"u bent ook zo ouderwets"
1975-01-10
Onze opgroeiende kinderen verkeren in een wereld, die in vele opzichten aan de normen van Gods Woord ontzonken is en leeft naar het goeddunken van het eigen hart. Iedere tijd heeft zo z'n eigen 'geest', die de mensen stuurt en drijft in zeden en gewoonten, in opvattingen en beschouwingen.- Jaargang 19
- nummer 2
Wie zich niet mee laat dringen en drijven, wordt al gauw als achterlijk gebrandmerkt en ouderwets verklaard.
Geen wonder, als jongens en meisjes uit onze gezinnen met deze geest geinfecteerd worden. De een meer, de ander minder, al naar mate het geloof en het verstaan van Gods wil hen bescherming geeft.
Gezegend de kinderen, die mogen opgroeien in gezinnen, waar de vreze des HEREN woont. Dan merken ze op, dat hun ouders eerbied hebben voor Gods Woord en rekening houden met Zijn geboden en waarschuwingen en zich maar niet laten leiden door wat 'men' zegt en doet, wat 'men' vindt en leest.
Dan zullen ze ook niet zo licht voor de dag komen met de opmerking, dat hun vader en moeder in hun niet meedoen met iets, of in het veroordelen- en verbieden van iets 'zo hopeloos ouderwets zijn'. Want menselijke opvattingen en beschouwingen kunnen ouderwets zijn. Menselijke gebruiken en gewoonten zijn tijdgebonden.
En een zekere behoudzucht is niemand vreemd. Vooral onder oudere mensen.
Maar wat de HERE zegt is nooit ouderwets en Zijn geboden en waarschuwingen blijven gelding houden.
De normen van Zijn Woord voor het veelzijdige mensenleven kunnen nooit verouderd heten.
Daarom is het zo heilzaam als het gezinsleven ligt onder de tucht van het goede Woord van God. Als de ouders met hun kinderen maar niet losweg in de wereld verkeren, meegaan met alles en meedoen met alles en mee vermaak hebben in al wat onze tijd te bieden heeft. Bang zijn om iets niet gezien of gehoord of gelezen te hebben, wat toch 'iedereen' gezien of gehoord of gelezen heeft.
Maar als jong en oud, juist omdat we ons hebben te wachten voor de besmettingen van onze afvallige wereld, gedurig vragen: HERE, wat wilt U dat ik doen zal?