KREET OM BESCHAVING

1978-12-15
  • Jaargang 22
  • nummer 47
In een van de beste boeken, die ik vorig jaar las, trof ik een kreet om beschaving. Het was een kreet uit de diepte: uit de diepte van de laatste bange oorlogswinter en uit de diepte van het concentratiekamp. In zulke omstandigheden - honger, angst, kou, onzekerheid - kon men zich het zuiverste voorstellen, hoe een gelukkige wereld zou zijn. In de lange werkloze avonden sprak je met vertrouwde vrienden over een land, dat straks, bevrijd en herrezen, er anders en beter zou moeten uitzien dan het in de grauwe jaren dertig had gedaan. Zo deze schrijver, die haarfijn en gespannen als een vioolsnaar het volgende beeld tekende:

"God geve mijn woorden inhoud en kracht om de wereld straks te zeggen wat op het spel staat: de beschaving.

Gerechtigheid, die het goede prijst en bevordert en beloont, het slechte voorkomt, straft en verwijdert, maar na onderzoek, na horen van ook de bedreigde partij.
Gerechtigheid, die niet alles vereenvoudigen wil, allen over één kam scheren wil, maar individuen onderscheid en individuele belangen.
Gerechtigheid die de belofte hoogacht, een overeenkomst bindend acht, vrijheidsberoving met de grootste voorzichtigheid toepast, ja de menselijke vrijheid, geestelijke en lichamelijke, een der hoogste goederen acht en niet de slavernij roemt en verheerlijkt als ware de mens er ten pleziere van de Staat!
Gerechtigheid die onderscheidt tussen macht en recht, die niet bij voorbaat het recht acht te zijn bij de sterke maar veeleer geneigd is de zwakke te beschermen, hem macht te verlenen in zijn zwakte. gelijkgerechtigdheid.
Beschaving is ook barmhartigheid, de helpende hand, het oprichtend gebaar, het meegeven van eigen goed. Zoveel barmhartige, verplegende, dienende gestalten zie ik nu: zendelingen en missionarissen, heilsoldaten, diaconessen, artsen, predikanten; Goddank dat ze er zijn.
Voorts bezonnen zachtmoedigheid, een zeer christelijk siersel, evenals verdraagzaamheid: geen ruzie, geen vechten, geen stompzinnig zich slaan op eigen borst vol blinde trots en opgeblazenheid, maar het overwegen van eens anders positie, de fantasie die zich verplaatsen kan in andermans gezichtspunt, het wikken en wegen van zijn argument, eventueel het zwichten daarvoor en het respecteren van zijn opvattingen, godsdienstige en maatschappelijke.
De deemoed en zeljverlooching die de naaste hoger acht dan zichzelf, het dienaarschap zich tot een eer rekent, gratis doet meegeven van w.at gratis ontvangen is en dankbaar doet belijden: wat heb ik' dat ik met ontvangen heb?
Veel, nog veel andere eigenschappen zijn de juwelen in de kroon van de edele mens - 0, wat een schroeiende begeerte dikwijls in mij, klein, nuchter, vuil, arm mannetje - een edel mens te zijn ...
Maar ik moet nog meer kwijt. Mijn kreet om beschaving, het is ook de aanhoudende kreet om schoonheid en om wetenschap, dikwijls zo vreemd verwant, dikwijls zo heerlijk verenigd. Er zijn gedachten, herinneringen zowel als toekomst schijnsels, die nauwelijks te dragen zijn omdat het contrast met het heden te groot is: het gevoelsorganisme kan de gevoelens niet aan.
Maar stil ... de beschaving, die onschatbare, fonkelende beschaving van ons Holland, die zich uit in eigenschappen van karakter, ziel, geest en verstand, in godsdienst, kunst en wetenschap - die geleerd, gekoesterd, ingeschonken en gedronken wordt in ons heilig Hollands gezin dat ik verenigd zie om de tafel in een warme kamer onder lampeschijn.
Gisteren, heden ook, morgen. Onvergankelijk; dat vernietigt geen Duitser. Dat is onsterfelijk. Ik wil in een roman voor ons Hollands gezin een monument oprichten, onze beschaving schetsen en vertellen hoe zelfs de meest duivelse macht ter wereld geen kans gezien heeft dit heerlijke te vernietigen".

Wat zegt u, schone taal? Proza van de Tachtigers? Och nee. De Tachtigers verheerlijkten de schoonheid en maakten gloeiende kleuren, alleen om de schoonheid te schilderen. Die verhieven het middel tot doel. En prozaïsten kunnen intelligent en soms artistiek met de taal omgaan, ook zonder u vooruit te .helpen. Maar hier gaat het om andere, betere, diepere en hogere zaken. HIer spreekt een bewogen mens, uit de diepte der ellende, over de vrede die op deze aarde mogelijk is. En hier spreekt een beschaafd mens over een der kostelijkste goederen, die een vrij volk kan bezitten: over beschaving. Dat hij daarbij ook schoon proza schept en
(hier breekt de tekst opeens af – red.)

"Veracht was hij, verstoten door de mensen ... een man van wie men de ogen wendt; veracht (ook in Zijn geslacht) en door ons allen misprezen"
(Jes. 53).

De échte Middelaar, die we nódig hebben, bróódnodig, is geen kindje-in-de-kribbe, is voor de ogen van de mensen niet aantrekkelijk, komt heel wat anders doen dan wij gedacht zouden hebben.

Het spreken over een "hemel man" doet ons vreemd aan, maar is het dat wel? Ja, "mensen buiten de kerk" zouden zo kunnen reageren, denken we.

Van hen is zoiets te verwachten. En als zij een kerkdienst zouden meemaken, willen ze wel horen van iemand-uit-de-hemel, die dáár thuis hoort, zonder dat ze weten wat dat dan wel is. Maar voor ons?
Wordt dat Woord-van-ergernis in de diensten op de kerstdagen wel zó verkondigd en zijn we er als gemeente wel zó direct bij betrokken? Of verwachten wij ook iets bijzonders en wat dan wel?

Laten we hopen en bidden, dat er veel predikers zijn, die met de dichter lezen

In de Schrift

In de Schrift
las ik een woord,
dat de zondaar
op slag vrolijk maakt.
Ik liep er mee
naar de kansel
en sprak over vergeving
om niet.

En laten we dan als gemeente behoed worden voor wat er volgt

Een viering
is er niet geweest,
want er viel een dodelijke
kilte.

De hoorders wisten met dat eenvoudige Evangelie geen raad. "Is dat nu alles, en dan nog wel op een feestdag!".

Heer,
leven willen ze,
bijna allemaal,
voor hun eigen,
voor hun godsdienstige
rekening
en niet voor rekening
van U.

Er is niets méér te zeggen dan "Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eeniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, eeuwig leven heeft" (Joh. 3).

Woord was
een en al
en allesomvattend
erbarmen in Christus.
Ik ging stil naar huis,
omdat ik al binnen was,
eer ik het wist.

Hoe kerstfeest vieren?
Zonder verder op die vraag in te gaan: lees dit alles nog eens over, ook als een wegwijzer voor de komende dagen, voor ons léven.

Uit de bundels:

Wanneer ik bid
Brood en wijn
En toch ...
Er is een woord

(uitgave Callenbach, Nijkerk).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief