"Here, leer ons bidden!" (1)

1978-11-03
  • Jaargang 22
  • nummer 41
(Toespraak gehouden op de
Vrouwencontactdag op 9 september 1978 te Wezep)

't Is al even geleden dat onze vrouwen vele weken achter elkaar opgewekt werden de contactdag in Wezep te bezoeken. En dat is een goed succes geworden. Zo'n 800 zusters en ook broeders konden genieten van een hele fijne dag, die door de dames uit Wezep zo voortreffelijk was georganiseerd.
Denk je es in, 800 mensen op de koffie en zorgen voor evenzovele koppen soep. Verder was er declamatie, een zangkoor en zelfs 't plaatselijke muziekcorps liet z'n hele repertoire horen. De hoofdmoot was de speech van Ds W. Vis uit Kampen, waarop een hartverwarmende bespreking kwam. Wel, leest U zelf maar. En de volgende keer komt U ook (weer)?

Ik ga iets tot u zeggen over het gebed.
Ik heb wel even geaarzeld dit te doen.
Niet omdat ik dacht: Dit onderwerp kon wel eens niet in de belangstelling staan.
Ik aarzelde juist omdat het wel in de belangstelling staat.
Maar dan vaak op een verkeerde manier!
Er bestaat in onze tijd een overmatige belangstelling voor het menselijke in de godsdienst.
Het menselijke wordt op de voorgrond geplaatst: Het geloven van de mens.
Het bidden van de mens.
Het spreken in tongen van de mens.
De wijding van de mens aan z'n Heer!

Daar zit een gevaar in. Het gevaar dat de mens wordt ingeschakeld als medespeler naast God in het heilsproces.
Daarom wil ik beginnen met te zeggen: Ik spreek wel over het bidden.
En dat is heus niet een onbelangrijk onderwerp: De bijbel zegt: "Bidt zonder ophouden!"
Toch is "bidden" beslist niet het belangrijkste in het leven van een mens. Het gebed heeft een bescheiden plaats. Het vervult een secundaire rol.
Alles wat in de dienst van de Here van ons uitgaat, staat in betekenis ver ten achter bij wat van God uitgaat!
Gods-dienst is: het wederkerig kontakt tussen God en de mens; Godsdienst is het gesprek tussen God en de mens; de omgang van God en de mens met elkaar in het verbond.
Maar God is daarin altijd de Eerste en wat Hij doet is daarin altijd het eerste.
Alles gaat van God uit!
Het is God, die ons zoekt.
Het is God die ons vindt.
Het is God die ons zich tot een eigendom maakt.
Het is God, die ons zijn liefde verklaart.
Om Hem en om zijn daden gaat het.
Wat wij zeggen, wat wij doen is niet meer dan een weerklank op wat God zegt en doet.
Dat betekent ook: Ons spreken tot God (ons bidden) is alleen maar een weerklank op het spreken van God tot ons! Ons woord is echo op Gods Woord.
Als we dit goed zien, weten we: Ons gebed heeft een heel bescheiden plaats in het leven met de Here.
Het eerste Woord is aan God. Wij luisteren naar wat Hij zegt.
Daar draait het om: "Spreek Here, want wij horen!"

Sommige mensen zijn zo druk met hun eigen aktiviteit, - ook met hun bidden - dat ze voor het luisteren naar de Here haast geen ruimte open laten; "Hoor Here" en "Doe Here" want wij bidden.
Zij "aktiveren" door hun bidden de Heilige Geest in plaats dat de Heilige Geest hen aktiveert.
Daar moeten we niet aan mee doen.
Onze kracht ligt niet in ons bidden, in ons spreken tot de Here.
Onze kracht putten we uit het spreken van de Here tot ons.
Door tot ons te spreken voedt de Here ons geloofsleven. Daarom is "horen" belangrijker dan "spreken".
Het Woord van God brengt ons in persoonlijke aanraking met God.
Het Woord van God is geen boek.
Het is een brief. In die brief horen we God persoonlijk tot ons spreken.
De mensen zeggen: het gebed is een kracht!
Ik zeg: Het Woord van God is een kracht.
Ons gebed is niet anders dan de echo op dat Woord van God.
De grote betekenis van het gebed ligt uitsluitend hierin, dat het een antwoord is op het spreken van God tot ons.
Deze dingen moet je eerst goed doorhebben!
Als je ze door hebt komt God in je gebed op de voorgrond te staan.
Onze belangen wijken terug naar de tweede plaats!
Heb je ze niet door, dan wordt bidden heeft moeilijk.
Je loopt gevaar dat je bidden eigenlijk geen godsdienst wordt, maar dienst voor jezelf. Daar waarschuwt de Here Jezus z'n discipelen voor.
Hij zegt: Jullie moeten niet bidden als de farizeeërs. Die gaan op de hoeken van de pleinen staan om zich aan de mensen te vertonen: Pure zelf-dienst.
En je moet ook niet bidden zoals de heidenen. Die proberen met lange verhalen iets los te peuteren van hun goden (Matth. 6 : 5-7).
Dat is geen godsdienst. Het is pure zelfdienst.

Tot nu toe heeft Jezus alleen gezegd hoe het niet moet.
Maar hoe moet het dan wel?
Daar piekeren de discipelen over.
Dan gaat Jezus zelf bidden.
De discipelen zien het. Ze voelen intuïtief: dat is bidden ... Dat is kontakt hebben met Vader, zoals Jezus het doet (Matth. 6: 5-15; Luc. 11 : 2-4).
Wat brengen wij er dan weinig van terecht! Dat gevoel hadden niet alleen de discipelen.
Ook wij hebben vaak het gevoel: "Wat brengen we er weinig van terecht".
Guido Gezelle brengt dit onder woorden als hij zegt:

Gij badt op enen berg alleen
En ... Jezus, ik en vindt er geen
Waar' k hoog genoeg kan klimmen
Om U alleen te vinden:
De wereld wil mij achterna
Al waar ik ga
Of sta
Of ooit mijn ogen sla,
En arm als ik en is er geen.
Die nood hebbe en niet
Geen één, klagen kan;
Die honger en niet vragen kan;
Die pijne en niet gewagen kan;
Hoe zeer het doet!
0, leer mij, arme dwaas,
Hoe dat ik bidden moet"

,,0 leer mij, arme dwaas, Hoe dat ik bidden moet."
Dat vroeg Guido Gezelle.
De discipelen zeiden het een beetje anders.
Maar ze bedoelden hetzelfde.
Ze zeiden: "Here, leer ons bidden."
Let wel: Ze vroegen niet: "Here, leer ons een gebed." Nee. Ze vroegen: "Leer ons bidden."
En dan leert Jezus hen het "Onze Vader". Dat betekent: Het Onze Vader is niet bedoeld als een gebed dat we altijd letterlijk zo moeten bidden.
Nee. Het is bedoeld als voorbeeld, als model voor heel ons gebedsleven.
Telkens als we bidden mogen we uit het Onze Vader leren hoe we moeten bidden; wat we moeten bidden; waarom het moet gaan in ons bidden. En wat zien we dan in het "Onze Vader"? Dit: Alles draait om God en de mens en hun verhouding tot elkaar.
Maar het gaat in de eerste plaats om God:

De Naam van God (1e bede)
Het Koninkrijk van God (2e bede)
De wil van God (3e bede).

In dat kader komen ook wij aan de beurt: de volgende drie beden gaan over ons:

Ons brood
Onze schuld
Onze verzoeking!

Het lijkt zo heel nuchter. Je zou haast zeggen: al te nuchter.
En denk er aan: Dit "Onze Vader" is niet een voorgeschreven formuliergebed.
Het is een voorbeeldgebed!
We kunnen er uit leren hoe we, met niet teveel woorden, op een goede manier tot God kunnen zeggen wat we mogen zeggen en wat we willen zeggen. Onze omgang met de Here in ons bidden mogen we toetsen aan dit voorbeeldgebed.
Als we dat doen ontdekken we telkens gebreken aan onze gebeden.
En dan vragen we ook telkens "Here, leer ons bidden, aan de hand van het Onze Vader!"
Bidden moet geleerd worden. Dat betekent niet dat we college moeten lopen over gebeds-technieken.
Dat is heidens. De heidenen kenden allerlei technieken, waarmee je in je gebed de goden kon bewerken.
Maar daar moet de Here Jezus niets van hebben.
Als z'n discipelen Hem vragen: "Leer ons bidden" geeft Hij hen geen college in gebedstechniek.
Hij geeft hen een voorbeeld-gebed.
Ik bedoel daarmee niet dat elk gebed - b.v. ook een z.g. "schietgebed" alle facetten van het leren moet omvatten, zoals het Onze Vader dat doet. Nee. Het Onze Vader is een voorbeeld voor ons gebedsleven in z'n totaliteit.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief