Boekbespreking
1978-12-15
Drs H. de Jong, "De twee messiassen"- Jaargang 22
- nummer 47
(31 preken over het boek I Samuël);
uitgegeven bij J. H. Kok, Kampen;
in paperback-vorm; prijs f 28,50.
In dit boek werpt drs H. de Jong zijn brood uit op nog andere wateren dan het Amsterdamse IJ en daar doet hij goed aan. Hij heeft ons veel mogen geven.
Wij rekenen Samuël (I en 11) tot de historisch-profetische boeken. Nu heeft de behandeling van historische bijbe1stof altijd bepaalde moeilijkheden met zich meegebracht. In onze studententijd vroeg de tegenstelling tussen de exemplarische en de heilshistorische benadering onze aandacht.
Bij de eerstgenoemde benadering wordt de bijbelse persoon losgeknipt uit zijn historische verbanden en gemaakt tot drager van een algemene en tijdloze gegevenheid. Zo zou bijvoorbeeld een exemplarische preek over I Samuël (Hanna) kunnen handelen over "het" leed van "de" kinderloosheid.
Bij de heilshistorische benadering wordt de vraag gesteld naar de plaats, die personen en gebeurtenissen innemen op de weg naar de vervulling van Gods heilsplan, Waar en hoe hebben zij de raad van God gediend en de vervulling naderbij gebracht?
Wij weten – gelukkig opgevoed in de heilshistorische benadering.
Later bemerkten we wel, dat ook hier gevaren schuilen. Hoe gemakkelijk kon je ertoe komen mènsen tot faktoren in Gods plan te reduceren! Hoe gemakkelijk konden die bijbelse mensen een dimensie verliezen, plat worden, gestileerd als egyptische figuurtjes, levenloze silhouetten, pionnetjes! Ik denk, dat dat dááraan ligt, dat voor ons, twintigsteeeuwse industrialistische mensen, de heilshistorie maar al te gauw de technisch-metalige klank van heilsproduktie krijgt, waarbij de levende mensen radertjes en materiaaldeeltjes worden!
Het eerste dat me in het boek van drs De Jong is opgevallen, is wel, dat hij zo gelukkig aan beide éénzijdigheden ontkomen is. Het exemplarisme wordt door hem op bizonder heldere wijze afgewezen. Bijvoorbeeld als hij protesteert tegen een vertaling van hoofdstuk 9, die inzet met: Er was eens een man uit Benjamin, Kis geheten.
" Het gaat in de bijbel niet om het vage "eens" en "ergens" maar om de konkreetheid van het "toen"
en "daar" (63). Maar als je je dan afvraagt, hoe in deze prekenserie al die mensen van het boek Samuël er afkomen, dan treft ons de bizonder zorgvuldige en liefdevolle benadering.
De bijbelse personen blijven hélemaal in het beeld. Ik denk daarbij vooral aan Eli en aan Saul, dus juist aan de donkere partijen in het boek Samuël.
Zij worden niet vanuit het einde beoordeeld en als blindgangers afgedaan!
Omdat God zèlf zich niet zo van hen heeft afgemaakt! De zorgvuldige behandeling in de preken laat ons Gods bizondere geduldige zorg zien en ze weerspiegelt die zorg als het ware! Wat is dat belangrijk voor ons geloofsleven! En voor onze theologie!
Mensen dienen de raad Gods.
Zeker. Maar ook het omgekeerde komt naar voren: In Gods raad gaat het om mènsen en om hun heil! We worden al lezend uit de kluisters van ons kille produktiviteitsdenken verlost.
We weten weer te beter, dat we niet naamloos zijn voor de Here, onze God. Een verblijdende ervaring! Het is déze sfeer, die de preken kenmerkt, ook - en dat is het aangrijpende!in de donkere gedeelten van Samuël's boodschap. Wat is het vreselijk om af te vallen van déze God!
De aandacht voor de mensen neemt een plaats in in een groter geheel.
We willen wijzen op het vermogen van drs De Jong om al luisterend met het verhaal mee op te lopen.
Nauwkeurig luisterend! Zo laat hij ons bijvoorbeeld zien, dat Dagon's beeld heel gemakkelijk met Dagon zèlf wordt gelijkgesteld, terwijl dat nooit gebeurt met de ark des Heren en de Hére zelf. Wat zit daar niet in!
(36). Om een ander voorbeeld te noemen ... Een gedeelte als 9: 1-10 : 16 - voor iedere haastige uitlegger een lelijke tempobreker! - komt voor onze aandacht te staan als een fijn getuigenis van Gods exklusieve zorg voor het komende koningschap en - later - voor de gezalfde zèlf. Geduldige neerbuigende barmhartigheid.
Hoe gezond is het zo'n gedeelte echt te lezen! Hoe worden we verlost van die uiterst taaie marcionnietische uitvinding van "de oudtestamentische God", die als een God van hardheid, bloed en vergelding zou staan tegenover "de nieuwtestamentische God"
van de liefde! Met Saul en zijn knecht, met Samuël en met drs De Jong oplopend ervaren we het: Deze God is onze God, onze Vader in Christus. Weervaren het in een gedeelte, dat we "in ons haasten" zo gemakkelijk als al te langdradig en klein-menselijk (ezelinnen, vlees, broden, meisjes, enzovoort!) van ons af zouden schuiven! En dat mag drs De Jong met zijn vermogen tot ècht luisteren ons weer laten zien. Hoe schijnt het licht in haast vergeten hoeken!
Daarbij blijft de prediker slechts "de vriend van de bruidegom". Het is best mogelijk, dat je de finesses van de preken weer vergeet, maar je zult I Samuël voortaan ànders lezen dan tevoren!
Maar komt de boodschap voor onze tijd wel door bij al dat oplopen met de tekst? Stellig! Drs De Jong is ervan overtuigd, dat de serieuze aandacht voor het "toen" en het "daar" de preek aan aktualiteit en konkreetheid laat winnen. (63). En dat maakt hij waar ook. Niet de nerveuze geforceerde sprong van de tekst naar onze tijd, zoals de exemplarist die maakt. Ook niet de reduktie van personen en gebeurtenissen vanuit ons vervullingsstandpunt, zoals we die aantreffen bij de extreme heilshistorist.
Wèl een nauwkeurige verkenning van de horizon van toen, in het vertrouwen, dat zich zonder geforceerdheid een raakvlak met onze horizon zal aanbieden. Om weer een voorbeeld te noemen ... Van Peninna wordt gezegd, dat ze tenslotte gevangen is in een filistijnse mentaliteit en dat zo eigenlijk de grote strijd van die dagen zich herhaalt in de beslotenheid van het gezin. Wat is filistijns?
De onbesnedenheid van de verwekkingskultuur . .. "Vaderschap is meesterschap"! Dan gaat er als het ware een lamp branden. Wordt onze tijd niet gekenmerkt door eenzelfde onbesneden dynamiek, nu in de gestalte van de produktiekultuur? Van telen naar produceren! (6 evv.). In het nauwkeurig voortgaan wordt de "toepassing" meer gevonden dan gemáákt!
Ze wordt niet geforceerd. En men behoeft daarna niet zo krampachtig "naar de tekst terug te keren"
(alsof men er kilometers vandaan was)! Ook in dit opzicht een goed boek. Niet in de laatste plaats voor onze studenten. En dat behoren we te zijn en te blijven na wèlk eindpuntelijk examen ook!
We behoeven overigens niet bang te zijn, dat de aandacht voor het détail de aandacht van de hóófdlijn afleidt.
Het gaat in I Samuël om de komst van de gezalfde. Saul eerst. David daarna.
"De twee messiassen"! Na elkaar.
Maar ook tegenóver elkaar. Al voortlezend gaan we de verbijstering van Samuël delen, als Saul, ondanks de zorg van de Here, ondanks zijn goede begin en ondanks alles wat ons voor hem inneemt, volkomen faalt en verworpen wordt. Hij kàn de gezalfde niet zijn, omdat hij weigert in zijn optreden doortocht te verlenen aan het werk van de Here, omdat hij van de oorlogen des Heren zijn eigen oorlogen maakt met zijn eigen wraak en zijn eigen tolerantie (Agag) (113 evv.).
Ook bij dat laatste weer aanstonds dat raakvlak met onze horizon ...
"Er is een tolerantie, die de gemeente het abc des geloofs uit de mond slaat"
(116). Dan zien we de opkomst van David. Deze moet door een tunnel van beproeving heen om de messiaanse stijl te leren: het vertrouwen op de Here, het afzien van een eigen rechtsbestel, de overwinning van de eigen agressiviteit, de overgave van de eigen zaak aan de Here zonder terugschelden (180). Door beproeving en verzoeking heen (Saul zomaar in zijn macht, Nabal's agressieve dwaasheid!) moet David "de weg naar de Messias open houden" (187)... de lijn naar zijn grote Zoon. En toch ... aan het einde van het boek zijn èn Saul èn David (!) vastgelopen, de laatste in zijn samengang met de filistijnen.
Als David op de troon komt zal hij daar komen als de begenadigde (205 ev.). De roep om David's Meerdere blijft! Ook vanuit de overdenking van David's opvoeding in de beproevingen wordt telkens weer onze eigen tijd bestreken. Hoe wordt partij gekozen tegen het agressieve bevrijdingsmessianisme van onze dagen!
Opmerkelijk is ook, dat deze preken zo vol zijn van wat we zinnen tussen gedachtenstrepen zouden kunnen noemen.
Of beter: halteplaatsen van wijsheid in de historisch-profetische stroom. Deze laatste typering doet ons als vanzelf weer een voorbeeld aan de hand: Naar aanleiding van 2 : 22-25 stelt drs De Jong, dat het Eli zeker niet aan echte wijsheid ontbroken heeft. Maar het ontbrak hem wèl aan de geest en de kracht van de profetie. Hierbij komt de treffende vergelijking met Von Staupitz, Luther's biechtvader, naar voren! Voor echte reformatie is de geest der profetie een eerste vereiste. Alleen-maarwijsheid kan misplaatst zijn! In deze opmerking zien we wijsheid en profetie tegenover elkaar gesteld, maar ze is zèlf, zou ik willen zeggen, een prachtig staaltje van de harmonie van beide elementen! In die halteplaatsen van wijsheid komen konkrete en rake toespitsing en voor, "en passant" maar bepaald niet bijkomstig. Zelfs de verpleegsters worden niet vergeten!
(177).
Wie óók nog stijlbloempjes wil plukken moet maar een fikse mand meenemen!
Heb ik dan helemaal geen vragen?
Zeker wel. Een goede preek heeft met een goede profeet gemeen, dat ze de hoorder mondig maakt en hem tot aktiviteit brengt. Dat is de bedoeling ook. (57 ev.). Maar daar ga ik nu niet op door. De recensent moet zijn plaats en zijn maat kennen. Ik wil dit boek hartelijk bij u aanbevelen.
Daarom houd ik op, voordat ik door de veelheid van woorden de schijn op me Iaden zou de aanschaf van dit werk overbodig te willen maken. Tolle et lege! Neem en lees! Bij dat lezen zult u zich - een prettige bijkomende omstandigheid! - niet behoeven te ergeren aan drukfouten. Kok houdt zijn reputatie van foutloosheid hoog!