Volwassen worden IV (slot)
1978-11-24
Konflikten gaan vooraf aan de periode van volwassenheid. Eén van deze konflikten (de tweede in de rij van drie, die ik hier noemen wilde) is het konflikt tussen gevoel en verstand.- Jaargang 22
- nummer 44
Ik denk dat ieder dat wel kan herkennen.
Er zijn tijden dat deze twee, mijn voelen en mijn denken, los van elkaar opereren. Een jongen van achttien kan in een situatie zijn waarin hij met zijn hoofd alle waarheden van het christelijk geloof weet, maar met zijn gevoel beleeft hij de dingen heel anders.
Soms is hij niet in staat zijn gevoel onder woorden te brengen en lijdt hij onder deze gespletenheid.
Ook op een ander vlak geldt dit: een meisje is met al haar gevoelens verliefd op een jongen, maar met haar verstand weet zij dat het onzin is en dat het niet kan. Het is duidelijk dat wie zó innerlijk gespleten is ook niet overtuigd handelt.
Soms zijn je gevoelens zó krachtig dat ze je totaal verwarren.
Je kan er met je persoonlijkheid geen greep op krijgen. Er was niemand die je hielp bij het verwerken van je gevoelens en het hanteren ervan. Het lijdt ertoe dat we gedeprimeerd raken, zonder te weten waarom, of zelfs dat wij to-
!aal .gevoelloos worden. Er knapt iets 10 ons en van dat moment af aan zijn wij innerlijk kil - doren wordt alles voor ons grauw.
Ik geloof dat onze samenleving en onze kultuur veel heeft bijgedragen aan deze gespletenheid. Ingmar Bergman heeft eens een onderdeel van zijn film over het huwelijk genoemd: analfabetisme van de ziel.
Daarmee wilde hij zeggen: wij hebben nauwelijks geleerd om onze gevoelens te ontcijferen en te hanteren: Een Afrikaan weet wat gevoel IS en reageert met zijn gevoel.
Een Europeaan is één en al beheerstheid en verstand. Zijn gevoelis er wel, maar hoort tot de onbeschaafde kant van zijn persoonlijkheid.
Wij leven in een redelijke kultuur, hier in Europa.
In onze samenleving is de opvoeding van het kind verdeeld over drie instituten:
I. ons denken wordt ontwikkeld in de school;
II. ons gevoel wordt gevormd in het gezin;
III. ons handelen vindt plaats in het bedrijf.
In ieder van deze drie funktioneren wij niet als een geïntegreerd geheel, als een harmonieuze eenheid, maar wij schakelen in ieder van deze samenlevingsverbanden een aantal kerkelijk leven aspekten van onze persoonlijkheid uit.
Op school vindt nauwelijks vorming plaats van ons gevoelsleven, althans er wordt niet bewust aan gewerkt. Het gezin, thuis, is de bron van ons gevoelsleven, maar er wordt vaak helemaal nooit over je diepste gevoelens gesproken en op redelijke wijze nagedacht. Dat moet wel een soort van gespletenheid in de hand werken die zich het sterkst laat voelen in de jaren rond de twintig. In het bedrijf is het vaak alleen maar aktie, zonder gevoel en zonder reflektie.
Wat moeten wij hieraan doen?
Volwassen worden betekent op dit vlak, dat er een eenheid groeit. Dat gevoel en verstand en handelen samengroeien tot een eenheid.
To be at case with yourself ("op je gemak zijn bij je zelf") noemt Donald Drew, een medewerker van l'Abri, het hoofdkenmerk van volwassenheid.
Het betekent: de relatie, die je met anderen hebt, dragen met je gevoel, maar er tegelijk ook verstandig over kunnen praten. In je beroep je gevoel kwijt kunnen en kilheid signaleren als een gevaar.
In de vaak gevoelige gezinsverhoudingen denkend en overleggend afstand kunnen nemen. Het betekent ook dat wij in ons nadenken en verstandelijk bezig zijn leren luisteren naar de taal van onze gevoelens.
Wanneer dat zou gebeuren, wat zou dat de samenleving dan menselijk maken!
Misschien dat iemand zich afvraagt wat dit verhaal nu te maken heeft met een rubriek kerkelijk leven in een kerkelijk blad ...
Ik geloof dat een konflikt als het bovengenoemde heel belangrijk meespreekt op de achtergrond van kerkelijke konflikten. Is er in de kerk plaats voor de gehele mens - met al zijn gevoelens en met zijn eigen wil? Of alleen voor de met het verstand instemmende mens.
Of om het scherper te zeggen: belijden wij Christus alleen met het verstand of ook met het gevoel en met de wil? Waarom is er vaak zo'n afweer tegen gezangen die gevoelig zijn. Bang voor sentimentaliteit?
Dat ben ik ook. Even bang als voor rationalisme. Maar daarom zijn gevoel en verstand zelf nog niet verwerpelijk ...
Allerlei emancipatie-bewegingen en groeitrainingen hebben een fijn gevoel voor deze gespletenheid. Ze doen er wat aan. Ze proberen mensen bewust te maken van hun gevoelens.
Daarin gebeuren soms belangrijke dingen en in ieder geval leggen ze de vinger bij een zere plek. Alleen: zij gaan aan het werk zonder enige basis: ze weten echt niet wie ze zelf zijn en zo worden de volgende woorden bij hen tot sleutelwoorden: experimenteren je zelf ontdekken - èn je zelf verwerkelijken.
De mens is een open existentie, zeggen hun filosofen.
Sommigen kleden het christelijk aan met te zeggen: ook Abram wist niet wie hij was en trok uit, zonder te weten waar hij komen zou.
Zo schieten de praatgroepen en trainingen als paddestoelen op uit de grond, en daar moet alles nu maar eens worden losgemaakt, uitgeprobeerd, geen basis en geen doel. Het lijdt tot nog grotere ontworteling, zoals blijkt uit het eerder genoemde boek van Anja Meulenbelt.
Genezing kan hier alleen komen als wij het aandurven om tegen een verstandelijke kultuur in te roeien, vanuit het bijbelse mensbeeld dat ons leert dat de mens naar Gods beeld gemaakt is.
Dat bijbelse mensbeeld leert ons dat de mens in zijn hart het oriëntatiepunt heeft van waaruit hij zowel zijn wil, als zijn gevoel als zijn verstand moet beheren en beheersen.
Wie zich met het hart richt op Jezus Christus als zijn Heer en door Hem op God als zijn Schepper ontvangt wat Schaeffer noemt 'substantial healing" een stuk echte genezing van onszelf wordt opgeheven.
Dat gebeurt als de levenssappen van Christus tot in alle ranken van ons bestaan toegang krijgen, ook tot in ons gevoelsleven, om echt en onecht van elkaar te scheiden.
In plaats van de zelfverwerkelijking van de humanistische groeperingen van vandaag is het juist de zelfovergave aan de Here die ons ons-zelf doet terugvinden.
Het derde konflikt wat ons kan verhinderen volwassen te worden ligt eigenlijk in het verlengde van de vorige twee: de spanning tussen rneerderwaardigheids- en minderwaardigheidsgevoelens.
Deze gevoelens wisselen elkaar af in de fase vóór de volwassenwording: wij blozen vóór we er erg in hebben, en dat is een teken van gevoelens van onmacht, of wij hebben het gevoel alles beter te kunnen en te begrijpen dan alle vorige generaties. Onmacht en overmacht. Hoogmoed en te diepe deemoed wisselen elkaar af in onze relaties met onze medemens, op school en thuis èn in de kerk. Deze gevoelens verhinderen het komen tot intimiteit met onze medemens - wij gunnen de ander geen blik in onze binnenkant - en deze gevoelens kreëren afhankelijkheidsrelaties.
Wij dwepen met iemand.
Even gemakkelijk kunnen wij hem superieur verwerpen. In overmacht. Ook deze gevoelens spelen een rol in het kerkelijk leven.
Het moet mogelijk zijn om leiders te hebben die wij niet vereren en ook niet verguizen.
Het moet mogelijk zijn om als christen ons in de samenleving op te stellen noch als martelaar noch als iemand die superieur is. Dat kan alleen als wij leren ons-zelf te aanvaarden zoals wij zijn: noch dier, noch engel, zei Pascal. Daarvoor moeten wij ons-zelf kunnen loslaten.
Onvolwassenheid gaat gepaard met ego-centrisch zijn. Alles en iedereen wordt afgewogen naar de waarde of naar de schade die het voor mij heeft. Hier ligt opnieuw een bezwaar tegen de nieuwe groeitrainingen van vandaag: komt men daar wel ooit los van zich-zelf?
Zijn niet ale relaties van bijv. Anja Meulenbelt ten diepste ik-betrokken relaties, die háár groei moeten dienen, maar die daardoor juist èchte groei verhinderen ... ! Volwassen worden wij nooit zonder de weg van zelfovergave: aan Hem die ons maakte en lief heeft en vanuit Hem overgave aan de mensen, aan wie Hij zich gaf.
Zelfverwerkelijking is een gave die ons alleen gegeven wordt als wij ze hebben leren haten ter wille van het Koninkrijk.
De weg naar volwassenheid achter Christus aan - die Paulus de maat van mannelijke rijpheid noemt naar wie we allen gemeten worden, Ef. 4: 14 - is altijd de nauwe weg van verantwoordelijkheid dragen voor de ander en trouw de weg van barmhartigheid bewijzen en zelfbeheersing tonen. Dat zijn de vruchten van de Geest, die rijpen aan een volgroeide, een volwassen boom.
Kortom: volwassen zijn is niet je conformeren en copieren (hoe het was) het is ook niet: je-zelf realiseren en protesteren en experimenteren (hoe het geworden is) het is: jezelf verliezen ter wille van het Evangelie en zó jezelf vinden. Het betekent achter Christus aan door deze drie konflikten heengroeien.
Het heet in de bijbel: Toegroeien naar de maat van de wasdom van de volheid van Christus, de ware wijnstok, die daarom de enige Volwassene genoemd mag worden (Ef. 4: 14) omdat Hij de enige was die volledig vrucht droeg.