Vrijgemaakten verliezen leden

2005-04-08
  • Jaargang 49
  • nummer 7
Onlangs verscheen het Handboek 2005 van de (vrijgemaakt-) Gereformeerde Kerken *) in Nederland. Opnieuw was ds. J.H. Kuiper, emeritus-predikant van de kerk van Haulerwijk, de eindredacteur.

Tussen 1970 en 2000 maakten de GKV een sterke groei door: van bijna 85.000 leden naar ruim 125.000 leden (gemiddelde groei per jaar ongeveer 1300 leden). Rond het jaar 2000 temperde deze groei. In het jaar 2003 groeide het ledental nog met ruim 100 leden, maar eind 2004 telden de kerken bijna 800 leden minder dan een jaar eerder.
Voor een groot deel is de daling van het ledental veroorzaakt door ‘de nieuwe vrijgemaakten’. Deze groep van kerken (het blad Reformanda is hun belangrijkste spreekbuis) telt inmiddels naar schatting ongeveer 1500 leden, die (volgens de eigen website) op 14 plaatsen samenkomen. Er is één (emeritus)-predikant: dr. P. van Gurp.

Grensverkeer
In totaal hebben ongeveer 2250 leden de GKV verlaten (vorig jaar: ruim 1200), terwijl er ruim 550 leden werden toegelaten.
Onder de ‘onttrokkenen’ zijn zeker 800 ‘nieuwe vrijgemaakten’. Ook aan de meeste andere kerken verloren de vrijgemaakten meer leden dan dat er leden bij kwamen (wat de NGK betreft: er vertrokken 67 leden naar deze kerken, terwijl er 36 leden uit deze kerken over kwamen).
Opmerkelijk is het grote aantal leden waarvan niet bekend is waar ze heen zijn gegaan. Mogelijk betreft het hier ook een aantal ‘nieuwe vrijgemaakten’.
Ds. Kuiper geeft dan ook aan dat de getallen in het statistisch overzicht met grote voorzichtigheid moeten worden bekeken. In dat overzicht staat overigens ook een tweetal optelfouten die gemakkelijk tot onjuiste conclusies kunnen leiden.
Een buitengewoon triest cijfer is het aantal leden dat zich heeft onttrokken: bijna 300 leden. Ds. Kuiper: 'Dan zegt het geloof je dus niets meer of je wilt het in je eentje zien vol te houden.
Voor ouders en familie moet dit heel moeilijk zijn, omdat de bijbel duidelijk is over wie het geweten heeft en toch met het
geloof breekt. Wij leven met hen mee.'

Ledenverlies
Het is even zoeken of er regionaal verschillen bestaan wat betreft de ontwikkeling van het ledental. In het Handboek worden namelijk geen cijfers weergegeven uit voorgaande jaren.
Een vergelijking met het Handboek 2004 laat zien dat het ledental van alle particuliere synodes is teruggelopen, behalve in Utrecht. Per classis uitgesplitst daalde het ledental in 20 van de 31 classes. Uit de provincies Groningen en Drenthe wordt het grootste ledenverlies vermeld. Als we wat specifieker kijken naar enkele willekeurige plaatselijke gemeenten, dan zien we bijvoorbeeld in de classis Ommen dat de meeste plaatselijke kerken leden hebben verloren, waaronder de kerk van Bergentheim ruim 100 leden.
Dr. W.G. de Vries, die vele jaren eindredacteur was van het Handboek, schreef destijds naar aanleiding van het toenmalige ledenverlies van de NGK (in de jaren ’70) : ‘Wie wind zaait zal storm oogsten.’ Je kunt je afvragen welk commentaar hij nu zou hebben ten aanzien van het ledenverlies in zijn eigen kerken. Wordt hier nu ook de storm geoogst van de wind die gezaaid werd?

Spanningen
Onderhuids waren de eerste signalen van veranderingen binnen de GKV al 25 jaar geleden voelbaar. Inmiddels zijn de spanningen ook voor de buitenwereld zichtbaar. De website van Reformanda laat er geen twijfel over bestaan: de toonzetting is dat het inmiddels oorlog is. Daarbij gaat het niet alleen om thema’s die op synodes een rol speelden (zoals de zondagsrust, echtscheiding, gezangenbundel en liturgische veranderingen), ook de Theologisch Universiteit in Kampen ligt zwaar onder vuur. De spanningen komen ook tot uiting in de praktijk van het gemeente zijn. Er zijn gemeenten die midden in een ontkerstende samenleving proberen om zichtbaar en missionair gemeente te zijn (bijvoorbeeld: de Stadshartkerk in Amstelveen, maar ook rond de plannen tot gemeentestichting in Amsterdam).
Rotterdam kent Pakistaans-Hindostaanse kerkdiensten, maar ook in andere grote steden en in het Rooms-
Katholieke zuiden zijn de GKV missionair actief. Naast deze gemeenten midden in een geseculariseerde omgeving zijn er ook veel traditionele kerken.
Op zichzelf heeft iedere gemeente natuurlijk min of meer een eigen kleur, maar de vrijgemaakten hebben altijd sterke accenten gelegd bij landelijke regels. In tijden dat de verschillen toenemen leidt dat onvermijdelijk tot spanningen, tenzij men leert om elkaar binnen bijbelse kaders meer ruimte te geven. Het lijkt er op dat de synodes de plaatselijke gemeenten meer ruimte bieden, maar ook die ruimte leidt weer tot spanningen. Ook gaan de verschillende inzichten inmiddels niet meer aan de plaatselijke gemeenten voorbij. Dat er in vergelijking met een aantal jaren geleden veel verandert blijkt wel uit het jaaroverzicht. Zo worden er kerkdiensten met een speciaal karakter gehouden, worden naast het orgel andere muziekinstrumenten gebruikt, de meeste gemeenten maken gebruik van het zgn. ‘liturgisch katern’, vrijgemaakt-gereformeerde jongeren werken samen met anderen (ook uit evangelische kring) en er is een gemeente die geoefend heeft met ‘terugpraatdiensten’. Opgemerkt moet worden dat er daarnaast vanuit de meeste gemeenten wordt gemeld dat het bezoek aan de middagdiensten terugloopt.

Predikanten
De GKV tellen ongeveer 300 dienstdoende predikanten. Het aantal verminderde vergeleken met een jaar eerder met negen. Zeer verontrustend is het aantal predikanten dat in één jaar tijds ontheffing vroeg uit het ambt (vijf), terwijl één predikant werd losgemaakt uit de gemeente. Het zijn signalen van veel persoonlijk verdriet, maar ook vaak van moeiten binnen de plaatselijke gemeenten, die soms ook zijn doorgedrongen tot het niveau van de classis.
Het aantal predikanten is ongelijk ver verdeeld over het land. De classis Buitenpost telt acht plaatselijke kerken, er zijn twee predikanten en maar liefst zeven vacatures. In Zeeuws-Vlaanderen is geen enkele vacante gemeente (vier kerken + een zendingspost in Gent, acht dienstdoende predikanten). Nog niet alle gegevens zijn overigens verwerkt in het Handboek. Zo wordt in Kampen-Noord door een aparte groep gemeenteleden kerkdiensten gehouden, waarin ds. Hoogendoorn voorgaat.
Deze predikant staat echter nog gewoon vermeld in het Handboek.
Ds. Kuiper signaleert nog een andere ontwikkeling: 'Het is al lang geen uitgemaakte zaak dat wie in Kampen gaat studeren zich te zijner tijd bij de kerken meldt.' Met andere woorden: als je theologie gaat studeren wil dat nog niet zeggen dat je ook predikant wilt worden. In het Handboek zijn zes In Memoriams opgenomen, waarvan (opmerkelijk) één van een vrouw: mevrouw A.J. Douw- Van Kamp.

Nederlands Gereformeerd
Ten aanzien van de CGK-synode constateert ds. Kuiper dat deze 'voorzichtig was ten aanzien van verdergaande samenwerking met de vrijgemaakten, terwijl de besluitvorming met betrekking tot de NGK wat enthousiaster verloopt'.
Met betrekking tot de NGK komt uiteraard de besluitvorming inzake de vrouw in het ambt aan de orde.
Ds. Kuiper constateert dat het rapport ook binnen de NGK veel vragen oproept.
De deputaten kerkelijke eenheid van de vrijgemaakt-gereformeerde kerken stelden dat de besluitvorming de samensprekingen onder druk zet. Tegelijkertijd vloeit er een vraag uit voort, namelijk om het thema van de vrouw in het ambt ook op de agenda van de Generale Synode van de GKV te zetten.
Elders schrijft ds. Kuiper (in een gedeelte over de ambten) : 'In een reactie op de voorstellen van de Nederlands Gereformeeerden gaven onze deputaten aan dat het rapport nog teveel op de klassieke lijn zit, alsof er over de ambten niets meer te zeggen valt dan wat we vinden in de zestiende eeuw. Zij wijzen de conclusies van dit rapport af en willen liever een ander gesprek in de gemeenten voeren, over de invulling van de ambten van ambtsdragers en gemeenteleden. Zit je met de vraag over vrouwelijke ambtsdragers eigenlijk niet zowel op de lijn van vroeger als op de feministische lijn?' De plaatselijke samenwerking tussen NGK en GKV wordt in het Jaaroverzicht niet genoemd (zoals in Zaandam waar de beide kerken één predikant hebben), ds. Kuiper beperkt zich slechts tot deze landelijke ontwikkelingen.

Samen verder
Bij oudere leden van de NGK zit vaak nog frustratie jegens de vrijgemaakten.
Ook bestaat soms zelfs het gevoel dat de deze kerken bezig zijn de NGK ‘links in te halen’. Een kerkscheuring poets je emotioneel nooit helemaal weg. Laten we oppassen voor een houding van ‘zie je wel, nu zitten ze zelf in de problemen’.
De spanningen binnen de GKV kunnen niet meer ontkend worden.
Hoewel deze spanningen in de bespreking uitgebreid aan de orde kwamen, ligt daar gelukkig toch niet het accent van het kerkelijk samenleven binnen de GKV. Het zijn ook kerken waar mensen zich zeer actief inzetten. Laten we vooral dankbaar zijn voor een ‘genabuurde kerk’ die probeert trouw te zijn en trouw te blijven aan Gods Woord.
Inmiddels is ook de toonzetting jegens de NGK bij veel leden van de GKV aan het veranderen. Er komen steeds meer openingen om met elkaar samen te werken. Broeders en zusters in verschillende kerken herkennen elkaar weer als kinderen van dezelfde God. Laten we daar vooral dankbaar voor zijn.
Nederland heeft toegewijde christenen nodig die elkaar niet bestrijden, maar die met elkaar samen werken om een zoutend zout te kunnen zijn in een veranderende samenleving.

*) Noot: er wordt verder gekozen voor de afkortingen GKV, CGK en NGK

Naar aanleiding van: Handboek 2005 van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Redactie: ds. J.H. Kuiper. Internet: www.handboekgkv.nl. Uitgave: Scholma Druk, Bedum, 550 bladzijden, prijs: € 10,50

Statistiek: Gereformeerde kerken (vrijgemaakt)
126.152 leden (79.253 belijdende leden)
273 plaatselijke kerken
302 dienstdoende predikanten
Grootste plaatselijke kerken: Spakenburg-Zuid (1962), Heemse (1895), Zuidhorn (1659)
Kleinste plaatselijke kerken: Mijdrecht (55), Amstelveen (61), Doesburg (68)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief