Met een hartelijke broedergroet
2012-10-26
Je kunt met gelijkgestemden onderling doorpraten over hoe de kerkopvatting en –beleving in de laatste decennia veranderd zijn. Je kunt ook het gesprek zoeken met andersdenkenden om te proeven wat hen drijft. De redactie vroeg vader Paul en zoon Rikko Voorberg om op dit punt elkaar te bevragen in de vorm van brieven, die hieronder met hun toestemming worden weergegeven. - Jaargang 56
- nummer 21
| Pa, Gek eigenlijk dat wij min of meer collega’s zijn, al is het dan in een heel andere fase. Ik ben net anderhalf jaar aan het werk als gemeentestichter in Amsterdam-West. Jij bent al in je derde gemeente jarenlang actief. Als kind heb ik je werk van heel dichtbij meegemaakt. Ik besloot dat het werk van predikant het meest veelzijdige en diepgaande was dat er bestaat en begon in 2000 met de studie theologie aan de universiteit waar jij enige jaren geleden promoveerde. Halverwege mijn studie besloot ik dat het vak van dominee in een reguliere kerk voorlopig niets voor mij zou zijn. Ik wilde aan de rand van de kerk opereren met beide voeten in deze wereld. Het leek mij niet gezond voor mij en voor een eventuele toekomstige gemeente als ik gemeentepredikant zou worden. Wij hebben veel geschreven en gesproken over punten van verschil en ik ben je dankbaar voor je toewijding, al leverde de uitwisselingen soms ook stevige frustratie op – hoogstwaarschijnlijk aan beide kanten. Ondertussen werk ik aan een nieuwe gemeentestichting in Amsterdam-West en spreken we nog regelmatig over onze verschillende werkplekken en benaderingswijzen. Een van de onderwerpen die steeds weer terugkeren in de gesprekken met jou is de verbinding met God. Je drukt mij dan op het hart om vooral te blijven bidden en lezen in de Bijbel. Je bent ergens bang dat door de voortdurende uitwisseling met andersdenkenden mijn geloof wel eens zou kunnen verdwijnen – terwijl ik het gevoel heb dat mijn geloof opleeft door deze uitwisseling, en ik me op mijn beurt afvraag hoe je geloof overleeft in een omgeving van min of meer gelijkgestemden. Is het niet ingewikkeld om in een kerk vol gelovigen die min of meer hetzelfde geloven nog werkelijk over kernzaken van het geloof te spreken? Vraag je je daar überhaupt nog regelmatig af of je wel echt gelooft en wat dat dan betekent? Mijn geloof leeft als het zich weer moet verantwoorden in een omgeving waar het christendom en de Bijbel geen enkel gezag hebben en waar mensen meteen afhaken als je er geen blijk van geeft in de ‘gewone Amsterdamse wereld’ te leven. Zouden kerken niet moeten knokken om meer ongelovigen in hun gemeenschap op te nemen en daar haar vormen op aan moeten passen? Hoe doe je dat als iedereen min of meer hetzelfde gelooft, raakt dan het leven er niet helemaal uit? Een tweede vraag als het gaat over de kerk als instituut en hoe dat in beweging is, is de plek van de preek. De werkplaats annex kerk die ik gestart ben in Amsterdam heeft voor het moment de preek even geparkeerd. Dat klinkt gek voor een gereformeerde kerkstichting. Ik denk dan ook niet dat de verkondiging ontbreekt, maar de preek wel. Ik realiseerde me bij het opzetten van dit project dat de preek een vorm is die credits vereist: iemand moet zo veel vertrouwen hebben in de wijsheid en achtergrond van de boodschapper dat hij zegt: kom, ik neem de tijd om hier eens naar te luisteren én ik span me in om dit eens te verbinden met mijn eigen leven. De luisteraar moet de spreker al op voorhand gezag toekennen. Die credits heeft de kerk in Amsterdam niet of nauwelijks, zeker niet in het licht-anarchistische eigenzinnige jonge freelancersbestaan van de mensen met wie ik optrek. Door de preek van zijn prominente plek te verwijderen, lijkt er ruimte te ontstaan voor luisteren, onderzoeken en bevragen. Is jouw ervaring dat de verkondiging middels de preek, naast dat het veelal gezien wordt als de juiste vorm ook de meest zinnige vorm is in de huidige tijd? Zou het kunnen dat het zinniger is om ons op te stellen als weinig wetende discipelen in plaats van apostelen of rabbi’s? Of geloof je dat we moeten preken en het stof van onze voeten moeten schudden als men het niet pikt? De laatste vraag die verband houdt met het voorgaande: Jezus nam een positie in de publieke cultuur in, met name in de synagoge. Paulus sprak op straat, het marktplein en werd uitgenodigd op de Areopagus, en daarnaast gaf hij ook onderwijs aan de volgelingen. In onze kerkelijke cultuur is het onderwijs aan volgelingen het belangrijkste geworden en is het zelfs een heel eigensoortig instituut gaan vormen – de kerk. De vormen zoals we die in de kerk hanteren, hebben geen enkele relatie meer met onze cultuur. Samen zingen gebeurt alleen nog in het stadion, een preek alleen op de universiteit, muntgeldcollectes alleen nog door collectanten met een bus aan de deur en avondmaal zou nog een herkenbare vorm zijn, ware het niet dat we het hele aspect van samen eten eruit gehaald hebben. Vind jij de geheel eigensoortige kerkcultuur problematisch of juist zinnig? Ik ga graag met jou dit gesprek aan, pa. Ik heb doordat ik jouw werk van dichtbij heb mogen meemaken veel gezien van het krachtige geloof van gewone gemeenteleden. Ik pretendeer niet met StroomWest een betere kerk te starten, hoogstens iets voor een andere groep mensen, en daarover blijf ik graag in gesprek. Hartelijke groet, Rikko |
| Beste Rikko, Het heeft mij erg goed gedaan dat mijn functioneren in de pastorie jou van dat werk niet afschrikte en je eerste besluit ten aanzien van het vak van predikant deel ik volkomen. Eigenlijk jammer dat de ruimte hier zo beperkt is! Ik kan daardoor alleen op een paar kernpunten uit jouw brief ingaan. De belangrijkste redenen om aan kerkgang, Bijbellezing en gebed te doen is, als ik er goed over nadenk, de eer die je God daarmee brengt. Voor het gesprek met andersdenkenden lijkt het me vervolgens ook van wezenlijk belang. Zulke gesprekken prikkelen wel tot doordenken, maar voeden ze in het geloof? Even scherp gezegd: word je geestelijk wijzer van mensen die niet geestelijk zijn (1 Kor. 2)? Kan het je niet leegzuigen? Je wordt zomaar zelf nietszeggend en krachteloos als je je niet laat voeden door kerkgang, Bijbelstudie en gebed – de oefening in de Godsvrucht. Onze woorden redden mensen niet. Gods Woord is een kracht tot behoud (Rom. 1:17; Jes. 55). Ik denk dat we daarom ons moeten uitputten in het laten klinken van dat Woord en ons ons leven lang oefenen in het steeds meer één worden met Gods Woord. Voor jou, aan de frontlinie van de kerk, is er niets belangrijker dan drinken bij Christus, door kerkgang, Bijbelstudie en gebed (Joh. 7). Daarom druk ik dat jou inderdaad op het hart. Rake vraag of het in een reguliere gemeente nog wel over de kernzaken van het geloof gaat, of we ons wel afvragen of we nog echt geloven. Dat kan zo heel anders lijken helaas. We doen daar twee dingen aan: hard werken dat we een gelovende gemeenschap zijn, en daarop toezien. Ieder gebed aan het begin van een eredienst is smeekgebed om Gods Geest, of Hij ons tot God wil keren (‘gaat God wel naar de kerk, als wij naar de kerk gaan?’). Anders kun je niet preken. Op de jaarlijkse huisbezoeken is de kernvraag die naar de vruchten van de genademiddelen. Voorafgaand aan de viering van het heilig Avondmaal vraagt de kerkenraad zich af of de gemeenteleden nog wel echte gelovigen zijn, anders worden ze afgehouden; dat betreft in onze doorsnee gemeente een man of veertien. Al of niet geloven is het bestaanscriterium van de kerk. Juist in de kerkdiensten voedt God ons geloof! De kerk(dienst) is Gods tempel van het Nieuwe Testament. Grondpatroon van de kerk is trouw aan het onderwijs van de apostelen, de gemeenschap, brood breken en gebeden (Hand. 2:42). Die vier komen samen juist in de kerkdienst. Je daar inzetten maakt gelukkig (geven maakt gelukkiger, Hand. 20:35, juist een opdracht aan ambtsdragers). Trouwens, gelukkig ‘knokken’ onze kerken om ongelovigen te keren tot God, onder andere door miljoenen euro’s te investeren in bijvoorbeeld Stroom en doordat de leden aangespoord worden om levende getuigen van Christus te zijn. Of de huidige preekvorm de beste is vraag ik me ook af. We checken dat regelmatig als kerkenraad tijdens een preekbespreking. Tot nu toe lijkt de huidige preekvorm nog de beste, al heb ik wel steeds meer aan de preek toegevoegd om de verkondiging te laten landen, zoals een luisterhulp, verwerkingsvragen, gebedspunten, een Bijbelleesrooster, kindersamenvatting, samenwerking met een preekvoorbereidingsgroep, en het gebruik van de beamer. Dat zal in kerkplantingssituaties anders zijn. Bij jou ontbreekt verkondiging niet, schrijf je. Sorry, maar is het echt verkondiging, het werk van de heraut die meedeelt hoe het is, wat de luisteraar op gezag moet aannemen? Jij schrijft over het verwerven van credits. Uiteindelijk zal het evangelie tóch altijd verzet oproepen. Satan is een tegenkracht. Met de wereld en onze eigen natuur vormt hij een dodelijk trio. Mensen zijn eropuit van zichzelf God en dus zijn evangelie te haten. Dat wil dus niet met die credits, denk ik. Moet ‘de luisteraar jou gezag toekennen’? Dat heb je toch al, gekregen van God? Ik bewonder overigens je creatieve strategie, maar wordt strategie niet een beetje nep als je je opstelt als onwetende discipelen, terwijl je Gods waarheid in pacht hebt? Het hele Nieuwe Testament is vol kerkplantingsstrategie, door verkondiging, weliswaar in de cultuur waarin er gepreekt werd, maar hoe dan ook tegendraads. Dat moet je durven. Wat werd het gezegend! Wat zegt ons dat? Het evangelie is niet in Amsterdam begonnen en heeft ook niet alleen Stroom bereikt, als ik het even zo mag uitdrukken. De preekvórm is aan te passen, als het maar verkondigen blijft. Als je zo bezig bent met welwillendheid bij de luisteraar elimineert dat toch niet de kracht van de verkondiging? De kerkdienst en de huidige cultuur…, tja, laat de kerkdienst weinig relatie hebben met de huidige cultuur, hoe belangrijk is dat? We zijn vreemdelingen op aarde, ons burgerschap is in de hemel en daarmee zijn we in de kerkdienst hecht verbonden. Gods Woord gaat ons in het Oude en in het Nieuwe Testament voor in het opzetten van instituten, met geordende erediensten, tegendraads, maar vol van kracht van de heilige Geest, met als kernen, vanouds: gebed, lofprijzing, verkondiging, sacramenten, daadwerkelijke hulp aan hulpbehoevenden. Nieuwe vormen zijn welkom, maar zonder de illusie dat we ons aanvaardbaar maken voor de cultuur. Die wordt door mensen gemaakt die in de greep van de wereld, de duivel en hun eigen vlees zijn. Je noemt in je brief – heerlijk dat je het gezien hebt: het krachtige geloof in de ‘gewone’ kerk. Gods Geest bewaarde die kerk tegen de secularisatie van de tweede helft van de 20e eeuw in, zelfs getalsmatig. Heerlijk om in die kerk te mogen werken! Een hartelijke broedergroet, Pa |
| Pa, Hartelijk dank voor je grondige antwoord op mijn soms toch wel kritische vragen. Jouw gedrevenheid om het Woord van God zo krachtig mogelijk te brengen, heeft me altijd geïnspireerd, al sloegen in mijn beleving de vonken soms van onze meningsverschillen af. Maar vele nachtenlange conversaties vroeger thuis bij onze houtkachel met een sigaar en een biertje zitten ook als warme herinneringen in mijn geheugen. In deze tweede en laatste brief wil ik niet proberen alle genoemde punten met je uit te discussiëren. Ik neem de vrijheid om ook een beeld te geven van mijn persoonlijke drijfveren achter StroomWest. Mijn belangrijkste drijfveer om het eens over een andere boeg te gooien in StroomWest is het contact met nietchristenen geweest, met name uit de creatieve sector, tijdens en na mijn studie. Als kind ontmoette ik niet zoveel ‘ongelovigen’. Tot mijn verbazing waren de gesprekken met deze mensen over geloof verrijkend en verassend. Juist in de omgeving van theatermakers en kunstenaars ontmoette ik mensen die het evangelie boeiend vonden maar de kerk slecht konden verdragen. Ze leken niet voor het evangelie op de vlucht te zijn maar voor de manieren van de kerk die ze kenden. Ze wilden niks met het evangelie vanwege hun beeld van de kerk. De gesprekken met hen waren boeiend, maar de bestaande kerk was absoluut geen plek voor hen. De kerk bleek een ontoegankelijke plek voor de ‘vrije geesten’, de kunstenaars en creatievelingen. Ik merkte dat ik met deze mensen graag en veel over het verhaal van God en Jezus praatte, dat zij dat waardeerden en dat ik daardoor zelf gevoed werd in mijn geloofsleven. Dat betekent dat er dus zeker geestelijke voeding te vinden is buiten de kerk. Zij spraken in pittige woorden over wat er schortte aan de kerk en in veel gevallen kon ik dat beamen. Zij konden aanwijzen waar Jezus hen irriteerde en ik dacht: precies! Ik geloof in dat irritante evangelie. Zij konden iets vertellen over wat hun eigenlijk te mooi leek om waar te zijn in het evangelie en dat raakte me. Zowel hun geloof en verlangen als hun ongeloof hebben mij gebouwd. Jij verwacht niet veel geestelijkheid buiten de kerk en dat zal tot op zekere hoogte ook wel zo zijn. Ook Jezus is verbaasd als Hij een enorm geloof en verlangen aantreft buiten het Joodse volk (Samaritaanse vrouw). We kennen als kerken dat verhaal nu al heel lang en het lijkt mij heel zinnig om ons te laten voeden door buitenstaanders. Ik zie het als deel van mijn taak om daar vorm aan te geven – in het belang van de kerk, in het belang van een beter begrip en zicht op het evangelie. Bij de start van StroomWest heb ik dus gekozen om niet te beginnen met preken, de reguliere vorm van verkondiging. Ik ben gestart vanuit het verlangen meer zicht te krijgen op de betekenis van het evangelie. En juist de niet-christenen, de kunstenaars, open-minded creatievelingen leken mij de ideale partners om dat te doen. Zij hadden heerlijke ongezouten kritiek op de kerk en het evangelie, maar bleken ook telkens weer verrassend geïnteresseerd in het verhaal van de Bijbel. De verkondiging die jij bedoelt, vindt zijn weg in losse momenten, in het café of thuis aan tafel als ik met diverse mensen een bijeenkomst voorbereid. Dan kan ik als het moment er om vraagt, uitspreken waar ik van harte in geloof. Niet meer en niet minder, ik geloof erin, ik heb niet de waarheid in pacht – en als ik zo vrij mag zijn, niemand heeft dat. We geloven, overtuigd, maar altijd open voor correctie en nieuwe inzichten. Ik ben een leerling die er maar een beetje begrijpt. Maar genoeg om te blijven volgen en meer te willen weten. Iets belangrijks wat ik van Tim Keller heb geleerd is dat hij voortdurend kerkmensen oproept om zich te bekeren. Zij zijn net zo goed die wereld als de mensen buiten de kerk, alleen hebben ze het minder door. Een comfortabel evangelie is waarschijnlijk allang geen christelijk evangelie meer. Ik geloof dat de kerk heel veel waarde heeft, omdat je voortdurend herinnerd kunt worden aan het evangelie. Maar het is toch niet zo dat we pas buiten de kerkgemeenschap de wereld aantreffen en dat die het evangelie niet wil horen? Dat is binnen de kerk net zo. En daarbij, de mensen met wie ik optrek, creatieve lichtanarchistische Amsterdammers, zitten echt niet te wachten op mensen die hen naar de mond praten. We willen een tegengeluid, een kritische noot, het moet een beetje pijn doen. Maar dan wel op een manier die hun leven raakt. Waarom gaan we anders naar het theater en cabaret? We willen een leuke avond vermaak, maar zonder spiegel is er niets aan. We willen heel graag om onszelf lachen en huilen, omdat we ten diepste verlangen naar iets anders. Ik zie het als mijn taak en gave om middenin mijn netwerk van open minded, überkritische Amsterdammers het verhaal van Jezus te delen – op zo’n manier dat als mensen het niet willen horen, dit dan komt door het verhaal van Jezus zelf. Ik ben erg blij met het vertrouwen en de investering van de kerken in mij om daarin een weg te zoeken en daarmee de kerk, God en het evangelie een dienst te bewijzen. Hartelijke groet, Rikko |
| Beste Rikko, Het leuke van het feit dat zonen volwassen zijn geworden is dat ze je brengen op plaatsen waar je anders niet zou komen. Had ik me ooit op het terrein van Soul Survivor begeven, of van Flevo XnoizzFestival als jij daar niet een rol speelde? Door jou kom ik op het boeiende terrein van kerkplanting in Amsterdam, in de wereld van theatermakers en kunstenaars. Uiteraard brengt dat stevige gesprekken met zich mee; in bepaalde opzichten zijn we met hetzelfde sop overgoten. Je laat dingen uit mijn vorige brief liggen of gaat er summier op in. Je pakt wat je als kernen ziet. De lezer mag zijn eigen conclusies trekken. Ik hoop dat wel duidelijk is dat de voornaamste reden tot kerkgang, Bijbellezen en gebed de eer is die je God daarmee brengt. Waarmee is iemand meer vereerd dan wanneer de ander alle tijd en rust neemt om eerbiedig naar hem (Hem) te luisteren, hem (Hem) te loven en te dienen? Daarom is gebed het voornaamste dankbewijs aan God (Zondag 45, Heidelbergse Catechismus). Je laat ook mijn bezwaar tegen het verwerven van credits bij de luisteraar voor wat het is. Je gaat er in zoverre wel op in door te zeggen dat er best nog wel geestelijkheid te vinden is buiten de kerk. Je wijst op de Kanaänitische vrouw van Matteüs 15: 26v. Een mooi punt om dieper op in te gaan. Ik wil het verbinden met wat je schrijft over de wereld die net zo goed binnen als buiten de kerk is. Paulus schrijft in 1 Korintiërs 2 vanuit de tegenstelling tussen kerk en wereld. Hij verkondigt een wijsheid die niet van deze wereld is, en Christus gaat zelfs zo ver dat Hij niet voor de wereld bidt (Joh. 17). Ik begrijp je punt wel en deel het ook: er is veel meer wereld in de kerk dan wij doorhebben en het geloof kan veel hebben aan ontmoeting met de wereld. De secularisatie heeft ons kerkmensen stevig in de greep. Zondag 52 van de Heidelbergse Catechismus noemt de wereld een van onze doodsvijanden, en die verslaat velen in de kerk. Je waarschuwt voor het verkondigen van een comfortabel evangelie dat allang geen christelijk evangelie meer is. Gelukkig worden we, bijvoorbeeld vanuit de Theologische Universiteit, gewaarschuwd voor het houden van feel-goodpreken. Predikanten moeten een gezond ‘tegenover’ handhaven tot hun gemeente. Lastig dat je betaald wordt door mensen die je soms stevig tegen moet komen. Toch is kerk en wereld niet hetzelfde. De kerk is de voorhoede van Gods Koninkrijk in volle heerlijkheid. Er is een fundamenteel verschil tussen kerk en wereld: in de kerk werkt Gods vergevende liefde in Christus en die brengt mensen tot bekering. Moeten jij en alle kerkplanters zich daarom daar dan niet laten voeden, naast persoonlijk omgang met God in gebed en Bijbellezing? Kunnen mensen van buiten de kerk, de ‘open minded, überkritische Amsterdammers’ je opbouwen in het geloof? Ik stelde zwart-wit van niet (1 Kor. 2). Daarvoor moet je in de kerk zijn. Jij verwijst dan naar het grootste geloof dat Jezus vond: buiten Israel. Ik stel mijn stelling bij: zoek je voeding binnen de kerk – buiten haar is geen heil – en negeer niet het werk van God dat Hij buiten de kerk doet; heb geen al te hoge pet op van mensen in de kerk, daar slaat de secularisatie ook toe. Dit neem ik van je over, maar als we het verschil tussen kerk en wereld onderschatten, doen we tekort aan het werk van de Geest en miskennen we de weg waarvoor Hij kiest: de kerk is de bedding van de stroom van de Geest. De wereld is in de greep van satan (Joh. 17). Er zijn inderdaad geseculariseerde kerkmensen, maar de kerk is de bruid van Christus en bestaat uit mensen die al hun heil verwachten van Christus (Art. 27 NGB). Wat me verder opvalt, is jouw selectieve aanpak van het evangelisatiewerk. Je merkt bij een bepaalde groep, met name uit de creatieve sector Anschluss en richt je op hen. Een bemoedigende ervaring en te verdedigen omdat het een tot nu toe ontoegankelijke groep betreft. Ik zou er toch voor willen pleiten zo snel mogelijk met deze positieve discriminatie op te houden. Het kan en zal tijdelijk nodig zijn en jij kunt bekijken tot hoe lang, maar we geloven in de heilige, algemene, christelijke kerk. Dat betekent toch: kerk zonder aanzien des persoons, kerk waarin kunstenaars en technocraten samen het heilig avondmaal vieren. Daar moet het toch naartoe. Dan moet het evangelie, lijkt mij, ook zonder aanzien des persoons worden aangeboden. Fijn dat verkondiging een duidelijke plaats heeft in jouw kerkplantingswerk, al is de vorm dan niet die van de standaardpreek – voor zover die al bestaat. Ik bewonder het dat je openstaat voor correctie en nieuwe inzichten, oftewel, dat je leerling van Christus wilt blijven. Zo’n houding kunnen en moeten mensen van mijn generatie – en ik denk zeker dominees – altijd weer van jullie leren. Tegelijk onderstreept dat weer mijn punt: wat is het van belang je voeding intensief te zoeken juist daar waar Christus die geeft, in zijn kerk, zijn Woord, door zijn sacramenten en zijn Geest die door deze genademiddelen werkt! Mensen die zo openstaan, hebben dat mijns inziens extra nodig, anders lopen ze de kans meegesleept te worden door allerlei wind van leer. Wat is er mooier dan dat iedere zondag een rijtje kerkplanters heel nederig zich voegt onder het gehoor in een heel gewone kerkdienst, omdat ze weten dat ze, juist omdat ze aan het front staan, die voeding zo hard nodig hebben. Ze laten zich beademen door de Geest die daar werkt en geven dan met des te meer power het enige Woord door dat een kracht is, het evangelie, dat ook hen op de been houdt. Gods bijzondere zegen toegewenst over het prachtige werk dat jij en de andere kerkplanters in Amsterdam en elders doen. Weer een hartelijke broedergroet, Pa |