"Here, leer ons bidden!" (slot)
1978-11-17
We mogen best vragen om bepaalde dingen, die God niet heeft beloofd.- Jaargang 22
- nummer 43
Maar we kunnen nooit zeggen, dat God z'n belofte niet houdt als Hij niet geeft wat Hij niet heeft beloofd.
En we kunnen ook niet volhouden: als je maar gelovig bidt, krijg je wat je vraagt: Denk maar aan die drie sollicitanten, die om dezelfde baan bidden. Er zijn ook in de Bijbel voorbeelden van mensen die gelovig baden. Maar ze kregen niet wat ze vroegen.
Ik noem er enkele: Mozes bidt: "Here, laat mij alstublieft het land Kanaän binnen gaan."
Maar de Here zegt: "Spreek Mij niet meer over deze zaak."
David bidt na z'n berouw over z'n zonde, gelovig om genezing van het zieke zoontje van Bathseba.
Maar het jongetje sterft.
Paulus bidt drie keer om genezing van één of andere kwaal (2 Cor. 12).
Maar de Here zegt: Stop, bidt er niet meer om. "Mijn genade is U genoeg."
Paulus zelf had de gave der genezing.
En hij heeft daar ook gebruik van gemaakt.
Maar toch: tot twee keer toe spreekt hij over een helper, die ernstig ziek is en waardoor het werk werd opgehouden. De ene moest hij zelfs ziek te Melite achterlaten (Filipp. 2 : 25-28 en 2 Tim. 4: 20).
En wat alles afdoet: Ik denk aan de Here Jezus in Gethsemané. Hij vroeg iets dat God Hem niet had beloofd: "Vader, neem deze beker van Mij weg."
Maar Hij was zich terdege bewust, dat de mogelijkheid bestond, dat God het niet zou geven.
Daarom bidt Hij zo bescheiden. Hij maakt er twee restricties bij: 1. "Indien het mogelijk is"; en: 2. "Maar niet Mijn wil, Uw wil geschiede."
Is zijn gebed dan niet verhoord?
Dat zeg ik niet. Ik zeg alleen: Hij kreeg niet wat Hij vroeg!
Maar toch spreekt de Bijbel hier wel over verhoring.
Hebr. 5: 7 zegt: "Hij werd verhoord uit zijn angsten."
Dat betekent: God gaf Hem niet wat Hij vroeg: "De beker van het Kruis wegnemen." Maar God luisterde wel. En Hij deed ook iets.
Hij nam de angst weg, zodat Jezus het aan kon!
Niet: het kruis weg. Wel: de angst weg.
Kijk ... zo verhoort God ook ons altijd. Niet door ons precies te geven wat we vragen. Maar wel door ons dat te geven waardoor we het aan kunnen.
Als we b.v. ziek zijn, mogen we bidden: "Wilt U mij genezing geven."
En God kan genezing geven. Zo'n genezing is altijd een wonder. Ook als er een dokter en medicijnen aan te pas komen!
Maar God kan ook zeggen: Nee - je zult niet genezen!
Dan krijg ik niet wat ik vroeg!
Maar dan mag ik er vast op rekenen dat God me geeft wat ik in die situatie wel nodig heb: de kracht om te dragen wat ik moet dragen en de bereidheid om te sterven.
Ik denk hier aan een jongen die ongeneeslijk ziek was. Kort voor zijn dood bad de dominee met hem: "Here, geef dat er nog een wonder gebeurt, dat hij geneest."
Maar de jongen zei: "Dat hoeft u niet meer te bidden. De Here heeft al een wonder gedaan. Hij heeft me klaar gemaakt om gelovig te sterven."
Gelovigen krijgen niet altijd wat ze vragen. Maar God geeft hen wel wat ze nodig hebben.
En aan de andere kant: God verhoort soms ongelovigen, in die zin, dat Hij hen geeft wat ze vragen.
Tot gebedsgenezing toe.
Denk aan 9 van de 10 melaatsen.
Ze werden genezen, zonder waar geloof.
God geeft ongelovigen soms wat ze vragen. God geeft gelovigen soms iets anders dan ze vragen. Maar dan maakt Hij hen wel klaar voor dat andere.
Ik weet, dat er nu sommigen zullen denken: Natuurlijk geeft God ons niet alles wat we vragen. Zijn plannen staan toch van eeuwigheid af vast. Die plannen voert Hij uit in ons leven.
Je kunt dat heel gelaten zo zeggen: Het komt toch allemaal zoals het komen moet. Daar doe je niets tegen.
Daar verander je niets aan.
Sommige gebedsgenezers denken dat zij, als ze maar genoeg geloof hebben, God naar hun hand kunnen zetten. God moet hun spel meespelen.
Sommige gereformeerden denken precies daartegenover: God is zo onveranderlijk. Aan wat Hij eenmaal heeft besloten kun je niet wrikken. Je doet er niets tegen. Als je hen vraagt: "Waarom zullen we dan nog bidden", weten ze wel een uitweg.
Ze zeggen: in z'n besluiten van eeuwigheid heeft God al rekening gehouden met onze gebeden.
Wat wij in 1978 aan Hem zouden vragen heeft Hij al verdiskonteerd in z'n besluiten van eeuwigheid.
Ik antwoord: Dat is wel een handig verhaaltje. Maar de Bijbel spreekt anders. De Bijbel leert ons God niet kennen als een star Wezen; Iemand die al z'n eeuwige besluiten machinaal afdraait in de tijd, zoals de klok de uren weg tikt.
Begrijp me goed. Ik doe niets af aan Gods besluit tot verlossing en aan Gods Raad. Maar de Bijbel leert ons ook: wij kunnen door ons gebed God bewegen iets te doen, wat Hij eerst niet van plan was te doen. En we kunnen door ons gebed God bewegen iets na te laten, wat Hij eerst van plan was te doen!
Ik denk aan een voorbeeld uit het Oude Testament.
Jona moest de inwoners van Ninevé vertellen: "Nog 40 dagen en Ninevé wordt onderstboven gekeerd".
Dat meende de Here. Hij had het echt besloten. Maar dan bekeren de inwoners van Ninevé zich. Ze roepen dag en nacht tot de Here.
En dan lezen we: "Toen berouwde het God over het kwaad dat Hij had gedreigd hun te zullen aandoen.
En Hij deed het niet!"
De dag waarop Ninevé zal worden verwoest breekt aan: de 40e dag.
De mensen zullen die nacht wel geen oog hebben dichtgedaan.
Eindelijk komt de zon op. De morgen verstrijkt, de middag gaat voorbij, de avond daalt. "En-God-deed-het-
niet!"
Zo is de Here. Hij is geen onbewogen starre God. Hij ziet onze tranen, onze angst, ons berouw. Hij hoort ons gebed.
En dan voert Hij soms z'n bedreiging niet uit.
God zei tegen Adam: Op de dag dat je van de vrucht van die boom eet, zul je zeker sterven. Maar: Hij deed het niet!
Het berouwde Hem. Hij deed het niet.
Daarom moest op die andere vreselijke dag, de tweede Adam, Jezus, sterven in plaats van Adam, in plaats van ons.
God zei tegen Mozes: "Ik zal de Israëlieten verdelgen" (Ex. 32).
Maar Mozes gaat bidden. En dan lezen we: "En de Here kreeg berouw over het kwaad dat Hij gezegd had de Israëlieten te zullen aandoen." Hij deed het niet.
God zei tegen Hiskia: "Bereidt uw huis, want gij zult sterven."
Maar Hij deed het niet. Hij zag de tranen van Hiskia. Hij hoorde naar het bidden van Hiskia. Hij liet zich verbidden.
Een paar uur nadat Hij had gezegd: "Gij zult sterven", zei Hij: "Ik zal U nog 15 jaar geven" (Jesaja 38).
Hij is geen starre God, die niet te verbidden is.
In Amos 7 wil de Here zijn volk straffen met een sprinkhanenplaag.
Maar Amos bidt: "Och, Here, Here, vergeef toch. Hoe zou Jacob staande kunnen blijven. Hij is immers klein" (vs. 2).
En dan lezen we: Toen berouwde het de HERE. Het zal niet geschieden, zei de Here!"
De Here kan van gevoelen veranderen.
Hij kan z'n plannen wijzigen.
De gang van de geschiedenis van de Kerk en van de wereld kan veranderen op ons gebed. Wie dat niet gelooft, gelooft niet in de Bijbel.
Er zijn heel orthodoxe mensen, die zeggen: "Hoor eens, in de teksten die U noemt, wordt op mensvormige wijze over God gesproken.
Je moet dat natuurlijk niet letterlijk nemen. In werkelijkheid kan God z'n plannen nooit veranderen.'
Ik antwoord: Pas op. U oefent kritiek op de Bijbel. U past God aan aan uw eigen ideeën over God.
Zo maakt u van Hem eigenlijk een mens; net als de mens koning Darius.
Als die een wet van Meden en Perzen had uitgevaardigd, kon hij zijn besluit niet veranderen. Daniël werd daar de dupe van.
Toen koning Darius dat merkte speet het hem heel erg. Hij wilde z'n besluit zielsgraag veranderen.
Maar hij kon het niet. Het was een onveranderlijk besluit. Koning Darius was een gevangene van z'n eigen besluiten.
God is nooit een gevangene van z'n eigen besluiten. Hij is de levende God, die zich laat verbidden.
Hij is niet: Het starre, onveranderlijke noodlot.
Juist omdat Hij zelf niet verandert, kan Hij zijn besluiten wel veranderen.
Omdat Hij onveranderlijk barmhartig is, kan Hij reageren op ons geroep en zijn plannen veranderen. Wie alleen maar theologiseert weet dat niet. Maar wie dagelijks met de Here omgaat in het gebed, weet het wel. Hij gelooft in z'n God. Hij zingt van die God: "Wie U aanroept in de nood, vindt uw gunst oneindig groot."
Denkt U wel eens na over het wonder van het gebed?
Wat een Wonder: Een mens kan zo maar met God spreken. God luistert alle dagen en alle nachten naar de gebeden van zijn volk.
Hij luistert naar de kinderen, grote mensen, stervenden.
Ja, Hij luistert ook naar stervenden.
De moordenaar aan het Kruis bad.
Toen veranderde er echt iets.
De paradijspoorten gingen voor hem open.
Zelf heb ik het meegemaakt met een buurman die op z'n sterfbed lag. Hij was een puur ongelovige man. Zo nu en dan ging ik er naar toe om te helpen hem te verleggen.
Nooit had die man gebeden.
Maar ineens stootte de buurvrouw mij aan. Ik keek. Ik zag hoe de handen van de stervende zich vouwden en de lippen begonnen te prevelen.
Met een grove vloek zei de buurvrouw: "Hij bidt".
Ja, hij bad. - En God hoort ook de stervende, die voor het eerst van z'n leven bidt.
Ben je dan nooit te oud om te leren bidden?
Ja ... je kunt wel te oud zijn om het nog te leren.
Een doodzieke zuster zei eens tegen me: "Dominee, als ik nu nog zou moeten leren bidden, zou het niet meer lukken. Ik ben te moe om te leren. Maar gelukkig heb ik het in m'n jonlle jaren al geleerd."
Ook haar neb ik toen gewezen op Romeinen 8: Als Gods kinderen te moe zijn om fe bidden, bidt de Heilige Geest voor hen!
Ik ga eindigen. Ik wil nog één ding zeggen: De titel van ons onderwerp luidt: "Here, leer ons bidden".
Weet U wat daar ook bij hoort?
"Here, leer ons bidden om uw komst!"
Bidden om de wederkomst van de Here Jezus ...
Daar is het Nieuwe Testament vol van. Daar eindigt het ook mee: "Kom, Here Jezus, kom spoedig!"
Iemand heeft eens gezegd: Vergeet niet. In de 2e wereldoorlog keken we uit naar de bevrijding van het duitse juk; we hebben gebeden om de bevrijding; telkens weer!
Maar er waren Nederlanders, die niet uitkeken naar de bevrijding; die er ook niet om baden; die er bang voor waren. Dat waren de slechte Nederlanders!
Zo is het toch ook in het Koninkrijk van Jezus.
We zijn burgers van het Koninkrijk der hemelen. Maar de vorst der duisternis heeft nog zoveel macht.
Als wij, de burgers van het Koninkrijk, niet uitkijken naar de komst van de Koning, zijn we dan goede burgers?
We zien in de wereld de vreselijke macht van de zonde.
We zien demonische krachten. We zien de mensheid ontkerstenen.
We zien de honger, de dood, het onrecht en de verdrukking.
Daar kunnen we iets aan doen: de handen uit de mouwen steken.
Maar ook: Bidden: "Kom, Here Jezus!"
"Kom spoedig!"
Ik eindig met twee gedichten van Berendien-Meyer-Schuiling:
Het eerste is een gebed om de wederkomst.
Het luidt: "Heer, duurt het lang nog voor Gij wederkomt?
Leer ons als kinderen Uw komst verwachten,
Die op hun vingertjes de dagen en de nachten aftellen, wanneer Vader komt!
Leer ons als kinderen verwachten, Heer, Uw komst.
Die, hoe ook in hun spel gevangen, beluist'ren met een diep en sterk verlangen,
De eerste stap van Vader, als hij komt."
Het tweede is heel kort.
"Bidden" staat er boven. Het luidt:
"Bidden is de arm van God voelen rond je kleine leven ...
Bidden is: - jezelf verlaten!
Bidden is: - je overgeven! ... "
(beide uit de bundel "Credo", Kampen 1951)
Dit gedicht sloot wonderwel aan bij de bespreking van het referaat van ds Vis. Het werd op de vrouwendag voorgedragen. Het is de diep doorleefde ervaring van een moeder rondom het sterven van haar kind.
Opstanding
Ik had mijn bijbel goed gelezen
en heel veel preken aangehoord.
'k Geloofde echt in God, mijn Here,
'k Vertrouwde Hem vast op zijn Woord.
Maar plotseling kwam toch de twijfel:
Ik keek in een gedolven graf
en dacht wanhopig: een nieuw leven?
Een steen sluit dit hermetisch af.
De eeuwen door zijn er miljoenen
gestorven en ze zijn niet meer.
En moet ik dan toch nog geloven,
dat ze eens opstaan zullen, Heer?
Ik bad: God, wil mij toch vasthouden,
omdat ik in een afgrond staar.
U heeft beloofd mijn gids te wezen,
maak nu dan die belofte waar.
Toen ik mijn wanhoop en mijn twijfel
aan God, mijn Vader, had gezegd
heeft Hij zo heel gewoon mijn handen
in zijne Vaderhand gelegd.
Want slenterende door de lanen
zag ik de bomen zonder blad.
Een los pakket van eikeblaren
bedekte 't stenen wandelpad.
Toen dacht ik: strakjes in de lente
hecht God de bladeren weer aan.
Elk boompje krijgt zijn eigen knoppen,
geen takje zal Hij overslaan.
Hij roept tot leven wat reeds dood scheen,
de grote Schepper van 't heelal.
Dan moet het toch ook zonneklaar zijn,
dat Hij ook ons weer wekken zal?
Wij gaan die takjes ver te boven.
God wil zijn kindren bij zich thuis.
En om dat mogelijk te maken
sterft onze Heiland aan het kruis.
Hij, eerstgeboorne uit de doden,
komt eenmaal in zijn majesteit.
Dan zullen al Gods kinderen leven,
Hem erend tot in eeuwigheid.
Loekie Schat