DRIEKONINGEN

1975-01-10
  • Jaargang 19
  • nummer 2
U kent het verhaal uit Mattheus, over de wijzen uit het Oosten. Ze kwamen uit het Tweestromenland, maakten de enorme reis naar Jeruzalem, werden daar naar Bethlehem verwezen, aanbaden het Kindeke en offerden hun geschenken. Waarom? Omdat zij aan de sterren hadden gezien, dat er een wereldschokkende geboorte had plaats gevonden. Van dit geweldige feit willen zij het hunne hebben.

Een merkwaardig verhaal; uniek in de Bijbel, Want ga eens na. Die "wijzen" waren geen wijze mannen zonder meer (die lopen wel vaker los rond) maar het waren "Chaldeeën", in de zin van het boek Daniël.
Het waren magiërs, tovenaars, sterrenwichelaars, waarschijnlijk geleerde hofslaven zoals Nebukadnezar, zoals de Farao's, zoals de Romeinse keizers aan hun hof hielden. Ze liepen niet los rond - maar werden in slavendienst gehouden. Weliswaar als hoge hofdignitarissen - maar slaven. Dat wel.

Het verhaal heeft altijd op de verbeelding van mensen gewerkt. De Duitse dichter-componist Peter Corrielias dichtte een ballade met een vrijwel improviserende melodie maar met een strakke accoordenbegeleiding, waaruit langzamerhand blijkt; dat het koraal "Wie schön leuchtet der Morgenstern" de achtergrond, van de ballade vormt. U moest die tekst kennen:

Drei Könige wandern aus Morgenland
ein Sternlein bringt sie zum Jordanstrand.
In Juda fragen und forsehen die Drei
wo der neugeborene König sei?
Sie wollen Weihrauch, Myrrhe und Gold
dem Kinde spenden zurn Opfersold,

Und hell erglänzet des Stern es Schein;
im Stalle gehen die Könige ein;
das Knäblein schauen sie wonniglich,
anbetend neigen die Könige sich,
sie bringen Weirauch, Myrrhen und Gold
zum Opfer dar dem Knäblein hold.

O Menschenkind! halte treulioh Schrdtt,
Die Könige wandern, 0 wandre mit!
Der Stern der Liebe, der Gnade Stern
erhelle dein Ziel, so du suchst den Herrn,
und Iehlen Weilhrauch, Myrr:hen und Gold:
schenke dein Herz dem Knäblein Hold!

Intussen weet u dus, dat het er drie waren. Drie wijzen. Dat wist Mattheus blijkbaar niet. Dat weet de christelijke kerk trouwens pas sedert de 7e eeuw; sinds die tijd weet men hun namen ook: Kaspar, Melchior en Balthasar. Een van hen moet een Moor zijn geweest, een zwarte.
Ook dat wist Mattheus niet te melden. Ja, de kerk weet soms veel.
Zo weet de kerk sedert de ge eeuw bijvoorbeeld, dat de drie wijzen niet minder dan koningen zijn geweest. Geen slaven, geen hofdignitarissen, maar koningen, Zelfs als je de Bijbel niét leest, kom je soms nog eens wat aan de weet.

Als je de Bijbel wél leest, kom je heel veel aan de weet. Kijk eens in het boek Daniël, als u iets van die "wijzen" wilt weten. Toen Daniël aan het hof kwam, werd hij opgeleid in de kennis van het Oosten.
Zoals Mozes en Jozef onderwezen zijn in de kennis der Egyptenaren, inclusief alle afgoderij, bijgeloof, toverij en astrologie; zo kreeg ook Daniël met deze heidense zaken te maken. Hij hield zich niet op een afstand - maar werd door de Heere zelfs begiftigd met veel meer kennis dan die van de Chaldeeën, bezweerders en droomuitleggers aan Babels hof; hij wist tien maal meer, zegt de Bijbel, Dat moet u niet overslaan: hij hield zich niet op een afstand (zoals met het eten van niet-koshere zaken) maar hij wist zijn weetje en wel tienmaal zo veel als de "wijzen". Zoals ook Jozef zich niet van de wijsheid der Egyptenaren afmaakte, maar een beker had, "bij welke hij de toekomst voorspelde"; de onmisbare beker, die door zijn broers "gestolen" was.
En zoals Jozef meer wist van droomuitlegging en economisch staatsbestel dan alle hofslaven samen - zo wist Daniël de koninklijke dromen uit te leggen, toen alle "wijzen" in wijsheid tekort schoten.

Hij was in die heidense wereld, maar niet ván die heidense wereld.
Zo riep de Heere Abraham uit Ur der Ohaldeeën; en later zeiden alle Israëlieten bij het brengen der eerstelingen: "mijn vader was een verdorven Syriër ... ". Zo haalde de Heere Rebekka weg uit die verdorven omgeving, opdat zij tot een groot volk zou worden: een bondsvolk, En in die ellendige omgeving bad Daniël zijn ontroerende gebed: dat Gods volk mocht worden uitgeleid uit het diensthuis van Babel - om de Heere te kunnen dienen, ter plaatse die Hij verkozen had.

Welnu, uit dié verdorven omgeving, die leefde van bijgelovig occultisme, kwamen de "wijzen uit het Oosten". Griezelige figuren. Was er een zwarte bij? Wie zal het zeggen? Vast staat, dat ook de Farao's wel zwarte tovenaars in dienst hadden. Zwarte kunst wordt dikwijls bij zwarte volkeren gevonden. En die zwarte tovenaars waren soms waardevolle werktuigen voor heel bizondere doeleinden van koningen.

De "wijzen" hebben dus aan de conjunctie der sterren kunnen vaststellen dat er een wereldschokkende vorst was geboren. Zo iets komt niet uit de lucht vallen. Astrologen kunnen belangrijke gebeurtenissen lang tevoren berekenen. Ze kunnen land en datum bepalen. Ze hebben naar die datum heengeleefd. daar kunt u zeker van zijn. En toen de datum was aangebroken en ze samen overeenstemden in de constatering der kosmische gebeurtenissen... hebben ze vermoedelijk een reispasje gevraagd aan hun vorstelijke gebieder: om de juistheid van hun constatering, die van wereldbelang zou zijn, te gaan onderzoeken.
De verwachting Israéls liep parallel met occulte voor-wetenschap.
Het behaagde God de Heere, om zijn plannen door de dienst van profeten aan te kondigen - en tevens om ze door afgodendienaars te laten meelezen. Legale kennis en illegaal spieken; beide kwamen tot dezelfde sluitrede.

Ze hebben de reis van duizend kilometers gemaakt. Goed voorbereid en goed toegerust. Ze wisten meer dan Abraham toen ze uit Ur der Chaldeeën vertrokken; want Abraham wist niét waar hij zou belanden.
Ze kwamen linea recta in Jeruzalem. Toen schoot hun kennis te kort. De "wijzen" van Jerusalem, te weten wetgeleerden, schriftgeleerden, moesten nu op het spoor gezet worden. Die snuffelden in de oude boeken - en ja, laat Micha in een "onbewaakt ogenblik" geprofeteerd hebben: "En gij, Bethlehem in het land Efrata: al zijt ge klein - uit u zal de eeuwige vorst van Israël voortkomen". Jawel.
Astrologen kunnen u veel vertellen, maar geluk:kig niet alles. Ze hadden de klok horen luiden - maar Micha moest wijzen waar de klepel hangt. Hoe meer u van occultisme mocht afweten - hoe meer u teruggeworpen wordt op Gods eigen openbaring, zijn Woord. En hoe meer u zich gaat schamen, dat u te weinig naar Gods Woord hebt geluisterd.
Buiten de Schrift is er geen nieuws onder de zon, dat het noemen waard is.

Goed, de drie wijzen hebben het Kind gevonden, zegt Mattheus. Ze hebben het met grote vreugde begroet. Ze offerden hun eerbewijzen: goud, wierook en mirre. Waarschijnlijk heeft Jozef uit deze schatten de emigratie naar Egypte, het jarenlang verblijf aldaar en de terugtocht kunnen financieren. Het was de Satan, die trachtte het kind bij de geboorte te verslinden. Maar de aarde (let wel: de áárde, ongeestelijke slaven) opende haar mond en redde het Kind. Zegt Johannes.

Alle heidenen, door Gods handen voortgebracht uit alle landen; de Filistijn, de Tyriër, de Moren; zij zullen U van alle kant, tot uit het allerverste land, vereren met geschenken, Waar staat dat ook weer?
In de psalmen van ... David, die hier profeteerde van zijn grote Zoon!
De wichelaars uit Babel, uit Chaldea, behoren ook in de heilsgeschiedenis thuis. Ze lijken er tussen te staan als Pilatus in het Credomaar ze staan er niet zonder grote ooreaak. Door Gods handen voortgebracht; evenals de kinderen van Abraham. De Egyptische tovenaars, die water in bloed konden veranderen; die stokken in slangen omzetten.
De Babylonische sterrewichelaars, die heden, verleden en toekomst konden opnoemen. Maar de Schepper van slangen en bloed, de grote Regisseur van heden, verleden en toekomst.. dié doet pas wonderen, Hij alleen.

Driekoningen wordt in de Katholieke Kerk op 5 januari gevierd. In de Anglicaanse en Lutherse kerken wordt op 6 januari Epiphania gevierd. Het komt op hetzelfde neer. Epiphania betekent eigenlijk verschijning, openbaring. Die betekenis, de oudste betekenis, werd er in de 4e eeuw aan gegeven. Men doelde hier op het feit, dat de jonge Heiland zich - nauwelijks nadat Hij door de herders gezien wasaan de heidenen openbaarde. Als de Engel des Heeren zich aan Abraham vertoonde kunt u spreken van epiphania, Zo wordt in het feest van Epiphania gedacht aan ál de verschijningen van God. aan mensen; maar bizonder aan de ontvangst der wijzen uit het Oosten.

Het woord had echter al eeuwen voor Christus' geboorte een tweede, meer wereldlijke betekenis gekregen. De betekenis van: hoog bezoek aan een hof. En hier ligt de sleutel van het driekoningen-feest. Want waar de Heiland zich verwaardigde, zich aan heidenen te openbaren (nauwelijks na de proclamatie aan het volk-der-belofte) daar keerde de christelijke kerk de zaken om. Het bizondere, dacht men, was niet dat de God van hemel err aarde zich tot heidense tovenaars wendde maar dat vreemde vorsten hun hoge bezoek kwamen brengen aan het nederige kindeke in de kribbe, Vandaar dat die tovenaars van slaven, hofdignitarissen, tot vorsten, tot koningen ontwikkelden. En de Godsopenbaring werd gedevalueerd tot "hoog bezoek". Daarmee heeft de kerk, onder invloed van het heidense gebruik, de Godsopenbaring uit het oog verloren; daarmee !hebben wij, die eertijds heidenen waren, onszelf op de troon gezet; op de koningstroon. En al werpen we (in aanbidding, Heere) al onze 'kronen aan Zijn voet ... we accentueren onze belangrijkheid tegenover Gods zelf-vernedering.

De Reformatie heeft Epiphania afgeschaft; evenals het Driekoningenfeest.
En om de achtergrond wat beter te verstaan hebt u het voorgaande gelezen. Het moge u goed bekomen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief