Als een steentje in de buidel
2005-04-08
‘De woede van de koning is een bode van de dood, een wijze brengt hem tot bedaren’, zo is te lezen in Spreuken16. Ik dacht bij de wijze aan Abigaïl, een vrouw die ik eer met de titel van deze aflevering. Ze duikt op uit het niets als echtgenote van een onbenul en weerhoudt met een paar woorden een koning in spe van een ordinaire wraakactie.- Jaargang 49
- nummer 7
‘Mocht iemand het wagen om u te achtervolgen en u naar het leven te staan, dan zal het steentje van uw leven veilig geborgen zijn in de buidel waarin de HEER, uw God, de mensenlevens bewaart, maar het leven van uw vijanden zal worden weggeslingerd’.
Met die ene zin stelt Abigaïl fijnzinnig het vizier van een achtervolgd mens bij. Niet langer gefocust op een incidentele belediging, maar weer gericht op de lange lijnen van zijn leven - voor het aangezicht van God.
Vrouwen
Luttele weken later, na de dood van Nabal, wordt ze zelfs door David ten huwelijk gevraagd. In dat 25e hoofdstuk komen trouwens in twee verzen (43,44) drie vrouwen van David voorbij.
Naast Abigaïl is dat Achinoam en verder is David niet langer de schoonzoon van Saul, want zijn eerste vrouw Michal is door Saul aan een ander gegeven. Lees je verder in 2 Samuël 3 dan hoor je over zes zonen van David, verwekt bij even zo vele vrouwen en zelfs daarmee is het verzadigingspunt niet bereikt. De treurigste geschiedenis - die van de vrouw van Uria - moet dan nog komen. En tenslotte was het me nooit eerder opgevallen dat raadgever Achitofel tijdens de opstand Absalom adviseerde tot een publieke overname van de bijvrouwen van zijn vader. Dat was ook het einde van hun rol als bijvrouw, want na zijn terugkeer onderhield David ze wel, maar zocht ze niet meer op, zo lees je.
Tragisch
Achter dat alles zit veel machtsstrijd.
Ook tussen David en legeraanvoerders als Abisaï en vooral Joab. David kan nauwelijks tegen ze op (2 Samuël 3:38) en dat drong tot mij en menig meelezer niet eerder zo door. Vaak zijn vrouwen het slachtoffer en soms ook mannen. Bij 2 Samuël 3 tekende ik aan ‘wat een tragiek’, als David Michal weg laat halen bij haar man Paltiël. En je leest ‘haar man ging met haar mee en volgde haar in tranen tot aan Bachurim.’ Het zijn de voor ons onbegrijpelijke zetten in het schaakspel van de tweede koning van Israël.
Ook bij de geschiedenis van Uria springen de tranen je in de ogen - de arme man, slachtoffer van een rijkaard, die zich met een paleis vol vrouwen misdraagt als een ‘have not’.
Geest en psychiatrie
Dan de eerste koning. Niet eerder zag ik al lezend Saul als een psychiatrisch patiënt - met zijn wanen en angsten, zijn buitensporig reageren, niet zelden met een eed. Zoals in het begin van zijn koningschap, wanneer hij zijn leger de vijand laat achtervolgen met een verbod om te eten, op straffe van de dood (1 Samuël 14). Om in een volgend ogenblik toch weer te zwichten voor het pleidooi van zijn soldaten, als Jonathan zonder te weten de eed heeft gebroken.
Of veel later bij zijn radicale maatregel tegen geestenbezwering en waarzeggerij (direct na de dood van Samuël!), gevolgd door zijn desolate gang naar zo’n waarzegster. Kees Bos liep van de leesgroep het verst op met Saul. Hij overwoog ook in hoeverre je zou kunnen rekenen een interpretatie achteraf van de verteller. Zoals bij de kwade geest, die Sauls leven verziekte en die - zo staat er - door God was gestuurd.
Helpt het dan om te zeggen ‘volgens de schrijver’, waarna je als 21e eeuwer vrijer bent om te denken in termen van geestesziekte of richting de boze in plaats van God? Misschien geeft de Schrift ons op dit punt ook wel wat ruimte. Neem de volkstelling, waarover je in 1 Samuël 24 leest dat God David opzette tegen het volk, terwijl de schrijver van 1 Kronieken 21 het initiatief bij Satan legt. Ook voor de heilige schrijvers was het soms zoeken en tasten, denk je dan. En dat ver voor de komst van de Heer, die zo verhelderend heeft gewerkt als het gaat om de wereld van goede en kwade geesten.
Gods Koninkrijk
Verwonderlijk dat je in deze harde werkelijkheid van koningen en generaals het Koninkrijk van God nog zo vaak ziet oplichten. Ik begon niet toevallig met Abigaïl, een vrouw over wie je wel meer had willen horen. Wie weet wat Salomo van haar geleerd heeft! Maar het begint met Hannah en de weinig pastorale mannen in haar buurt. ‘Ben je soms dronken, vraagt de priester aan een biddende vrouw! Margreet Maljers merkt fijntjes op ‘Ja, met zonen als de zijne, verwacht je niet veel goeds als je iets afwijkends ziet’. Dat Samuël in dat klimaat het geloof heeft gevonden en behouden, verbaasde menig meelezer! Mooi ook de reactie van de vrouw van Pinehas, op de dag dat ze weduwe en moeder werd. Haar kind noemt ze Ikabod (weg is de eer) - vanwege de ark! En dan de dappere dienstweigeraars!
Want de lijfwachten van Saul weigerden hun hand op te heffen tegen de priesters van de Heer. Bijzonder is ook Rispa, een bijvrouw van Saul, die een week waakte bij de lijken van de geëxecuteerde nazaten van de eerste koning van Israël (2 Samuël 23). En zo is er meer.
Religie of geloof
En dan denk ik ook aan David in zijn gelovige vriendschap met Jonatan. Indringend ook zoals David het oordeel over de Gezalfde van de Heer tot twee keer toe in de hand van God laat liggen. Diep van binnenuit komt ook zijn belijdenis, als de profeet Natan de schuld voor de ogen van de koning onthuld heeft: ‘Ik heb gezondigd tegen de Here’. Daarin is Saul anders. Bob Wielenga schrijft, dat je in deze boeken zo vaak tegen het religieuze aanloopt en typeert religie als ‘geloof zonder gehoorzaamheid’. Bij zo’n typering krijg je inderdaad Saul voor ogen, met zijn religieus heen en weer gepraat. Religiositeit die door Samuël wordt ontmaskerd met: ‘Gehoorzaamheid is beter dan offers, volgzaamheid beter dan het vet van rammen’. Daarin (en niet in het morele) verschilt Saul beslissend van David. De laatste leeft in het besef dat de muur die zijn doen en laten scheidt van de regels vol onschuld uit het slotlied (hoofdstuk 22) van zijn kant niet te nemen is. ‘U bent bij me’, was het diepste woord van de geliefde zanger van Israël. David als een steentje in de buidel van God.
Bekende verhalen
Over de NBV veel lof. Tineke Plooy schreef: ‘... het valt me op hoe de directe taal van de NBV de geschiedenis van Samuel, Saul, Jonatan en David veel dichterbij brengt, hun karakters en onderlinge relaties’. Jaap Kanis probeert een verhaal ook wel eens te zien vanuit het perspectief van een ander dan de hoofdpersoon: ‘De geschiedenis van Hanna zou je kunnen vertellen vanuit Peninna. Hoe zou zij het beleefd hebben? Ook vanuit Eli kun je de eerste vier hoofdstukken vertellen. Hij maakt fout op fout... Het is o zo gemakkelijk om Eli hiervoor te veroordelen. Maar waar ben ik zelf tegenover mijn kinderen in de fout gegaan?’ Het is lezen in een geest van zachtmoedigheid - zoals Paulus later zegt - die tegelijkertijd in de richting van je eigen leven confronterend is. En dan is er nog heel veel meer te melden. Over God, die zich neerlegt bij de monarchie als de theocratie niet haalbaar is - vanwege de hardigheid des harten of zoiets. En dan zijn er de hoofdstukken die niet helemaal in de goede volgorde lijken te staan, zodat David voor Saul opnieuw een onbekende is. En wat zou er niet te zeggen zijn over David als vader…
Etappe 7: 1 en 2 Koningen, 25-3-2005 t/m 7-4-2005 (kopijdatum)
Etappe 8: 1 en 2 Kronieken, 8-4-2005 t/m 22 -4-2005 (kopijdatum)