de enige Nederlands Gereformeerde Kerk van Friesland, in Heerenveen, waar Dick kerkenraadslid is. Van huis uit was Dick gereformeerdvrijgemaakt te Ermelo, maar op zijn vijftiende raakte het gezin Stellingwerf ‘buitenverband.’ Dick was leraar biologie en geschiedenis en destijds in zijn woonplaats Ede actief in de politiek. Tot 2002 zat hij acht jaar in de Tweede Kamer, eerst voor de RPF en later voor de ChristenUnie.

Wilke van der Molen – 33 jaar, dramadocent aan de Gereformeerde Hogeschool Zwolle en theatermaker, heeft samen met Peter vijf kinderen.
Peter en Wilke zijn lid van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) van Leeuwarden. Samen met een aantal vrienden en kennissen zijn Peter en Wilke een jaar geleden begonnen met de community Epic Life 058, een huisgemeente in Leeuwarden die eens per twee weken op zondagochtend samenkomt. De andere zondagen bezoekt het gezin verschillende kerken in Leeuwarden.

Peter van der Molen – 33 jaar, recruiter voor een detacheringsbureau, heeft samen met Wilke vijf kinderen. Peter is eigenaar van The Fathersplace die door middel van lezingen, coaching en cursussen vaders meer bij de opvoeding van hun kinderen wil betrekken. Zie verder bij Wilke.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief