Liturgische echo's

1975-01-03
  • Jaargang 19
  • nummer 1
Je weet nooit wat je te wachten staat. wanneer je een artikel (stukkie zeggen sommigen, met dat vermaledijde kerkbodejargon) wanneer je een artikel aan de openbaarheid prijs geeft. Soms slûlt je af met een glimlach, die weifelt tussen dankbaarheid en voldoening. Soms corrigeer je een drukproef en denkt: heb ik dat werkelijk geschreven? Krijg ik daar geen last mee? En als er reacties komen, luiden ze gans anders dan je voorzien had. De een telefoneert: aap, wat heb je mooie jongen! De ander schrijft: beste broeder, wat valt dat geesteskind van u mij tegen! Net als houtblokken, waarmee je een haardvuur denkt gaande te houden. Sommige stuwen harsige rook de kamer in en laten je kuchen. Andere geven vrolijk licht en koesterende warmte terug. En nog andere verrassen je met knetterende klappen en rondspringende vonken.

Zo met de liturgische trilogie van november. Drie onnozele pijlen, te Emmeloord afgeschoten. Ze bleken in veelvoud doeltreffend te zijn.
Sommige lezers voelden zich diep gewond. Anderen sprongen op, of ze op een punaise waren gaan zitten. En weer anderen applaudisseerden als voor vuurwerk; er werd zelfs ooooh en aaaah geroepen. Hoe bestaat zulx.

Een zuster schreef na het eerste artikel: "Volgende week verder?
Graag! We beginnen in te zien dat al Gods volk uit profeten behoort te bestaan. Inderdaad! Maar we merken evenzeer op, dat ook in de "ecclesia" de diplomatie soms hoger genoteerd staat dan de profetie.
En dat is smartelijk". Na het tweede artikel belde dezelfde zuster op om te zeggen, dat ik geen aandacht had gegeven aan de "Stichting Schriftgetrouwe Psalmberijming"; hetgeen haar teleurstelde. Maar toen ik haar nader had onderwezen aangaande het door mij aangeduide "Comité, dat onze kerken een eigen berijming wil aanbieden", (de naam is inderdaad al achterhaald) was zij terzake tevreden.

Een oude predikant, wiens oordeel ik altijd op prijs stel, schreef me: "Las met volledige instemming je artikelen. Iets over liturgie en Het nieuwe lied. Hartelijk dank er voor! Moge het weerklank vinden". En toen ik hem later sprak vond hij het slotartikel zelfs het beste van de drie. Om elk misverstand te voorkomen: zijn oordeel is voor mij even waardevol, wanneer hij vindt dat ik niet de juiste toon heb getroffen.

Daarentegen kwam er een vertoornde brief van een lieve zuster, die niet begreep dat "een man van uw kaliber" rustig al die afgrijselijkheden, die ons in de Interkerkelijke Berijming worden voorgeschoteld, kan aanbevelen. Ze somde een aantal op. Ook muzikale, prosodische verschrikkingen, die er niet om liegen. En het viel haar "geweldig tegen, dat ik geen woord wijdde aan het werk van de Stg Schriftgetrouwe Psalmberijming, die dan misschien ook geen volmaakte berijmingen het licht doet zien maar in ieder geval stukken beter wenk levert dan al de kopstukken", die ik in mijn artikel noemde.
Sommige zusters worden er knapper op wanneer ze goed boos zijn - let u daar wel eens op? Toch zie ik ze liever gewoon knap dan boos.

Een wijze broeder schreef een ingezonden brief, die bij uitzondering hierna geplaatst wordt, omdat het de zaak verder kan brengen. Wilt u hem wel met aandacht lezen?

Een hervormd blad nam, naar mij van gezaghebbende zijde werd verzekerd, met instemming nog al wat over uit deze trits artikelen. Dat is hoogst vererend. Maar ik heb vroeger geleerd dat het tot ons persfatsoen behoort, elkaar bij overname als dank een bewijsnummer te zenden; welke eer mij tot dusverre onthouden is.

Aan de andere zijde (want een mens moet in evenwicht blijven) kwam daar een zendbrief van vier en een half folio, die vrijwel geheel inging op het door mij verwaarloosde kerkrechtelijke aspect van de liturgische zaken. Jawel. De nonchalance, waarmee ik de vrijheid der kerken had aangestipt, werd bitter gecritiseerd. Het gezag van de meerdere vergaderingen zou nodig zijn om vast te stellen, wat de kerken wel en wat ze niet behoren te zingen. Het revolutionaire independentisme, uit Engeland overgewaaid. zou slechts wanorde en vervreemding onder ons brengen. En kerken die de vrijheid-in-Christus ,gebruiken om zelfstandig tot het nieuwe lied te besluiten (lees: de liturgie te ontwikkelen) zouden aan dominoeratie lijden, de baas spelen over hun afgevaardigde knechten. Zelfs wijlen prof. dr K.
Schilder en wijlen prof. P. Deddens met hun eerste- en tweedehands gezag zouden er naast zijn geweest; om van prof. dr S. Greijdanus te zwijgen. Ook zei deze broeder, dat de Dordtse Kerken-Orde niet dood is maar dat wij nog ten volle onder haar vigueur leven. Deze "grondwet" is "geen vodje papier" en staat ons niet toe "te gaan vrijbuiteren-buiten-verband", En zo voort.

Het zal allemaal wel waar zijn. Van zijn standpunt gezien, dat het mijne helaas onmogelijk kan zijn. Maar het heeft alles zo weinig met het lofoffer Gods te maken, lijkt me, met het "nieuwe lied" voor onze Heere Jezus Christus. Vier eeuwen kerkverband (nu ja) hebben de liturgische ontwikkeling bevroren. En daarom kan ~k er zo moeilijk op ingaan. Zelfs niet op punten, die kennelijk op misvattingen zijn gestoeld: als het historisch miskende Engelse independentisme, dat niets met het historische Nederlandse kerkverband te maken heeft en het daarom niet kan bestrijden. Ik laat deze dingen gaarne liggen.
Ze zitten velen van ons in het bloed; we zijn er erfelijk mee belast; en dat zal nog wel even zo blijven, vrees ik.

Dan de boze opmerking over een berijmer van de Interk. bundel, die zich aan pornografie-of-zo zou hebben te buiten gegaan. Zijn liederen zouden we nimmer kunnen zingen. Daargelaten dat zijn uitlatingen (die ik toevallig meemaakte) ontactisch, onkies en bizonder menselijk waren; zo moet het mij toch van het hart, dat de meestgezongen psalmen op naam staan van iemand met enkele ergerlijke onregelmatigheden in zijn kwartierstaat; iemand die zelfs zich aan doodslag, echtbreuk en diefstal is te buiten gegaan. Ene David, als u begrijpt wie ik bedoel.

Dan was er een lieve zuster, die hevig in zorg leeft over de strijdvaardigheid en ongeestelijkheid in onze kerken. En die deswege heel van geen liturgische ontwikkeling wil weten. Die conclusie kan ik moeilijk overnemen. Wie passen op de plaats maakt in het stuk der ellende en nauwelijks worstelt om in te gaan in het stuk van de verlossing. komt niet gemakkelijk aan de dankbaarheid toe, die zich in lofoffers uitzingt.
Jawel. Maar wie met schuldbelijdenis over alles, wat tegen onze zin in ons is overgebleven, de verlossing in Jezus Christus aanvaardt, die kan het nu eenmaal niet nalaten, dacht ik, vruchten van dankbaarheid voort te brengen; vruchten, die klinken als een jubelzang der bevrijding.

Wel kan ik van harte instemmen met haar verzuchting, dat vrede en aangename rust in onze Godshuizen en harten mochten wonen. Wat een milde zegen zou daar op volgen!

En nu even een kijkje in de keuken eens stukkie-schrijvers. Multatuli heeft ons geleerd dat, als je iets lelijks van iemand wilt zeggen je eerst iets goeds moet noemen. Zijn voorbeeld: "deze officier is een moedig man; jammer dat hij altijd in de goot ligt~. Zeg die zin nu eens andersom en het klinkt veel beter: "Deze officier moge wel eens in de ,goot liggen - maar hij is een moedig man". Waaruit blijkt, dat we allemaal geneigd zijn het laatste, dat we gehoord hebben, voor waarheid aan te nemen. En om deze reden hebben we een welwillende echo op onze liturgische opvattingen voor het laatst bewaard. Lest best. In de hoop dat u het wilt onthouden.

Een goede broeder viel me namelijk nog al bij. Het is prettig bijval te ontmoeten van goede broeders; en ook als ze bijvallen kunnen ze nog wel .goed blijven. Ik wil u zijn ontboezeming geenszins verhelen. Hij schreef:

"Heel hartelijk bedankt voor uw drietal fijne artikelen over de zo zeer nodige verfrissing van onze orde in de kerkdiensten. Denkbeelden, die ik m'n hele leven reeds heb voorgestaan, maar waarmee je eigenlijk bij de massa geen voet aan de grond krijgt. Dit was nu weer zo'n bijdrage van u, waarover ik u een tijdje geleden schreef: die ik met andere graag eens gebundeld wilde zien".

INGEZONDEN

In Opbouw van 8, 15 en 22 november jl. is als artikelreeksje opgenomen een lezing ("enkele losse gedachten") van Br. Milo, uitgesproken in een gemeentevergadering.
In het tweede artikel Het Nieuwe Lied staan de volgende zinnen:

"We noemen de bundels van Dr L. W. Muns en van Drs Johan Luijkenaar Francken. We denken ook aan het werk, door een comité verricht, dat onze kerken een eigen berijming wil aanbieden"

Gaarna wil ik hierop een aanvulling geven. Want wie het vorengeciteerde leest en er niet meer van weet, zal licht veronderstellen dat Drs Francken en dat comité (nog) gescheiden van elkaar werken. Genoemde broeder werkt echter sinds enkele jaren met een aantal andere psalmberijmers nauw samen in een stichting (waartoe het comité inmiddels is omgevormd) met als volledige naam "Stichting ter verkrijging van een Schriftuurlijke Psalmberijming".
Deze jongste berijming (hier afgekort als S.B.) is nog niet voltooid, maar toch wel zo ver gevorderd, dat de uitspraak van Br. Milo dat wij "niets beters" hebben, wat ongenuanceerd klinkt. Weliswaar laat hij die uitspraak, in zijn derde artikel, slaan op het nieuwe Liedboek, maar omdat daarin het voormalige "blauwe boekje" met de LB. (Interkerkelijke Berijming) is opgenomen, lijkt het "niets beters" ook te moeten gelden Voor deze l.B. De nuancering die ik zou willen voorstellen zou aldus moeten luiden: "Momenteel bezitten wij niets beters aan nieuwe berijmingen in kant en klaar uitgegeven en reeds ingevoerde vorm dan de L.B." - of een aanduiding van gelijke strekking.
Mogelijk was Br. Milo niet op de hoogte (gebracht) van de voortgang die inmiddels met de S.B. is gemaakt of kwam het hem in die gemeentevergadering samen met christelijke gereformeerde broeders niet als opportuun voor daarover uit te weiden.
Hoe dit zij, het gaat mij er uitsluitend om, ook de lezers van Opbouw wat meer up to date te informeren dan uit de drie artikelen naar voren komt. Ik ben de redaktie, waartoe ook Br. Milo behoort, zeer erkentelijk dat ze mij daartoe de gelegenheid geeft.

Laat ik dan iets mogen citeren uit een introduktie in het Vierde Cahier, in september 1974 door de Stichting uitgegeven en waardoor opnieuw enkele tientallen bewerkingen het licht zien:

"Wij zijn ons er van bewust, dat ook déze berijmingen niet volmaakt zijn. Wel kunnen wij u verzekeren, dat we ernstig naar de volmaaktheid hebben gestreefd. Het resultaat leggen we u ter beoordeling voor: opbouwende kritiek blijven we op prijs stellen.
Wij zijn erkentelijk voor de bewijzen van belangstelling in en waardering voor ons werk die wij van verschillende kanten ontvingen, temeer daar we tot nu toe weinig aan de weg hebben getimmerd.
Wie enigermate op de hoogte is van de moeilijkheden welke het berijmingswerk biedt, zal het niet verwonderen dat aan het tot stand komen van dit bundeltje zeer veel dagen van ingespannen arbeid en van vergaderen moesten worden besteed. Immers, voor het l o f o f f e r eraan de Koning der Kerk kan alleen het best mogelijke dienen!
Wij hebben getracht ons bij onze arbeid te houden aan de richtlijnen welke o.i. voor een verantwoorde berijming gelden, t.W.:

- een zo getrouw mogelijke vertolking van de (grond)tekst. Onvermijdelijke toevoegingen moeten in overeenstemming zijn met de context;

- het gebruik van hedendaags verstaanbaar nederlands;

- het zoveel mogelijk afstemmen van de zinsbouw op die der melodieën, waarbij met name de muzikale en woord-accenten met elkaar overeenstemmen.

Van harte hopen wij, dat dit vierde bundeltje mag bijdragen tot een hernieuwde belangstelling voor het lied van aanbidding en lofverheffing dat ons in de Psalmen voor Israël is bewaard gebleven."

Misschien mag ik er een opwekking aan toevoegen het werk van de Stichting (dat met relatief hoge particuliere kosten voor de berijmers gepaard gaat) financiëel te steunen door het postrekeningnummer 29.70.800, post Koog-Zaandijk van de penningm.esse der Stichting hier te vermelden. Het adres van de secretaris, dhr. Jac. Polak, is Prins Bernhardlaan 41 te Vlaardingen. Vanzelfsprekend is deze gaarne bereid u elke .gewenste inlichting te geven.

Lezers van de Kerkbode voor Noord- en Zuid-Holland hebben al.
menige psalm als resultaat van de werkgroep voor een Schriftuurlijke berijming gepubliceerd gezien en kunnen beoordelen. In verband hiermee citeer ik nog een belangrijke opmerking uit de inleiding op het Vierde Ca:hier: "Voor een juiste beoordeling van psalmberijmingen is het niet alleen noodzakelijk ze te lezen (met de Bijbel ernaast) of te reciteren, maar vooral ze ook te zingen."

Tenslotte: hoewel het "klimaat" en de "mankt" voor het uitgeven en het invoeren van een berijming die de broeders van de S.B. voor ogen staat buitengewoon ongunstig schijnen, meen ik dat wij als gaarne Sohriftgetrouwe christenen tegenover de Grote Auteur der Psalmen, de Heilige Geest van God, niet verantwoord zijn daarin te berusten.
Daarom zou ik gaarne zien dat ook de lezers van Opbouw regelmatig tot hetzelfde beoordelingswerk als zojuist aangeduid in staat worden gesteld door publikaties in ons blad met toelichtingen, vergelijkingen en dergelijke vanwege de Stichting en degenen die haar adviseren.
Zelf ben ik bereid zo'n rubriek in Opbouw op te zetten. Mijns inziens moet dat dan voor alle betrokkenen buiten bezwaar van de schatkist van Opbouw gaan.
Met hartelijke dank, nogmaals, voor de plaatsing,

M. Siesling, Perenstraat 157, Den Haag, 070-682710

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief