DE JONGEREN EN HET KERSTFEEST

1978-12-15
  • Jaargang 22
  • nummer 47
Ze voelen wel, dat het toch zó niet moet:
niet enkel met die uiterlijke dingen,
ja, wèl een kerstboom en vooral het zingen,
maar wat daarbij komt doen ze met bezwaard gemoed.

Ze hunkeren wel naar gezelligheid, en naar de warme sfeer van welbehagen
maar kunnen zich soms plotseling afvragen:
Is zó het feest geen vloek in deze tijd?

Ze zien heel scherp door alle kaarslicht heen,
ze willen Bethlehem ook niet verwarren
met iets, dat tot historie moest verstarren
omdat de Christus uit het feest verdween.

God heeft hun vragend zoeken wel verstaan:
Toen englen de komst van Jezus meldden
en herders naar de stal van Bethlem snelden
zijn er ook jónge herders meegegaan ...


Uit: Een vlinder van God

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief