EEN DISCUSSIE (3)
1978-12-15
En nu nog het kommentaar van ds R. Zuurmond op mijn stellingen over de vraag 'Hoe links/rechts is de kerk?' - Jaargang 22
- nummer 47
1. De begrippen 'links' en 'rechts' zijn onhelder en zelfs misleidend, al was het alleen maar omdat zij de mogelijkheid van een 'gulden middenweg' suggereren. Ze moeten daarom concreet politiek worden ingevuld.
Onder 'links' wil ik verstaan: socialistisch, d.w.z. een politiek die bewust en concreet aanstuurt op een samenleving waarin economische (uitbuiting), politieke (onderdrukking) en ideologische (cultuurvernietiging) vormen van machtsmisbruik tot een minimum worden gereduceerd.
'Rechts' noem ik die politiek, die zaken als uitbuiting, onderdrukking en cultuurvernietiging bewust of onbewust laat voortbestaan of zelfs ondersteunt.
2/3. Het woord 'christelijk' wordt hier in levensbeschouwelijke zin gebruikt. 'Christelijk' is echter Messiaans, het duidt op de weg van de Christus, de Messias van Israël. Deze weg staat kritisch op alle levensbeschouwingen, 'links' of 'rechts', 'christelijk' of 'onchristelijk'.
'Messiaanse politiek' kan derhalve nooit een claim zijn of een programma; als zodanig is het een zeer ónmessiaanse aanmatiging.
Een politieke weg (praxis) die de weg van de Messias feitelijk, praktisch ten onder houdt, d.w.z. nolens of volens de partij kiest van de uitbuiters. de onderdrukkers en hun ideologie, is anti-messiaans. Ik wil niet ontkennen dat men dat soms ook bij zich noemend 'links' aantreft. maar het is toch typerend voor 'rechts'! Onze hele kapitalistische 'orde' is in deze zin antimessiaans.
Wanneer het socialisme ernst maakt en blijft maken met haar fundamentele keuze voor de onderdrukten heeft het in zichzelf de mogelijkheid van anti-messiaanse-
corruptie te herstellen. Het kapitalisme heeft die mogelijkheid niet.
4. Dit is twintigste-eeuws westers personalisme en heeft met de bijbelse verkondiging weinig te maken.
Persoonlijk verantwoordelijk is m.i. ieder voor zijn politieke grondkeuze. d.w.z. de beslissing bij welke historische beweging men zich als historisch wezen aansluit, resp. niet aansluit. Je kiest zelf je historisch milieu en een christen zal dat doen met het oog op de Messias. (Wij zouden dit een gelijkenis van de Doop kunnen noemen, zij het dat een politieke grond keuze nooit een keuze voor altijd kan zijn, zoals bij de Doop).
Binnen het patroon van deze grondkeuze is iedere verantwoordelijkheid een met anderen gedeelde, sociale verantwoordelijkheid. In de stelling van ds De Jong wordt de 'Persoonlijke Verantwoordelijkheid' pure ideologie, om niet te zeggen politieke mythologie.
5. De kerk zal, wanneer dat nodig is, volk en overheid ook hebben te wijzen op hun sociale verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld door onrechtvaardige maatschappelijke structuren (als het kapitalisme) openlijk aan de kaak te stellen.
6. Dit is een veel te eng (onbijbels, idealistisch) gebruik van het woord 'Woord'. 'Woord van God' (dabhar, logos) is ook - en zelfs allereerst - concrete geschiedenis, dáád van God. God stelt zich dus niet achter het Woord van de kerk, maar de kerk stelt zich achter het Woord van God, en betuigt dat (niet als idee, maar als realiteit) met haar daden en haar woorden.
Onder omstandigheden kan dat zelfs het martelaarschap betekenen.
Stelling 6 acht ik een uiterst bedenkelijk soort kerkisme, waarbij de kerk zichzelf opwerpt tot messiaans subject. Dat is het judaïsme waartegen Paulus zich zo nadrukkelijk keert.
7. Wij zouden eens moeten analyseren hoe dat gekomen is. Wellicht omdat de kerk wereldgelijkvormig was en onder het mom van hoge ethische en religieuze waarden feitelijk heulde met de machten van deze wereld?
8. Inderdaad moet de kerk zich nergens kritiekloos bij aansluiten.
Maar de kerk zou wel degelijk nuchter, praktisch, op een gegeven ogenblik, gezien een gegeven situatie, zich openlijk bij een bepaalde politieke beweging kunnen aansluiten, zonder zich daardoor tot instrument van die beweging te laten maken.
Wat er nu gebeurt is dat de christelijke kerken in het Westen in grote meerderheid zich feitelijk - ondanks enige verbale afstand, maar dat is een ideologisch rookgordijn - volledig laten instrumentaliseren door de westerse kapitalistische orde, wier 'welvaart' (waarvan de sociale middenklassen waartoe de doorsnee kerkganger in Nederland behoort in veel opzichten profiteert!) ten koste gaat van de vernietiging van tweederde van de we reldbevolking en wellicht tenslotte van de gehele wereld. Wie alleen maar zegt dat hij of zij niet wil, maar zich onttrekt aan de feitelijke (economische, politieke en ideologische) strijd tegen dit systeem (in het socialisme noemt men dit de 'klassenstrijd') is een leugenaar in de bijbelse zin van dat woord.
9. Dat is geheel juist. Maar een burgerlijke geschiedenisopvatting (zoals bijv. bij H. Berkhof) past evenmin op het slot van de Bijbel.
En het bij ds De Jong vigerende ahistorisch personalistische idealisme al helemaal niet! Ik heb in de lijn van Barth en Miskotte altijd een bijbelse, dat is kritische, hermeneutiek bepleit. Daarin wordt de klassenstrijd, als feitelijk historisch gegeven, noch verabsoluteerd, noch ontkend. Als interpretament houdt hij een zekere relatieve betekenis, te vergelijken bijvoorbeeld met de historische chronologie of met de geografie van het antieke nabije oosten.
Tenslotte: in de discussie heb ik een paar keer gezegd dat ds De Jong net doet alsof de kerk (resp.
zijn gemeente) een soort onbeschreven blad is. onttrokken aan iedere politieke en maatschappelijke praxis.
Vanuit deze boven-historische positie zou de kerk dan op ieder willekeurig moment in volledige vrijheid - en ieder lid in 'persoonlijke verantwoordelijkheid' - kunnen besluiten politiek dit of dat te gaan doen. Maar dat is ideologisch gezichtsbedrog!
De kerk en de kerkmensen maken deel uit van een maatschappij, een maatschappij die zijn eigen wetmatigheden kent, die zijn patronen oplegt aan zijn burgers of ze dit nu willen of niet.
Om tot bewust politiek handelen te kunnen komen zal men eerst deze afhankelijkheden moeten doorzien, zal men moeten begrijpen dat men allerminst een onbeschreven blad is, maar een dikbedrukt blad waarop slechts met veel moeite en overleg iets is te veranderen. Van dit bewustzijn heb ik bij ds De Jong niet veel aangetroffen.
Rochus Zuurmond
28 november 1978
Tot zover de weergave van wat zakelijk door elk van ons beiden, zelfstandig en in eerste reaktie op de ander, in de diskussie van 4 oktober naar voren is gebracht. Twee totaal verschillende verhalen, zal iemand zeggen, en hij heeft gelijk.
Ik zal proberen een grondlijn te trekken en dan zal blijken dat 't verschil toch minder groot is dan we denken.
De beslissende vraag die op de achtergrond staat, lijkt mij deze of ons bijbelse christelijke geloof een eigen politieke probleemstelling en opstelling meebrengt, ja of nee. Op grond van Psalm 2, die ik in mijn stellingen heb aangehaald, antwoord ik daarop bevestigend. Bij het beoordelen van wat er in het volkerenleven gaande is, stelt deze psalm immers vast: ,,'t Is tegen het gezag van God de HERE en tegen zijn gezalfde vorst gericht." En uit deze probleemstelling volgt dan ook een opstelling: "Nu dan, gij koningen, handelt verstandiglijk ... "
Bij ds Zuurmond krijg ik de indruk dat het christelijke geloof niet komt met een eigen politieke probleemstelling en opstelling, maar kiest uit politieke probleemstellingen die door anderen gemaakt zijn. De voorkeur gaat daarbij uit naar de socialistische probleemstelling.
Maar het christelijke geloof zit iets hoog en dwars, waarvoor het in geen enkel historisch milieu van deze wereld erkenning zal vinden: hoe staat het met de houding tegenover het koninkrijk van God en zijn Christus? Dat is een hoogst persoonlijke vraag die alleen maar hoogst persoonlijk beantwoord kan worden. Hiermee bedoel ik niet een personalistische vluchtweg, onder de politieke verantwoordelijkheid uit, te wijzen, nee - deze hoogst persoonlijke erkenning van Christus' Koningschap heeft politieke gevolgen, die (om het met woorden van ds Zuurmond te zeggen) onder omstandigheden zelfs het martelaarschap kunnen betekenen.
Ds Zuurmond kenschetst dit als een boven-historische positie en wijst het af als ideologisch gezichtbedrog.
Want: "De kerk en de kerkmensen maken deel uit van een maatschappij, een maatschappij die zijn eigen wetmatigheden kent, die zijn patronen oplegt aan zijn burgers of ze dit nu willen of niet. Om tot bewust politiek handelen te kunnen komen zal men eerst deze afhankelijkheden moeten doorzien ... "
Nu zou ds Zuurmond er gelijk in kunnen hebben, dat ik de invloed van de maatschappij en haar patronen onderschat. Ik zal inderdaad wel wat wereldvreemder zijn dan hij. Toch gaat het mij te ver dat hij hier spreekt van 'afhankelijkheden'.
Is dit nu niet een buigen voor de 'machten', die Christus openlijk heeft tentoongesteld en over welke Hij heeft gezegevierd? (Coll. 2: 15).
Ik bedoel: moet de kerk en moeten de christenen zich er niet ten uiterste tegen verzetten dat zij zou(den) moeten kiezen in probleemstellingen die haar van buitenaf worden opgedrongen?
Het gaat dan niet om een vrijblijvende 'gulden middenweg', maar om een weg waarop de kerk en de christenen van "rechts" en "links" smaad en zelfs vervolging te verduren zullen hebben.
Ik geloof dat ds Zuurmond dit ook met mij eens is. En hier ligt dan ons diepste raakpunt. Hij schrijft immers toch ook: "Inderdaad moet de kerk zich nergens kritiekloos bij.
aansluiten. Maar de kerk zou wel degelijk nuchter, praktisch, op een gegeven ogenblik, gezien een gegeven situatie, zich openlijk bij een bepaalde politieke beweging kunnen aansluiten, zonder zich daardoor tot instrument van die beweging te laten maken." Nu, dit is voorzichtig gesteld: 'op 'n gegeven ogenblik' en 'gezien een gegeven situatie'. Hiermee kan ik wel uit de voeten. Hiermee kan m.i. ook een christen-politicus uit de voeten, die zich niet socialistisch organiseert, maar wel stemt voor een motie van socialistische zijde in de Tweede Kamer.
Ik weet wel dat ds Zuurmond meer wil. Hij stelt zich in het politieke socialistisch op, waarbij hij goed blijft opletten of het socialisme bij zijn doelstelling blijft. Hiervan zeg ik dat hij het ideologische karakter van het socialisme onderschat. Hij beoordeelt het alleen 'nuchter' en 'praktisch', maar zelfs zo kan niet verborgen blijven dat het socialisme een zelfverlossingsleer is: "Wanneer het socialisme ernst maakt en blijft maken met haar fundamentele keuze voor de onderdrukten, heeft het in zichzelf (nadruk van mij) de mogelijkheid van anti-messiaanse corruptie te herstellen." Ik gelóóf dit niet en ik zié het ook niet.
Veel christen-jongelui, ook onder ons, hebben de neiging, met ds Zuurmond mee, voor "links" te kiezen. Het zijn de slechtsten niet, die dit openlijk of bedekt willen en doen. Soms bekruipt me de gedachte dat we ze maar hun gang moeten laten gaan om ze zo homoeopatisch te laten genezen op die weg, als ze gaan inzien dat "links" inderdaad gedreven wordt door een zelfverlossend machtsdenken.
Maar zullen zij, wanneer ze tot dit inzicht komen, de nederigheid opbrengen het te erkennen en terug te keren? De nederigheid voor God, wel te verstaan? Daarom toch maar blijven waarschuwen vooraf. En ze in prediking en catechese de evangelisch-politieke probleemstelling en opstelling voorhouden: 't gaat om de Here en Zijn Gezalfde.
Mochten ze dan door Gods genade bij deze probleemstelling en opstelling bewaard worden, ook bij hun 'nuchtere' en 'praktische' keuze voor "links", dan zal het ook voor hen zoals voor ons allen, "hierop uitlopen dat gij zult getuigen" (Luk. 21 : 13). Nog eens: voor dat perspektief is ds Zuurmond zeker niet blind en dat verbindt ons.
Maar hij zou minder negatief kunnen doen over een kerk die fors op dit aambeeld hamert en zich er met kracht voor inzet om met haar prediking tot deze persoonlijke politieke verantwoordelijkheid toe te rusten. Want dit is geen bovenhistorische of docetische opstelling.
Dat zou het zijn als dit getuigen a-politiek gekleurd was. Maar nee, wij zullen voor stadhouders en koningen geleid worden om Christus' wil, tot een getuigenis voor hen en voor de volken (Matth. 10: 18).
Het getuigenis waarover het gaat in mijn opsomming bij de toelichting op mijn stellingen 6-8, is een politiek gekleurd getuigenis, afgelegd óók ten behoeve van verdrukten, maar toch opgenomen in een breder en dieper probleemstelling dan die eigen is aan het socialisme: rechtvaardigheid (dat kan het socialisme nog volgen) en ingetogenheid (dat wordt het socialisme al te persoonlijk) en het toekomstige oordeel (daar kan het socialisme niets mee) - Hand. 24 : 25.
Dan doet ds Zuurmond nog een verwijt van kerkisme aan mijn adres (onder punt 6). Dit verwijt geeft een buitenverbands-vrijgemaakte reden om verwonderd op te horen: hoe nu? In 1968 ontkomen aan de strikken van het kerkisme, ben ik er dan nu nog of weer mee behept? Het is natuurlijk mogelijk bij zo'n hardnekkig kwaad.
Maar nee, ik geloof dat ik in dit geval èn buiten- èn binnenverband wel in bescherming kan nemen tegen dit verwijt. Ik neem tenminste aan, en weet ook wel zeker, dat ook 'n binnenverbander het met stelling 6 (zoals trouwens met alle stellingen) eens kan zijn. Het is tenslotte niet om zo maar dat ik, zoals de lezer kan weten, G.P.V. stem.
Wat bedoelen wij, wat bedoel ik met de Woordmacht van de kerk?
Dat de kerk haar eigen woord spreekt, waar God zich dan met zijn almacht achter zou stellen?
Natuurlijk niet. Ik ben het helemaal met ds Zuurmond eens, als hij schrijft: "God stelt Zich dus niet achter het Woord van de kerk, maar de kerk stelt zich achter het Woord van God." Zeker, maar dat neemt niet weg dat God aan Zijn kerk de opdracht geeft, profetisch Zijn Woord te spreken en dat Hij daar de belofte aan verbindt: al wat gij op aarde binden zult, zal in de hemel gebonden zijn en al wat gij ontbinden zult op aarde, zal in de hemel ontbonden zijn (Matth. 16 : 19; 18: 18). God geeft Zijn kerk wel de macht of de bevoegdheid om Zijn Woord te spréken, maar Hij geeft aan Zijn kerk niet de macht of de kracht om Zijn Woord waar te maken. God geeft aan de kerk de sleutels van het koninkrijk, maar het koninkrijk blijft het koninkrijk van God.
De kerk predikt dus wel wat in de lofzang van Maria staat: "Hij stort machtigen van de troon en eenvoudigen verhoogt Hij; hongerigen vervult Hij met goederen en rijken zendt Hij ledig heen", (Luk. 1: 52, 53), maar daarmee is Maria's lofzang nog geen program van politieke aktie geworden. Wij zouden ons ook aan het waarmaken van dergelijke woorden vertillen.
Ik mag bij dit punt wel verwijzen naar mijn bijdrage in het boekje: 'Wat vindt U van het Getuigenis?', Wageningen 1972, pp. 40-49.
De hele diskussie van 4 oktober jl. nog eens overziende en overwegende blijf ik bij mijn opmerking aan het begin, in het nr. van 1 dec. jl., dat wat ds Zuurmond naar voren brengt, vooral op de praktische politiek gericht is, terwijl mijn bijdrage meer aan de principiële kant blijft. Ik wens mijzelf toe dat ik na kennisname van het politieke engagement van ds Zuurmond mijzelf uit reaktie niet zal opsluiten in een a-politiek getuigenis. En ik wens ds Zuurmond toe dat hij in zijn politieke keuze voor het socialisme het politiek-eigene van de bijbelse probleemstelling en opstelling niet uit het oog zal verliezen.
Als deze raadgevingen of waarschuwingen beiderzijds ter harte genomen worden, is het niet onmogelijk dat wij langs verschillende wegen voor 'stadhouders' en 'koningen' (onder welke ook partij-bonzen en vakbondsleiders) geleid zullen worden en wij elkaar dáár zullen ontmoeten, - wij of onze medestanders.
Vanwege het uitvallen van het nr. van 22 december (om postale redenen) moet het in uitzicht gestelde vervolgartikel over de materialistische exegese even blijven wachten.