De brief aan de Efeziërs

1975-01-24
  • Jaargang 19
  • nummer 4
Ook heidenen 3: 2-12 (vervolg)

Het gevaar van de eerste honderd jaar van de Nieuwtestamentische kerkgeschiedenis is geweest dat de gemeente een afvallige joodse secte zou zijn geworden. Paulus heeft door Gods kracht gezorgd dat dit niet het geval geweest is. Hand. 15.
Hij noemt zich zelf terecht de geringste van alle heiligen. Want hij heeft de gemeente Gods vervolgd.
1 Cor. 15 : 10, 11. Maar als vervolger is hij tot zijn bekering gebracht en tot zijn roeping. Juist aan hem is het duidelijk hoe zeer de farizese wijze van denken een doodsweg is. En aan hem is het te zien hoe groot Gods geduld is. Wij mogen op Gods ontferming hopen juist als we zien op Paulus' voorbeeld.
1 Tim. 1 : 16. Jezus Christus is in de wereld verschenen om zondige heidenen en joden tor het geloof te brengen.
Zo wordt Gods veelkleurige wijsheid openbaar. Zelfs voor de engelen.

Waarom een geheim?

Paulus zegt dat deze zaak een geheim was. Het was ten tijde van vroegere geslachten niet bekend.
Het, was eeuwen lang verborgen.
3 : 5; 3: 9. Werd er tijdens de Oudtestamentische bedeling niet gesproken over heil, ook voor heidenen?
Zeker wel. Denkt U maar b.v. aan Psalm 87. Maar.het is nooit zo helder geworden als na Pinksteren. Ja, het is nooit zo helder als juist dank zij de plaats en het werk van Paulus in de bediening van Gods geheim en het geheim van Christus.

Troost 3 : 13

Welke troost is er uit de wetenschap van dit alles? Nu WIJ mogen met vrijmoedigheid toegaan tot onze Heiland. Ook zij, die gewezen heidenen zijn, of die heidense, geen joodse vooroudershebben. Het heil is ook voor de heidenen, die de boodschap van Christus niet verwerpen.
Vervolgens hoeven we de moed niet op te geven over tegenstand van het Evangelie. Verdrukkingen zijn toch tenslotte dienstbaar aan de verwerkelijking van het plan Gods. Wat nu vaak lijkt een belemmering te zijn zal toch blijken een stuwkracht te zijn. Fil. 1 : 12.
Gods plan zal zeker tot het doei geraken.

Gebed. 3: 14-19

Paulus bidt voor de Efeziërs. Hij vraagt heel wat. Maar het gaat om de kennis van de liefde van Christus. Wat er verder gevraagd wordt zijn middelen voor dat doel.
De H. Schrift bedoelt met kennen niet alleen een zaak van verstand en geheugen. God kennen is tegelijk Hem erkennen, vertrouwen en liefhebben.
De liefde van Christus is te kennen uit wat Hij voor ons gedaan heeft. De H. Schrift bevat de boodschap van de liefde Gods in Christus Jezus, onze Heer.
Om die reden bidt Paulus, zo staat in 3: 14. Om wat Paulus dus in het voorgaande heeft opgeschreven.
God wil alle dingen herstellen in Jezus Christus. Dat is Zijn plan van eeuwigheid. In dat plan is ook begrepen de toebrenging van de heidenen, zoals in het voorgaande in dit hoofdstuk is verteld.
Dat zal ook de reden zijn, waarom Paulus zegt te bidden tot de Vader, naar wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt. Het gaat om het herstel van alle dingen en de vergadering van de nieuwe mensheid.
Alle schepselen, welke het ook zijn, hebben hun ontstaan te danken aan God, de Schepper. En alle dingen hebben hun bestaan in Hem, Jezus Christus. Col. 1 : 17.
Het gebed wordt gericht tot die God, die we hebben leren kennen als onze Vader, om Jezus wil. Die om Jezus' wil Zijn schepping niet in de steek laat. Die om Jezus' wil de heidenen roept. De nieuwe mensheid vergadert. Voor de nieuwe wereld.

Geloofskennis

De kennis is een kennen in liefde.
Niet in de eerste plaats een zaak van verstand en geheugen, maar toch ook met geheel het verstand, Is het niet juist zich in te spannen om te weten te komen hoe groot de liefde is, waarmee wij bemind worden?
We behoeven niet te denken dat Paulus van mening is dat de gemeenten, aan wie hij schrijft, nog niets weten van Christus. Maar dat kan meer en meer worden.
Een krachtsmededeling vraagt hij voor de gemeenten van de H. Geest. Want de H. Geest werkt geloof en liefde. Hoe doet Hij dat? Door het Woord Gods. Dat zwaard van de Geest. 6 : 17. Door het geloof woont Christus in onze harten. Dat is dus door ons vertrouwen van het Woord van God.
Door ons vertrouwen op God Zelf. Naar mate we meer en meer gaan vertrouwen op God in Christus, wordt ook de liefde groter en het inzicht in de liefde van Christus.
We moeten de H. Geest het enige wapen dat Hij gebruiken wil, niet uit de handen slaan, door het Evangelie te verachten. Of door het niet te gebruiken.

Samen met al de heiligen. 3 : 18

Om de echte liefde van Christus te kennen, om er steeds meer inzicht in te krijgen hebben we ook de hulp nodig van al de heiligen.
Het "samen" spreekt echt van een gemeenschappelijk werk. Het is een gemeentewerk om samen na te denken over de liefde Gods. Een middel dat we vaak maar al te veel ongebruikt laten.
Omdat Paulus zegt "samen met alle heiligen", moeten we" dunkt me, ook denken aan hen die voor ons de Bijbel lazen. Het is eigenwijs te doen alsof wij de eersten zijn. Een modieus verschijnsel in deze individualistische tijd. Natuurlijk is het niet mogelijk om alles te weten uit de historie van' de Bijbeluitleg. Dat is ook niet nodig. Maar er zijn wel onder handbereik neerslagen van nadenken uit het verleden. Onze zes belijdenisgeschriften bijvoorbeeld. En je moet wel heel lang nadenken voor je afwijkt van een uitleg van eeuwen. Natuurlijk is dat wel eens nodig. Maar dan toch pas na lang nadenken, willen we de eerbied houden voor dit gebed van de apostel Paulus.

Volheid Gods. 3: 18, 19

Paulus eindigt met -de woorden "opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods". De van God komende aanvulling, die werkelijk vol-maakt. Waarin die aanvulling bestaat zegt Paulus in dit gedeelte niet. Maar we zullen wel niet dwalen als we daaronder verstaan het vervuld worden me de volle vrucht van Christus' werk. Die moeten we dan ook vatten. Dat betekent een zich eigen maken.
Vastgrijpen. Vasthouden. Omspannen.
Christus' werk is van universele betekenis. 1 : 10. Vandaar de woorden breedte, lengte, hoogte en diepte.
In het werk van de herschepping wordt de schepping gered. Het zal doorgaan tot aan de voleinding der eeuwen.

Verhoring

Over de verhoring van dit gebed mogen we in het geloof ons verheugen.
God, de Vader, Schepper van hemel en van aarde, kan veel meer dan wij bidden of zelfs maar beseffen kunnen. Hij kan horen, want Hij is een almachtig God.
Hij wil horen, want Hij is een trouw Vader. Daarom moet ook de lofzang gehoord worden op Zijn liefde en macht in de gemeente van Jezus Christus door de tijden heen. Tot de voleinding en de lofzang zal er ook zijn na de voleinding.

Verdeling?

Men zegt vaak dat deze brief bestaat uit twee delen. Het eerste deel omvat de hoofdstukken 1 tot 'en met 3. Het tweede deel dan de rest van de brief. Het is een voor de hand liggende gedachte.
Vooral ook omdat Paulus het eerste deel dan besluit met het woord amen.
Toch lijkt me het zinvol de vraag te stellen of in een betrekkelijk korte brief wel van twee delen gesproken kan worden. Ik dacht dan ook dat er een voortgaande gedachtengang is, die we wel degelijk hebben vast te houden.
Kort samengevat is het in het voorgaande gegaan over het herstel van alle dingen in Christus Jezus en daaruit worden nu de consequenties aangewezen. Het is .
in ieder -geval geen tweede deel, waarin het over heel iets anders gaat. Heel het leven moet beheerst worden door de genade Gods in Christus Jezus. In 4 : 1-16 wordt dat duidelijk gemaakt voor de gemeente in zijn geheel. In 4 : 17-5 : 21 voor de persoonlijke wandel. In 5: 22-6 : 9 voor het gezin en de maatschappelijke verhoudingen.
De brief eindigt met het aanwijzen van de geestelijke wapenrusting, waarin dit alles alleen maar mogelijk is.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief