Over globalisering en cultuurverschillen
2005-04-08
Onze wereldsamenleving wordt steeds meer een 'global village', één groot dorp. Hoe gaan we om met deze globalisering en met de ‘vreemdelingen binnen onze poorten’, wier komst naar hier daarmee samenhangt? De moord op Theo van Gogh noodzaakt ons hier meer dan ooit over na te denken. Wat is onze bijdrage als christenen?- Jaargang 49
- nummer 7
In de herfst van vorig jaar vertoefde ik drie maanden op Calvin College in Grand Rapids (Michigan) in de Verenigde Staten. Calvin College is een christelijke universiteit. Er werken en studeren daar vele nazaten van Nederlandse emigranten. Samen met een hoogleraar deed ik onderzoek naar de filosofische uitgangspunten van de wetenschappelijke aardrijkskunde.
Daarbij maakten we gebruik van de reformatorische filosofie. In Grand Rapids deelde ik de woonruimte met een Koreaanse theoloog, professor Kim, die ook te gast was op Calvin. Vanuit mijn onderzoek en reisbelevenissen denk ik na over het thema globalisering.
Aardrijkskunde
Van huis uit econoom ben ik de laatste jaren door mijn werk aan de Rijksuniversiteit in Groningen in het vaarwater van de aardrijkskunde terechtgekomen.
Dat was even wennen. Mijn Amerikaanse collega heeft mij veel geleerd over de aardrijkskunde. Het was voor mij een regelrechte openbaring, toen hij mij uitlegde dat de kern van de geografie zit in het bestaan van een ‘hier’ en een ‘daar’. Het wezen van ruimte en ruimtelijkheid, zo belangrijk in de aardrijkskunde, zit hem in deze twee simpele begrippen. Met andere woorden, de wereld bestaat uit een groot aantal plaatsen en gebieden en die kunnen naast overeenkomsten vaak ook grote verschillen laten zien. ‘Hier’ is anders dan ‘daar’. Amerika is Europa niet, en Nederland is weer anders dan Korea. Die verscheidenheid bestaat uit natuurlijke verschillen in klimaat, reliëf, planten en dieren maar ook uit cultuurverschillen in taal, economie, rechtssysteem, kunst, ethiek en godsdienst.
Amerika, wat een ruimte!
Mijn reiservaringen in Amerika waren een illustratie van dit alles. Amerika is anders dan Nederland. Ruimte, ruimte, ruimte … Dat waren mijn eerste drie indrukken toen ik in Amerika was.
Niet zo ver van O’Hare, het grote vliegveld van Chicago, zag ik onder mij de enorme meren in het grensgebied van Canada en de Verenigde Staten, waarin een vijfde deel van alle zoetwater in de wereld zit. In Amerika besefte ik waarom planologie, een aan de geografie verwante wetenschap, zo belangrijk is in Nederland.
Planologen houden zich bezig met de vraag hoe overheden de beschikbare ruimte zo goed mogelijk kunnen verdelen.
Er wonen in ons piepkleine Nederlandje zo’n 16 miljoen mensen, die allemaal ruimte nodig hebben voor wonen, werken en ontspanning.
Dat geeft in zo’n dichtbevolkt land als het onze gemakkelijk conflicten! En, we willen in Nederland toch ook nog wat natuurgebied overhouden. In Amerika is afgezien van de grote steden ruimte zat.
Moord en brand
Maar er zijn meer verschillen. De Amerikaanse eetcultuur is nog uitbundiger dan de Nederlandse, wat resulteert in nog meer dikke mensen. In Nederland leef ik verder probleemloos zonder een auto, maar in Amerika is dat erg moeilijk. De Amerikaanse cultuur is een regelrechte auto-cultuur. Ik liep in Grand Rapids regelmatig twintig minuten om mijn dagelijkse boodschappen thuis te krijgen, wat in Amerika heel uitzonderlijk is. Ook straft de Amerikaanse overheid veel strenger dan de onze. Voor een moord ga je in Amerika zomaar viermaal langer de gevangenis in dan hier. Verder heeft de Amerikaanse brandweer – om maar iets totaal anders te noemen – een wat andere functie dan de onze. Ze rukken ook uit als eerste hulp bij medische problemen. En ik in het begin maar denken dat er zo vaak brand was in Grand Rapids … Bekend is ook het verschil in sociale zekerheid.
Waar we in Nederland – al is het minder dan vroeger – verzorgd worden van de wieg tot het graf, wordt in Amerika iedereen
geacht zichzelf te redden. Miljoenen mensen zitten daar niet in een ziekenfonds …
Aan tafel met Koreanen
Het verschil tussen hier en daar werd misschien nog wel duidelijker doordat ik de woonruimte deelde met een Koreaan. Via hem ontmoette ik veel andere Koreanen. Velen onder hen studeerden voor predikant op Calvin.
Laat ik kort wat culturele verschillen noemen tussen Nederland en Korea.
Koreanen eten niet alleen met stokjes, ook de tafelmanieren liggen in Korea anders dan bij ons. Je hoort ze eten, zal ik maar zeggen. Voor Koreanen is leeftijd heel belangrijk. Iemand die ouder is dan jij, hoor je met eerbied te behandelen. Na het tafeltennissen met de jongere professor Kim mocht ik dus altijd het eerst onder de douche … De verhoudingen binnen huwelijk en gezin lijken nog zoals bij ons net na de Tweede Wereldoorlog. De man is binnen het huwelijk de baas en neemt de beslissingen. Een Koreaanse vrouw zal haar man nooit in het openbaar kritiseren. Ook de verhouding tussen ouders en kinderen ligt als bij ons in de jaren vijftig en zestig. Professor Kim maakte mij duidelijk dat de Koreaanse samenleving wel in een snel tempo verwestert met alle spanningen, die dat geeft in huwelijk en gezin. Voor de kerk in Korea is dit een uitdaging.
Ik had het voorrecht uitgebreid met Koreanen van gedachten te wisselen over dit alles. Daarbij toonden zij veel interesse in de reformatorische filosofie. Hoe kunnen we christen zijn in de volle breedte van onze cultuur?
Chatten met een Chinees
Culturele verscheidenheid troef dus voor mij daar in Amerika. Ook kerkelijk gezien, want Koreanen houden elke dag een gezamenlijke godsdienstoefening, ook in Grand Rapids met twee Koreaanse kerkgemeenschappen.
Door de weeks staan ze daar erg vroeg voor op. En, Amerikanen beleven hun geloof regelmatig ook anders dan wij in Nederland. Die culturele verscheidenheid wordt door geografen wel ‘otherness’ genoemd, letterlijk andersheid. Mensen van hier zijn anders dan mensen van daar. Door allerlei economische en technologische ontwikkelingen worden mensen van hier en daar steeds meer door elkaar gehusseld. We reizen steeds verder voor werk, studie en vakantie.
Via het internet chatten en e-mailen we met mensen uit verre oorden.
Vroeger kletste je met je buurvrouw, nu chat je met een Chinees, zo zegt ons Arnhemse Loesje het treffend op één van haar posters. Vluchtelingen zoeken asiel in rijker bedeelde streken. De wereld wordt één groot dorp.
Geld storten op gironummer 555 van de samenwerkende hulporganisaties is zoiets als burenhulp geworden. Als op Tweede Kerstdag een vloedgolf een belangrijk deel van Azië teistert, weten we dat vrijwel meteen. Weet u dat het de Verenigde Oost-Indische Compagnie in de Gouden Eeuw twee tot drie jaar kostte om een boodschap naar de koloniën te verzenden en er antwoord op te krijgen? Nu hebben we e-mail … Geografen noemen dat tijd-ruimte-compressie: door allerlei technische en economische ontwikkelingen worden tijd en ruimte als het ware samengedrukt. De wereld wordt kleiner en sneller.
Smeltkroes
Verhuizen van het ene land naar het andere is al eeuwen oud. Joden en Hugenoten vonden een woonplek in Nederland. Nederlanders gingen naar Amerika en andere werelddelen. In Michigan wonen veel mensen met Nederlandse wortels. Je merkt het tot in de plaatsnamen toe: Zeeland, Vriesland, Drente, enzovoort. En op Calvin College voelde ik me toch een beetje in Gereformeerd Nederland met al die Christian Reformed stafleden en studenten met Nederlandse achternamen.
De Amerikaanse cultuur is sowieso een melting pot, een smeltkroes van allochtonen. Wat is er nog over van de oorspronkelijke Indiaanse cultuur? Wat reservaten en een hoop plaatsnamen … In Nederland wil dat nog niet zo geweldig lukken met die smeltkroes. Turken, Marokkanen, Antillianen en Somaliërs integreren niet zo maar in de Nederlandse cultuur.
Natuurlijk heeft de Amerikaanse situatie op dit punt een andere historische achtergrond dan de Nederlandse.
Daar ga ik hier niet op in. Wel roept dit alles de vraag op hoe wij ons hier als christenen hebben op te stellen. Hoe vinden wij een oplossing voor de problemen van de multiculturele samenleving? Hierover een volgende keer verder.