Heilige zorgeloosheid

1978-10-27
  • Jaargang 22
  • nummer 40
"Wentel uw weg op de HERE ...
Hij zal het maken"
(Ps. 37: 5)

Evenals de vorige keren moeten we ook nu weer bekennen: dit ligt ons niet zo. Hoe vaak hebt u niet horen zeggen: "Wij máken het wel even".
En hoe vaak hebt u dat zelf al niet gezegd of minstens gedacht?
We kienen het wel uit en we hebben het wel in onze vingers.
We kijken doorgaans nogal optimistisch tegen onze mogelijkheden aan.
Net zolang tot we bij de brokken neerzitten en we tot de ontdekking komen, dat we meer kapotmaken dan heelmaken.
Er is ons trouwens als gereformeerde mensen altijd een behoorlijk portie verantwoordelijkheidsbesef aangepraat. We zijn bepaald niet van de “lijdelijken". Hoe vroom het ook moge lijken en klinken om "Gods water over Gods akker te laten lopen", - deze zegswijze heeft terecht geen gunstige betekenis in onze taal en het komt ons voor, dat dan tot tweemaal toe de Naam van God misbruikt wordt.
Wij Calvinisten ... wij wisten altijd van de handen uit de mouwen steken en niet bij de pakken neerzitten.
Al weer van die uitdrukkingen in onze taal die een calvinistische stempel dragen.
We hebben niet veel waardering voor het afschuifsysteem en we voeden onze kinderen erbij op, dat ze geen lasten moeten afwentelen op de schouders van een ander.

En nu toch: "Wentel uw weg op de HERE, - Hij zal het maken".
Maar hier wordt niet de "lijdelijk-
heid" aangeprezen. Alsof we maar met de armen over elkaar kunnen zitten afwachten.
Leest u maar een paar verzen eerder in deze psalm: "Vertrouw op de HERE en doe het goede, woon in het land en betracht getrouwheid" (vers 3).
Er zal wel degelijk wat uit onze handen moeten komen. Het goede doen, het land bewonen en bewerken, getrouwheid betrachten,dat gaat allemaal zo maar niet vanzelf, zonder dat wij er een hand voor uitsteken. We worden hier wel degelijk op onze verantwoordelijkheid aangesproken. Een verantwoordelijkheid, die we niet mogen afschuiven naar een ander toe, zelfs niet naar God toe.
Als wij onze weg op de HERE wentelen, - betekent dat niet dat wij zelf ons niet meer op weg begeven.
En als Hij het maken zal, - betekent dat niet dat wij niets meer te maken hebben.
Het blijft ónze weg, met alles wat erop en eraan is, ónze levensweg, met alles wat ons aan roeping en verantwoordelijkheid daar op wacht en wenkt.
Maar tegelijk belijden we, dat we in eigen kracht en wijsheid daar niet veel van terecht brengen,dat we zonder de HERE maar grote prutsers en knoeiers zijn.
Vandaar dat we onze weg op de HERE wentelen, - niet om er makkelijk àf te komen, maar om er met Zijn hulp dóór te komen.
En als wij een en ander te "maken" hebben, leggen we onze bezige maar zwakke handen in Gods sterke handen, die het "maken".
De HERE is niet als een ongeduldige moeder, die haar meisje, die wat zit te hannesen met een handwerkje, het werk uit handen neemt en zegt: ga jij maar spelen, ik doe het wel even voor je. Hij stuurt ons niet uit spelen, maar legt zijn handen om onze handen heen en Hij laat het ons doen.

Er is nooit een werkverdeling mogelijk tussen de HERE en ons, zodat Hij er pas aan te pas hoeft te komen, als wij met de handen in het haar zitten. Omdat Hij het maken zal zullen wij het maken.
Wentel uw weg van 't begin af aan op de HERE en roep Hem niet pas aan als u bent vastgelopen.
De Joden, die de verantwoordelijkheid voor het doodvonnis over Jezus hebben aangedurfd en in onheilige zorgeloosheid zijn bloed hebben opgeroepen over hun nageslacht, hebben de door henzelf gekruisigde Jezus uitgedaagd "het op de HERE te wentelen". (ps. 22 : 9). En Hij heeft het gedaan: Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest".
En zo was niet alleen zijn sterven, - zo was zijn leven.
"Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik ook". (Joh. 5: 17) "De Zoon kan niets doen van zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen, want wat deze doet, dat doet ook de Zoon evenzo" (Joh. 5 : 17).
Toen Jezus in schijnbare passiviteit aan het kruis hing te verbloeden heeft Hij met sterke stem uitgeroepen, dat Hij zijn werk volbracht.
En toen Hij het op de HERE wentelde (ps. 37 : 5) heeft Deze zijn gerechtigheid doen opgaan als het licht en zijn recht als de middag (ps. 37 : 6): Pásen! "Hij zal het maken".

Heilige zorgeloosheid!
Met een merkwaardige achtergrond: "Indien gij zelfs het geringste niet kunt (een el aan uw lengte toevoegen), wat zult ge u dan bezorgd maken over het overige?"
(Luk. 12 : 26) Zo leert ons Jezus in zijn Bergrede, die begint met de zaligspreking van de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde be-erven. (Matth. 5 : 5) En dát is precies het thema van psalm 37: "De ootmoedigen zullen het land beërven (vers llb)-
"Die de HERE verwachten zullen het land beërven"
(vers 9b)-
"De door de HERE gezegenden beërven het land"
(vers 22b)-
"De rechtvaardigen beërven het land" (vers 29a)"Hij zal u verhogen om het land te beërven" (vers 34b).
Met zulke vooruitzichten kunnen we toch in heilige zorgeloosheid onze weg op de HERE wentelen, en met zo'n zaligspreking behoeft een christenmens zich toch geen zorgen voor de toekomst te maken, want onze hemelse Vader weet wat we nodig hebben.
Heilige zorgeloosheid, die de keerzijde is van maar één heilige zorg: Zijn Koninkrijk zoeken en Zijn gerechtigheid. Dan zal al het andere u bovendien geschonken worden. (Matth. 6 : 33).
Zo vertolkte Jezus in de Bergrede wat zijn voorvader David in de 37e psalm heeft beleden en bezongen: "Verlustig u in de HERE, - dan zal Hij u geven de wensen van uw hart" (vers 4).
Dat heeft met wereldmijding even weinig te maken als het "beërven van het land", waar deze psalm immers zo vol van staat.
Maar het heeft wel alles te maken met het antwoord op de vraag van Asaf: “Wien heb ik nevens U in de hemel? - Nevens U begeer ik niets op aarde" (Ps. 73 : 25).
Door Luther zo treffend vertaald: "Als ik U maar heb, - dan vraag ik niet naar hemel en aarde".
Als dát geen heilige zorgeloosheid is, dan weet ik het niet.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief