KERSTFEEST
1978-12-15
- Jaargang 22
- nummer 47
De kerstboom brandde, en de kaarsen dropen,
de koelkast bergt de rest van de kalkoen.
We zijn zojuist een straatje omgelopen.
Wat moet je anders na zo'n feestdag doen?
De kerstplaat is gedraaid, de kind'ren zongen.
Wat heerlijk God, om nog een kind te zijn.
De blijdschap wordt bij ons zo vaak verdrongen
door zorgen, of door ziekte, of door pijn.
Een kerstbal valt in scherven voor mijn voeten,
de laatste gast vertrekt; de rust keert weer.
Nu heb ik tijd om Christus te begroeten,
zomaar gewoon, zonder decembersfeer.
Wijd staan de deuren van mijn leven open.
lk ben gereed, wilt U weer binnengaan?
lk ben Uw kribbe vaak voorbij gelopen
maar had geen tijd om er bij stil te staan.
Mijn laatste kaars zal ik voor U ontsteken.
Komin mijn hart, en vier met mij Uw feest.
Bereid U plaats, en wil weer met mij spreken.
Wat zegt Ge Heer, - bent U niet weg geweest?
Uit: Als glas in de zon