Moderne wereldgelijkvormigheid (2)
1978-10-27
De wereld- Jaargang 22
- nummer 40
Eigenlijk 1) moet ik vooraf excuus maken, dat ik met een zo afgezaagd onderwerp ter tafel kom. Were1dgelijkvormigheid is een woord, dat onder onze jongeren geen al te beste klank heeft. Het is de sleutel van het taboe ten aanzien van alles wat we graag willen. Toen ik een knaap was hadden wij een fonkelnieuw dienstmeisje uit Urk. Eens hoorde ik haar gillen: o kijk eens, de mevrouw van de overkant zit op Zondag te handwerken!
Dat was in de jaren, waarin ik op Zondagmiddag uit de tuin werd gehaald met de vermaning: op Zondag fotograferen wij niet, dat is wereldgelijkvormig.
Op een jeugdcongres, waar ik een lezing hield over de besteding van de Zondag, beleed een der leiders publiek dat hij met zijn zoons op Zondag een tocht per schaats had gemaakt, die hem opgebroken was: hij was namelijk kerkelijk vermaand, en had zijn spijt betuigd. Nu, ik heb hem geantwoord dat het mij speet, dat hij zijn spijt betuigd had. Want hij had naar mijn mening zijn jongens geen groter weldaad kunnen bewijzen dan eens gezond met hen uit te gaan!
Toen ik 25 jaar geleden in Nunspeet kwam wonen, overkwam mij iets dergelijks. Ik verheugde mij in het bezit van 2 lieve kindertjes en 1 lieve vrouw; ik was bezeten van de schone Veluwse natuur; en ging op Zondagmiddag na kerktijd, bepakt met de picnic, met mijn gezin uit fietsen om niet terug te keren voor kinderbedtijd. Dat ging .zo enkele weken achtereen goed. Maar toen kwam een bejaarde broeder, oud-ouderling en oudwethouder, mij onder vier ogen bezoeken. Hij zei: beste meneer Milo, u gaat op Zondag na kerktijd met uw vrouwen kinderen uit fietsen, geloof ik? Nu, ik persoonlijk zie daar niet zoveel kwaad in; maar in de gemeente wordt er druk over gesproken. Als ik u een goede raad mag geven: bedenkt u iets anders voor de Zondagmiddag ...
De vermaning was goed verpakt. Maar de gemeenschapsdwang kwam onverholen naar voren. En daar zat iets in, dat me rood deed aanlopen.
Ik antwoordde dan ook: geachte broeder, dank voor uw belangstelling voor mijn zaken. Wanneer u ooit zou merken, dat ik met ándermans vrouwen kinderen uit fietsen ga - wilt u me dan wel even waarschuwen?
Ja, lacht u maar eens om dergelijke verouderde gevallen. Maar constateer dan meteen: dat het hier om de kern van de zaak gaat. Niet: God verbiedt u dat; maar: de ménsen menen dat u dat maar eens anders moest doen; en mensengeboden zijn altijd wreed - terwijl het juk des Heeren zacht is.
Trouwens: mensengeboden zijn altijd maar tijdelijk; gelukkig! Maar Gods geboden zijn eeuwig; ook gelukkig! Menseninzettingen passen zich aan bij de tijd en de omstandigheden; maar Gods geboden houden het uit.
God vraagt van ons geen "raak niet en smaak niet en roer niet aan"; dat is altijd het shibboleth van de farizeeërs geweest. Maar Gods gebod vraagt wel: houd u bij uw eigen bronnen, en begeer niet de vrouw van uw naaste.
De wereld stoort zich niet aan Gods geboden. Maar de kerkmensen storen zich daar graag aan: die weten, dat Gods geboden voor ons bestwil zijn gegeven; dat wij dóór dezelve zullen leven. Heel ons leven staan wij voor de keus: willen wij onder Gods geboden staan - of onder de wetgeving van Satan? Bij elke beslissing zijn wij religieuze wezens, die ons bevinden in de rechtssfeer van het koninkrijk Gods - dan wel in die van de wereld.
Met wereld bedoelt de Schrift: deze schepping, zoals die door de zondeval van onze voorouders van rechtswege aan de Satan is vervallen. Zoals die dus doemwaardig voor God is geworden. 2)
Vandaar dat de Satan "overste dezer wereld" wordt genoemd. 3) Vandaar dat deze wereld "in de macht van de Boze ligt". 4) Wie tot deze wereld behoort, wordt straks mét de wereld veroordeeld, uitgebannen, weggevaagd. 5) Wie deze wereld liefheeft is een vijand van God 6), die valt onder eenzelfde oordeel met de wereld. 7)
Dat heeft God zo nooit gewild. Hij heeft geen lust aan de dood van zondaars; Hij wenst hun bekering. 8) Ja, zo lief had Hij de wereld, dat Hij er zijn zoon voor offerde, om de wereld terug te nemen van de Satan. 9) Deze Zoon was Jezus Christus, de profeet die in de wereld zou komen, 10) het lam Gods, dat de zonden der wereld kwam wegnemen, 11) de Heiland, die de wereld het leven geeft. 12)
Degenen die Hem als zaligmaker hebben aangenomen, die werden door Hem getrokken uit deze boze wereld. 13) Zij werden apart gezet, dat is geheiligd, afgezonderd. Zij moesten zich voortaan onbesmet van de wereld houden, 14) d.w.z.: ze moesten er zich niet meer door laten aansteken. Ze moesten voortaan hun leven-in-de-wereld haten 15) opdat zij leden van het koninkrijk Gods mochten blijven. Ingelijfd in het koninkrijk Gods werden zij, doordat zij "uit de Geest geboren" waren, 16) omdat zij wedergeboren waren.
Vanaf dat ogenblik is er de antithese tussen hen die ombekeerd in deze zeer tijdelijke wereld voortleven enerzijds; en hen die voor het eeuwige leven zijn wedergeboren anderzijds. De wereld verstaat de kerk niet, omdat ze de Heiland niet verstaat. 17) En de gelovigen verstaan de wereld hoe langer hoe minder, omdat ze de wereld "kruisigen", 18) dat is loslaten, afstoten, verwerpen. Ze wonen
nog wel in de wereld; ze kunnen er niet voortijdig uitstappen; 19) maar ze hebben er geen deel meer aan. 20) Ze zijn gasten en vreemdelingen 21) omdat ze lid zijn van de hemelse gemeenschap; omdat hun burgerschap in de hemelen is, waar ze staan ingeschreven. 22)
Nu, dat ze gasten en vreemdelingen zijn - dat helpt de wereld hun wel onthouden. Want in feite háát de wereld deze vreemde gasten 23) - ze wil hen niet kennen; ze verdrukt de vreemdelingen 24) die kans zien hun eigen karakter te bewaren, daartoe gesterkt door brieven uit den vreemde.
Een vreemd lichaam, dat zich niet assimileert, wordt uitgestoten of ingekapseld.
En toch is dit het blijde lot der gelovigen in de wereld, wil het koninkrijk der hemelen blijven bestaan. Ze moeten zich niet bekommeren met de zaken van deze wereld 25) - maar zich gewillig voegen naar de wetgeving van het koninkrijk der hemelen. Ze moeten niet wandelen naar de geest van deze wereld, 26) niet deze wereld liefkrijgen 27) - want daar zijn ze te goed voor, 28) gekocht als ze zijn door Christus' kostbaar bloed.
Wereldgelijkvormigheid
En nu komt het. De gelovigen wordt in de Schrift op het hart gebonden: dat zij niet gelijkvormig zullen worden aan deze wereld; maar dat zij zich zullen veranderen door vernieuwing van hun gemoed." Zo zei het de SV in Rom. 12: 2. "Maakt u dezer wereld niet gelijk, maar verandert u", zei Luther. "Vormt u niet naar deze wereld, maar vertoont een andere gedaante", zei prof. Brouwer. Of "hervormt u door vernieuwing van inzicht", zegt de Canisiusvertaling. "Stemt Uw gedrag niet af op de wereld, zegt tenslotte de Willibrordus-uitgave.
Ziehier dus het recept voor de opbouw van Gods koninkrijk: zijn onderdanen mogen niet op de wereld gelijken, maar moeten zich innerlijk veranderen.
ook: láten veranderen. Hun gemoed wordt vernieuwd. Zij worden "hervormd". Ze vertonen een andere gedaante dan voorheen. Een nieuw inzicht beheerst hun leven, hun gedrag verandert. Zij hebben "changed their mind", zoals de engelse term luidt. Ze vertonen een "renouvellement de l'intelligence", zegt de franse Bijbel. Ze voegen zich niet langer naar hun vroegere aardse begeerten - maar worden heilig in hun wandel. 29)
Deze dingen liggen nogal simpel. Het moet uiterlijk waarneembaar zijn dat wij ons bekeerd hebben - of we zijn eenvoudig niet bekeerd. Die bekering moge een stuk van ons geloof zijn - maar als die bekering niet naar buiten duidelijk en ondubbelzinnig blijkt, dan moeten we maar niet aan die bekering geloven. Wie zegt God lief te hebben, en tegelijk de naaste haat, die bedriegt God en de naaste. En zichzelf bovendien. 30)
Mij dunkt: we kunnen elkaar dit niet duidelijk genoeg zeggen. Onder ons gereformeerden bestaat zo ellendig veel scholastiek en traditionalisme en verfijnde logica - dat we elkaar, en zo mogelijk God Zelf, proberen voor de gek te houden. Maar de Bijbel zegt onomwonden: tóón me uw geloof maar uit uw werken! 31) En geen smoesjes van ruwe bolster met blanke pit; en geen theologie van God, die de harten kent - en van mensen, die slechts aanzien wat voor ogen is. Zijn wij bekeerd, dan moeten wij leesbare brieven van het Evangelie zijn - en geen sigarenzakjes met rebusjes.
En toch: hier beginnen de misverstanden. De kerk nam al de eeuwen door genoegen met het eerste deel van de tekst: dat haar gezicht zou afwijken van dat van de wereld. Gaat de wereld rechts - dan marcheert de kerk links. Zegt de wereld van harte "ja" - dan zegt de kerk benepen "neen". Zegt de wereld: bruiloft vieren - dan zegt de kerk: begrafenis spelen. Op deze wijze lijkt de kerk werkelijk in genen dele op de wereld; er kan geen misverstand bestaan. Maar op deze wijze lijkt de kerk óók volstrekt niet op de Heiland! Want in al haar gedragingen richt zij zich negatief tóch op de wereld. En ze richt zich niet op de Heiland.
Zij wordt niet veranderd in haar gemoed. Zij ziet haar leden zich niet voegen onder de wetgeving van het koninkrijk der hemelen.
En dáár ging het nu juist om. Niet maar: dat wij zullen afsteken bij de wereld - zonder meer. Maar dat wij anders zullen zijn dan de wereldopdat wij gelijkvormig zullen zijn aan de Zoon Gods. Dat wil zeggen: de ene stijl loslaten - om de andere stijl te volgen. Door niet langer op de Satan te gelijken mogen wij steeds meer op de Heiland gaan gelijken.
(wordt vervolgd)
1) Zoals u weet is dit een rede, precies 14 jaar geleden gehouden voor de Studentenvereniging Hendrik de Cock te Groningen. - 2) Rom. 3: 19 - 3) Joh. 12: 314) 1 Joh. 5 : 19 - 5) Joh. 3: 17 - 6) Jac. 4: 4 - 7) Joh. 12: 31 - 8) Ez. 18: 239) Joh. 3 : 17 - 10) Joh. 6: 14 - 11) Joh. 3 : 16 - 12) Joh. 6: 33 - 13) Gal 1: 414) Jac. 1: 27 - 15) Joh. 12: 25 - 16) 1 Cor. 2: 12 - 17) Joh. 17: 25 - 18) Gal. 6: 14 - 19) 1 Cor. 5: 10 - 20) Joh. 17: 16 - 21) Hebr. 11 : 13 - 22) Ef. 2: 1223) 1 Joh. 3: 13 - Joh. 17: 14 - 24) Joh. 16: 33 - 25) 1 Cor. 7: 33 - 26) Ef. 2: 2 - 27) 2 Tim. 4: 10 - 1 Joh. 2: 15 - 28) Hebr. 11: 38 - 29) 1 Petr. 1: 1430) 1 Joh. 2: 9-11 - 31) Jac. 2.
P.S. Aan de lezers van deze rubriek zij meegedeeld, dat onze vroegere tuinman GART, die vele jaren in deze rubriek voorkwam, onder de naam van Gerrit Landolt te Vierhouten op 5 oktober in zijn Heer en Heiland zacht is ontslapen.