Hulp voor helpers

1978-11-17
  • Jaargang 22
  • nummer 43
Korrespondentie over deze rubriek naar:

A. W. Biersteker,
Fazantenkamp 526,
Maarssen (03465-65358)

Hierna volgt het derde en (voorlopig) laatste artikeltje van dhr. Van Baardewijk over Christelijke Drugs Bestrijding.

Ik heb gemeend deze bijdragen in deze rubriek op te mogen en moeten nemen, omdat het hier een konkrete taak voor christenen (trouwens ook voor niet-christenen) betreft, die onze aandacht zeer verdient.
la, onze aandacht steeds meer zal EISEN.
Als gemeente van onze Here Jezus Christus (de Redder en de Gezalfde) ligt een roeping, om ECHTE hulp te geven aan verslaafden door a. daadwerkelijke hulp en opvang te bieden en b. te wijzen naar Hem, die waarlijk vrij maakt.

Aad Biersteker

HULP VOOR HELPERS

Niets wijst erop dat verslaving aan middelen als drugs en vooral alcohol zal gaan afnemen. Integendeel.
Steeds meer mensen slaan op de vlucht (ja, waarvoor?) en raken door hun verslaving in situaties waaruit ze zichzelf niet meer kunnen helpen. Op steeds groter schaal zal voorlichting en daadwerkelijke hulp nodig worden. Het is hard nodig dat er velen komen die in staat en bereid zijn om te helpen. Die als barmhartige Samaritanen naast de uitvallers en eenzamen gaan staan en proberen hen op te richten.
Hoeveel verslaafden er helaas ook ten onder gaan, er worden ook vele gered. En dat 'gered' bedoel ik in zijn Bijbelse betekenis. Want werkelijk: er zijn mensen voor wie niemand enige hoop had die nu een nieuw leven kennen. Ze hebben in de ontmoeting met hulpvaardige christenen Christus zelf ontmoet, door de ontzagwekkende kracht van God zijn ze veranderd, zijn ze opnieuw geboren. U moest ze eens ontmoeten om te horen en te zien wat dat voor hen betekent. Ze proberen te vergeten wat achter hen ligt (en gelooft U: dat was vaak een hel) en gaan een nieuwe toekomst tegemoet.
Christelijke hulpverlening is hard nodig want de nood is geweldig groot. Ter illustratie: onlangs spraken wij met een medewerker van een opvangcentrum die verklaarde dat bestuur en staf weinig bekendheid gaven aan de activiteiten. Reden: "anders zouden wij overstroomd worden met vragen om hulp en we zouden de meeste hulpvragers moeten teleurstellen want onze capaciteit is maar beperkt".
De nood is groot en helpers zijn er (nog) veel te weinig. Mede daarom is de C.D.B. gestart met een Oriëntatiecursus in de drugs- en alcoholproblematiek.
Voor wie is deze opleiding opgezet?
Vooral voor diegenen die in directe zin mogelijkheden hebben tot voorlichting en hulpverlening: zij die werkzaam zijn in het onderwijs, in het koffiebarwerk, in het jeugd- en maatschappelijk werk, in de verpleging enz. Maar ook voor ieder die zich serieus in de drugs- en alcoholproblematiek wil verdiepen.
De opleiding omvat zeven trainingsweekends, verspreid over een jaar. (Tussen haakjes: onlangs is weer een nieuwe start gemaakt.
Voor degenen die verhinderd waren de eerste cursusdag bij te wonen èn voor hen die alsnog willen gaan deelnemen is er een "inhaaldag"
gepland op 9 december a.s.) De cursist wordt wegwijs gemaakt in allerlei aspecten van het verschijnsel druggebruik in de ruimste zin van het woord. Gerichte Bijbelstudie neemt een belangrijke plaats in. Wat zegt de Schrift over gebondenheid en verslaving, wat over ware vrijheid, hoe kun je als christen staande blijven in de geestelijke verwarring van onze tijd, hoe kun je je als hulpverlener wapenen tegen de verleiding die op je afkomt in de omgang met verslaafden.
Speciale bijbelstudies zijn ingevoegd over alcoholverslaving.
Voorts staan o.m. op het programma: kennis van eigenschappen en effecten van alcohol en drugs, politionele aspecten, sociale wetgeving, literatuurbespreking en begeleiding van literatuurstudie. Het leerplan staat onder supervisie van de arts dr K. F. Gunning, voorzitter van het "Landelijk Comité Drugpreventie" en van drs W. Jurg, pastoraal psychotherapeut en coördinator van de C.D.B. Beiden geven lessen samen met sprekers van de organisatie A.A., een inspecteur van de narcoticabrigade en anderen.
De deelnemer die de opleiding een jaar serieus gevolgd heeft krijgt na een toetsing een diploma A. Hij of zij mag zich dan nog geen drugsconsulent noemen. Dat kan pas wanneer men na de oriëntatiecursus een verdere opleiding volgt in hetzij de preventieve hetzij in de therapeutische richting. Degene die de cursus ten einde toe gevolgd heeft, kan dus volledig ingezet worden in de arbeid van christelijke hulpverlening.
Wat zeggen cursisten over deze opleiding?
Wij vroegen het aan twee willekeurige deelnemers. De eerste is Janneke Schryvers uit Exloo: " ... Het fijnste vond ik om samen met elkaar met Gods Woord bezig te zijn. Het ervaren van eenheid omdat we kinderen van Hem zijn.
Het enthousiasme van de medewerkers heeft me aan het denken gezet.
Dat God zóveel kracht geeft en mensen als werktuigen wil gebruiken!!
Het werd me duidelijk dat God iedereen wil gebruiken, dus ook mij. Zo leerde ik om niet alléén toekomstplannen te maken, maar om alles bij God te brengen.
Voor mij was het de eerste kennismaking met christelijke hulpverlening.
Mijn werk was gebaseerd op een hulpverlening zonder God.
Mijn studie was aan een sociale academie, waar men alleen maar God verachtte. De weekenden ervaarde ik als een tegenpool. Ik kreeg een andere zienswijze op de hulpverlening aan mensen. Ik vond het fijn door de lessen meer inzicht te krijgen in de drugs- en alcoholproblematiek.
Ik heb het idee dat ik verslaafden beter zal kunnen begrijpen.".
Dick Jonkers, technicus en jeugdwerker in Hengelo vertelde: "Bij "straatwerk" ontmoette ik gebruikers en verslaafden. Maar hoe moest ik ze benaderen, hoe kon ik onderkennen wat ze gebruikten, hoe kon ik ze proberen te helpen?
Toen ik hoorde van de C.D.B.-cursus ben ik gelijk mee gaan doen. Die opleiding heeft me geholpen inzicht te krijgen in achtergronden, ik kreeg oog voor kenmerken van verslaving. Ik heb ook veel geleerd van de bestudering van allerlei verschijnselen van de subcultuur. Ik ben erg geholpen door de gerichte Bijbelstudies. Ik werd er nog meer door gemotiveerd dit werk te doen en ik geloof dat God me erbij wil helpen. Wat me opviel was de grote band tussen de cursisten en het grote wederzijdse respect. Fijn was ook dat je ervaringen met anderen kon uitwisselen.".
Dick is inmiddels verdergegaan met de voortgezette opleiding.
Laten we samen hopen en bidden dat de arbeid van de christelijke hulpverlening tot verdere uitbouw mag komen. Dat mede door dit werk nog velen mogen gaan weten dat alleen het geloof in Christus werkelijk bevrijding biedt en in de ruimte zet.
Laten we onze medechristenen ook geldelijk steunen; de overheid heeft kennelijk niet zoveel sympathie voor specifiek christelijke hulpverlening.
Financieel bestaat het werk alleen maar dankzij de giften van de "achterban". Er is grote nood in onze samenleving, velen "wankelen" letterlijk "ten dode". Laten we het samen mogelijk maken dat er hulp geboden wordt.

B. van Baardewijk,
Kalmiastraat 4, Wezep.
(05207 - 2401)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief