De Bijbel, bron en norm *)

1978-11-10
  • Jaargang 22
  • nummer 42
Psalm 119 is een lofzang op de Bijbel in de Bijbel. Hier is, blij en dankbaar, een mens aan het woord, die zegt dat hij er zoveel aan heeft, aan het Woord van God. Dat 't hem hoop geeft, dat 't hem troost, dat 't hem levend maakt te midden van de ellende die hij beleeft.
Eigenlijk is het de Geest van Christus die in deze psalm spreekt.
Zoals je 't hier tegenkomt, zo ging Jezus, toen Hij op aarde was, ook met de Bijbel om. Hij leefde er uit en Hij leefde er naar. Hij putte er krachten uit, en Hij richtte er Zijn leven naar in. De Bijbel was voor Hem bron en norm. Zoals dat ook in de voorgelezen verzen staat.
Daar wordt gezegd dat Gods belofte levend maakt. Daar heb je de Bijbel als bron. En vlak daarop kom je de uitspraak tegen: "Van Uw wet wijk ik niet". Dat is de Bijbel als norm. De Bijbel is beide: belofte en gebod, bron en norm.
Is hij dat vandaag ook nog voor ons? Als ik 't goed aanvoel, is daarover aarzeling onder de christenen van deze tijd. Ach, onze tijd is toch zo volstrekt anders dan die waarin de Bijbel tot stand kwam.
De Bijbel als belofte, nou ja, vooruit, maar vooral de Bijbel als norm, kan dat nog wel? De Bijbel als belofte, dat is nog haalbaar.
Je hoort tenminste nog wel eens spreken over evangelische inspiratie.
Maar denk erom, daar moet je toch wel een beetje vaag bij blijven, anders loop je ook daarmee vast.
Want, nietwaar, wat moet je nu precies aan met de bijbelse belofte van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde? Om maar iets te noemen. De Bijbel als belofte ja, als je maar niet al te concreet wordt en 't maar houdt bij zoiets als "alles sal reg kom", dan kun je er nog wat mee.
En de Bijbel als norm, dat is een nog veel moeilijker verhaal. Natuurlijk, de liefde, het gebod der liefde. Maar hoe je dát concreet moet invullen, dat moeten we toch wel helemáál zelf verzinnen.
Onzekerheid dus ten aanzien van de plaats van de Bijbel in het geloofsleven.
Natuurlijk, de Bijbel is het document dat aan het begin staat van de geschiedenis van geloof en kerk, eerbiedwaardig en interessant, en, zoals gezegd, de hoofdzaak, tot een paar algemeenheden teruggebracht, is best nog wel geldig. Maar dat de Bijbel het boek is van Gods beloften (meervoud) en Gods geboden (meervoud), dat hij dus heel concreet bron en norm zou zijn voor geloof en leven, - er zijn er velen die dat niet meer geloven.
De dominee op de catechisatie en de leraar-godsdienst op school, ze spreken van "die" Bijbel en in deze spreekwijze ligt op een onbewuste wijze de hele vervreemding t.a.v. de heilige Schrift uitgedrukt.
De Bijbel, wat moeten we er eigenlijk mee?
Ja maar, dominee, vindt U dat nou zo'n wonder? Wat is er uit die Bijbel wel allemaal niet afgeleid?
De één zegt, dat het op grond van de Bijbel verboden is, bloedtransfusie toe te passen en een ander beweert op grond van de Bijbel, dat je je niet mag laten inenten tegen kinderverlamming. En zo is er meer. Is het dan een wonder dat, als je een bepaald standpunt met het concrete bijbelwoord wilt staven, je cynisch terug kunt krijgen: Wel ja, smijt er maar weer wat teksten tegenaan! - zoals mij onlangs gebeurde? Is 't een wonder?
Ik moet toegeven dat hiermee een krachtig argument in het midden is gebracht. Dit snijdt hout. Dit snijdt meer dan hout. 't Snijdt je door de ziel.
Ik noem dit rustig één van de gemeenste trucks van de boze, waarmee hij al bezig was bij de verzoekingen van de Here Jezus in de woestijn.
Verwarring zaaien rondom 't concrete bijbelwoord. Misbruik bevorderen in het hanteren van de heilige Schrift. En het gevolg van misbruik zal onbruik zijn. Eerst gebruik, daarna misbruik, daarna onbruik. Zo is het toch ook gegaan met de kerkelijke tucht? De bestraffing dus van de zondaar in de kerk? Eerst was er die, als goed gebruik. Dan is er een periode van misbruik gekomen en niet weinig kerken hebben daar hun bestaan aan te danken, als je dat tenminste "danken" kunt noemen. En nu is er onbruik. Niemand durft meer te bestraffen in de kerk. En dat komt neer op een geweldig identiteitsverlies van de gemeente van Christus.
Gebruik,misbruik, onbruik - onthoud die reeks, want die heb je voor meer nodig in onze tijd. Zo zal het ook gaan met de sexualiteit, om even iets heel anders te noemen: gebruik, misbruik, onbruik.
Let maar op!
Maar als ik dat onderscheid zo maak, zit daar in opgesloten, dat er naast misbruik echt ook wel goed gebruik van de Bijbel geweest is en nóg is. Er zijn hele periodes geweest waarin de christenheid in behoorlijke eenstemmigheid het bijbelwoord las en uitlegde. Ik durf zelfs de bewering wel aan, dat over 't geheel van de geschiedenis genomen de overeenstemming rondom het bijbelgebruik groter was dan het verschil. De verwarring rondom de Bijbel kan wel eens zo'n indruk op je maken, dat je die eendracht uit het oog verliest.
Ik geloof dan ook niet dat dáár de grootste moeilijkheid ligt.
Waar dan wel? Wel, ik denk dat onze tijd last heeft van wat ik zou willen noemen de "hier-en-nu-waan".
Ik bedoel dat men gewoon te verwaand is om uit de situatie van hier en uit de tijd van nu geestelijk op reis te gaan naar het "toen en daar" van de Bijbel.
Zelfgenoegzaam blijft men thuis.
Wie evenwel leerling van de Bijbel wil zijn, moet de nederigheid opbrengen om in de geest terug te reizen - in de letterlijke zinnaar het jaar-nul, omdat toen en daar beslissingen zijn gevallen, die voor alle volgende tijden bepalend zijn. Ik bedoel natuurlijk voornamelijk: geboorte, sterven, opstanding, hemelvaart van Jezus Christus.
De Bijbel is dus niet te vergelijken met de aftrap in een voetbalspel: Het begon ermee, maar het spel is verder gegaan en het begin is alleen nog maar begin. Nee, wie de geestelijke reis naar het jaar-nul, naar het toen en daar van de Bijbel, maakt, die doet een ontdekking: dat deze reis vruchten afwerpt voor hier en nu. Op een verborgen wijze hééft nl. de Bijbel het over hier en nu. Maar: op een verborgen wijze. Je moet daarvoor eerst het hier en nu loslaten, om het toen en daar op te zoeken. U denkt misschien, dat is een vlucht in een voorbije tijd, maar 't is juist andersom: 't is de enige goede manier om de juiste kijk te krijgen op je eigen tijd, wat de Here God hier belóóft en nu van ons vráágt.
Maar wij willen die omweg niet.
Wij dwingen de Bijbel onmiddellijke duidelijkheid af.
Zoals Mozes ooit ongeduldig op de rots sloeg om er water uit te krijgen, zo slaan wij op de Bijbel en vragen dwingerig: wat zegt 't mij hier, wat boodschapt hij ons nu? En als de Bijbel daar geen pasklare antwoorden op geeft schuiven we hem opzij en zeggen: wat een tijdgebonden boek! Maar niet de Bijbel is tijdgebonden, maar de tijd is bijbelgebonden. Gods openbaring, toen en daar, heeft voorgoed het leven en de wereld opengelegd tot op Gods bedoeling.
Het behoort tot de geheimen van de Bijbel dat, wanneer je als intense luisteraar met hem in gesprek bent en blijft, je daar wijs van wordt, wegwijs in je eigen tijd, dat je een pad ziet lopen door de golven, van Gods beloften en Gods geboden. En het wordt dan steeds meer waar dat de Bijbel bron en norm is.
Denk erom, dit is geen theorie.
Dit is, als ik dat zo mag zeggen, ervaring, van mij en van vele anderen meer. Ik begrijp werkelijk de mensen niet die zeggen: de Bijbel is tijdgebonden en voor het grootste gedeelte achterhaald. Mij wordt hij, integendeel, steeds actueler. En ik ben de enige niet.
Maar wij moeten eerst op reis. Dat hooggeroemde hier en nu verlaten.
Onze tijd is niet het toppunt der tijden. Alles wat voorafging was niet slechts voorbereiding tot de klimax van heden. De zelfvoldaanheid als zou juist onze tijd heilstijd zijn moeten we afleggen.
Het heeft God goed gedacht, alles beslissende dingen te laten geschieden in een tijd die niet de onze is.
In dat verleden ligt ons heden.
Bezig met dat verleden, geduldig en gehoorzaam, worden we ten uiterste tijd- en situatie-gevoelig en verstaan we heel diep wat er bezig is te gebeuren. Eenvoudigen leren zo wijsheid.
Daarom terecht: een lofzang op de Bijbel in de Bijbel. Een lofzang, op de Bijbel als bron en norm.
Naar deze Bijbel moeten we terug.
Niet en pasant, niet vluchtig, niet in de houding van "zeg maar even gauw waar het op neer komt, want we hebben haast". Niet met het hoofd en het hart vol probleemstellingen van deze tijd, die we de Bijbel opdringen. Ook niet wat we zoal in de Bijbel vinden, houterig en plompverloren overplantend in deze tijd, zonder enig historisch besef.
Dit alles niet, wat dan wel? Bidden, zoeken en kloppen en dan merken, gaandeweg meer, dat God in zijn Woord genoeg geeft om ook voor deze tijd wijs te zijn, wijs tot zaligheid, zoals de Bijbel zelf zegt.

*) Toespraak voor de Alle-dag-kerk op woensdag 11 oktober 1978.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief